Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Zeeland

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Veiligheidsregio ZeelandBlad gemeenschappelijke regeling 2020, 772Verordeningen



Noodverordening van de voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland houdende voorschriften ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus/COVID-19 (Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland 16 juli 2020)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1.1. Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeenten die behoren tot de veiligheidsregio Zeeland, te weten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen.

 

Artikel 1.2. Begripsbepalingen

1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

- buitenterras: in de open lucht gelegen terras dat aan de bovenzijde of aan drie zijden open is;

- eet- en drinkgelegenheden: inrichtingen waar ter plaatse eten of drinken wordt verkocht en genuttigd, met uitzondering van inrichtingen in bedrijven, instellingen en andere organisaties die niet voor het publiek toegankelijk zijn (bedrijfskantines en bedrijfscatering);

- gezamenlijk huishouden: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel en ouders, grootouders en kinderen, voor zover zij volgens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woonachtig zijn;

- kuchscherm: een voorziening geplaatst tussen tafels, zoals bedoeld in de ‘Instructie kuchschermen op terrassen in de horeca’, van 29 juni 2020;

- mondkapje: voorwerp dat op grond van zijn ontwerp bestemd is om in ieder geval de mond en de neus volledig te bedekken, zodat de verspreiding van virussen en andere ziektekiemen zoveel mogelijk wordt tegengegaan;

- openbaar vervoer: openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet Personenvervoer 2000;

- onderwijsinstelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1, van de Wet op het onderwijstoezicht, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling;

- overig bedrijfsmatig personenvervoer: besloten busvervoer en taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, alsmede bedrijfsmatig vervoer van personen op andere wijze dan met een bus of taxi;

- placeren: toewijzen van een zitplaats of in het geval van wellness-, sauna-, sport-, spel-, theater-, of dansactiviteiten het toewijzen van een afgebakende locatie waar de activiteit kan plaatsvinden;

- publieke ruimte: openbare ruimte en voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, alsmede zich daar bevindende vaartuigen en voertuigen, met uitzondering van de zich daarin bevindende woongedeelten;

- verifiëren van de gezondheid: vragen naar ziekteverschijnselen van COVID-19;

- vitale processen: vitale processen bedoeld op https://www.nctv.nl/ onderwerpen/vitale-infrastructuur/overzicht-vitale-processen;

- voorzitter: voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland.

2. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder gebouw mede verstaan een tent, container of andere constructie die bedoeld is om ter plaatse als binnenruimte te dienen.

 

Hoofdstuk 2. Maatregelen

 

 

Artikel 2.1. Verboden samenkomsten

1. Het is verboden een samenkomst in de publieke ruimte of in een besloten plaats, niet zijnde een woning of een daarbij behoren erf, te organiseren, te laten organiseren, te laten plaatsvinden of te laten ontstaan zonder:

a. maatregelen te treffen waarmee de stromen van de personen die samenkomen worden gescheiden, ook voor zover het gebruik van sanitaire voorzieningen betreft;

b hygiënemaatregelen te treffen waarmee de verspreiding van COVID-19 wordt tegengegaan;

c. maatregelen te treffen waardoor de aanwezigen te allen tijde 1,5 meter afstand tot elkaar kunnen houden;

d. ervoor te zorgen dat de aanwezigen te allen tijde 1,5 meter afstand houden tot de dichtstbijzijnde persoon, tenzij de aanwezigen op grond van artikel 2.2, tweede lid, niet verplicht zijn 1,5 meter afstand tot elkaar te houden; en

e. ervoor te zorgen dat de aanwezigen aan wie een zitplaats of afgebakende locatie is toegewezen daarvan gebruik maken.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden een samenkomst in een gebouw, voertuig of vaartuig, niet zijnde een woning, te organiseren, te laten organiseren, te laten plaatsvinden of te laten ontstaan zonder de aanwezigen te placeren en, indien de samenkomst uit meer dan 100 personen (exclusief personeel) per zelfstandige ruimte bestaat, zonder de gezondheid van de aanwezigen te verifiëren en zonder te werken met reservering.

3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden een samenkomst van meer dan 250 personen (exclusief personeel) in de open lucht, te organiseren, te laten organiseren, te laten plaatsvinden of te laten ontstaan zonder de aanwezigen te placeren, zonder de gezondheid van de aanwezigen te verifiëren en zonder te werken met reservering. Dit verbod geldt niet voor samenkomsten op een bij een woning behorend erf.

4. Onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid is het verboden een samenkomst op een buitenterras bij een eet- en drinkgelegenheid of een buitenterras op een evenemententerrein te organiseren, te laten organiseren, te laten plaatsvinden of te laten ontstaan zonder de aanwezigen te placeren.

5. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op:

a. samenkomsten in detailhandel, markten, bibliotheken, musea, monumenten, presentatie-instellingen, dierentuinen, pretparken, kermissen en daarmee vergelijkbare samenkomsten waarbij sprake is van doorstroom van bezoekers;

b. samenkomsten in een gebouw die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties met ten hoogste 100 personen per zelfstandige ruimte;

c. betogingen, samenkomsten en vergaderingen op grond van de WOM;

6. Diegene die deelneemt aan een samenkomst waarbij placering plaatsvindt, is verplicht gebruik te maken van de toegewezen zitplaats of de toegewezen afgebakende locatie.

 

Artikel 2.2. Verbod niet houden veilige afstand

1. Het is verboden zich in de publieke ruimte of in een besloten plaats, niet zijnde een woning of een daarbij behorend erf, op te houden zonder tot de dichtstbijzijnde persoon een afstand te houden van ten minste 1,5 meter.

2. Het verbod is niet van toepassing:

a. op personen die een gezamenlijk huishouden vormen onderling;

b. als het de afstand tot kinderen tot en met 12 jaar betreft;

c. op personen in de leeftijd tot en met 17 jaar onderling, tenzij deze personen zich bevinden op een locatie van een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs;

d. op leerlingen in het voortgezet onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs onderling op school;

e. op personen bij de uitoefening van hun beroep, voor zover de werkzaamheden in het kader van de uitoefening van dat beroep noodzakelijk zijn en niet op gepaste wijze kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van 1,5 meter afstand van degene jegens of met wie de werkzaamheden worden uitgevoerd;

f. op personen met een handicap, voor zover zij zich niet met inachtneming van een afstand van 1,5 meter jegens hun begeleiders of vaste mantelzorgers kunnen ophouden en hun begeleiders of vaste mantelzorgers;

g. op personen met een handicap die in dezelfde woongroep of andere woonvorm op eenzelfde adres wonen en gemeenschappelijke voorzieningen delen onderling;

h. op personen die sport, theater of dans in de vorm van sport of culturele uiting beoefenen, voor zover het niet in acht nemen van een onderlinge afstand van 1,5 meter voor het beoefenen van sport, dans of theater noodzakelijk is;

i. in het openbaar vervoer, overig bedrijfsmatig personenvervoer en vervoer voor privé-doeleinden, voor zover dit vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst en niet strekt tot het mogelijk maken van recreatie in dat voer- of vaartuig;

j. op personen op een buitenterras bij een eet- en drinkgelegenheid die aan weerszijden van een tussen tafels geplaatst kuchscherm zitten onderling.

 

Artikel 2.3. Verbod openstelling dansvoorziening

Het is verboden een in een eet- en drinkgelegenheid aanwezige dansvoorziening geopend te houden voor publiek.

 

Artikel 2.4. Verbod gezamenlijk zingen of schreeuwen

Het is verboden in de publieke ruimte of in een besloten plaats, niet zijnde een woning en een daarbij behorend erf, in groepsverband te zingen of te schreeuwen. Dit verbod geldt niet voor zangers, zangkoren en zanggroepen en voor zang als onderdeel van de belijdenis van godsdienst of levensovertuiging, mits de richtlijnen die zijn opgenomen in het advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van 30 juni 2020 in acht worden genomen.

 

Artikel 2.5. Verboden gebieden en locaties

Het is tot het studiejaar 2020-2021 verboden onderwijsactiviteiten in onderwijsinstellingen in het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs te bieden. Dit verbod geldt niet voor het houden van examens, tentamens, toetsen, praktijk(gericht)onderwijs en begeleiding van kwetsbare studenten op de onderwijsinstelling, voor zover dit online niet afdoende kan.

 

Artikel 2.6. Verboden onderwijsactiviteiten

Het is tot het studiejaar 2020-2021 verboden onderwijsactiviteiten in onderwijsinstellingen in het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs te bieden. Dit verbod geldt niet voor het houden van examens, tentamens, toetsen, praktijk(gericht)onderwijs en begeleiding van kwetsbare studenten op de onderwijsinstelling, voor zover dit online niet afdoende kan.

Artikel 2.7. Inrichting en beëindiging voorziening personenvervoer

1. Vervoerders richten voorzieningen voor openbaar vervoer en overig bedrijfsmatig personenvervoer zodanig in en nemen daarmee samenhangende maatregelen, zodat reizigers in staat worden gesteld zoveel mogelijk een afstand van tenminste 1,5 meter ten opzichte van alle andere in de voorzieningen aanwezige personen in acht te nemen en reizigers van 13 jaar en ouder een niet-medisch mondkapje dragen in voertuigen en vaartuigen.

2. De voorzitter kan na overleg met de vervoerder voorzieningen voor openbaar vervoer en overig bedrijfsmatig personenvervoer beëindigen of beperken, indien:

a. de inrichting van deze voorzieningen en de daarmee samenhangende maatregelen reizigers niet of onvoldoende in staat stelt zoveel mogelijk een afstand van tenminste 1,5 meter ten opzichte van alle andere in de voorzieningen aanwezige personen in acht te nemen of het dragen van een mondkapje door reizigers van 13 jaar en ouder niet in acht wordt genomen; en

b. de beëindiging van deze voorziening het transport van personen die werkzaam zijn in vitale processen of transport dat anderszins noodzakelijk is voor de mobiliteit van Nederland niet onnodig belemmert.

 

Artikel 2.8. Overig personenvervoer

1. Reizigers van 13 jaar en ouder zijn in het overig bedrijfsmatig personenvervoer, niet zijnde openbaar vervoer, verplicht een niet-medisch mondkapje te dragen indien zij zich met meer dan twee personen van 13 jaar en ouder, de bestuurder daaronder begrepen, in een voertuig of vaartuig bevinden.

2. De aanbieder van overig bedrijfsmatig personenvervoer, niet zijnde de aanbieder van openbaar vervoer of veerdiensten, verifieert voorafgaand aan het vervoer de gezondheid van de reiziger en werkt uitsluitend op basis van reservering.

 

Artikel 2.9. Verboden toegang verpleeghuizen en woonvormen ouderenzorg

1. Het is verboden om zonder toestemming van de beheerder:

a. een instelling die zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet langdurige zorg verleent aan personen die daarop recht hebben vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking; of

b. een woonsituatie waarin minimaal drie bewoners verblijven vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking en zorg ontvangen als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg;

te bezoeken indien zich in die instelling of woonsituatie een of meer COVID-19 besmettingen voordoen.

2. De beheerder verleent in ieder geval toestemming voor bezoek:

a. indien het bezoek de beperking van de verspreiding van COVID-19 niet in de weg staat;

b. aan bewoners van wie wordt verwacht dat zij op korte termijn overlijden of aan bewoners die verkeren in vergelijkbare omstandigheden;

c. voor het horen en beoordelen van een cliënt in het kader van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.

3. De beheerder kan aan structurele vrijwilligers toestemming verlenen voor bezoek.

 

Hoofdstuk 3. Uitzonderingen

 

 

Artikel 3.1. Uitzonderingen

1. De verboden in deze verordening zijn niet van toepassing op:

a. de betrokken hulpdiensten en toezichthouders;

b. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voortgang van vitale processen;

c. door de voorzitter te bepalen (categorieën van) gevallen.

2. De voorzitter kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vrijstelling of ontheffing op basis van het eerste lid, onderdeel c. Het is verboden om in strijd met dergelijke voorschriften en beperkingen te handelen.

 

Hoofdstuk 4. Toezicht en handhaving

 

 

Artikel 4.1. Opvolgen aanwijzingen

Alle ambtenaren van de politie als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid en militairen van de Koninklijke marechaussee als bedoeld in artikel 141, onderdeel c van het Wetboek van Strafvordering zijn bevoegd aanwijzingen en bevelen ter uitvoering van deze verordening te geven. Alle aanwijzingen en bevelen ter uitvoering van deze verordening gegeven door daartoe bevoegde functionarissen dienen stipt en onmiddellijk opgevolgd te worden.

Artikel 4.2. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

a. ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;

b. door de voorzitter aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;

c. door de voorzitter aangewezen toezichthouders;

d. militairen van de Koninklijke marechaussee als bedoeld in artikel 141, onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.

 

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

 

 

Artikel 5.1. Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze verordening wordt bekendgemaakt op de website van de veiligheidsregio Zeeland: www.veiligheidsregiozeeland.nl en www.zeelandveilig.nl en treedt in werking met ingang van 16 juli 2020.

 

Artikel 5.2. Intrekking vorige noodverordening

De Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 1 juli 2020 wordt ingetrokken.

 

Artikel 5.3. Overgangsrecht Besluiten op basis van de Noodverordening Coronavirus Veiligheidsregio Zeeland maart 2020 zoals vastgesteld op 16 maart 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland zoals vastgesteld op 27 maart 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 8 april 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 19 april 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 11 mei 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 19 mei 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 1 juni 2020, de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 15 juni 2020 en de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 1 juli 2020 worden geacht te berusten op deze noodverordening.

 

Artikel 5.4. Citeertitel

 

 

 

 

 

 

 

De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland,

gelet op artikel 176 van de Gemeentewet en artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s;

gelet op de aanwijzingen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, van 26 juni 2020 nr. 1712697-207530-PG, de aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 juli 2020 nr. 1720717-208077-PG;

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Deze verordening wordt aangehaald als: Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Zeeland van 16 juli 2020.

Vastgesteld op 16 juli 2020 te Middelburg om 14.30 uur.

De voorzitter van de veiligheidsregio Zeeland

J.A.H. Lonink