﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1933/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1933</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><achternaam>Wiersma</achternaam></naam> (BBB) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over <kamervraagonderwerp>verplicht afstaan van landbouwgrond voor maaipaden door Waterschap Noorderzijlvest</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-03-24">24 maart 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Karremans</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="IenW">Infrastructuur en Waterstaat</organisatie>), mede namens de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen  <datum isodatum="2026-05-18">18 mei 2026</datum>). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-1670" soort="document" status="actief">1670</extref>.</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Bent u bekend met het voornemen van Waterschap Noorderzijlvest om vanaf 2028 standaard vier meter brede maaipaden langs watergangen in te voeren?<noot id="ID-2026Z05931-d41e51" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Waterschap Noorderzijlvest, 19 februari 2026, Meer ruimte voor onderhoud aan watergangen | Waterschap Noorderzijlvest</noot.al></noot></al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Ja.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Klopt het dat het waterschap hierbij gebruik wil maken van de wettelijke gedoogplicht, waardoor agrariërs verplicht moeten toestaan dat deze stroken worden gebruikt zonder dat het waterschap de grond aankoopt of een marktconforme vergoeding betaalt?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>Ja, dat klopt. Waterschappen kunnen voor het onderhoud van watergangen gebruikmaken van de wettelijke gedoogplicht. Dit staat in artikel 10.2 van de Omgevingswet. Het doel van deze gedoogplicht is het waarborgen van een goed functionerend watersysteem. Omdat dit een algemeen belang dient, moet de waterbeheerder in staat worden gesteld noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren, ook als deze op private grond moeten plaatsvinden. Als onderdeel van de wettelijke taken moeten waterschappen watergangen goed onderhouden voor een adequate aan- en afvoer van water. Een veilig en goed functionerend watersysteem is een gezamenlijk belang waar ook de agrarische sector baat bij heeft.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Realiseert u zich dat hiermee productieve landbouwgrond structureel uit productie wordt gehaald, met directe gevolgen voor opbrengst, inkomen en bedrijfscontinuïteit van agrarische ondernemers?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>Het waterschap Noorderzijlvest heeft laten weten dat er geen sprake is van het structureel uit productie nemen van productieve landbouwgrond. Zij geven daarbij ook aan zich bewust te zijn van de mogelijke impact van dit besluit op agrarische ondernemers. Het waterschap heeft het besluit op 18 februari 2026 genomen en heeft voorafgaand hieraan in 2025 agrariërs opgeroepen om mee te denken of er mogelijkheden zijn om tot een win-win te komen. Om te bezien welke impact het besluit heeft, gaat het waterschap de komende periode in gesprek met de grondeigenaren over knelpunten en zal gezocht worden naar mogelijke gezamenlijke oplossingen. Het doel hiervan is om met behulp van maatwerk waar mogelijk rekening te houden met teeltplannen en de bedrijfsvoering van agrariërs. De gesprekken met agrariërs zijn inmiddels van start gegaan. Het waterschap gaat nog een brief sturen aan agrariërs in hun beheergebied met de oproep om samen de knelpunten te identificeren.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Hoe verhoudt het verplicht afstaan van landbouwgrond via een gedoogplicht zich volgens u tot het uitgangspunt dat eigendomsrechten van boeren moeten worden gerespecteerd?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>Zoals in de beantwoording van vraag 2 aangegeven zet het waterschap de wettelijke gedoogplicht in van de Omgevingswet, ten behoeve van de veiligheid van de medewerkers bij de uitvoering van de wettelijke taken voor een goed functionerend watersysteem. Deze gedoogplicht is in de Omgevingswet opgenomen omdat het eigendomsrecht een belemmering kan vormen voor werkzaamheden die in het algemeen belang zijn, in dit geval het belang van een goed functionerend watersysteem. Bij het borgen van deze belangen beoordeelt het waterschap welke maatregelen proportioneel zijn en levert hierbij gebiedsgericht maatwerk. Het is aan het waterschap om bij het uitvoeren van de kerntaken de belangen van alle belanghebbenden, waaronder agrariërs, mee te wegen.</al>
      <al>Verder kan conform artikel 15.13 van de Omgevingswet een schadevergoeding (nadeelcompensatie) worden toegekend indien er sprake is van nadelige gevolgen. Schade wordt vergoed als deze rechtstreeks voortvloeit uit de gedoogplicht, het normale maatschappelijke- of bedrijfsrisico overstijgt en de rechthebbende onevenredig zwaar treft in vergelijking met anderen. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 3 is het aan het waterschap om dit mee te wegen in zijn gebiedsgerichte maatwerk.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Deelt u de mening dat een maatregel die structureel landbouwgrond aan het gebruik van de boer onttrekt, feitelijk sterk lijkt op onteigening van gebruik, maar dan zonder de gebruikelijke procedures en zonder volledige schadeloosstelling?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5</nr>
      <al>Bij het opleggen van een gedoogplicht blijven agrariërs volledig eigenaar van hun grond; er is geen sprake van onteigening. De grond wordt niet structureel aan het gebruik onttrokken, maar slechts periodiek (in de regel twee keer per jaar) gebruikt door het waterschap voor noodzakelijk onderhoud. Dit is een regulier juridisch instrument dat waterschappen inzetten om hun wettelijke watertaken uit te voeren. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 levert het waterschap maatwerk, zodat de agrariërs zo min mogelijk hinder ondervinden.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Deelt u de mening dat zo erg ingrijpen in het eigen eigendom onwenselijk is?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 4.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Welke juridische grenzen gelden voor waterschappen bij het opleggen van een gedoogplicht voor onderhoudspaden, en vindt u het proportioneel dat deze bevoegdheid wordt ingezet voor een generieke maatregel van vier meter breed in een heel beheergebied?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 7</nr>
      <al>Zoals in de beantwoording op vraag 2 aangegeven is de gedoogplicht vastgelegd in artikel 10.2 van de Omgevingswet. Het is de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur van een waterschap om de inzet van dit instrument juridisch en beleidsmatig af te wegen en de proportionaliteit daarvan per situatie te beoordelen, zoals in de beantwoording van vraag 3 aangegeven.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Klopt het dat binnen het bestuur van het waterschap aanvankelijk ook een drie-meteroptie is besproken, maar dat uiteindelijk toch direct is gekozen voor vier meter?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 8</nr>
      <al>Ja, dat klopt. Het Algemeen Bestuur heeft gekozen voor vier meter met het oog op de veiligheid bij het uitvoeren van de wettelijke taken voor een goed functionerend watersysteem. De reden hiervoor is enerzijds dat modern breedspoormaterieel breder is dan drie meter en er voldoende ruimte nodig is om veilig te kunnen manoeuvreren (ter voorkoming van kantelgevaar). Een breder onderhoudspad, waarop het waterschap met breedspoormateriaal het onderhoud kan uitvoeren, geeft medewerkers meer uitwijkruimte en vermindert de risico’s.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>Waarom is volgens het waterschap drie meter niet voldoende, terwijl dit in veel situaties jarenlang als gangbare werkbreedte voor onderhoud gold?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 9</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 8.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
      <al>Is het besluit genomen zonder eerst het gebied in te gaan en met agrariërs te kijken naar de praktische situatie per watergang?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 10</nr>
      <al>Zoals in de beantwoording op vraag 3 aangegeven heeft het waterschap voorafgaand aan het nemen van het besluit agrariërs opgeroepen om mee te denken of er mogelijkheden zijn om tot een win-win te komen, zodat belanghebbenden op de hoogte zijn gebracht van de geconstateerde problematiek en de plannen van het waterschap om hiervoor een oplossing te vinden. Het besluit van het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest is erop gericht om een veilige werkomgeving te bieden aan zijn medewerkers. De uitvoering van het besluit om een veilige werkomgeving te creëren zal worden besproken met landbouwgrondeigenaren voordat het waterschap tot uitvoering overgaat, naar verwachting per 2028.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u het dat een dergelijke maatregel met grote gevolgen voor agrariërs vanachter de bestuurstafel wordt opgelegd zonder een zorgvuldig gebiedsproces?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 11</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 10. Waterschappen zijn autonome, democratisch gekozen decentrale overheden. Zij gaan over hun eigen besluiten, mits deze binnen de wettelijke kaders vallen. Voorafgaand aan de daadwerkelijke invoering, naar verwachting per 2028, zal de uitvoering in de praktijk nadrukkelijk met de betrokken landbouwgrondeigenaren worden besproken. Het waterschap heeft hiertoe al de eerste verkennende gesprekken gevoerd met de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en het Collectief Boer &amp; Natuur Midden-Groningen. Daarnaast staat het waterschap in contact met agrariërs binnen hun beheergebied.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 12</nr>
      <al>Kunt u aangeven op welke concrete veiligheidsnormen deze keuze voor vier meter gebaseerd is, mede gelet op het feit dat het waterschap zich beroept op onder andere veiligheid voor medewerkers, en waarom veiligheid niet met maatwerk of smallere paden geborgd zou kunnen worden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 12</nr>
      <al>De Arbowet verplicht werkgevers, waaronder waterschappen, om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden te garanderen. Waterschap Noorderzijlvest heeft het besluit genomen op basis van hun Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&amp;E) en de Arbowet. Het doel van het waterschap met dit besluit is het borgen van een veilige werkomgeving voor medewerkers bij het verrichten van onderhoudswerkzaamheden. Waterschap Noorderzijlvest voert periodiek een RI&amp;E uit om risico's in kaart te brengen. Daaruit is gebleken dat het werken met smalspoormaterieel op smalle paden onverantwoorde veiligheidsrisico's (zoals kantelgevaar) met zich meebrengt in vergelijking met het werken met breedspoormateriaal.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
      <al>Hoe realistisch is het volgens u dat grote onderhoudscombinaties overal kunnen werken als watergangen doodlopend zijn en machines moeten draaien op aangrenzende landbouwpercelen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 13</nr>
      <al>De beoordeling van de wijze waarop onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden is aan het waterschap. Daar kan ik vanuit mijn rol geen beoordeling over geven.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
      <al>Bent u ermee bekend dat in het eerste jaar van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). en de daaruit voortvloeiende bufferstroken, boeren deze stroken konden benutten voor eco-regelingen en -punten, maar dat deze mogelijkheden het jaar daarna door het waterschap weer zijn weggenomen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 14</nr>
      <al>Mestvrije bufferstroken zijn verplicht vanuit nationale mestregelgeving en zijn daarmee op zichzelf niet subsidiabel voor een eco-activiteit binnen het GLB. Wel zijn er mogelijkheden voor de agrariër om op de bufferstrook niet-productieve eco-activiteiten uit te voeren, zoals kruidenrijke bufferstroken, mits de bufferstrook is gelegen op landbouwgrond.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
      <al>Deelt u de frustratie van boeren dat zij enerzijds door Europees en nationaal beleid worden verplicht bufferstroken en natuurmaatregelen aan te leggen, terwijl dezezelfde stroken vervolgens door andere overheden weer worden afgepakt voor ander gebruik?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 15</nr>
      <al>Agrariërs worden inderdaad verplicht om bufferstroken aan te houden. Bij het aanhouden van een bufferstrook geldt voor het verkrijgen van de GLB-subsidie de voorwaarde dat er geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen worden toegepast op de bufferstrook. Aanvullende natuurmaatregelen op de bufferstrook, zoals eco-activiteiten, zijn geen verplichting maar een mogelijk gebruik van de grond waarvoor de agrariër een vergoeding kan ontvangen.</al>
      <al>Zoals in het antwoord van vraag 2 en 3 aangegeven kan een waterschap ertoe besluiten verplichte onderhoudspaden naast de watergang voor tijdelijk gebruik aan te houden. Zoals aangegeven in het antwoord van vraag 5 betekent dit niet dat de grond structureel aan het gebruik wordt onttrokken. Het waterschap heeft aangegeven dat hierbij maatwerk wordt toegepast waar mogelijk rekening te houden met teeltplannen en de bedrijfsvoering van agrariërs, waaronder de bufferstroken en natuurmaatregelen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 16</nr>
      <al>Klopt het dat door regels rond bloemrijke bufferstroken vaak niet door deze stroken gereden of gemaaid mag worden, waardoor het onderhoud door het waterschap in de praktijk juist lastiger kan worden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 16</nr>
      <al>De voorwaarden voor een kruidenrijke bufferstrook omvatten een zichtbare bedekking van 1 juni tot 1 oktober, bestaande uit ten minste 25 procent kruiden en vlinderbloemigen. Indien het onderhoud de opkomst van deze kruiden belemmert, is het inderdaad niet mogelijk voor de agrariër om de betreffende eco-activiteit op die strook uit te voeren. Zoals in de beantwoording van vraag 3 aangegeven gaat het waterschap in gesprek voor het leveren van maatwerk, rekening houdend met de teeltplannen en bedrijfsvoering van de agrariërs.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 17</nr>
      <al>Bent u ermee bekend dat loonwerkers en boeren in sommige gebieden hebben geïnvesteerd in smalspoormachines, juist om onderhoud op smallere paden mogelijk te maken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 17</nr>
      <al>Nee, ik ben niet bekend met deze situaties binnen het waterschap Noorderzijlvest. Het waterschap heeft aangegeven het beheer van de watergangen zelf uit te voeren en dit niet uit te besteden aan externe partijen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 18</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat deze investeringen door een plotselinge beleidswijziging feitelijk waardeloos dreigen te worden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 18</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 17.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 19</nr>
      <al>Klopt het dat het waterschap voornemens is deze stroken vaker te gebruiken dan nu het geval is, bijvoorbeeld meerdere keren per jaar?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 19</nr>
      <al>Het waterschap Noorderzijlvest gebruikt de onderhoudsstroken enkele keren per jaar. In de praktijk komt dat vaak neer op één maaibeurt in de zomer en één in het najaar, maar niet meer dan redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van het watersysteem. Het waterschap kijkt naar oplossingen in welke gebieden het onderhoud minder intensief kan plaatsvinden, om zo de belasting per perceeleigenaar te minimaliseren. Dit beoordeelt het waterschap op basis van de gesprekken die ze gaat voeren met belanghebbenden.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 20</nr>
      <al>Wat betekent dit voor het gebruik van deze stroken door agrariërs en voor de opbrengstderving op hun percelen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 20</nr>
      <al>Of de uitbreiding van het schouwpad invloed heeft op de opbrengsten, hangt af van de vraag of er nog een vorm van landbouw mogelijk is, zoals beweiding of het verbouwen van gewassen. Indien dit het geval is, kan de grond nog steeds worden opgegeven voor GLB-subsidies of voor het plaatsen van mest op het gedeelte van het schouwpad dat niet als bufferstrook is aangewezen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 21</nr>
      <al>In hoeverre heeft het waterschap een economische impactanalyse gemaakt van de gevolgen voor agrarische bedrijven in het gebied?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 21</nr>
      <al>Het uitvoeren van een economische impactanalyse vooraf was geen vereiste, omdat de grondslag van het besluit de wettelijke kerntaken van het waterschap en de veiligheid van medewerkers (Arbowet) betreft. Eventuele bedrijfseconomische gevolgen voor individuele belanghebbenden worden door het waterschap echter wel meegenomen in de komende gesprekken met de agrarische bedrijven. Agrarische bedrijven hebben overigens ook baat bij een goed functionerend watersysteem (bijvoorbeeld in het kader van het tegengaan van verzilting en het voorkomen van droogte of wateroverlast).</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 22</nr>
      <al>Hoe zijn volgens u de maatschappelijke baten voor het waterschap afgewogen tegen de economische lasten die eenzijdig bij boeren terechtkomen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 22</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 21.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 23</nr>
      <al>In hoeverre past een uniforme verplichting van vier meter bij het rijksbeleid dat inzet op maatwerk, gebiedsgericht werken en het versterken van de positie van boeren in het landelijk gebied?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 23</nr>
      <al>Binnen de nationale mestregelgeving en het GLB is de mogelijkheid opgenomen de breedte van een bufferstrook af te schalen, afhankelijk van het type waterloop en de oppervlakte van het perceel. Lokale overheden kunnen nationale regelgeving niet versoepelen, maar wel aanscherpen indien zij dit noodzakelijk achten. Deze afweging is aan het betreffende waterschap.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 24</nr>
      <al>Bent u bereid om met Waterschap Noorderzijlvest in gesprek te gaan over alternatieven?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 24</nr>
      <al>De bevoegdheid om besluiten te nemen over de wijze waarop een waterschap het waterbeheer uitvoert, behoort toe aan het Algemeen Bestuur van het betreffende waterschap als democratisch gekozen bestuursorgaan. Het waterschap gaat de komende periode zelf in gesprek met de agrariërs om de impact van de maatregel in de praktijk zoveel mogelijk te minimaliseren.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 25</nr>
      <al>Bent u bereid zich ervoor in te zetten dat boeren niet eenzijdig worden geconfronteerd met verplichtingen zonder compensatie?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 25</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 24.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 26</nr>
      <al>Kunt u toezeggen dat u de Kamer informeert over de uitkomsten van dit gesprek en over eventuele aanpassingen van juridische kaders om te voorkomen dat landbouwgrond via een gedoogplicht structureel aan boeren wordt onttrokken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 26</nr>
      <al>Nee, dat kan ik niet toezeggen. Zie het antwoord op vraag 24 en ook wordt, zoals aangeven in het antwoord op vraag 5, de grond niet structureel aan het gebruik onttrokken. Het ministerie is niet betrokken bij de gesprekken tussen het waterschap en de agrariërs.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>