﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2156/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>2156</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><achternaam>Teunissen</achternaam></naam> (PvdD) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei, van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Buitenlandse Zaken over <kamervraagonderwerp>diepzeemijnbouw</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-04-01">1 april 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Berendsen</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="BZ">Buitenlandse Zaken</organisatie>), mede namens de Ministers van Klimaat en Groene Groei, van Landbouw, Visserij, Voedsel<?xpp afbm?>zekerheid en Natuur, van Minister van Economische Zaken en Klimaat, van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen  <datum isodatum="2026-06-05">5 juni 2026</datum>). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-1698" soort="document" status="actief">1698</extref>.</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Kunt u bevestigen dat de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA)-Raad van maart 2026 het besluit heeft genomen om onderzoek naar mogelijke schendingen van contractuele verplichtingen door contractanten voort te zetten, en welke positie heeft Nederland hier tijdens de Raad over ingenomen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Het besluit van 19 maart 2026 van de Raad van de Internationale Zeebodemautoriteit (Autoriteit) biedt de Juridische en Technische Commissie van de Autoriteit (JTC) inderdaad grondslag om het onderzoek voort te zetten naar contractanten die mogelijk hun contractuele verplichtingen hebben geschonden of het risico lopen hun contractuele verplichtingen te schenden. Dat onderzoek richt zich onder andere op de vraag of deze contractanten handelen in overeenstemming met het multilaterale juridische raamwerk dat is opgetuigd door het VN-Zeerechtverdrag en de daarbij horende Overeenkomst betreffende de uitvoering van Deel XI van het VN-Zeerechtverdrag (1994 Overeenkomst). Nederland heeft dit jaar geen stem in de totstandkoming van Raadsbesluiten, omdat Nederland in 2026 geen Raadszetel heeft. Niettemin heeft Nederland als waarnemer bij de Raadsvergadering onder meer uitgesproken de JTC te steunen in het voortzetten van dit onderzoek. Ook heeft Nederland nogmaals herhaald dat alle activiteiten op de zeeën en de oceaan, met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen plaats te vinden binnen het alomvattend juridisch kader van het VN-Zeerecht<?xpp afbm?>verdrag.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Is er voor Nederland nog een bijzondere rol binnen de ISA weggelegd, aangezien één van de contractanten een Zwitsers-Nederlands bedrijf is? Zijn er door de ISA ook directe vragen gesteld aan de Nederlandse overheid? Zo ja, wat was de reactie van het kabinet hierop?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>De JTC heeft voor het onderzoek, zoals benoemd in het antwoord op vraag 1, enkel vragen gesteld aan contractanten van de Autoriteit. De JTC heeft dan ook geen vragen gesteld aan Nederland. Contractanten zijn namelijk in eerste instantie ook zelf verantwoordelijk voor hun diepzeemijnbouwactiviteiten, en het naleven van alle contractuele verplichtingen. Zoals ook toegelicht in de beantwoording van Kamervragen van het lid Teunissen (PvdD)<noot id="ID-2156-d41e81" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="kv-tk-2025Z15571" soort="document" status="actief">2025Z15571</extref></noot.al></noot>, is in het VN-Zeerechtverdrag verder geregeld dat contractanten een <nadruk type="cur">Sponsoring State</nadruk> moeten hebben die garant staat voor naleving van de internationale regels voor diepzeemijnbouw onder het VN-Zeerechtverdrag door hun contractanten, en die de Autoriteit ondersteunen bij het toezicht op de activiteiten van en handhaving van de naleving door contractanten. Nederland is niet betrokken bij de activiteiten van bedrijven in het kader van de Autoriteit, niet als <nadruk type="cur">Sponsoring State</nadruk> en niet als vlaggenstaat. Het kabinet zal zich ervoor blijven inzetten dat diepzeemijnbouwactiviteiten op de internationale zeebodem plaatsvinden in overeenstemming met het VN-Zeerechtverdrag en onder auspiciën van de Autoriteit.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Bent u bekend met het rapport «Inquiry On Potential Breaches By ISA Contractors» van Greenpeace International<noot id="ID-2026Z06772-d41e61" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Greenpeace, maart 2026, «Inquiry on potential breaches by ISA contractors», <?xpp afbreek?>(<extref soort="URL" doc="https://www.greenpeace.org/static/planet4-international-stateless/2026/03/40094db7-isa_contractors_greenpeace_international.pdf" status="actief">https://www.greenpeace.org/static/planet4-international-stateless/2026/03/40094db7-isa_contractors_greenpeace_international.pdf</extref>)</noot.al></noot>?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>Ja.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Kunt u bevestigen dat Allseas inderdaad valt onder het ISA-onderzoek, aangezien in het rapport staat dat Allseas, via dochterbedrijf Blue Minerals Jamaica (BMJ) en de samenwerking met TMC, mogelijk onder het lopende ISA-onderzoek valt naar overtreding van contractregels?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>Het tussentijdse rapport van de voorzitter van de JTC noemt geen namen van partijen waar de JTC (vervolg)onderzoek naar doet. Het is wel bekend dat de Autoriteit vragen heeft gesteld aan alle contractanten van de Autoriteit in hoeverre zij voldoen aan contractuele verplichtingen om zich aan het VN-Zeerechtverdrag en de 1994 Overeenkomst te houden. Ook is bekend dat alle contractanten van de Autoriteit hierop hebben gereageerd.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Erkent u dat Allseas een sleutelpositie inneemt binnen de plannen voor diepzeemijnbouw door The Metals Company via de Amerikaanse vergunningaanvraag, aangezien het bedrijf de essentiële technologie en het diepzeemijnbouwschip «Hidden Gem» levert? Hoe weegt u deze rol?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5</nr>
      <al>Het kabinet is ermee bekend dat Allseas een samenwerkingspartner is van The Metals Company (TMC). Het kabinet kan geen uitspraken doen over de bedrijfsvoering en samenwerkingsrelaties van individuele bedrijven.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Erkent u dat Nederland, gezien de betrokkenheid van een Nederlands bedrijf in deze keten, daarmee ook een sleutelrol vervult en een verantwoordelijkheid draagt om het mandaat van de ISA en het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) actief te beschermen en te handhaven?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>Nederland is niet betrokken bij de activiteiten van bedrijven (of andere partijen) in het kader van de Autoriteit, niet als <nadruk type="cur">Sponsoring State</nadruk> en niet als vlaggenstaat. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, regelt het VN-Zeerechtverdrag ten aanzien van diepzeemijnbouwactiviteiten op de internationale zeebodem dat elke contractant een zogenaamde «<nadruk type="cur">Sponsoring State</nadruk>» moet hebben, die garant staat voor naleving van de internationale regels voor diepzeemijnbouw onder het VN-Zeerechtverdrag door de contractant, en die de Autoriteit ondersteunt bij toezicht op en handhaving van naleving van de regels door de contractant. Als verdragspartij zal Nederland zich ervoor blijven inzetten dat alle activiteiten op de zeeën en de oceaan, met inbegrip van de zeebodem en de ondergrond daarvan, dienen plaats te vinden binnen het juridisch kader van het VN-Zeerechtverdrag. Nederland staat voor de integriteit van het VN-Zeerechtverdrag en de Autoriteit als de exclusief aangewezen instantie om diepzeemijnbouwactiviteiten op en in de internationale zeebodem te organiseren en daar toezicht op uit te oefenen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Het kabinet heeft eerder met Allseas gesproken naar aanleiding van de motie-Postma, en heeft daarbij benadrukt dat Nederland staat voor de integriteit van UNCLOS en dat diepzeemijnbouw in internationale wateren alleen binnen het ISA-kader mag plaatsvinden; wat was de reactie van Allseas op deze boodschap? Heeft het bedrijf zich daarbij expliciet gecommitteerd om uitsluitend binnen het ISA-kader te opereren?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 7</nr>
      <al>Het kabinet kan geen verdere uitspraken doen over de inhoud van gesprekken met individuele bedrijven, omdat deze vertrouwelijk zijn.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Gezien het feit dat Allseas de plannen om via de Verenigde Staten buiten het ISA-kader te opereren voortzet en een dergelijke vergunning op korte termijn verleend kan worden, welke concrete stappen zal Nederland zetten op het moment dat zo’n buitenlandse vergunning wordt verleend voor diepzeemijnbouw buiten het ISA-kader, waarbij een Zwitsers-Nederlands bedrijf zoals Allseas betrokken is?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 8</nr>
      <al>Indien een dergelijk scenario zich voordoet, zal het kabinet deze op zijn merites beoordelen. Hierbij zal het kabinet de geldende juridische kaders in acht nemen. Het kabinet doet verder geen uitspraken over de bedrijfsvoering en samenwerkingsrelaties van individuele bedrijven.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>