Blad gemeenschappelijke regeling van Regio Gooi en Vechtstreek

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Regio Gooi en VechtstreekBlad gemeenschappelijke regeling 2018, 70Overige besluiten van algemene strekking



Mandaatbesluit RAV Gooi en Vechtstreek 2018

Het dagelijks bestuur, respectievelijk de voorzitter  van het openbaar lichaam “Regio Gooi en Vechtstreek”;

 

• gelet op het bepaalde in de artikelen 17, 19 en 26 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek;

• gelet op afdeling 10.1.1 Mandaat van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

• overwegende:

  • -

    dat het in het kader van het periodiek actualiseren van het mandaat- volmachtbesluit

noodzakelijk is een nieuw mandaat- volmacht- en machtigingsbesluit vast te stellen;

  • -

    dat de samenwerking tussen de RAV Gooi en Vechtstreek en de RAV Felvoland vanaf 1 januari 2018 wordt uitgebreid,

 

BESLUIT:

 

I In te trekken het “MANDAAT- VOLMACHTBESLUIT REGIO GOOI EN VECHTSTREEK 2016” ,

II De uitoefening van de bevoegdheden die staan vermeld in het bevoegdhedenregister, nr. 18.0000033 behorend bij dit Mandaat-, Volmacht- en Machtigingsbesluit RAV 2018 (bijlage) te verlenen aan de daarin genoemde functionarissen,

III Ten aanzien van de uitoefening van de onder II vermelde bevoegdheden de navolgende voorschriften vast te stellen.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het volgende wordt verstaan:

  • 1.

    Ten aanzien van mandaat:

    • a.

      Mandaat: de bevoegdheid om in naam van het bestuursorgaan (de mandaatgever) besluiten te nemen.

    • b.

      Gemandateerde: degene die het mandaat ontvangt.

  • 2.

    Ten aanzien van volmacht:

    • a.

      Volmacht: de bevoegdheid om het openbaar lichaam te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van daarop betrekking hebbende besluiten die door of namens het bestuursorgaan zijn genomen.

    • b.

      Gevolmachtigde: degene die de volmacht ontvangt.

  • 3.

    Ten aanzien van machtiging:

    • a.

      Machtiging: de bevoegdheid om namens het bestuursorgaan handelingen te verrichten niet zijnde besluiten en/of privaatrechtelijke rechtshandelingen.

    • b.

      Gemachtigde: degene die gemachtigd wordt.

  • 4.

    Ten aanzien van ondermandaat:

    De bevoegdheid om het verleende mandaat door te geven aan een ander binnen de organisatie.

  • 5.

    Ten aanzien van substitutie:

    De bevoegdheid om de verleende volmacht door te geven aan een ander binnen de organisatie.

  • 6.

    Ten aanzien van ondertekeningsmandaat:

    De bevoegdheid om een besluit van een bestuursorgaan namens het bestuursorgaan te ondertekenen.

  • 7.

    Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Regio.

  • 8.

    Voorzitter: de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek bevoegd tot vertegenwoordiging van het openbaar lichaam ter zake van het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen.

  • 9.

    Regio: het openbaar lichaam “Regio Gooi en Vechtstreek” als   bedoeld in artikel 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek.

  • 10.

    RAV: het deel van de organisatie van de Regio dat is belast met het verlenen van ambulancezorg op grond van de Tijdelijke wet ambulancezorg en de uitvoering van het ambulancedeel in de meldkamer die gemeenschappelijk met politie en brandweer wordt beheerd.

  • 11.

    Ambtelijke organisatie: de ambtelijke organisatie van de RAV.

  • 12.

    Bestuursecretaris: de functionaris aangewezen als secretaris van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 13.

    Directeur:

    • -

      de algemeen directeur van de Regio

    • -

      de directeur van de RAV.

  • 14.

    Medewerkers: iemand werkzaam bij de RAV niet zijnde directeur van de RAV .

  • 15.

    Bevoegdhedenregister: het register (nr. 18.0000033) met daarin het overzicht van verleende mandaten, volmachten en machtigingen dat bij dit mandaat- machtigings- en volmachtbesluit RAV 2018 hoort.

Artikel 2 Algmeen

Bij de uitoefening van de bevoegdheden in mandaat, volmacht dan wel machtiging wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, verordeningen, regelingen, besluiten, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen in acht genomen.

Artikel 3 Verantwoordelijkheid

De uitoefening van de bevoegdheden in mandaat, volmacht dan wel machtiging vindt plaats in naam en onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur.

Artikel 4 Reikwijdte mandaat, volmacht en machtiging; instructies en voorschriften

  • 1.

    De verlening van de bevoegdheden in mandaat, volmacht dan wel machtiging geschiedt in de ruimste zin des woords voor zover direct te maken hebbend met de opgedragen taken.

  • 2.

    De gemandateerde is bevoegd tot het verrichten van alle handelingen, benodigd voor de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van een door hem krachtens mandaat genomen besluit.

  • 3.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht, specifiek met inachtneming van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht en de bij of krachtens wettelijke regelingen door het dagelijks bestuur vastgestelde richtlijnen, beleidsregels, evenals de financiële afspraken die gelden op grond van de regeling voor de uitoefening van de betreffende taak.

  • 4.

    Eenieder aan wie krachtens dit besluit mandaat, volmacht of machtiging (of het recht van substitutie) is verleend past de algemene dan wel specifieke instructie als bedoel in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht, van het dagelijks bestuur, respectievelijk de Voorzitter toe.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de algemeen directeur over aan het dagelijks bestuur bekende informatie beschikt die noodzakelijk is voor een correcte uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden. De algemeen directeur zorgt er voor dat de personen aan wie hij ondermandaat verleent eveneens kunnen beschikken over de informatie bedoeld in de eerste volzin.

  • 6.

    Waar volmacht is verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van een daarop betrekking hebbend besluit wordt onder de volmacht ook begrepen het bewaken van de uitvoering van die rechtshandeling, waartoe onder meer worden gerekend ingebrekestelling, ontbinding, vorderen van nakoming, opzegging van een  overeenkomst en alle andere besluiten, die hiermee verband (kunnen) houden, met uitzondering van de beslissing tot het voeren van een rechtsgeding.

  • 7.

    Een in mandaat te nemen besluit mag niet worden genomen, indien:

    • a.

      het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid, dan wel indien precedentwerking te verwachten is;

    • b.

      het besluit niet past binnen de daartoe bestemde budgetten dan wel er geen dekking is voor de financiële gevolgen van het besluit;

    • c.

      sprake is van betrokkenheid van meerdere eenheden en één van de betrokken eenheden over het te nemen besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht;

    • d.

      er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde of gevolmachtigde bij het te nemen besluit bestaat;

    • e.

      de financiële en/of andere gevolgen voor de RAV en/of de Regio niet volledig kunnen worden overzien.

Artikel 5 Ondertekening

In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden:

“namens het dagelijks bestuur van de Regio,

Directeur RAV……………

handtekening en naam”.

Artikel 6 Ondertekeningsmandaat

Aan de bestuurssecretaris en aan de algemeen directeur wordt mandaat verleend tot ondertekening van besluiten genomen door het dagelijks bestuur en door de voorzitter. Dit dient uit het besluit te blijken. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden: “overeenkomstig het door het dagelijks bestuur / de voorzitter van de Regio genomen besluit,

De bestuurssecretaris, óf De directeur,

handtekening en naam”.

Artikel 7 Ondermandaat / Substitutie

  • 1.

    Indien en voor zover niet anders is aangegeven is het de directeur toegestaan ondermandaat en het recht van substitutie (doorgeven van volmacht en machtiging) aan anderen binnen de ambtelijke organisatie van de RAV Gooi en Vechtstreek te verlenen tenzij dit uitdrukkelijk in het bevoegdhedenregister is verboden. Op een verleend ondermandaat en op de doorgegeven volmacht en machtiging zijn alle bepalingen van het Mandaat- Volmacht- Machtigingsbesluit RAV Gooi en Vechtstreek 2018 van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Ondermandatering en het doorgeven van volmacht geschieden bij schriftelijk besluit door de oorspronkelijke gemandateerde of gevolmachtigde.

    De oorspronkelijke gemandateerde of gevolmachtigde blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de ondergemandateerde of doorgegeven bevoegdheden. Deze ondergemandateerde of doorgegeven bevoegdheden worden onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur in een overzicht opgenomen.

  • 3.

    Ondermandaten en de doorgegeven volmachten worden ter kennis van het dagelijks bestuur gebracht.

  • 4.

    Bij ondermandaat geschiedt de ondertekening op de wijze als bepaald in artikel 5, waarbij voor gemandateerde de naam en functie van de ondergemandateerde moet worden ingevuld.

Artikel 8 Informatie en overlegplicht

  • 1.

    De gemandateerde, gevolmachtigde of degene die in de plaats van de gevolmachtigde de (rechts)handeling verricht, stelt het dagelijks bestuur in kennis van krachtens mandaat te nemen besluiten en/of verrichte (rechts)handelingen waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het dagelijks bestuur gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:

    • a.

      de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;

    • b.

      advies nodig is van anderen dan de gemandateerde of onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van gemandateerde dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt;

    • c.

      de directeur het noodzakelijk acht af te wijken van de door het dagelijks bestuur vastgestelde kaders en beleid.

  • 2.

    De directeur draagt zorg voor periodieke verslaglegging van de door hem in mandaat en onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen krachtens mandaat genomen besluiten en van krachtens volmacht verrichte rechtshandelingen via de reguliere planning en controlecyclus, een en ander in overleg met het dagelijks bestuur.

Artikel 9 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als “Mandaatbesluit RAV Gooi en Vechtstreek 2018”.

Artikel 10 Inwerkintreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

 

Aldus vastgesteld via de parafencyclus Dagelijks bestuur dd. 25 januari 2018,

 

J.J. Bakker

secretaris

P.I. Broertjes

voorzitter