﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1662/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1662</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van het lid <naam><achternaam>Ceder</achternaam></naam> (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over <kamervraagonderwerp>het bericht «Jerusalem’s Christian schools threatened as government moves to ban Palestinian teachers»</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-03-30">30 maart 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Berendsen</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="BZ">Buitenlandse Zaken</organisatie>) (ontvangen <datum isodatum="2026-04-17">17 april 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Hoe luidt uw reactie op het bericht «Jerusalem’s Christian schools threatened as government moves to ban Palestinian teachers»<noot id="N1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>ACN, 26 maart 2026, «Jerusalem’s Christian schools threatened as government moves to ban Palestinian teachers» (<extref soort="URL" doc="https://acnuk.org/news/2026/03/26/jerusalems-christian-schools-threatened-government-moves-ban-palestinian-teachers" status="actief">https://acnuk.org/news/2026/03/26/jerusalems-christian-schools-threatened-government-moves-ban-palestinian-teachers</extref>)</noot.al></noot>?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Dit zijn berichten die helaas tekenend zijn voor de toenemende druk waaronder (christelijke) Palestijnen staan. Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen november is hieraan expliciet aandacht besteed, de situatie in de Oude Stad van Jeruzalem in het bijzonder.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Klopt het dat de Israëlische autoriteiten voor het schooljaar 2026–2027 geen werkvergunningen meer willen verstrekken aan Palestijnse leraren uit de Westelijke Jordaanoever die werkzaam zijn op christelijke scholen in Jeruzalem?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>Naar verluidt staat inderdaad in de brief van het Israëlische Ministerie van Onderwijs van 10 maart jl. aan schooldirecties in Jeruzalem dat voor het schooljaar 2026–2027 alleen leraren mogen worden aangenomen die in Jeruzalem wonen en beschikken over Israëlische onderwijsbevoegdheden.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Deelt u de zorg dat deze maatregel gevolgen heeft voor meer dan tweehonderd leraren en daarmee de continuïteit van de ongeveer vijftien christelijke onderwijsinstellingen in Jeruzalem onder druk zet?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>Ja. De meeste docenten op deze scholen zijn christelijke Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever. Als zij niet meer kunnen werken in Jeruzalem zullen de scholen gedwongen op zoek moeten gaan naar nieuwe docenten.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Hoe beoordeelt u de mogelijke impact van deze maatregel op de positie van christelijke minderheden in Jeruzalem en het behoud van religieuze en culturele diversiteit in de stad?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>De maatregel zorgt ervoor dat minder christenen toegang hebben tot Jeruzalem. Dit heeft een verder negatieve impact op de pluriformiteit van de stad.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Op welke wijze en hoe hard raakt deze maatregel de financiële situatie van deze leraren en hun gezinnen? Op welke wijze raakt deze maatregel de Palestijnse economie?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5</nr>
      <al>Het gaat om tientallen families die potentieel een bron van inkomen kwijt raken, maar niet om een dusdanig grote groep dat het een significante invloed heeft op de al zwakke Palestijnse economie. Wel zal het in het bijzonder impact hebben op een groep mensen die voornamelijk uit de regio van Bethlehem komt, waar het al slecht gaat met de economie door de afhankelijkheid en afwezigheid van toerisme. In die zin heeft het een relatief grote impact op een specifieke gemeenschap op de Westelijke Jordaanoever. Zie ook het antwoord op vraag 6.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Klopt het dat als reden wordt aangevoerd dat de diploma’s niet zouden voldoen aan de academische standaarden die nodig zouden zijn? Hoe beoordeelt u dit argument? Mocht dit argument valide zijn, welke rol kan Nederland spelen om eventueel aan deze eis tegemoet te komen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>Op 21 januari jl. heeft de Knesset een wet aangenomen die het tewerkstellen van leraren met diploma’s uit de Palestijnse Gebieden beperkt. De wet zorgt ervoor dat deze groep leraren niet kan worden aangesteld als leraar, schooldirecteur of inspecteur in Jeruzalem. De wet beschouwt deze groep als personen zonder de vereiste academische graad voor dergelijke functies. In de toelichting van het wetsvoorstel staat: «de academische opleiding in de Palestijnse Autoriteit vindt plaats in een omgeving waarin sprake is van ophitsing tegen de staat Israël, en die niet overeenkomt met de principes en waarden waarop het onderwijs in de staat Israël is gebaseerd.»</al>
      <al>Er zijn enkele uitzonderingen en overgangsregelingen binnen de wet, namelijk: i) personen die al voor inwerkingtreding van de wet als leraar werkten en in hun bestaande functie blijven; ii) personen die al een diploma hadden van de Palestijnse Autoriteit of een volledig academisch jaar hebben afgerond, voor hen geldt dat zij in sommige gevallen alsnog, onder strengere voorwaarden, kunnen worden aangesteld; en iii) de directeur-generaal van het Israëlische Ministerie van Onderwijs kan toch iemand toelaten als een persoon ook beschikt over een Israëlisch diploma. Personen die worden afgewezen hebben recht om in beroep te gaan tegen de beslissing.</al>
      <al>Het kabinet erkent niet dat Israël soevereiniteit kan uitoefenen over Oost-Jeruzalem. Het bezettingsrecht is van toepassing en kent strenge voorwaarden voor het aanpassen van lokale wetgeving. Bovendien dient de bezetter het bezette gebied te besturen ten behoeve van de lokale bevolking. Deze maatregel staat hier haaks op.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Bent u bereid deze kwestie zowel bilateraal als in EU-verband onder de aandacht te brengen bij de Israëlische autoriteiten en te pleiten voor het behoud van het werk voor deze leraren?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 7</nr>
      <al>Nederland blijft zich inzetten zowel bilateraal als multilateraal voor de vrijheid van minderheden. Waar opportuun zal het kabinet deze specifieke casus onder de aandacht brengen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Bent u bereid om, samen met internationale partners en kerkelijke organisaties, te bezien hoe deze scholen ondersteund kunnen worden indien deze maatregel wordt doorgezet?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 8</nr>
      <al>De Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah onderhoudt contact met lokale kerkgemeenschappen, volgt de situatie nauwgezet en beziet steeds in overleg hoe de verschillende zorgen die leven kunnen worden geadresseerd.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>Ziet u een ontwikkeling dat minderheden in Jeruzalem, inclusief (Palestijnse) christenen, steeds verder onder druk komen te staan, door situaties zoals deze en zoals in eerdere schriftelijke benoemd?<noot id="N2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Aanhangsel Handelingen II, 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-876" soort="document" status="actief">876</extref>.</noot.al></noot> Welke stappen onderneemt u en gaat u ondernemen om deze ontwikkelingen tegen te gaan?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 9</nr>
      <al>Ja, minderheden in Jeruzalem staan onder toenemende druk. Nederland dringt aan op handhaving van de status quo rond heilige plaatsen. Hierbij steunt Nederland de rol van Jordanië als beschermer van de Christelijke en Islamitische Heilige plaatsen in Jeruzalem, zoals ook erkend door Israël in het Vredesverdrag. Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen november is expliciet aandacht besteed aan de krimpende ruimte voor (Palestijnse) christenen, met name in de Oude Stad van Jeruzalem.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>