﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1693/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1693</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van de leden <naam><achternaam>Maes</achternaam></naam> en <naam><achternaam>Ellian</achternaam></naam> (beiden VVD) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Asiel en Migratie over <kamervraagonderwerp>de uitspraak van de Raad van State van 19 maart 2026 (ECLI ECLI:NL:RVS:2026:1600)</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-03-23">23 maart 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Berendsen</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="BZ">Buitenlandse Zaken</organisatie>), mede namens de Minister van Asiel en Migratie (ontvangen <datum isodatum="2026-04-21">21 april 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Bent u bekend met uitspraak 202600650/2/V6 (ECLI:NL:RVS:2026:1600) van de Raad van State?<noot id="ID-2026Z05788-d41e60" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Raad van State, 19 maart 2026, Uitspraak 202600650/2/V6, <extref soort="URL" doc="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@157171/202600650-2-v6/" status="actief">www.raadvanstate.nl/uitspraken/@157171/202600650-2-v6/</extref></noot.al></noot></al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Ja.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Welke impact heeft deze uitspraak op andere Gazanen die een Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) hebben om naar Nederland af te reizen en in Nederland willen verblijven op grond van een reguliere verblijfsvergunning?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>De uitspraak ziet op een voorlopige voorziening in een specifieke casus en betreft de vraag naar consulaire ondersteuning en de juridische kwalificatie daarvan. Dit dient niet te worden opgevat als een algemeen oordeel over consulaire bijstand aan alle personen in Gaza met een mvv-inwilliging. De afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en de daaropvolgende toelating tot Nederland blijven onverkort plaatsvinden op basis van de geldende wettelijke criteria en individuele toetsing door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Bestaat het risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland komen op enig moment tijdens hun verblijf in Nederland een asielaanvraag zullen indienen? Zo ja, deelt u de mening dat dit oneigenlijk gebruik is van een door Nederland afgegeven mvv?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>Het kan niet worden uitgesloten dat personen die op basis van een regulier verblijfsdoel naar Nederland komen, op enig moment een asielaanvraag indienen. Het indienen van een asielaanvraag is een recht dat voortvloeit uit internationale en Europese verplichtingen. Het enkele feit dat iemand eerder op reguliere gronden is toegelaten, maakt het indienen van een asielaanvraag op zichzelf niet onrechtmatig of oneigenlijk. Wel wordt iedere aanvraag individueel beoordeeld op basis van de geldende criteria.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Deelt u de mening dat er geen mvv afgegeven mag worden als het gevaar bestaat dat iemand eenmaal in Nederland asiel aanvraagt? Hoe zorgt u dat dit niet gebeurt?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>De beoordeling van een mvv-aanvraag vindt plaats aan de hand van de voorwaarden die gelden voor het specifieke verblijfsdoel, bijvoorbeeld voor gezinsmigratie, arbeid of studie. Het mogelijk indienen van een asielaanvraag vormt in die toets geen zelfstandig afwijzingscriterium. De IND voert vooraf een uitgebreide toets uit, waaronder een beoordeling van de openbare orde en nationale veiligheid. Hiermee wordt geborgd dat alleen personen die aan de voorwaarden voldoen, worden toegelaten.</al>
      <al>Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 is het indienen van een asielaanvraag een recht dat voortvloeit uit internationale en Europese verplichtingen. Het enkel feit dat er een kans bestaat dat iemand een asiel aanvraag indient is geen reden voor weigering van een mvv.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5 en 6</nr>
      <al>Wat gaat u doen om te voorkomen dat het diplomatiek bijstaan of zelfs het evacueren van mensen met een mvv een normale procedure wordt in het kader van consulaire bijstand?</al>
      <al>Deelt u de mening dat consulaire bijstand niet bedoeld is voor het evacueren van mvv-houders en dat deze uitspraak dus ook geen precedent mag zijn voor toekomstige mvv-houders?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5 en 6</nr>
      <al>Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt in algemene zin consulaire bijstand aan Nederlands paspoorthouders en in voorkomende gevallen aan personen die in bezit zijn van een verblijfsvergunning. Het is uiteindelijk aan de Minister van Buitenlandse Zaken aan wie en op welke wijze consulaire bijstand wordt verleend.</al>
      <al>In correspondentie met de Raad van State is kenbaar gemaakt dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich naar vorm noch naar inhoud kan vinden in de getroffen voorziening en aangedrongen op een zo spoedig mogelijke agendering van de bodemprocedure. In de bodemprocedure zal dit standpunt nader verdedigd worden. Dit laat uiteraard onverlet dat uitvoering zal worden gegeven aan de getroffen voorzieningen in de desbetreffende zaken.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Wat kunt u doen om te voorkomen dat de studenten tijdens of na afloop van hun studie alsnog asiel aanvragen in Nederland?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 7</nr>
      <al>Er bestaan geen mogelijkheden om het indienen van een asielaanvraag te voorkomen, nu dit een fundamenteel recht betreft. Wel wordt voorafgaand aan toelating zorgvuldig getoetst of aan alle voorwaarden voor het verblijfsdoel wordt voldaan, waaronder voldoende middelen van bestaan en inschrijving bij een erkende onderwijsinstelling. Indien een persoon gedurende of na afloop van het verblijf niet langer aan de voorwaarden voldoet, kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Ziet u wettelijke mogelijkheden om mensen die met een mvv naar Nederland zijn gereisd het recht om asiel aan te vragen in ons land te ontzeggen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 8</nr>
      <al>Het recht om een asielaanvraag in te dienen is verankerd in internationale verdragen, waaronder het Vluchtelingenverdrag, en in Europese regelgeving. Dit recht kan niet worden ontzegd aan personen die met een mvv zijn ingereisd.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>Kunt u toelichten hoe u oordeelt over deze uitspraak gedaan door de bestuursrechter, terwijl consulaire bijstand geen onderdeel is van het bestuursrecht en in beginsel bedoeld is voor onderdanen van ons land en dus niet voor mensen die een visum voor Nederland hebben gekregen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 9</nr>
      <al>In correspondentie met de Raad van State is kenbaar gemaakt dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich naar vorm noch naar inhoud kan vinden in de getroffen voorziening. Daarbij wordt ook aangegeven dat hier volgens de Minister geen taak voor de bestuursrechter ligt. Dit laat uiteraard onverlet dat uitvoering zal worden gegeven aan de getroffen voorzieningen in de desbetreffende zaken.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
      <al>Bestaat er een risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland af kunnen reizen zullen proberen om via gezinshereniging nareizigers naar Nederland te laten komen? Zo ja, wat kunt u doen om dat te voorkomen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 10</nr>
      <al>Indien een persoon een verblijfsstatus verkrijgt die recht geeft op gezinshereniging, kan hij of zij onder de daarvoor geldende voorwaarden een aanvraag indienen. Daarbij is van belang onderscheid te maken tussen nareis in het kader van asiel en reguliere gezinshereniging. In de hier bedoelde situatie is geen sprake van nareis voor asielstatushouders, maar van reguliere migratie. Dit betekent dat betrokkenen, indien zij gezinsleden willen laten overkomen, zijn aangewezen op de reguliere gezinsherenigingsprocedure. Deze procedure kent eigen, strikte voorwaarden, waaronder het aantonen van een daadwerkelijk gezinsverband, het voldoen aan het middelenvereiste en een toets aan openbare-ordeaspecten. Iedere aanvraag wordt individueel aan deze wettelijke vereisten getoetst. Dit kader geldt generiek en is niet specifiek voor deze groep.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11 en 12</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u overweging 7.1 van bovengenoemde uitspraak, waarin wordt gesteld dat Nederland mogelijk gedwongen kan worden om Gazanen tot ons land toe te laten die naar Jordanië afreizen om hun mvv af te halen, maar waarvan vervolgens blijkt dat zij hebben gelogen over hun identiteit? Op grond van welk wettelijk voorschrift zou Nederland deze plicht hebben?</al>
      <al>Geldt deze plicht ook voor Gazanen waarvan pas in Jordanië blijkt dat zij lid zijn (geweest) van een terroristische organisatie, die verdacht worden van het plegen van een terroristisch misdrijf of die op enige andere manier een gevaar vormen voor de openbare orde en/of nationale veiligheid? Deelt u de mening dat dit een volstrekt onwenselijke situatie is? Zo ja, welke maatregelen bent u bereid om te nemen om dit risico bij Gazanen maximaal te beperken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 11 en 12</nr>
      <al>In algemene zin geldt dat toelating tot Nederland altijd afhankelijk is van het voldoen aan de wettelijke voorwaarden, waaronder identificatie en verificatie van de identiteit. Deze controle vindt zowel voorafgaand aan de afgifte van de mvv op de post plaats als bij verdere toelatingsprocedures. Indien blijkt dat onjuiste of misleidende informatie is verstrekt, kan dit leiden tot weigering of intrekking van de mvv of verblijfsvergunning. Er bestaat geen algemene wettelijke plicht om personen toe te laten indien achteraf blijkt dat zij onjuiste gegevens hebben verstrekt.</al>
      <al>Indien er aanwijzingen zijn dat een persoon een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, wordt de aanvraag afgewezen dan wel een eerdere inwilliging heroverwogen en zo nodig ingetrokken. Deze aspecten worden voorafgaand aan de afgifte van een mvv getoetst aan de hand van nationale en internationale systemen, waaronder het Schengeninformatiesysteem. Tegelijkertijd geldt dat ook op de post, voorafgaand aan feitelijke afgifte van de mvv, opnieuw wordt beoordeeld of nog aan alle voorwaarden wordt voldaan. Indien zich feiten of omstandigheden voordoen waaruit blijkt dat dit niet het geval is, wordt dit gemeld aan de IND en kan dit alsnog leiden tot weigering van afgifte of intrekking van de eerdere beslissing. De bescherming van de nationale veiligheid en openbare orde heeft daarbij een zwaarwegend karakter. Personen die een dergelijk risico vormen, komen niet in aanmerking voor toelating.</al>
      <al>Nederland kan in beginsel niet worden verplicht om personen tot het grondgebied toe te laten indien achteraf blijkt dat zij onjuiste of misleidende informatie hebben verstrekt over hun identiteit bij de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) of als de identiteit niet overeenkomt met de desbetreffende mvv. In het geval van ondersteuning bij vertrek uit Gaza, staat Nederland garant voor het vertrek van deze personen naar Nederland binnen de kaders die afgesproken zijn in bilaterale afspraken met Jordanië. Indien deze personen niet naar Nederland kunnen vertrekken, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de relatie met Jordanië.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
      <al>Op welke manier bent u van plan invulling te geven aan de door de voorzieningenrechter opgelegde «inspanningsverplichting» om te bereiken dat de verzoeker de grens kan oversteken? Kunt u bevestigen dat de inspanningsverplichting uitsluitend ziet op het gebruik van de «diplomatieke weg» en geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning behelst?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 13</nr>
      <al>Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal conform de uitspraken uitvoering geven aan de voorlopige voorzieningen getroffen door de voorzieningenrechter van de Raad van State. De voorzieningen verplichten de Minister van Buitenlandse Zaken om zich via diplomatieke weg in te spannen om ervoor te zorgen dat de verzoekers Gaza kunnen verlaten om de mvv op te halen. In dat kader zal geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning worden georganiseerd, in lijn met de inspanningsverplichting opgelegd door de voorzieningenrechter en met het verzoek van betrokkenen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
      <al>In hoeverre verwacht u dat deze uitspraak, waarin de lage drempel van de inspanning wordt benadrukt, zal leiden tot een toename van soortgelijke verzoeken van Gazanen die reeds over een mvv-toezegging beschikken? Deelt u de mening dat zo’n toename onwenselijk is?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 14</nr>
      <al>Het staat personen met een mvv-inwilliging vrij om een verzoek in te dienen voor ondersteuning bij vertrek uit Gaza. Op dit moment biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken deze ondersteuning echter niet.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
      <al>In hoeverre acht u de zorg terecht dat deze uitspraak een aanzuigende werking kan hebben op aanvragen van personen uit Gaza en andere conflictgebieden die voor studie naar Nederland willen komen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 15</nr>
      <al>Er is op dit moment geen significante stijging van het aantal studieaanvragen van personen uit Gaza. Niet kan worden uitgesloten dat bredere bekendheid met de mogelijkheden tot vertrek uit Gaza kan leiden tot meer verzoeken. Daarbij geldt nog steeds dat elke aanvraag individueel wordt beoordeeld en dat de toelatingscriteria onverkort van toepassing blijven.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 16</nr>
      <al>Klopt het dat deze personen daarbij ook familieleden mee mogen nemen indien zij daar de voogdij over dragen, zoals het geval was bij een student aan de Universiteit Maastricht?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 16</nr>
      <al>Het meereizen van familieleden is uitsluitend mogelijk indien wordt voldaan aan de geldende wettelijke kaders. Voor reguliere verblijfsdoelen, zoals studie, geldt dat gezinsleden alleen onder specifieke voorwaarden kunnen meereizen, bijvoorbeeld als sprake is van een kerngezin. Constructies waarbij voogdij wordt overgedragen worden kritisch beoordeeld en moeten voldoen aan regelgeving. Er is geen generiek recht om via dergelijke constructies familieleden mee te laten reizen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 17</nr>
      <al>Deelt u de mening dat het onlogisch is om studenten uit Gaza de mogelijkheid te bieden aan Nederlandse universiteiten te studeren, terwijl Joodse studenten zich op Nederlandse universiteiten momenteel zeer onveilig en zelfs bedreigd voelen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 17</nr>
      <al>Nee. De onveiligheid die Joodse studenten op universiteiten ervaren is onacceptabel. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in voor de veiligheid van deze studenten en voor een veilige leer- en werkomgeving in het onderwijs. De toelating van buitenlandse studenten aan Nederlandse universiteiten staat hier los van. Het is aan de instellingen om, binnen de kaders van wet- en regelgeving, te bepalen welke studenten zij toelaten op hun instelling.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>