﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1957/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1957</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><achternaam>Van Eijk</achternaam></naam> (VVD) aan de Ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid over <kamervraagonderwerp>de Panama Papers en de Nederlandse trustsector</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-04-17">17 april 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Heinen</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="FIN">Financiën</organisatie>) (ontvangen <datum isodatum="2026-05-19">19 mei 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Bent u bekend met de artikelen in het FD van 3 april<noot id="ID-2026Z08237-d41e52" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>FD.nl, 3 april 2026. <extref soort="URL" doc="https://fd.nl/bedrijfsleven/1591946/tien-jaar-na-de-panama-papers-is-de-nederlandse-trustsector-gehalveerd" status="actief">https://fd.nl/bedrijfsleven/1591946/tien-jaar-na-de-panama-papers-is-de-nederlandse-trustsector-gehalveerd</extref></noot.al></noot> en 8 april<noot id="ID-2026Z08237-d41e62" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>FD.nl, 8 april 2026. <extref soort="URL" doc="https://fd.nl/opinie/1592441/toezicht-op-illegale-trustdienstverlening-blijft-achter" status="actief">https://fd.nl/opinie/1592441/toezicht-op-illegale-trustdienstverlening-blijft-achter</extref></noot.al></noot> jl. over de trustsector?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Ja, daar ben ik bekend mee.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u de wijze waarop in de media het functioneren en de maatschappelijke waarde van de Nederlandse trustsector wordt weergegeven?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>Een sterke financiële sector is van groot belang voor onze open economie en voor het verdienvermogen van Nederland. Ik vind het belangrijk dat Nederland aantrekkelijk is voor internationale ondernemingen: vanwege onze sterke economische fundamenten, hoogwaardige en betrouwbare financiële infrastructuur, duidelijke en voorspelbare regels en goed toezicht. De trustsector kan daarbij een legitieme en ondersteunde functie vervullen voor internationale bedrijven die in Nederland actief willen zijn, zonder zich direct volwaardig te vestigen. Ik vind het belangrijk dat de sector goed in staat is om deze rol te vullen en haar rol als poortwachter effectief vervult.</al>
      <al>Tegelijkertijd moeten we oog houden voor de risico’s die met trustdienstverlening gepaard gaan. In het verleden zijn er signalen geweest, waaronder de Panama Papers, voor misbruik van trustdienstverlening om geldstromen te verhullen, belasting te ontwijken, dan wel belastingfraude te plegen. Ook de Nationale Risicoanalyse (NRA) Witwassen uit 2019 en de meeste recente versie uit 2023 onderstrepen de witwasrisico’s die samenhangen met trustdienstverlening.<noot id="ID-1957-d41e78" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2019/20, <extref doc="kst-31477-51" soort="document" status="actief">31 477, nr. 51</extref> en Kamerstukken II, 2023/24, <extref doc="kst-31477-96" soort="document" status="actief">31 477, nr. 96</extref></noot.al></noot> Dat vraagt om een zorgvuldige balans tussen het beperken van risico’s en het behouden van een aantrekkelijk klimaat voor bonafide internationale ondernemingen.</al>
      <al>De afgelopen jaren is er veel nationale en internationale wet- en regelgeving gekomen die relevant is voor de trustsector, zowel op fiscaal terrein als op integriteitsterrein. Daarnaast zijn meerdere onderzoeken gedaan naar de risico’s en toekomst van de trustsector, met verschillende maatregelen als gevolg.<noot id="ID-1957-d41e88" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2022/23, <extref doc="kst-32545-180" soort="document" status="actief">32 545, nr. 180</extref>, Kamerstukken II 2020/21, <extref doc="kst-32545-144" soort="document" status="actief">32 545, nr. 144</extref> en Kamerstukken II 2021/22, <extref doc="kst-25087-286" soort="document" status="actief">25 087, nr.286</extref>.</noot.al></noot> In 2018 is de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) ingevoerd en is de oude Wet toezicht trustkantoren ingetrokken. De invoering van de Wtt 2018 volgde mede uit signalen van DNB in de periode van 2012 en 2025 dat trustkantoren de regelgeving onvoldoende naleefden en integriteitsrisico’s onvoldoende mitigeerden. Ook maatschappelijke en politieke aandacht naar aanleiding van de Panama Papers en het onderzoek van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies, vormden aanleiding voor verdere regulering van trustdienstverlening.<noot id="ID-1957-d41e96" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2017/18, <extref doc="kst-34910-3" soort="document" status="actief">34 910, nr. 3</extref>.</noot.al></noot> Verder is de Wtt 2018 aangescherpt om bepaalde onwenselijke dienstverlening te verbieden. In diezelfde periode zijn er fiscale maatregelen genomen om belastingontwijking tegen te gaan. Op dit laatste ga ik in de beantwoording van vraag 20 en 21 verder in. Uit gesprekken met de Nederlandse toezichthouder op trustkantoren, De Nederlandsche Bank (DNB), volgt dat dit tot verbeteringen heeft gezorgd in de professionalisering en de integriteit van de sector. Zo is de basis van de door trustkantoren genomen risicobeheersmaatregelen vaker op orde. Tegelijkertijd ziet DNB nog ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld omdat er verschillen zijn in diepgang en kwaliteit van cliëntenonderzoek.<noot id="ID-1957-d41e104" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op dnb.nl: <extref doc="https://www.dnb.nl/media/lqvnbp1u/85932_2600060_dnb-ia-iib-2026_nl_v5_tg_pdfa.pdf" soort="URL" status="actief">Integriteitstoezicht in Beeld 2026</extref>.</noot.al></noot></al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Deelt u de opvatting dat het sterk afgenomen aantal trustkantoren (circa 80%) en doelvennootschappen (circa 50%) niet uitsluitend als een morele overwinning moet worden gepresenteerd, maar ook economische consequenties heeft?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>Allereerst is het belangrijk om te benoemen dat ik de genoemde cijfers niet kan plaatsen. Het aantal trustkantoren is tussen 2010 en 2026 van 309 naar 106 afgenomen wat een reductie van circa 65% betekent.<noot id="ID-1957-d41e125" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al><extref doc="https://fd.nl/bedrijfsleven/1591946/tien-jaar-na-de-panama-papers-is-de-nederlandse-trustsector-gehalveerd?itm_campaign=pw_trial&amp;itm_medium=paywall&amp;itm_source=articles" soort="URL" status="actief">Tien jaar na de Panama Papers is de Nederlandse trustsector gehalveerd</extref></noot.al></noot> Het aantal doelvennootschappen is in de afgelopen 5 jaar met 31% afgenomen. Sinds 2013 is het aantal doelvennootschappen aan het afnemen.<noot id="ID-1957-d41e136" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><extref doc="https://fd.nl/bedrijfsleven/1591350/nieuwe-klanten-van-de-trustsector-hebben-vaker-een-link-met-nederland" soort="URL" status="actief">«Nieuwe klanten van de trustsector hebben vaker een link met Nederland»</extref></noot.al></noot></al>
      <al>Het is lastig om in te schatten wat de economische consequenties zijn van deze afname van het aantal kantoren. Indien er enige economische consequenties zijn van een afname binnen de trustsector ten gevolge van fiscale en integriteitswetgeving dient dit ook afgezet te worden tegen de economische consequenties van belastingontwijking en witwassen. Zo heeft de Rijksoverheid inmiddels 33 miljoen teruggevorderd naar aanleiding van de Panama Papers.<noot id="ID-1957-d41e148" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><extref doc="https://fd.nl/samenleving/1550699/datalek-panama-papers-levert-nederlandse-overheid-33-mln-op" soort="URL" status="actief">Datalek Panama Papers levert Nederlandse overheid €33 mln op</extref></noot.al></noot> De in vraag 2 genoemde maatregelen die zijn getroffen hebben tot positieve resultaten geleid. Zo zijn de inkomensstromen naar laagbelastende jurisdicties structureel lager.<noot id="ID-1957-d41e159" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/statistiek/2025/opnieuw-minder-bedrijfswinsten-via-nederland-naar-belastingparadijzen/" soort="URL" status="actief">Doorstroom naar belastingparadijzen opnieuw gedaald | De Nederlandsche Bank</extref></noot.al></noot> Daarnaast zijn, zoals eerder benoemd, de risicobeheersmaatregelen van trustkantoren ook verbeterd. Een schoon en betrouwbare financiële sector is belangrijk voor stabiele economische groei.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4 en 5</nr>
      <al>Kunt u uiteenzetten welke rol de trustsector speelt in:</al>
      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
        <li>
          <li.nr>–</li.nr>
          <al>het faciliteren van internationale investeringsstromen;</al>
        </li>
        <li>
          <li.nr>–</li.nr>
          <al>naleving van internationale wet- en regelgeving;</al>
        </li>
        <li>
          <li.nr>–</li.nr>
          <al>het Nederlandse vestigingsklimaat;</al>
        </li>
        <li>
          <li.nr>–</li.nr>
          <al>werkgelegenheid en belastingopbrengsten?</al>
        </li>
      </lijst>
      <al>In hoeverre acht u het risico aanwezig dat negatieve beeldvorming en beleidsaanscherpingen ertoe leiden dat internationaal opererende bedrijven Nederland vermijden of verlaten?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4 en 5</nr>
      <al>De aard en omvang van de Nederlandse trustsector is eerder onderzocht in het rapport <nadruk type="cur">Toekomst van de trustsector</nadruk> van juli 2022.<noot id="ID-1957-d41e196" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>SEO Economisch Onderzoek (2022), <nadruk type="cur">De toekomst van de trustsector</nadruk>.</noot.al></noot> Hieruit bleek dat de trustsector naar schatting 1.750 banen opbrengst en 50 miljoen aan belastinginkomsten oplevert. In het rapport geeft SEO aan dat de sector bijdraagt aan een laagdrempelig vestigingsklimaat door een springplank te bieden voor bedrijven die in Nederland willen vestigen zonder direct een volwaardige zelfstandige onderneming te kunnen of willen oprichten. De sector faciliteert daarnaast internationale investeringsstromen door trustdienstverlening te verlenen aan internationale bedrijven met operationele structuren en daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in Nederland. De trustsector vervult tevens een rol als poortwachter bij de naleving van regelgeving gericht op het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering, evenals bij de naleving van sanctieregelgeving en (inter)nationale fiscale regels.</al>
      <al>Ontwikkelingen in Europese en nationale fiscale en integriteitsregelgeving kunnen van invloed zijn op de mate waarin door internationale bedrijven gebruik maken van dienstverlening in Nederland. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijven die zich in Europa willen vestigen en daarbij Nederland als mogelijk vestigingsland overwegen. Voor dat laatste geldt overigens dat fiscale en integriteitsregelgeving niet de enige relevante factoren zijn.</al>
      <al>Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoeksrapport <nadruk type="cur">«De toekomst van de trustsector»</nadruk> dat de eisen ten aanzien van transparantie en integriteit juist bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor internationale partijen die hier waarde aan hechten. In dat kader vraagt het kabinet ook aandacht voor de recente publicatie van DNB waaruit blijkt dat het aantal financiële holdings van multinationals in ongeveer tien jaar tijd bijna gehalveerd is.
         <noot id="ID-1957-d41e216" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>DNB, 2026, <nadruk type="cur">Aantal financiële holdings van multinationals bijna gehalveerd</nadruk>, vindbaar op <extref soort="URL" doc="https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/statistiek/2026/aantal-financiele-holdings-van-multinationals-bijna-gehalveerd" status="actief">https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/statistiek/2026/aantal-financiele-holdings-van-multinationals-bijna-gehalveerd</extref>.</noot.al></noot> Uit de publicatie van DNB blijkt verder dat het aantal trustkantoren, met name die gerelateerd waren aan laagbelaste jurisdicties, halveerde sinds 2017 van circa 200 naar iets meer dan 100 in 2025. In dat verband refereert DNB ook aan de fiscale maatregelen die tegen belastingontwijking zijn genomen. Op basis van de «Monitoringsbrief van de effecten van de aanpak van belastingontwijking» volgt dat deze maatregelen effectief zijn.</al>
      <al>Zo geldt er sinds 1 januari 2021 in Nederland een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen aan een gelieerd lichaam dat gevestigd is in een laagbelastende jurisdictie en in misbruiksituaties. Nederland stelt jaarlijks deze laagbelastende jurisdicties vast in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Hierin zijn landen opgenomen die (i) zijn opgenomen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden of (ii) geen winstbelasting dan wel een winstbelasting met een statutair tarief van minder dan 9% hebben. De bronbelasting is per 1 januari 2024 uitgebreid in die zin dat dividenden eveneens onder de reikwijdte van de conditionele bronbelasting zijn gebracht. In de genoemde monitoringsbrief is beschreven dat de bronbelasting zeer effectief blijft in de bestrijding van rente- en royaltystromen naar laagbelastende jurisdicties. De cijfers bevestigen namelijk een aanzienlijke daling van inkomstenstromen naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 6,5 miljard in 2024.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u het functioneren van De Nederlandsche Bank als toezichthouder op de trustsector?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>De Nederlandsche Bank (DNB) houdt als zelfstandig bestuursorgaan risicogebaseerd toezicht op trustkantoren ingevolge de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018). Ik heb geen aanleiding om te twijfelen aan het toezicht door DNB op trustkantoren of een negatief beeld te hebben van het functioneren van DNB als toezichthouder. Ik word jaarlijks geïnformeerd door DNB met de zbo-verantwoording en neem ook kennis van het jaarlijkse rapport Integriteitstoezicht in beeld.<noot id="ID-1957-d41e242" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op dnb.nl: <extref doc="https://www.dnb.nl/media/lqvnbp1u/85932_2600060_dnb-ia-iib-2026_nl_v5_tg_pdfa.pdf" soort="URL" status="actief">Integriteitstoezicht in Beeld 2026</extref></noot.al></noot> Daarnaast spreekt mijn ministerie met DNB over het toezicht op trustkantoren.</al>
      <al>Op dit moment wordt de doelmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de zbo-taken door DNB geëvalueerd. Ik verwijs hiervoor naar de uitkomsten van deze evaluatie en mijn reactie hierop, die naar verwachting rond de zomer worden gepubliceerd.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7 en 8</nr>
      <al>Herkent u signalen uit de sector dat er sprake zou zijn van een disproportioneel strikte of zelfs vijandige toezichtshouding?</al>
      <al>Hoe waarborgt u dat toezicht effectief is zonder het legitieme functioneren van de sector onnodig te belemmeren?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">
      Antwoord 7 en 8</nr>
      <al>Deze signalen herken ik niet.</al>
      <al>In de rapportage Integriteitstoezicht in beeld 2026 geeft DNB aan de dialoog met de sector meer op te zoeken. Ik herken dit beeld, omdat de branchevereniging van trustkantoren Holland Questor, in de reguliere gesprekken die mijn ministerie met hen voert, heeft aangegeven dat de relatie met DNB wat hen betreft verbeterd is ten opzichte van een aantal jaren geleden. Daarnaast zijn in november 2025 de Good Practices Wtt 2018 gepubliceerd<noot id="ID-1957-d41e271" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op dnb.nl: <extref doc="https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/sectoren/trustkantoren/integriteitstoezicht/dnb-publiceert-definitieve-good-practices-wtt-2018/" soort="URL" status="actief">DNB publiceert definitieve Good Practices Wtt 2018 | De Nederlandsche Bank</extref></noot.al></noot>, die in samenspraak met de sector en na openbare consultatie tot stand zijn gekomen en praktische handvatten bieden voor de naleving van de Wtt 2018.<noot id="ID-1957-d41e282" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>GP good practices DNB Wtt 2018, p. 6.</noot.al></noot> Ik ben daarom van mening dat het contact tussen DNB en de sector proportioneel en professioneel is.</al>
      <al>Zoals eerder gesteld is DNB onafhankelijk in de uitvoering van haar toezichttaken. Het uitgangspunt is dat toezicht risicogebaseerd plaatsvindt, zodat effectief wordt opgetreden waar de risico’s het grootst zijn. DNB zet de beschikbare toezichtcapaciteit daar in waar de integriteitsrisico’s het grootst zijn. De intensiteit van het toezicht neemt toe naarmate het materialiseren van risico’s grotere consequenties heeft voor het vertrouwen in de sector.<noot id="ID-1957-d41e294" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>GP good practices DNB Wtt 2018, p. 6.</noot.al></noot></al>
      <al>De Wtt 2018 stelt wel meer eisen aan het cliëntonderzoek door trustkantoren. Deze eisen zijn noodzakelijk om de inherente risico’s van trustdienstverlening–zoals complexiteit en ondoorzichtigheid en de daarmee samenhangende gevoeligheid voor witwassen, verhulling van eigendom en zeggenschap, en belastingontwijking of -ontduiking–adequaat te mitigeren. Die maatregelen zijn wat mij betreft nodig om ervoor te zorgen dat de trustsector integer is. De hogere risico’s aan trustdienstverlening blijken onder meer uit de <nadruk type="cur">NRA Witwassen 2023<noot id="ID-1957-d41e307" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/04/09/tk-bijlage-1-3-nra-witwassen-volledige-tekst" soort="URL" status="actief">National Risk Assessment (NRA) Witwassen 2023</extref>.</noot.al></noot></nadruk>  en de antiwitwasverordening<noot id="ID-1957-d41e322" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Zie de hoger risicofactoren van bijlage III bij Verordening (EU) 2024/1624 en <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/04/09/tk-bijlage-1-3-nra-witwassen-volledige-tekst" soort="URL" status="actief">National Risk Assessment (NRA) Witwassen 2023</extref>.</noot.al></noot> waarin bepaalde aspecten gerelateerd aan trustdiensten verbonden worden met verhoogd risico’s.</al>
      <al>Indien deze maatregelen er niet zijn, is de kans op witwassen groter, omdat het trustkantoor onvoldoende inzicht heeft in de vaak complexere structuur. De bovengenoemde maatregelen moeten partijen die gebruik zouden willen maken van het Nederlandse stelsel om bijvoorbeeld belastingfraude te plegen ontmoedigen. Uiteraard dient er een balans te zijn tussen de lasten voor trustkantoren en de effectiviteit van de maatregelen. Ik vind het, zoals eerder aangegeven, logisch dat trustdienstverlening, met de juiste maatregelen, kan plaatsvinden in Nederland om bijvoorbeeld internationale bedrijven die hier actief willen zijn de kans hiervoor te geven.</al>
      <al>Met de inwerkingtreding van het nieuwe antiwitwaspakket van de Europese Commissie (AML-pakket) zal het verplicht toepassen van verscherpt cliëntenonderzoeksmaatregelen verplicht blijven voor de trustkantoren. Wel komt er meer ruimte voor een risicogebaseerde toepassing. Dit leidt in de praktijk tot lastenvermindering omdat het trustkantoor meer ruimte heeft om de risicogebaseerde benadering zelf in te vullen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9, 10 en 13</nr>
      <al>Wat is naar uw inschatting de omvang van illegale trustdienstverlening in Nederland?</al>
      <al>Erkent en herkent u signalen dat illegale trustdienstverlening toeneemt?</al>
      <al>Hoeveel signalen over mogelijke illegale trustdienstverlening worden jaarlijks afgegeven en in hoeverre worden deze opgevolgd?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 9, 10 en 13</nr>
      <al>Het is voor mij niet mogelijk om een betrouwbare inschatting te geven van de omvang van illegale trustdienstverlening in Nederland. In integriteitstoezicht in beeld meldt DNB dat zij 44 signalen van trustdienstverlening zonder vergunning ontving in 2025, ten opzichte van 37 in 2024.<noot id="ID-1957-d41e361" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op dnb.nl: <extref doc="https://www.dnb.nl/media/lqvnbp1u/85932_2600060_dnb-ia-iib-2026_nl_v5_tg_pdfa.pdf" soort="URL" status="actief">Integriteitstoezicht in Beeld 2026</extref></noot.al></noot>  Dit betreffen met name signalen die betrekking hebben op het «opknippen» van trustdienstverlening. Opknippen verwijst naar situaties waarbij een dienstverlener bepaalde diensten onderbrengt bij aparte aanbieders en zo onder de verplichtingen van de Wtt 2018 uit probeert te komen. Het opknippen van trustdienstverlening is niet toegestaan en DNB kan hierop handhaven.</al>
      <al>Wanneer DNB een signaal ontvangt over mogelijke illegale trustdienstverlening beoordeelt zij eerst of het aannemelijk is dat sprake is van een overtreding. Indien dat het geval is, spreekt DNB de betreffende partij in beginsel eerst schriftelijk aan. In een groot deel van de gevallen leidt dit ertoe dat de overtreding wordt beëindigd zonder dat verdere handhavingsmaatregelen nodig zijn. Indien DNB constateert dat de overtreding voortduurt of dermate ernstig is wordt een formeel handhavingstraject ingezet. Dit kan leiden tot bestuurlijke maatregelen, zoals het opleggen van een boete. In een uiterst geval kan door het Openbaar Ministerie vervolging worden ingesteld.</al>
      <al>In 2024 ging DNB over tot 1 handhavingsmaatregel tegen illegale trustdienstverlening en in 2025 2 handhavingsmaatregelen.<noot id="ID-1957-d41e376" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op dnb.nl: <extref doc="https://www.dnb.nl/over-ons/organisatie/begroting-en-verantwoording/" soort="URL" status="actief">Begroting en verantwoording | De Nederlandsche Bank</extref> (zbo-verantwoording 2024, tabel 23, p. 45 en zbo-verantwoording 2025, tabel 21, p. 43)</noot.al></noot> Het merendeel van de overige signalen is gesloten, onder andere doordat (1) er geen sprake bleek van illegale trustdienstverlening (bij circa 50% van de meldingen was dat het geval); (2) de overtreding, zonder dat verdere handhavingsmaatregelen nodig waren, is beëindigd; en daarnaast (3) komt het regelmatig voor dat DNB meerdere signalen krijgt die op dezelfde dienstverlener betrekking hebben (dubbele meldingen).</al>
      <al>DNB heeft binnen het Financieel Expertise Centrum (FEC) verband<noot id="ID-1957-d41e390" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Het Financieel Expertise Centrum (FEC) is een samenwerkingsverband tussen autoriteiten binnen de financiële sector, actief op het gebied van toezicht, controle, opsporing en vervolging. Het FEC is opgericht om de integriteit van het financiële stelsel te bewaken en versterken. Zie ook <extref doc="https://www.fec-partners.nl/over-fec/" soort="URL" status="actief">Over FEC - FEC-partners</extref>.</noot.al></noot> in 2026 een onderzoek afgerond naar het opknippen van trustdienstverlening.<noot id="ID-1957-d41e405" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op fec-partners.nl: <extref doc="https://www.fec-partners.nl/nieuws/factsheet-opknippen-van-trustdienstverlening" soort="URL" status="actief">Factsheet Opknippen van Trustdienstverlening</extref></noot.al></noot>  De uitkomsten daarvan bieden naar verwachting meer inzicht zodat signalen in de praktijk beter kunnen worden herkend en opgevolgd. Dit kan leiden tot meer handhavingstrajecten.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Wat zijn naar uw mening de belangrijkste oorzaken van deze ontwikkeling, mede in relatie tot aangescherpte regelgeving zoals de Wtt 2018?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 11</nr>
      <al>De Wtt 2018 heeft onder andere als doel om trustdienstverlening mogelijk te maken, maar met maatregelen om eventuele risico’s te beperken. De partijen die hun vergunning inleveren zijn in sommige gevallen partijen die het waarschijnlijk eerder ook al het minder nauw namen met de wet en nu tegen de lamp aanlopen. DNB geeft daarnaast aan dat de trustkantoren die deze partijen overnemen, achterblijven in het cliëntenonderzoek. Trustkantoren dienen diepgravender cliëntenonderzoek te doen vanwege de inherente hogere risico’s, daarnaast is bepaalde dienstverlening verboden. Dit kan inderdaad extra lasten met zich meebrengen voor het trustkantoor, en de klant. Trustkantoren leveren dan hun vergunning in en gaan illegaal te werk en de klanten gaan hierin mee. Dit zijn precies de partijen die we niet in ons stelsel willen hebben.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 12, 14 en 16</nr>
      <al>Wordt illegale trustdienstverlening naar uw oordeel voldoende bestreden? Zo nee, waar ziet u ruimte voor verbetering?</al>
      <al>Klopt het dat overwogen is om intensiever op te treden tegen illegale dienstverlening, maar dat hiervan is afgezien vanwege kostenoverwegingen? Zo ja, wat is uw oordeel daarover?</al>
      <al>Indien blijkt dat strengere regelgeving leidt tot een verschuiving naar illegale dienstverlening, bent u bereid in overleg te treden met de sector om deze onbedoelde effecten te mitigeren?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 12, 14 en 16</nr>
      <al>De aanpak van illegale trustdienstverlening vraagt om een gecombineerde inzet op zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk gebied. Deze inzet wordt onder andere besproken in het samenwerkingsverband FEC, waar verschillende autoriteiten binnen de financiële sector samenwerken aan onder andere projecten die specifiek zijn gericht op de aanpak van illegale trustdienstverlening.</al>
      <al>DNB handhaaft illegale trustdienstverlening bestuursrechtelijk. DNB is als zelfstandig bestuursorgaan onafhankelijk in de uitvoering van de taken die de wet haar opdraagt. Dat betekent dat zij zelf beslist over de uitvoering van haar taken. Ik vind illegale trustdienstverlening en daarmee het opknippen van trustdienstverlening onwenselijk. Om die reden wordt de boetecategorie voor het opknippen van trustdienstverlening verhoogd van een boetecategorie 2 naar een boetecategorie 3.<noot id="ID-1957-d41e449" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingsbesluitfm2026/b1" soort="URL" status="actief">Overheid.nl | Consultatie Wijzigingsbesluit financiële markten 2026</extref></noot.al></noot> Dit betekent dat de afschrikwekkende werking hiervan hoger is geworden, omdat het maximale boetebedrag dat DNB kan opleggen hoger is geworden.</al>
      <al>Overigens is het ook zo dat er risico’s zijn die gepaard gaan met domicilieverlening: het verlenen van een postadres. In de volksmond worden bedrijven die gebruik maken van domicilieverleners ook wel brievenbusfirma’s genoemd. Partijen die een postadres aanbieden met beperkte secretariële werkzaamheden vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en niet onder de Wtt 2018. Zij worden ook in verband gebracht met illegale trustdienstverlening, omdat zij soms een rol hebben bij het opknippen van trustdienstverlening. De risico’s omtrent domicilieverlening zijn onder andere in de Amerfoortse villa zaak tot uiting gekomen, waar sprake was van fraude met postadressen.<noot id="ID-1957-d41e462" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>Zie ook de <extref doc="https://open.overheid.nl/documenten/dpc-3d2d810cd73302348822733e7a3c2d03870db08a/pdf" soort="URL" status="actief">Antwoorden Kamervragen over de inval van overheidsdiensten bij een brievenbusfirma in Amersfoort en de frauderende praktijken van brievenbusfirma’s</extref></noot.al></noot> Om die reden heeft Nederland zich hard gemaakt om in het nieuwe Europese AML-pakket een registratieplicht voor domicilieverleners te introduceren, zodat er beter grip is op de partijen die een postadres aanbieden. Het AML-pakket is vanaf medio 2027 van kracht en dan geldt ook die verplichting. Bestuursrechtelijk kan dan beter opgetreden worden. Overigens dienen domicilieverleners nu ingevolge de Wwft al aan cliëntenonderzoek te doen en ongebruikelijke transacties te melden.</al>
      <al>De strafrechtelijke handhaving van illegale trustdienstverlening geschiedt door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en het Openbaar Ministerie, in samenspraak met de toezichthouder.<noot id="ID-1957-d41e476" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>Zie bijvoorbeeld: <extref doc="https://www.ftm.nl/artikelen/minister-van-justitie-onderzoekt-toezicht-op-postadressen?share=1VMScsQfbtmnc99TVHS9IGCiOuitYPgC8YAbFVLyg3uTHK8%2BOpYpoEyAHaHw7%2Fc%3D" soort="URL" status="actief">Honderden bedrijven op hetzelfde adres: de Minister van Justitie wil weten wat ertegen te doen is - Follow the Money - Platform voor onderzoeksjournalistiek</extref></noot.al></noot> Het OM is onafhankelijk en bepaalt wanneer zij over gaat tot strafrechtelijke vervolging.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
      <al>Wanneer wordt de evaluatie van de Wet toezicht trustkantoren 2018 afgerond?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 15</nr>
      <al>Mijn voornemen is om de resultaten van de evaluatie evenals mijn reactie hierop voor de zomer naar de Kamer te zenden.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 17</nr>
      <al>Hoe groot acht u de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering bij illegale trustdienstverlening?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 17</nr>
      <al>Zowel legale als illegale trustdienstverlening levert risico’s op witwassen en terrorismefinanciering op. De Wtt 2018 heeft een breder doel dan alleen het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering en adresseert ook andere integriteitsrisico’s, zoals belastingontwijking en belastingfraude. Met de Wtt 2018 worden de genoemde risico’s gemitigeerd. Dat geldt niet of in mindere mate voor illegale trustdienstverlening, waarbij partijen zich onttrekken aan de verplichtingen uit de Wtt 2018. In de meest recente NRA Witwassen<noot id="ID-1957-d41e509" type="voet"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>Raadpleegbaar op rijksoverheid.nl: <extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/04/09/tk-bijlage-1-3-nra-witwassen-volledige-tekst" soort="URL" status="actief">National Risk Assessment (NRA) Witwassen 2023</extref>.</noot.al></noot> komt naar voren dat het opknippen van trustdienstverlening een van de 18 grootste witwasdreiging is.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 18</nr>
      <al>Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar risicovolle adressen (motie Van Nispen<noot id="ID-2026Z08237-d41e172" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-29911-448" soort="document" status="actief">29 911, nr. 448</extref></noot.al></noot>)?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 18</nr>
      <al>De Staatssecretaris van Financiën zal u in de volgende stand- van-zakenbrief belastingdienst informeren over de uitkomsten.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 19</nr>
      <al>Klopt het dat er een pilot loopt in Noord-Holland en wat zijn de eerste bevindingen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 19</nr>
      <al>Van 1 maart 2024 tot 1 maart 2025 liep er een pilot om de meerwaarde van de samenwerking tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en het RIEC Amsterdam-Amstelland te verkennen. De pilot zag op de bredere samenwerking, waar trustdienstverlening een onderdeel vanuit maakte. Er is op fenomeenniveau kennis uitgewisseld waardoor RIEC Amsterdam-Amstelland een beter inzicht heeft verkregen in trustdienstverlening, de werkwijze van trustdienstverleners en de interventiemogelijkheden ten aanzien van (illegale) trustdienstverleners. Hierdoor is een wederzijds leerproces tot stand gekomen, dat als zeer waardevol wordt gezien.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 20 en 21</nr>
      <al>Hoe weegt u de rol van de trustsector in het licht van internationale ontwikkelingen zoals BEPS, ATAD en de wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2)?</al>
      <al>Deelt u de analyse dat door deze internationale maatregelen de mogelijkheden voor belastingontwijking via Nederland sterk zijn beperkt?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 20 en 21</nr>
      <al>Nederland heeft de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen, zowel internationaal als nationaal. Op basis van de cijfers volgt dat deze maatregelen effectief zijn. Sinds 1 januari 2021 heft Nederland een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen aan een gelieerd lichaam dat gevestigd is in een laagbelastende jurisdictie en in misbruiksituaties. Nederland stelt jaarlijks deze laagbelastende jurisdicties vast in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Hierin zijn landen opgenomen die (i) zijn opgenomen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden of (ii) geen winstbelasting dan wel een winstbelasting met een statutair tarief van minder dan 9% hebben.</al>
      <al>De bronbelasting is per 1 januari 2024 uitgebreid in die zin dat dividenden eveneens onder de reikwijdte van de conditionele bronbelasting zijn gebracht. Er blijkt een aanzienlijke daling van inkomstenstromen naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 6,5 miljard in 2024.<noot id="ID-1957-d41e562" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Zie kamerbrief over de monitoring van de effecten van de aanpak van belastingontwijking, Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-25087-357" soort="document" status="actief">25 087, nr. 357</extref>.</noot.al></noot> Verder zijn de eerste en tweede Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijnen (ATAD1 en ATAD2) geïmplementeerd, die onder meer hebben geleid tot beperkingen op het gebied van de renteaftrek en het tegengaan van structuren die gebruikmaken van verschillen tussen belastingwetgeving van landen (mismatches). Een belangrijke stap in de aanpak van het verschuiven van winsten naar laagbelastende staten – en het vervolg op de BEPS-rapporten – is bovendien de wereldwijde minimumbelasting die in Nederland in de Wet minimumbelasting 2024 is geïmplementeerd. Deze wet en de internationale afspraken die aan die wet ten grondslag liggen, beogen te waarborgen dat multinationale en binnenlandse groepen met een geconsolideerde jaaromzet van ten minste € 750 miljoen effectief ten minste 15% belasting over hun winst betalen.</al>
      <al>Om dubbele niet-heffing als gevolg van een verschillende interpretatie van het arm’s-lengthbeginsel te voorkomen, is in Nederland de Wet tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel in werking getreden. Deze wet is erop gericht om mismatches te voorkomen die ontstaan door toepassing van het arm’s-lengthbeginsel en die leiden tot dubbele niet-heffing (zogenoemde informeel-kapitaalstructuren). Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel door al deze maatregelen robuuster is gemaakt tegen internationale belastingontwijking. Internationaal krijgt Nederland daar ook erkenning voor. De Europese Commissie doet sinds 2022 aan Nederland geen landspecifieke aanbevelingen meer op dit terrein. Ook het IMF geeft aan dat Nederland de goede maatregelen heeft genomen.</al>
      <al>Uit een recente publicatie van DNB blijkt dat het aantal financiële holdings van multinationals in ongeveer tien jaar tijd bijna gehalveerd is.<noot id="ID-1957-d41e581" type="voet"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>DNB, 2026, <nadruk type="cur">Aantal financiële holdings van multinationals bijna gehalveerd</nadruk>, vindbaar op <extref soort="URL" doc="https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/statistiek/2026/aantal-financiele-holdings-van-multinationals-bijna-gehalveerd" status="actief">https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/statistiek/2026/aantal-financiele-holdings-van-multinationals-bijna-gehalveerd</extref>.</noot.al></noot> In dat verband refereert DNB ook aan de hiervoor genoemde conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen en dividenduitkeringen en de wereldwijde minimumbelasting.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 22 en 23</nr>
      <al>Hoe voorkomt u dat aanvullende nationale maatregelen het Nederlandse vestigingsklimaat verder onder druk zetten?</al>
      <al>Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om Nederland aantrekkelijk te houden voor internationaal opererende bedrijven, mede gezien de geopolitieke en economische ontwikkelingen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 22 en 23</nr>
      <al>In mijn <nadruk type="cur">Visie op de financiële sector</nadruk> 2025 geef ik aan dat duidelijke en voorspelbare wet- en regelgeving de sleutel is voor een sterk vestigingsklimaat. Dat betekent dat wet- en regelgeving in Nederland zoveel mogelijk overeen moet komen met wet- en regelgeving in andere Europese landen. Door te zorgen voor duidelijke, voorspelbare en proportionele wet- en regelgeving, houden we Nederland aantrekkelijk voor bonafide internationaal opererende bedrijven. Waar Europese regelgeving ruimte laat voor nationale keuzes, worden deze zorgvuldig gewogen.</al>
      <al>Nieuwe Europese wet- en regelgeving wordt zo lastenluw mogelijk geïmplementeerd. Het recente anti-witwaspakket (AML-pakket) is daarvan een concreet voorbeeld en draagt bij aan de verdere harmonisatie van de anti-witwasregels binnen Europa. Daarbij heb ik ook aandacht voor de kosten van toezicht en moeten regels uitvoerbaar en betaalbaar blijven voor zowel (financiële) instellingen als burgers en bedrijven. In dat kader loopt momenteel een internationale vergelijking naar de kosten van het financieel toezicht voor kleine en mobiele ondernemingen, waarvan de resultaten naar verwachting in de tweede helft van dit jaar worden gepubliceerd.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>