﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1816/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1816</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><achternaam>Schilder</achternaam></naam> (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over <kamervraagonderwerp>verheerlijking van grensoverschrijdende drugscriminaliteit en ondermijnende criminaliteit in Limburg</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-03-17">17 maart 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Van Weel</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="JenV">Justitie en Veiligheid</organisatie>) (ontvangen  <datum isodatum="2026-05-04">4 mei 2026</datum>). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-1547" soort="document" status="actief">1547</extref></kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1 en 2</nr>
      <al>Bent u bekend met het bericht dat in Limburg drugscriminaliteit niet alleen toeneemt, maar zelfs openlijk wordt verheerlijkt, onder meer door het in brand steken van auto’s en het verspreiden van beelden daarvan op sociale media?<noot id="N1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>RTL, 17 maart 2026 (<extref soort="URL" doc="https://www.rtl.nl/nieuws/artikel/5574879/onderwereldkaart-limburg-fikkende-autos-na-drugslabdode" status="actief">https://www.rtl.nl/nieuws/artikel/5574879/onderwereldkaart-limburg-fikkende-autos-na-drugslabdode</extref>).</noot.al></noot></al>
      <al>Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat zware criminaliteit wordt gevierd en verheerlijkt en dat dit een ontwrichtend effect heeft op de samenleving en met name op jongeren?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  1 en 2</nr>
      <al>Ik ben bekend met het bericht en deel de mening dat zware criminaliteit onacceptabel is en een ontwrichtend effect kan hebben op de samenleving als geheel en daarmee ook op jongeren.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u de signalen van de politie dat criminelen in grensregio’s steeds brutaler opereren en zich kennelijk onaantastbaar wanen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  3</nr>
      <al>Ik neem deze signalen zeer serieus. Daarom investeren we ook in de gezamenlijke aanpak van de politie, het Openbaar Ministerie, de Koninklijke Marechaussee, de douane en de gemeenten in de grensregio’s. Daarnaast is de intensieve samenwerking met België en Duitsland daarin belangrijk. Criminelen maken namelijk bewust gebruik van de voordelen van de grens, bijvoorbeeld door hun activiteiten te spreiden over Nederland, België en Duitsland, wat de opsporing bemoeilijkt. Dit is onacceptabel. Daarom is in Limburg op 9 februari jl. een intentieverklaring getekend tussen de Nederlandse, Belgische en Duitse politiediensten en de Koninklijke Marechaussee voor de verdere ontwikkeling van een gecoördineerde en toekomstbestendige Euregionale politieoperatie, om zo structureel samen te werken om de veiligheid in de Euregio te versterken.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Klopt het dat de samenwerking tussen Nederland, België en Duitsland nog steeds tekortschiet, waardoor criminelen bewust gebruikmaken van grenzen om opsporing te ontwijken en, zo ja, waarom is dit probleem nog altijd niet opgelost? Welke knelpunten zijn er?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  4</nr>
      <al>Criminaliteit stopt niet bij landsgrenzen. Criminele netwerken maken bewust misbruik van de landsgrenzen, door de verschillen tussen Nederland, België en Duitsland in wetgeving, bevoegdheden en systemen te benutten. Op sommige vlakken hebben de grenzen namelijk een belemmerend effect op de samenwerking tussen de landen. Bijvoorbeeld in de opsporing. Hier heeft de grens voor de politie een vertragend effect, onder meer vanwege een verschil in regelgeving ten aanzien van het bewaren en delen van gegevens, rechtshulpverzoeken en beperktere mogelijkheden van de inzet van bijvoorbeeld taps. Belangrijke gegevens zijn zo niet direct toegankelijk, waardoor criminelen direct na een misdrijf een voorsprong hebben. Ook tijdens het verdere onderzoek zijn mogelijkheden beperkt doordat (vluchtige) data niet meer beschikbaar zijn of pas na langere tijd in het bezit komen van de onderzoekers.</al>
      <al>Daarom treedt Nederland, juist in nauwe samenwerking met de grensregio’s en ook overkoepelend met de centrale regeringen in België en Duitsland, ferm op tegen criminele netwerken die bewust misbruik maken van de landsgrenzen. Onderdeel van de samenwerking bij het aanpakken en voorkomen van ondermijnende criminaliteit in de grensregio is de inzet van het Euregionaal Informatie en Expertisecentrum (EURIEC). Via het EURIEC wordt samengewerkt met België en Duitsland (deelstaat Noordrijn-Westfalen). Het EURIEC ondersteunt bij concrete casuïstiek met een internationale component. Het primaire doel is daarbij om te voorkomen dat criminelen, die aan de ene kant van de grens effectief worden geweerd om in de legale wereld zaken te doen, aan de andere kant van de grens ongestoord hun criminelen activiteiten kunnen voortzetten. Het EURIEC doet dat door nauwe samenwerking tussen de Nederlandse RIEC’s, de Belgische ARIEC’s (equivalent van de Nederlandse RIEC’s) en Duitse partners.</al>
      <al>Verder staat ook de Nederlandse politie in nauw contact met hun Belgische en Duitse collega’s in de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit. Met de buurlanden wordt intensief operationeel samengewerkt. Hiervoor bestaat onder andere het Benelux-politieverdrag, waarin is geregeld dat politiegegevens kunnen worden gedeeld en grensoverschrijdende bevoegdheden kunnen worden uitgeoefend. Met Duitsland is de grensoverschrijdende politiesamenwerking geregeld in het Verdrag van Enschede uit 2005.</al>
      <al>De operationele grensoverschrijdende politiesamenwerking vindt onder meer plaats door de inzet van grensoverschrijdende politieteams met Duitsland, gezamenlijke patrouilles en controles met België en in het Euregionaal politie-informatie-uitwisselingscentrum (EPICC). Regelmatig vindt op operationeel niveau overleg plaats in de zogenoemde burenoverleggen, een samenwerkingsformat tussen lokale politiechefs van grensregio’s.</al>
      <al>Sneller informatie delen over grensoverschrijdende veiligheidsproblemen en gezamenlijk actie ondernemen is als ambitie opgenomen in het Benelux jaarplan van 2026. Dit jaarplan heeft als doel om grensbreed de effectiviteit van de politiesamenwerking tussen Nederland, België en Luxemburg verder te versterken.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5 en 6</nr>
      <al>Hoe kan het dat jongeren massaal betrokken raken bij en worden beïnvloed door deze georganiseerde criminaliteit en erkent u dat hier sprake is van een zorgwekkende normalisering van criminaliteit onder jongeren?</al>
      <al>Welke concrete maatregelen neemt u om het verheerlijken van criminaliteit, bijvoorbeeld via sociale media en muziek, tegen te gaan en acht u het nodig om hier harder tegen op te treden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  5 en 6</nr>
      <al>Elke jongere die geronseld wordt voor de georganiseerde criminaliteit is er één te veel. Met veruit de meeste jongeren in Nederland gaat het echter goed en uit de data blijkt dat de jeugdcriminaliteit de afgelopen twintig jaar stevig is gedaald. Er is dus <nadruk type="cur">geen</nadruk> sprake van normalisering van criminaliteit.</al>
      <al>Feit is wel dat jeugdcriminaliteit zich momenteel concentreert onder een specifieke groep jongeren met een opeenstapeling van risicofactoren. Met name jongeren in kwetsbare posities komen soms in aanraking met negatieve rolmodellen die criminaliteit verheerlijken. Bij die jongeren in kwetsbare posities is het dan ook cruciaal om hen weerbaar te maken tegen de verleiding van de georganiseerde criminaliteit. Bijvoorbeeld via sociale media en muziek, door hen een beter toekomstperspectief te bieden.</al>
      <al>Mede daarom zet ik met Keerpunt in op een veilig en laagdrempelig hulpplatform waar jongeren professionele hulp krijgen wanneer zij crimineel uitgebuit worden. Keerpunt is bedoeld voor jongeren die vastzitten in de criminaliteit, of hier kwetsbaar voor zijn en niet zelfstandig een uitweg weten te vinden. Om te voorkomen dat jongeren met criminaliteit in aanraking komen, daarin afglijden of doorgroeien zetten we in op kansrijke en bewezen effectieve interventies, zoals de gedragsinterventie «Alleen jij bepaalt wie je bent» (AJB). AJB is een effectief bewezen gedragsinterventie waarbij positieve rolmodellen en sport als middel worden ingezet om te voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit en is landelijk beschikbaar. Tenslotte zet ik met Preventie met Gezag in op het wegnemen van de voedingsbodem voor georganiseerde criminaliteit in de meest kwetsbare wijken van Nederland. Dit doe ik door samen met gemeenten, justitie- en zorgpartners kansen te bieden aan jongeren die vatbaar zijn voor criminaliteit en tegelijkertijd grenzen te stellen aan crimineel gedrag. Bijvoorbeeld door de inzet van jongerenwerk. Jongerenwerkers hebben een goed beeld van de jongeren in hun wijk en kunnen problematisch gedrag van kwetsbare jongeren op school, straat of online vroegtijdig signaleren en snel doorverwijzen naar de juiste hulp.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u het feit dat verboden motorbendes zoals Hells Angels, Bandidos en Satudarah opnieuw aan invloed lijken te winnen doordat leden vrijkomen en opnieuw actief worden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  7</nr>
      <al>Eind 2025 is het WODC-onderzoek naar de precieze effecten van de civiele verboden op Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) in Nederland gepubliceerd tezamen met een beleidsreactie.<noot id="ID-1816-d41e161" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2024/2025, <extref doc="kst-29911-491" soort="document" status="actief">29 911, nr.491</extref>.</noot.al></noot> Hieruit blijkt dat de invloed van OMG’s in de openbare ruimte sterk is afgenomen, vergeleken met de start van de OMG-aanpak in 2012. OMG-leden zijn over het algemeen minder zichtbaar geworden in het publieke domein en daarnaast zijn er de afgelopen jaren tientallen clubhuizen gesloten en clubgerelateerde evenementen voorkomen. Dit heeft verder bijgedragen aan de verminderde zichtbaarheid van (verboden) OMG’s.</al>
      <al>Dat OMG’s als gevolg van de integrale aanpak en civiele verboden minder zichtbaar zijn in de openbare ruimte, is een resultaat dat we moeten vasthouden. In de beleidsreactie op het WODC-onderzoek is te lezen dat mijn ambtsvoorganger afspraken heeft gemaakt met partners uit het RIEC-LIEC samenwerkingsverband om zich te blijven inzetten op het handhaven van de civiele verboden van verboden motorclubs en op hun leden. Zij mogen immers geen vrijplaats worden geboden en zowel de overheid als de maatschappij moeten ten alle tijde weerbaar tegen hen zijn.</al>
      <al>Tegelijkertijd krijg ik ook signalen dat OMG’s hier en daar actiever lijken te worden, en dit is een zorgelijke ontwikkeling. We houden deze motorbendes nauwlettend in de gaten en de lokale driehoek grijpt in waar dit kan. Daarnaast ontvang ik jaarlijks van de politie een fenomeenbeeld op dit thema, dat ook wordt verrijkt door de partners uit het RIEC-LIEC samenwerkingsverband, zodat we tijdig kunnen opschalen indien de situatie hierom vraagt. Dit onderwerp blijft dus onder mijn aandacht en over deze ontwikkeling blijf ik met de relevante partners in gesprek.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat criminelen in staat zijn om jongeren in te zetten en tegelijkertijd openlijk hun activiteiten te verheerlijken zonder dat daar zichtbaar hard tegen wordt opgetreden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  8</nr>
      <al>Het is onaanvaardbaar dat jongeren worden gerekruteerd door de georganiseerde criminaliteit, ook via sociale media, en ik deel de mening dat daar hard tegen moet worden opgetreden.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9 en 10</nr>
      <al>Welke concrete extra maatregelen gaat u nemen om de ondermijnende criminaliteit in Limburg hard aan te pakken en wat gaat er nu daadwerkelijk veranderen ten opzichte van de huidige aanpak?</al>
      <al>Wat is er volgens u op dit moment nodig om ervoor te zorgen dat in grensregio’s als Limburg weer duidelijk wordt dat politie en justitie de controle hebben, in plaats van criminele netwerken die zich onaantastbaar wanen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  9 en 10</nr>
      <al>Politie en justitie hebben de grensregio’s onder controle. Zoals eerder bij vraag 4 beschreven, wordt samen met België en Duitsland hard opgetreden tegen criminele samenwerkingsverbanden. Zo is de politie-eenheid Limburg bezig met het verkennen van een Euregionale Politiealliantie, waarvoor het op 9 februari jl. een intentieverklaring heeft getekend met hun politieburen in België en Duitsland. De ambitie van een dergelijke Euregionale Politiealliantie is om de duurzame en structurele samenwerking tussen de politiediensten in de Euregio te versterken. Daarmee houden politie en justitie nu en in de toekomst de grensregio’s onder controle.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Kunt u deze vragen nog vóór het commissiedebat over criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit van donderdag 19 maart 2026 beantwoorden, zodat de antwoorden daarbij kunnen worden betrokken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord  11</nr>
      <al>Dat is helaas niet mogelijk gebleken.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>