﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1667/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1667</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><voornaam>Jimmy </voornaam><achternaam>Dijk</achternaam></naam> (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over <kamervraagonderwerp>de uitspraken van de Minister tijdens de behandeling van de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 maart 2026</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-03-27">27 maart 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister<naam><achternaam>Vijlbrief</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="SZW">Sociale Zaken en Werkgelegenheid</organisatie>) (ontvangen  <datum isodatum="2026-04-20">20 april 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Herinnert u de uitspraak die u deed tijdens het debat over de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin u stelde dat u het sterke vermoeden heeft dat het aandeel totale uitgaven aan de sociale zekerheid ten aanzien van het bruto binnenlands product (bbp) tot 2040 nog verder toeneemt en ook flink toeneemt?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Ja.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Kunt u deze uitspraak schriftelijke onderbouwen? Zo niet, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>Ja. Mijn tijdens het debat uitgesproken vermoeden over de toename van de uitgaven aan de sociale zekerheid tot 2040 is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de uitgaven aan AOW en WIA (samen goed voor ten minste de helft van de uitgaven aan sociale zekerheid) als aandeel van het bbp. Voor de AOW-uitgaven verwachten we een toename van € 13,5 miljard tussen 2025 en 2040 in constante prijzen (prijspeil 2025). Op basis van ramingen van het CPB betekent dat een toename van de AOW-uitgaven als aandeel van het bbp van 4,7% in 2025 naar 5,7% in 2040. Ook voor de WIA-uitgaven verwachten we een toename. Het IBO <nadruk type="cur">Werken aan de WIA</nadruk> schat een toename van het aantal mensen in de WIA met zo’n 28% in 2060 als gevolg van vergrijzing en de oplopende AOW-leeftijd (2/3 koppeling). De uitgaven aan de WIA lopen naar verwachting op met circa € 4,2 miljard tussen 2025 en 2040 in constante prijzen.</al>
      <al>Deze toename kwalificeer ik dus inderdaad als «flink». Een verwachtte stijging van de uitgaven met ruim 17 miljard euro per jaar in constante prijzen is groot. Dit is geld dat dan niet aan andere, noodzakelijke doelen kan worden uitgegeven.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Kunt u schriftelijk onderbouwen op welk onderzoek u zich baseert wanneer u stelt dat de uitgaven aan sociale zekerheid van 12,1% van het bbp naar 12,8% van het bbp zullen stijgen zonder kabinetsingrijpen, en met kabinetsingrijpen van 12,1% naar 12,6%?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>De geschatte toename van de uitgaven aan sociale zekerheid (inclusief kabinetsbeleid) als aandeel van het bbp tussen 2025 (12,1%) en 2034 (12,6%) komt uit de verantwoording van het <nadruk type="cur">centraal economisch plan</nadruk> van het CPB. In de doorrekening van het coalitieakkoord geeft het CPB aan dat het effect van het coalitieakkoord op de uitgaven sociale zekerheid € –2,5 miljard is. Dat staat gelijk aan 0,2% van het door het CPB verwachtte bbp in 2030. Als we aannemen dat in 2034 het effect van het coalitieakkoord op de uitgaven aan sociale zekerheid ook –0,2% bbp is, dan zijn de verwachte uitgaven aan sociale zekerheid in 2034 zonder coalitieakkoord 12,8% bbp.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Bent u het ermee eens dat dit niet de grote stijging is zoals u die eerder tijdens datzelfde debat schetste? En dat het hier niet over onhoudbare stijgingen gaat? Zo ja, waarom wilt u dan zo hard op de sociale zekerheid bezuinigen? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>Nee, daar ben ik het niet mee eens. Een toename van de uitgaven aan sociale zekerheid met 0,5% bbp al in 2030 gaat om veel geld. Dat is geld dat niet aan andere, noodzakelijke, uitgaven kan worden besteed. Daarom is bijsturing wat het kabinet betreft noodzakelijk. Ook de recente Studiegroep Begrotingsruimte concludeert: zonder bijsturing is de overheidsschuld onhoudbaar. De Studiegroep adviseert dan ook om met prioriteit vergrijzingsgevoelige uitgaven en inkomsten te hervormen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Bent u het ermee eens dat deze cijfers laten zien dat de door het kabinet voorgestelde kortingen op de WW en WIA en de verhoging van de AOW-leeftijd helemaal niet nodig zijn? Zo niet, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5</nr>
      <al>Nee, daar ben ik het niet mee eens. Voorgaande antwoorden laten zien dat er wel degelijk maatregelen nodig zijn. We hebben te maken met een aantal grote noodzakelijke uitgaven, onder andere naar aanleiding van de sterk veranderde geopolitieke situatie. Het is waar, zo heb ik ook in het debat over de SZW begroting aangegeven, dat je uiteindelijk altijd een andere politieke keuze kunt maken over hoe je dat betaalt. Maar we zullen ergens ruimte moeten vinden.</al>
      <al>En het kabinet vindt het, gegeven bovengenoemde cijfers en adviezen, logisch dan ook te kijken naar de sociale zekerheid die zowel absoluut als ook als aandeel van het bbp een groot en groeiend deel van de collectieve uitgaven vormt.</al>
      <al>Bovendien zijn er ook andere factoren die het noodzakelijk maken te kijken naar de vormgeving van de sociale zekerheid. Denk m.b.t. de WIA bijvoorbeeld aan het afschaffen van de IVA voor de uitvoerbaarheid van het stelsel. Maar ook de verhouding actief-inactief is relevant om in de overweging mee te nemen. Demografische ontwikkelingen maken dat de oplopende uitgaven aan de sociale zekerheid door een relatief steeds kleinere groep werkenden moet worden betaald. In 2060 zijn er naar verwachting 40 AOW-gerechtigden<noot id="ID-1667-d41e131" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Berekening op basis van prognose beroepsbevolking (15- tot 75-jarige personen die in Nederland) in 2060 van het CBS (<extref doc="https://opendata.cbs.nl/#%2FCBS%2Fnl%2Fdataset%2F86041NED%2Ftable" soort="URL" status="actief">StatLine - Prognose bevolking; geslacht en leeftijd, 2025-2070</extref>) en de door het CPB verwachtte arbeidsparticipatie in 2060 (<extref doc="https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/omnidownload/CPB-Achtergronddocument-dec2019-Arbeidsparticipatie-en-gewerkte-uren-tot-en-met-2060.pdf" soort="URL" status="actief">Arbeidsparticipatie en gewerkte uren tot en met 2060</extref>)</noot.al></noot> (nu 37) en 6 WIA-gerechtigden (nu 4,8) per 100 werkenden. En om dat voor de AOW verder in perspectief te plaatsen: in 1990 waren er 30 en in 1960 (drie jaar na de invoering van de AOW) maar 17 AOW-gerechtigden per 100 werkenden.<noot id="ID-1667-d41e147" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Op basis van aantal historische reeks werkzame personen (CBS, <extref doc="https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/09/historische-reeks-werkzame-personen-1807-2016" soort="URL" status="actief">Historische reeks werkzame personen, 1807 - 2016 | CBS</extref>) en tijdreeksen sociale zekerheid CBS (<extref doc="https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/03763?utm_source=chatgpt.com" soort="URL" status="actief">Tijdreeksen sociale zekerheid | CBS</extref>)</noot.al></noot></al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>Ja.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>