Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2017
Nr. 581

Gepubliceerd op 17 oktober 2017 09:00





Subsidieregeling van het dagelijks bestuur van het Waddenfonds van 29 september 2017, kenmerk 2017 / nr. 02, houdende nadere regels met betrekking tot de openstelling van een aanvraagperiode en de vaststelling van een subsidieplafond (Subsidieregeling Waddenfonds 2017-02)

Het dagelijks bestuur van het Waddenfonds, gelet op artikel 1.4 van de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017, besluit de navolgende Subsidieregeling vast te stellen:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:

Subsidieverordening: De Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017;

VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

Uitvoeringsprogramma: Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2017, dat als bijlage bij deze subsidieregeling is gevoegd

Kernkwaliteiten: De kernkwaliteiten van het Waddengebied zijn cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle elementen, natuurlijke dynamiek, rust, ruimte, duisternis, landschap en vergezichten.

TRL-model: Technology Readiness Level-model van NASA, waarin het ontwikkelingsproces van technologische innovaties is verdeeld in negen fases.

Artikel 1.2 Subsidieverstrekking

Op subsidieverstrekking is de Subsidieverordening van toepassing.

Artikel 1.3 Verdeelsystematiek en subsidieplafond

Subsidie wordt verdeeld op basis van rangschikking, aan de hand van de toetsingscriteria in artikel 1.12. Aanvragen met minder dan 70 punten komen niet voor subsidie in aanmerking.

Het subsidieplafond bedraagt € 9.458.000,-.

Artikel 1.4 Aanvraag

  • 1.

    Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van maandag 18 december 2017 tot donderdag 25 januari 2018 tot 12:00 uur bij het Waddenfonds (mailto:info@waddenfonds.nl) of Ruiterskwartier 121A, 8911 BS Leeuwarden).

  • 2.

    De subsidieaanvraag omvat tenminste een:

    • a.

      aanvraagformulier;

    • b.

      projectplan (zie toelichting voor vormvereisten);

    • c.

      begroting en (sluitend) financieringsplan (zie toelichting voor vormvereisten);

    • d.

      exploitatieplan en / of businesscase (zie toelichting voor vormvereisten).

Artikel 1.5 Kring van aanvragers

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking:

  • a.

    publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van Rijk(sdiensten) en provincies;

  • b.

    privaatrechtelijke rechtspersonen;

  • c.

    ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.

  • d.

    samenwerkingsverbanden van partijen onder a, b en c.

Artikel 1.6 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de in het Uitvoeringsprogramma genoemde subsidiabele activiteiten van de thema’s 1 t/m 8 van de inhoudsopgave.

  • 2.

    Er wordt geen subsidie verstrekt voor:

    • a.

      restauratie van Rijksmonumenten;

    • b.

      fysieke aanpassingen aan cultuurhistorische bouwwerken, als deze niet monumentaal zijn (als zodanig vermeld op provinciale of gemeentelijke inventarisatielijsten);

    • c.

      marketing- of haalbaarheidsstudies;

    • d.

      reguliere investeringen, reguliere beheer- en onderhoudswerken en het voldoen aan wettelijke voorschriften.

Artikel 1.7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie voor activiteiten, die naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107, eerste lid, VWEU, bedraagt nooit meer dan 90% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    De subsidie wordt berekend met toepassing van artikelen 1.6 en 1.8 van deze Subsidieregeling, de artikelen 1.6, 1.7, de beleidsregel ‘nadere bepalingen subsidiabele kosten Waddenfonds 2017’ en bijlage 1 van de Subsidieverordening.

  • 3.

    Het subsidiepercentage of subsidiebedrag wordt naar beneden bijgesteld indien:

    • a.

      er sprake is van overfinanciering;

    • b.

      subsidie het tekort op de onrendabele top overstijgt.

  • 4.

    De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000 per aanvraag.

Artikel 1.8 Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.7 van de Subsidieverordening komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor evenementen boven 10% van de projectbegroting;

  • b.

    kosten voor websites boven 10% van de projectbegroting;

  • c.

    kosten voor filmmateriaal boven 10% van de projectbegroting;

  • d.

    kosten voor informatievoorziening (als onderdeel van natuurprojecten) boven 10% van de projectbegroting.

Artikel 1.9 Vereisten

Onverminderd het bepaalde in artikel 2.6 van de Subsidieverordening, wordt om voor subsidie in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project heeft ten minste een bovenlokaal effect;

  • b.

    de kernkwaliteiten van het Waddengebied worden niet aangetast;

  • c.

    het project heeft een eigenstandig karakter;

  • d.

    het project gaat in ambitie en doelen significant verder dan vastgelegd in vigerend beleid of wet- en regelgeving of voldoet hier significant sneller dan gesteld of vereist aan;

  • e.

    het project past binnen de door provinciale staten respectievelijk het algemeen bestuur vastgestelde beleids- en uitvoeringskaders met betrekking tot het werkingsgebied van het Waddenfonds;

  • f.

    de subsidiabele kosten bedragen € 200.000 of meer;

ingeval de aanvraag een of meer onderstaande elementen bevat, zal ook aan betreffende vereiste(n) moeten worden voldaan:

  • g.

    te ontwikkelen of te herstellen landschapselementen zijn onderdeel van cultuurhistorisch waardevolle patronen en structuren;

  • h.

    pilots hebben een ‘leren door doen’ karakter en zijn gericht op beantwoording van praktijkgerichte kennisvragen d.m.v. het uitvoeren van tests met een voorziene uitrol in het Waddengebied;

  • i.

    de activiteiten van technologische (pilot)projecten bevinden zich in de Technology Readiness Levels (TRL’s) 4 tot en met 8;

  • j.

    wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk en ondersteunend aan de (overige) projectactiviteiten en -doelstellingen.

Artikel 1.10 Adviescommissie

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stelt een externe adviescommissie in die tot taak heeft te adviseren over de rangschikking van aanvragen.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur stelt voor de adviescommissies een reglement vast.

Artikel 1.11 Rangschikking

  • 1.

    Aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 2.6 Subsidieverordening of artikel 1.9 van deze subsidieregeling afwijzend is beslist, worden voor advies voorgelegd aan de adviescommissie.

  • 2.

    De adviescommissie rangschikt de voor subsidieverlening in aanmerking komende aanvragen zodanig dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naarmate die meer voldoet aan de toetsingscriteria als bedoeld in artikel 1.12.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking. Het dagelijks bestuur kan gemotiveerd van het advies van de commissie afwijken.

  • 4.

    Als aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen bepaald door het puntenaantal van het criterium voor ‘Bijdrage aan de doelen Waddenfonds’. Indien dit puntenaantal ook gelijk is, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 1.12 Toetsingscriteria

  • a)

    Bijdrage aan doelen Waddenfonds (40 punten)

    • -

      De mate waarin het project bijdraagt aan de hoofddoelen van het Waddenfonds;

    • -

      De mate waarin het project bijdraagt aan de themadoelen inclusief de bijbehorende indicatoren (per betreffend themadoel toelichten);

    • -

      De verwachte bijdrage wordt gerelateerd aan de gevraagde bijdrage (value for money);

    • -

      De mate waarin het project aansluit op en zich verhoudt tot het Waddengebied als geheel;

  • b)

    Kwaliteit van de aanvraag (15 punten)

    • -

      Kwaliteit van de aanvrager(s)

      • o

        Zijn, gelet op de doelstelling van de aanvraag, de juiste partijen betrokken?

      • o

        Het track record van de aanvrager(s);

      • o

        In geval van samenwerking, de kwaliteit van het samenwerkingsverband op basis van onderling gemaakte afspraken

    • -

      Kwaliteit van het projectplan

      • o

        Mate van concreetheid van de aanvraag

      • o

        Logische samenhang tussen doelstellingen en activiteiten

      • o

        Duidelijk inzicht in projectrisico’s en beheersmaatregelen

      • o

        Mate van onderbouwing van de begroting

  • c)

    Kwaliteit van de business case / exploitatieplan (25 punten)

    • -

      De mate waarin wordt gestuurd op een maximaal en / of langdurig (structureel) effect van het project na afloop van de projectperiode.

      • o

        Bij innovatieve (pilot)projecten wordt beoordeeld hoe de aanvrager inspeelt op de technische, organisatorische, economische en financiële aspecten van de business case. Te denken valt aan technologische risico’s, vermarkting-, patent- en financieringsstrategieën.

      • o

        Bij fysieke investeringen wordt beoordeeld hoe het onderhoud en de instandhouding is geborgd (ingebed).

  • d)

    Duurzame ontwikkeling (20 punten)

    • -

      De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de ecologische, economische en sociale-culturele dimensie van duurzame ontwikkeling, waarbij een bijdrage aan meerdere dimensies een pre is;

    • -

      De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan behoud en / of versterking van de kernkwaliteiten van het Waddengebied.

Hoofdstuk 2 Slotbepaling

Artikel 2.1 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Waddenfonds 2017- 02 en treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het publicatieblad van het Waddenfonds.

 

Leeuwarden, 29 september 2017

Dagelijks bestuur Waddenfonds

H. Staghouwer

Voorzitter

D. Hamhuis

Secretaris

Toelichting bij het Subsidieregeling Waddenfonds 2017-02 1

Algemeen

In het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2017 heeft het algemeen bestuur aangegeven welke thema’s, projecten, maatregelen en activiteiten het Waddenfonds wil stimuleren door middel van het beschikbaar stellen van subsidies. Dit betreft de thema’s (1) Natuur, (2) Werelderfgoed, cultuurhistorie en landschapsontwikkeling, (3) Bodem, water licht en geluid, (4) Duurzame recreatie en duurzaam toerisme, (5) Verduurzaming energiehuishouding, (6) Duurzame waddenhavens, (7) Duurzame visserij en (8) Duurzame agrarische sector en de daaronder vallende themalijnen.

Met deze subsidieregeling stelt het Waddenfonds zich open voor aanvragen die betrekking hebben op bovengenoemde thema’s.

 

Het Waddenfonds wil projecten stimuleren die de kwaliteit van het waddengebied verbeteren. Deze regeling biedt de gelegenheid om aanvragen voor elk van de thema’s en bij voorkeur met aanvragen voor meerdere thema’s / doelen in te dienen (‘koppelkansen’). Het betreft een brede openstelling (acht thema’s) voor de periode 18 december 2017 tot 25 januari 2018 12:00 uur in de vorm van een tender. Dit betekent dat alle complete aanvragen die voor de sluitingsdatum/tijd zijn ingediend worden beoordeeld, waarbij de aanvragen die voldoen aan de gestelde vereisten worden gerangschikt naar de mate waarin deze voldoen aan de gestelde criteria. Projecten dienen in ieder geval minimaal 70 van de mogelijke 100 punten te krijgen in de beoordeling om voor subsidie in aanmerking te komen.

Voor elk project is maximaal € 500.000,- te verstrekken en voor het geheel van de te verlenen subsidies is maximaal € 9.458.000,- beschikbaar.

 

Het Waddenfonds is voornemens In de loop van 2018 (na bekendmaking van de verleningen of afwijzingen) een soortgelijke regeling open te stellen. Dat biedt enerzijds de kans om meer tijd te nemen om uw projectvoorstel uit te werken en dan in te dienen of – ingeval van afwijzing bij deelname aan voorliggende regeling – uw aanvraag aan te passen en opnieuw in te dienen.

 

Koppelkansen

Het Waddenfonds roept aanvragers op met hun projectvoorstel niet alleen te voldoen aan de vereisten en criteria voor één van de thema’s maar daarbij koppelingen te leggen met doelrealisatie op één of meer van de andere thema’s (zie Uitvoeringsprogramma Waddenfonds). Kijk naar de bijdrage die het project kan leveren aan de andere Waddenfondsdoelen. Zoek naar mogelijkheden (met anderen) om uw projectvoorstel te verbreden en daarmee ook bij te dragen aan realisering van de andere doelen van het Waddenfonds.

 

Een dergelijke integrale aanpak levert in de regel aan meerdere dimensies (ecologisch, economisch en sociaal-cultureel) van duurzame ontwikkeling. Een bijdrage aan meerdere dimensies wordt in de beoordeling van de aanvraag extra gewaardeerd. (zie art. 1.12 d).

 

Toetsing

Een subsidieaanvraag wordt getoetst aan de bepalingen, eisen en criteria die in deze regeling staan vermeld. De vereisten en criteria in deze regeling zijn leidend. Daarnaast wordt een aanvraag getoetst aan de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017 en aan de beleidsregel ‘nadere bepalingen subsidiabele kosten Waddenfonds 2017’.

Uitgangspunten en achtergronden zijn nader uiteengezet in het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds. De documenten zijn te vinden op de website van het Waddenfonds (www.waddenfonds.nl) onder het kopje documenten.

 

In deze toelichting worden de vereisten uit de hierboven genoemde documenten nader toegelicht.

 

Algemene Subsidieverordening

Subsidieaanvragen worden getoetst aan de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017 en daarbij worden de nadere bepalingen van de beleidsregel ‘nadere bepalingen subsidiabele kosten Waddenfonds 2017’ gehanteerd.

In bijlage 1 van de Algemene Subsidieverordening worden de subsidiabele activiteiten omschreven afgeleid van de Europese staatssteunkaders.

In artikel 2.6 van de Algemene Subsidieverordening is bepaald dat geen subsidie wordt verstrekt als:

  • a)

    de activiteit niet of niet in overwegende mate bijdraagt aan de doelstelling van het Waddenfonds;

  • b)

    de activiteit niet of niet in overwegende mate gericht is op het Waddengebied;

  • c)

    de activiteit betrekking heeft op reguliere investeringen of reguliere beheer- of onderhoudswerken;

  • d)

    er een gegronde reden bestaat dat de uitvoering van een voorgenomen activiteit een inbreuk zal maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzame ontwikkeling;

  • e)

    de subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan een vastgesteld drempelbedrag;

  • f)

    de gevraagde financiële bijdrage niet in een redelijke verhouding staat tot het beoogde projectresultaat (value for money);

  • g)

    ten aanzien van de subsidieaanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat, volgend op een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;

  • h)

    de aanvrager van de subsidie een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • i)

    er een gegronde reden bestaat dat het project in financiële, organisatorische, technische of economische zin niet haalbaar is;

  • j)

    er een gegronde reden bestaat dat de exploitatie na de projectperiode niet kan worden gerealiseerd;

  • k)

    er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde.

 

Beleidsregel ‘nadere bepalingen subsidiabele kosten Waddenfonds 2017’

In de beleidsregel heeft het dagelijks bestuur nadere bepalingen vastgelegd t.a.v. de hoogte van subsidies voor een aantal specifieke voorzieningen en voor subsidiabele kosten.

 

Uitvoeringsprogramma Waddenfonds

Het Uitvoeringsprogramma beschrijft de doelen en subsidiabele activiteiten per thema. Het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds is als bijlage bij deze regeling gevoegd en is tevens te vinden op www.waddenfonds.nl.

 

Artikelsgewijze toelichting

Onderstaand wordt bij artikelen (van het openstellingsbesluit) nadere uitleg gegeven over de gedachte achter het artikel.

 

Artikel 1.3 Verdeelsystematiek en subsidieplafond

Subsidieaanvragen worden conform de tendersystematiek behandeld. Dit betekent dat aanvragen die op tijd zijn ontvangen, na de sluitingsdatum:

  • worden getoetst op volledigheid (op het aanvraagformulier staat welke onderbouwing en documenten moeten worden meegezonden. Let op een rechtmatige ondertekening!); en

  • worden getoetst op ontvankelijkheid: voldoet het project aan de vereisten van deze subsidieregeling en de voorwaarden van de subsidieverordening.

Als een subsidieaanvraag volledig en ontvankelijk is, dan wordt de aanvraag doorgeleid naar de adviescommissie van externe deskundigen. Dit is een onafhankelijke commissie die de subsidieaanvragen op basis van de toetsingscriteria van deze regeling (artikel 1.12) gaat rangschikken. Dit geschiedt aan de hand van een puntentoekenning per criterium en motivering. Van de in totaal 100 toe te kennen punten moet een project minimaal 70 punten behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.

 

Alle projecten waar de commissie meer dan 70 punten aan toekent worden door de commissie aan het dagelijks bestuur voorgelegd met een positief advies. Het is vervolgens aan het dagelijks bestuur te bezien of de positief beoordeelde subsidieaanvragen voor subsidieverlening in aanmerking komen. Daarbij is bepalend of het gestelde subsidieplafond toereikend is. Zo niet, dan ontvangen de hoogst gerangschikte projecten die nog passen onder het plafond een verleningsbeschikking en worden de overige aanvragen afgewezen vanwege het bereiken van het subsidieplafond.

 

Artikel 1.4 Aanvraag

De aanvraag moet volledig zijn en omvat – naast het aanvraagformulier – tenminste het projectplan, de begroting en financieringsplan en het exploitatieplan en/of de businesscase. Voor deze documenten gelden vormvereisten die als bijlagen bij deze regeling zijn gevoegd.

 

Het is van groot belang dat de subsidieaanvraag volledig is (inclusief een rechtmatige handtekening). Naast het aanvraagformulier worden enkele andere documenten vereist. Lees hiervoor ook het aanvraagformulier zeer zorgvuldig! In ieder geval moeten worden aangeleverd een:

  • Aanvraagformulier;

  • Projectplan (zie hierna en bijlage voor vormvereisten);

  • (Meerjaren)begroting voorzien van een toelichting en (sluitend) financierings-/dekkingsplan (zie bijlage voor vormvereisten);

  • Exploitatieplan en/of Businesscase (zie bijlage voor vormvereisten).

 

Uit de geleverde informatie moet in ieder geval blijken:

  • Waarom het project wordt uitgevoerd;

  • Wat het hoofddoel is van het project;

  • Welke veranderingen en effecten met het project worden bereikt;

  • Welke concrete producten worden geleverd;

  • Hoe de kwaliteit van de producten (indicatoren) kan worden getoetst aan de gestelde eisen;

  • Welke werkzaamheden zijn nodig om de verschillende producten te realiseren;

  • Hoeveel menskracht, materiaal en materieel zijn nodig om het project uit te voeren en gedurende welke periode;

  • Welke kosten zijn gemoeid met de inzet van menskracht, materiaal en materieel.

 

Het projectplan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende zaken:

  • De bijdrage aan de doelen en thema’s Waddenfonds. Geef duidelijk aan wat het hoofddoel is van het project, waarom het wordt uitgevoerd en welke veranderingen en effecten met het project worden bereikt. Leg daarbij de relatie tussen doelen (thema’s), activiteiten, geraamde kosten en output. Geef aan wat de planning is van de activiteiten.

  • Duidelijke rolverdeling van de samenwerkende partijen (organisatie); Welke concrete producten worden opgeleverd en formuleer daarvoor duidelijke outputindicatoren (ook goed toegelicht: Hoe de kwaliteit van de producten (indicatoren) kan worden getoetst aan de gestelde eisen);

  • Hoe is de bewaking van de voortgang van het project en de monitoring geregeld;

  • Hoe is de follow up (na de subsidieperiode) van het project gegarandeerd.

  • Samenvattend overzicht van de begroting. Voor de hoofdactiviteiten de geraamde kosten en aan de hand van het financierings-/dekkingsplan aangeven uit welke bronnen de kosten moeten worden gedekt (incl. gevraagd subsidiepercentage Waddenfonds).

  • Risicoparagraaf.

  • Motivering passen binnen staatssteunregelgeving.

 

Uitgewerkte begroting en het financierings-/dekkingsplan

In de begroting werkt u per activiteit uit welk type kosten en de hoogte van de kosten worden geraamd. Daarbij moet het financierings-/dekkingsplan zo veel mogelijk onderbouwd zijn met schriftelijke toezeggingen van cofinanciering. Duidelijk moet worden hoe het gehele overige bedrag (buiten de Waddenfondssubsidie) wordt gedekt. Het Waddenfonds beoordeelt de hardheid van de dekking van de (co)financiering. Bewijzen van beschikbaarheid (cofinancieringsbewijzen) of aanvragen tot cofinanciering (overige subsidieaanvragen) moeten bij de aanvraag worden gevoegd.

In het geval van aanvragen tot cofinanciering bij een waddenprovincie dient minimaal een kopie van de aanvraag van de provinciale cofinanciering te worden bijgevoegd.

 

Het exploitatieplan en/of de businesscase geeft een doorkijk naar de toekomst, de periode na afloop van de realisatie van het project. Het gaat dan om een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de exploitatie: o.a. bezoekersaantallen, maar ook een onderbouwing van de relevante markt en doelgroep, de concurrentiepositie, de marketingstrategie, analyse risico’s, etc.

Een SWOT-analyse (analyse van sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen), gevoegd bij de businesscase wordt sterk aangeraden.

  • Het Waddenfonds richt zich primair op concrete, fysieke projecten die structureel de kwaliteiten van het waddengebied vergroten.

  • Voor het bevorderen van marktwerking en ondernemerschap, vanwege aantoonbaar (commercieel) draagvlak van het project en om de kans op een rendabele exploitatie van het project te vergroten, wordt geëist dat in het projectplan en de begroting een private bijdrage is opgenomen.

 

Artikel 1.7 Hoogte van de subsidie

Een aanvrager moet motiveren of er sprake is van staatssteun en, indien dit het geval is, onder welk staatssteunkader steun geoorloofd is. In deze openstelling wordt alleen steun verstrekt waarbij geen sprake is van staatssteun én geoorloofde staatssteun onder de de-minimis regelgeving of onder bijlage 1 van de Subsidieverordening.

 

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de subsidiabele kosten, indien geen sprake is van staatssteun. Als wel sprake is van staatssteun, dan zijn de specifieke Europese staatssteunkaders bepalend voor de vraag hoe hoog het maximale subsidiepercentage mag zijn, maar nooit meer dan 90%. Overigens gaat het bij staatssteun altijd om totale overheidssteun aan een project, dus ook bijvoorbeeld cofinanciering van andere overheden (zoals het Rijk, gemeenten en provincies). Het stapelen van deze subsidies is mogelijk tot het genoemde maximum in het desbetreffende staatssteunkader.

 

Voor activiteiten gericht op infrastructurele voorzieningen en voor activiteiten gericht op instandhouding of versterking van landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren (cultureel erfgoed, zowel bouwwerken en landschapselementen) bedraagt de subsidie maximaal 40% van de subsidiabele kosten. Voor landschapselementen die louter natuurgericht zijn (ecologisch hoofddoel) kan max. 90% WF-subsidie worden verstrekt. Een en ander is bepaald in de beleidsregel ‘nadere bepalingen subsidiabele kosten Waddenfonds 2017’

.

Bijvoorbeeld:

  • Fiets- en voetpaden, kaden of beschoeiingen en andere infrastructurele voorzieningen: max. 40%

  • Een ecologische oeverinrichting met/zonder beplanting max. 90%, maar de beschoeiing als onderdeel van de begroting: 40%.

  • Eendenkooien: 40%. Kan weliswaar ook ecologisch interessant zijn, maar wordt primair ‘gerestaureerd’ als cultuurhistorisch element.

  • De reconstructie van een terp (grondwerk): 40%.

 

Artikel 1.9 Vereisten

Wetenschappelijk onderzoek is alleen subsidiabel als het noodzakelijk en ondersteunend is aan de (overige) projectactiviteiten en -doelstellingen. De onderzoekskosten zijn ondergeschikt aan de kosten om het project te realiseren. In het projectplan zal een duidelijke koppeling tussen het onderzoek en de projectactiviteiten gelegd moeten worden. Het moet evident zijn dat de activiteit op een bepaalde wijze moet uitgevoerd worden of pas uitgevoerd worden nadat wetenschappelijk onderzoek dit heeft uitgewezen. De onderzoeksresultaten moeten openbaar toegankelijk zijn en maken onderdeel uit van de voortgangs- en eindrapportage van het project.

 

 

Leeuwarden, 27 september 2017

 

Dagelijks bestuur Waddenfonds,

 

H.Staghouwer D. Hamhuis

Voorzitter Secretaris

Bijlagen:  

  • o

    Aanvraagformulier

  • o

    Model projectplan

  • o

    Model Begroting en Financieringsplan

  • o

    Model Exploitatieplan / Businesscase

  • o

    Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2017

 


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl