Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 1063

Gepubliceerd op 24 juli 2018 09:00
Inhoudsopgave

Gerelateerde informatie


Geconsolideerde regelgeving





Afstemmingsverordening WerkSaam Westfriesland

 

Aan een uitkering verbindt WerkSaam altijd verplichtingen. Met maar één doel: ervoor zorgen dat een cliënt niet langer afhankelijk is van een uitkering. Hoe die verplichtingen er uit zien, hangt af van de situatie en de persoonlijke omstandigheden. Het niet nakomen van deze verplichtingen kan gevolgen hebben. Bijvoorbeeld een verlaging van de uitkering.

 

Het verlagen van de uitkering is in een aantal concreet omschreven gevallen zelfs verplicht; het gaat hierbij om ernstige “misdragingen”. Verlaging blijft achterwege als de cliënt geen verwijt is te maken. Voor de andere verplichtingen geldt dat de verlaging afhankelijk is van de ernst van de misdraging. Deze verordening beschrijft hoe WerkSaam omgaat met het verlagen van een uitkering en hoe hoog een verlaging is.

 

 

Het algemeen bestuur van WerkSaam Westfriesland;

 

gezien advies van de cliëntenraad van WerkSaam Westfriesland van 5 juni 2018 en het voorstel van het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland 14 juni 2018;

 

gelet op artikel 8, lid 1 van de Participatiewet en artikel 35 van de IOAW en IOAZ;

 

omdat WerkSaam een verordening moet hebben die het verlagen van een uitkering regelt;

 

b e s l u i t :

 

  • de Afstemmingsverordening WerkSaam Westfriesland 2017 te wijzigen. De titel en tekst na wijziging is als volgt:

 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening betekent:

  • a.

    Cliënt: de persoon die een uitkering ontvangt of recht heeft op een voorziening op grond van:

  • • de Participatiewet,

  • • de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, of

  • • de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

  • b.

    IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers.

  • c.

    IOAZ: de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

  • d.

    Uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ.

  • e.

    Uitkeringsnorm:

  • • De voor een cliënt geldende en mogelijk verhoogde bijstandsnorm, eventueel aangevuld met de bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor 18 tot 21-jarigen op grond van de Participatiewet, of

  • • De voor een cliënt geldende en mogelijk verhoogde grondslag op grond van de IOAW of IOAZ.

  • f.

    UWV: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

  • g.

    WerkSaam: het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland.

Artikel 2. Zienswijze cliënt

  • 1.

    Voordat verlaging van de uitkering plaats vindt, biedt WerkSaam de cliënt de mogelijkheid zijn zienswijze te geven.

  • 2.

    Het geven van een zienswijze vindt niet plaats als:

  • a. Een cliënt al eerder zijn zienswijze heeft gegeven en er daarna geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.

  • b. Een cliënt aangeeft dat hij geen zienswijze wil geven.

  • c. WerkSaam van oordeel is dat het geven van een zienswijze achterwege kan blijven.

Artikel 3. Besluit verlaging uitkering

  • 1.

    Bij de verlaging van een uitkering houdt WerkSaam rekening met de persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van een cliënt.

  • 2.

    Het besluit waarin de uitkering van een cliënt wordt verlaagd, vermeldt:

  • a. De reden van de verlaging.

  • b. De tijdsduur van de verlaging.

  • c. Het (aangepaste) bedrag of het (aangepaste) percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd.

  • d. De mogelijkheid om gebruik te maken van de inkeerregeling. De inkeerregeling staat vermeld in artikel 18, lid 11 van de Participatiewet.

Artikel 4. Afzien van verlaging

  • 1.

    De verlaging van de uitkering vindt niet plaats als:

  • a. Een cliënt niets is te verwijten.

  • b. De geconstateerde gedraging langer dan drie jaar geleden plaats vond.

  • 2.

    WerkSaam kan bij een dringende reden afzien van verlaging.

Artikel 5. Ingangsdatum, tijdsduur verlaging

  • 1.

    Een verlaging van de uitkering vindt plaats in de maand nadat het besluit tot verlaging aan cliënt is verstuurd.

  • 2.

    Een verlaging vindt eerder plaats als een uitkering is/wordt beëindigd of ingetrokken.

  • 3.

    Een verlaging vindt niet plaats in de periode die vooraf gaat aan de maand waarin de gedraging plaats vond.

  • 4.

    Als door het beëindigen of het intrekken van een uitkering de verlaging van een uitkering niet of gedeeltelijk kan plaatsvinden, onderzoekt WerkSaam of de verlaging kan plaatsvinden als een cliënt binnen één jaar na de beëindiging of intrekking weer een uitkering ontvangt.

Artikel 6. Berekeningsgrondslag

  • 1.

    Voor de berekening van een verlaging gaat WerkSaam uit van de uitkeringsnorm van de maand waarin de verlaging plaats vindt.

  • 2.

    Bij bijzondere omstandigheden verdeelt WerkSaam de verlaging over maximaal drie maanden.

Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen bij arbeidsinschakeling (artikel 18, lid 4 Participatiewet)

 

Artikel 7. Hoogte en tijdsduur verlaging

Als een cliënt de verplichtingen zoals genoemd in artikel 18, lid 4 niet of onvoldoende nakomt, dan verlaagt WerkSaam uitkeringsnorm met 100% voor één maand.

 

Niet nakomen van de niet geüniformeerde verplichtingen bij arbeidsinschakeling

 

Artikel 8. Gedragingen in de Participatiewet (artikelen 9, 9a, 18b en 55 Participatiewet)

  • Gedragingen waardoor:

  • • algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen, of

  • • een verplichting zoals genoemd in de artikelen 9, 9a, 18b Participatiewet niet of onvoldoende wordt aangekomen,

    verdeelt WerkSaam in drie categorieën:

  • 1.

    Eerste categorie:

    a. Een cliënt registreert zich niet op tijd als werkzoekende bij het UWV (werk.nl).

    b. Een cliënt werkt niet mee aan de uitvoering van de Participatiewet, waaronder het voldoen aan een uitnodiging om een aangegeven plaats en tijd aanwezig te zijn voor het vinden van werk of re-integratie.

  • 2.

    Tweede categorie;

    a. Een cliënt jonger dan 27 jaar komt tijdens de zoektijd van vier weken zijn verplichtingen onvoldoende na.

    b. Een cliënt laat met zijn houding en gedrag overduidelijk zien dat hij zijn verplichtingen niet wil nakomen.

    c. Een cliënt verricht geen of een onvoldoende tegenprestatie.

    d. Een cliënt komt zijn verplichtingen die moeten leiden tot arbeidsinschakeling, vermindering of beëindiging van de uitkering niet of onvoldoende na.

    e. Een cliënt voldoet niet aan een oproep voor of werkt niet mee aan de verplichte taaltoets.

  • 3.

    Derde categorie:

  • Cliënt probeert niet naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

Artikel 9. Gedragingen in de IOAW en IOAZ (artikel 37 en 38)

  • Gedragingen waardoor:

  • • algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen, of

  • • een verplichting genoemd in de IOAW en IOAZ niet of onvoldoende wordt aangekomen,

  • verdeelt WerkSaam in drie categorieën:

  • 1.

    Eerste categorie:

  • Een cliënt registreert zich niet op tijd als werkzoekende bij het UWV (werk.nl).

  • 2.

    Tweede categorie:

  • a. Een cliënt werkt niet of onvoldoende mee aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

  • b. Een cliënt maakt geen of onvoldoende gebruik van aangeboden voorziening als genoemd in de artikelen 36 en 37, lid 1, onder e van de IOAW en IOAZ.

  • c. Een cliënt verricht geen of een onvoldoende tegenprestatie als genoemd in artikel 9, lid 1 onder c van de Participatiewet.

  • 3.

    Derde categorie:

  • a. Een cliënt probeert niet naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

  • b. Een cliënt aanvaardt geen algemeen geaccepteerde arbeid.

  • c. Een cliënt verliest door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid.

Artikel 10. Hoogte en tijdsduur verlaging

De verlaging bij gedragingen zoals genoemd in de artikelen 8 en 9 is:

  • a.

    20% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedragingen van de eerste categorie.

  • b.

    50% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedragingen van de tweede categorie.

  • c.

    100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedragingen van de derde categorie.

     

Overige gedragingen

 

Artikel 11. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

  • 1.

    WerkSaam verstaat onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid: gedrag (doen of nalaten) van een cliënt, waardoor er zonder dat het nodig is een beroep wordt gedaan op een uitkering.

  • 2.

    Voor een verlaging door tekortschietend besef van verantwoordelijkheid gaat WerkSaam uit van het benadelingsbedrag of de benadelingsperiode. Het benadelingsbedrag is de netto-uitkering die eerder of meer door cliënt is ontvangen.

  • 3.

    Deze verlaging bedraagt 50% van de uitkeringsnorm voor het aantal maanden dat er geen of minder uitkering nodig zou zijn geweest, met een maximum van 36 maanden.

  • 4.

    Kan WerkSaam geen benadelingsbedrag bepalen, dan bedraagt de verlaging 50% van de uitkeringsnorm voor één maand.

Artikel 12. Zeer ernstige gedragingen

  • 1.

    WerkSaam verlaagt de uitkering als een cliënt zich zeer ernstig misdraagt tegenover een bestuurs- of een personeelslid van WerkSaam.

  • 2.

    Onder ernstige gedraging verstaat WerkSaam in ieder geval ongewenst en agressief lichamelijk contact met een bestuurs- of een personeelslid van WerkSaam.

  • 3.

    Deze verlaging bedraagt 100% van de uitkeringsnorm voor één maand.

 

Samenloop en verdere verlaging uitkering bij r ecidive

 

Artikel 13. Samenloop

  • 1.

    Als het bij één gedraging gaat om het niet nakomen van meerdere verplichtingen, dan vindt slechts één verlaging plaats. Voor de hoogte en tijdsduur van deze verlaging geldt de categorie van de hoogste verlaging.

  • 2.

    Als het bij meerdere gedragingen gaat om het niet nakomen van meerdere verplichtingen, dan vindt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging plaats. Dit geldt ook voor gedragingen van geregistreerde partner van de cliënt.

Artikel 14. Recidive

  • 1.

    Bij recidive maakt een cliënt zich binnen twaalf maanden na een eerder besluit tot verlaging opnieuw schuldig aan een gedraging die leidt tot een verlaging.

  • 2.

    Bij een eerste recidive verlaagt WerkSaam de uitkering voor twee maanden.

  • 3.

    Vindt een tweede recidiveplaats vervolgens binnen twaalf maanden plaats, dan verlaagt WerkSaam de uitkering voor drie maanden.

 

Weigeren IOAW/IOAZ- uitkering (artikel 8 )

 

Artikel 15. Blijvend weigeren

WerkSaam kan een uitkering blijvend weigeren als een cliënt geen inkomen heeft, omdat:

  • a.

    Cliënt geen algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt.

  • b.

    Cliënt door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid heeft.

Artikel 16. Tijdelijk weigeren

WerkSaam kan een uitkering tijdelijk weigeren als een cliënt inkomen had kunnen hebben, maar de arbeidsovereenkomst met een cliënt is beëindigd:

  • a.

    Met een dringende reden als verwijtbare ontslaggrond.

  • b.

    Op eigen verzoek van een cliënt, waarbij voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijk was geweest.

Artikel 17. Samenloop weigering en verlaging uitkering IOAW/IOAZ

Als WerkSaam de uitkering blijvend of tijdelijk weigert en de gedraging zou ook kunnen leiden tot een verlaging, dan laat WerkSaam een verlaging van de uitkering achterwege.

 

Slotbepalingen

 

Artikel 18. Hardheidsclausule

Als deze verordening niet of niet naar redelijkheid voorziet, kan het dagelijks bestuur in bijzondere gevallen in het voordeel van de cliënt beslissen.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze gewijzigde verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 juli 2018.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening WerkSaam Westfriesland.

 

 

 

Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 12 juli,

De voorzitter, D. te Grotenhuis

De directeur, M.J. Dölle

 

 

Toelichting

 

Artikel 2. Zienswijze cliënt

WerkSaam is niet verplicht om de cliënt vooraf om een zienswijze te vragen. WerkSaam kiest ervoor dit wel te doen, omdat dit leidt tot een zorgvuldig en beter afgewogen besluit. De reactie van de cliënt op de beslissing kan mondeling en schriftelijk.

 

Artikel 3. Besluit verlaging uitkering

Een besluit vermeldt ook de “Inkeerregeling”. Met de inkeerregeling kan de cliënt vragen of WerkSaam de verlaging wil stoppen. WerkSaam kan dit doen als de cliënt laat zien dat hij zijn verplichtingen weer nakomt.

 

Artikel 4. Afzien van verlaging

WerkSaam verlaagt een uitkering niet als iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Als WerkSaam de uitkering niet verlaagt, dan telt de misdraging niet meer mee bij recidive (artikel 14). Als een misdraging al langere tijd (langer dan 3 jaar) geleden plaats vond, vindt ook geen verlaging meer plaats en ontvangt cliënt de volledige uitkering.

 

Bij een dringende reden gaat het om iets bijzonders en uitzonderlijks, bijvoorbeeld verstrekkende financiële of sociale gevolgen voor cliënt en zijn gezin. Vaste rechtspraak is hierbij wel dat het feit dat een verlaging de cliënt financieel zwaar treft geen dringende reden oplevert. Financiële pijn is onlosmakelijk verbonden aan het verlagen van een uitkering.

 

Artikel 5. Ingangsdatum, tijdsduur verlaging

Het verlagen van een uitkering in de nabije toekomst, betekent dat terugvorderen van teveel betaalde uitkering door WerkSaam achterwege kan blijven.

 

Een verlaging kan niet los worden gezien van het recht op uitkering. Dit betekent dat een verlaging niet mogelijk is zodra een cliënt geen recht meer heeft op een uitkering. Wanneer een cliënt opnieuw een uitkering ontvangt, kijkt WerkSaam of de niet uitgevoerde verlaging alsnog kan plaatsvinden.

 

Artikel 6. Berekeningsgrondslag en verrekening

Bij bijzondere omstandigheden moet worden gedacht aan (dreigende) huisuitzetting of afsluiting van gas, elektra of water omdat cliënt de vaste lasten niet meer kan betalen.

 

Artikel 7. en 8. Geüniformeerde en niet geün iformeerde verplichtingen

Artikel 18, lid 4 vermeldt de verplichtingen die altijd een verlaging (100%) van de uitkering opleveren. Dit worden ook wel de geüniformeerde arbeidsverplichtingen genoemd.

 

In de artikelen 9, 9a, 18b en 55 Participatiewet staan vervolgens de (niet-geüniformeerde) arbeidsverplichtingen die ook een verlaging opleveren. Deze verlaging is qua hoogte onderverdeeld in 20, 50 en 100%. De hoogte van de verlaging hangt samen met de ernst van de gedraging. Een gedraging is ernstiger als dit meer gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.

 

Artikel 9. en 10. Gedragingen in de IOAW / IOAZ en verlaging

Ook de IOAW en de IOAZ bieden de mogelijkheid om een uitkering te verlagen en zelfs te weigeren. Ook hier gaat de verordening uit van gedragingen die qua ernst in drie categorieën zijn onderverdeeld, met een verlaging die daarbij past.

 

Artikel 1 1. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

De Participatiewet, IOAW en IOAZ gaan er vanuit dat mensen in hun eigen levensonderhoud voorzien. Lukt dat niet, dan komt het vangnet van een uitkering in beeld. Dit betekent ook dat alle voorzieningen die aan dit vangnet vooraf gaan, moeten zijn benut. Voorzieningen zoals bijv. de Werkloosheidswet (WW), alimentatie, maar ook passend onderwijs.

 

Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft een cliënt langer of voor een hoger bedrag uitkering ontvangen door:

  • a.

    het door eigen schuld verliezen inkomen;

  • b.

    het door eigen schuld te laat aanvragen of verspelen van een (voorliggende) voorziening;

  • c.

    het verwijtbaar stoppen met een studie, waardoor bijvoorbeeld de studiefinanciering weg valt;

  • d.

    het niet verkrijgen, aanvaarden en behouden van algemeen geaccepteerd arbeid voor de uitkeringsaanvraag;

  • e.

    het op onverantwoorde wijze interen van meer dan bescheiden vermogen. Dit houdt in dat cliënt per maand meer uitgeeft dan ongeveer 1,5 x de geldende uitkeringsnorm.

Met de verlaging van 50% blijft de cliënt verzekerd van inkomen om in zijn levensonderhoud te voorzien.

 

Artikel 12. Zeer ernstige mis gedragingen

Het gaat hier om zeer ernstig wangedrag (of pogingen daartoe) naar de medewerkers en bestuursleden bij WerkSaam. Het gaat om wangedrag dat tijdens werktijd plaats vindt; buiten werktijd is alleen het strafrecht van toepassing.

 

Wat verstaat WerkSaam onder het begrip “zeer ernstige misdragingen”? Het gaat in elk geval om diverse vormen van agressie, die verwijtbaar zijn en die in het normale menselijk verkeer in alle gevallen onacceptabel zijn. Voorbeelden: verbaal geweld (schelden, beledigen), agressie (schoppen, slaan, dreigen met gooien van voorwerpen naar een persoon), intimidatie, beïnvloeding via direct contact, telefoon, post, mail en/of sociale media en het veroorzaken van schade aan het gebouw, meubilair, auto of fiets.

 

Ook handelingen die grote en mogelijk blijvende impact hebben op mensen vallen onder ‘zeer ernstige misdragingen’. Zoals het opzette van gerichte lastercampagnes, seksuele intimidatie, het tonen van steek en/of vuurwapens evenals (pogingen) tot opsluiting. Per geval bekijkt WerkSaam of aangifte wordt gedaan.

 

Artikel 13. Samenloop

Van samenloop is sprake bij:

  • a.

    één gedraging, waarbij cliënt meerdere verplichtingen niet nakomt (zgn. eendaadse samenloop), of

  • b.

    meerdere gedragingen, waarbij cliënt één of meerdere verplichtingen niet nakomt, de zgn. meerdaadse samenloop.

Bij eendaadse samenloop wordt één verlaging toegepast, waarbij qua percentage en duur de hoogste verlaging telt. Bij meerdaadse samenloop geldt dat voor iedere gedraging een aparte verlaging plaats vindt. Deze verlagingen worden in beginsel tegelijkertijd toegepast. De hoofdregel is hierbij dat de optelsom van de verlagingen niet meer kan zijn dan 100%. Het meerdere schuift WerkSaam niet door naar de toekomst.

 

Artikel 14 . Recidive

Als een cliënt binnen twaalf maanden weer in de fout gaat, dan rekent WerkSaam deze hernieuwde fout de cliënt zwaarder aan. De tijdsduur van de verlaging wordt dan verdubbeld.

 

Artikel 15 . en 1 6 . Weigeren uitkering IOAW/IOAZ

Bij de tijdelijke weigering van een uitkering gaat het om situaties die aan een uitkeringsaanvraag vooraf gaan. Bij een blijvende weigering van een uitkering gaat het om situaties die spelen tijdens een uitkeringsperiode.

 

Artikel 17. Samenloop weigering en verlaging uitkering IOAW/IOAZ

WerkSaam kan een IOAW-/IOAZ-uitkering weigeren als een cliënt inkomen had kunnen hebben, maar dit heeft nagelaten. De vraag of WerkSaam een verlaging toepast, speelt pas als duidelijk is of een uitkering wordt geweigerd. Deze laatste beoordeling gaat voor. Pas als WerkSaam vindt dat een uitkering niet wordt geweigerd, pas dan kan een verlaging worden toegepast. Artikel 17 is bedoeld om mogelijke samenloop te voorkomen.

Inhoudsopgave

Er is geen inhoudsopgave aanwezig.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl