﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1517/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door
										de regering gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>1517</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van de leden <naam><achternaam>Kostić</achternaam></naam> en <naam><achternaam>Teunissen</achternaam></naam> (beiden PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over <kamervraagonderwerp>de milieueffectrapportage van Tata Steel</kamervraagonderwerp> (ingezonden <datum isodatum="2026-01-28">28 januari 2026</datum>).</kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoord van Minister <naam><achternaam>Van Veldhoven-van der Meer</achternaam></naam> (<organisatie afkorting="KGG">Klimaat en Groene Groei</organisatie>), de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen  <datum isodatum="2026-04-02">2 april 2026</datum>). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-1046" soort="document" status="actief">1046</extref>.</kamervraagomschrijving>
    <?xpp qa?>
    <?xpp lead;1?>
    <vraag>
      <al>
        <nadruk type="vet">Inleiding:</nadruk>
      </al>
      <al>Het kabinet merkt, op basis van de gestelde vragen, dat er mogelijk onduidelijkheid is over hoe de gegevens en emissiewaarden in het milieueffectrapport (MER) van Tata Steel zich verhouden tot de gegevens en emissiewaarden in de Joint Letter of Intent (JLoI) met Tata Steel. In reactie daarop lichten wij hieronder graag eerst toe hoe deze gegevens in de verschillende documenten zich tot elkaar verhouden.</al>
      <al-groep>
        <al>
          <nadruk type="cur">Milieueffectrapport</nadruk>
        </al>
        <al>Het doel van het MER is om de effecten van een project op het milieu in beeld te brengen ten behoeve van de vergunningverlening. Het MER is een middel om in kaart te brengen of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn om negatieve milieueffecten te beperken die een direct gevolg zijn van het project. Dit betekent bijvoorbeeld dat de impact van het project op verschillende (lucht)emissies van het bedrijf in kaart moet worden gebracht. Het MER van Tata Steel wordt, zoals ieder ander MER, getoetst aan de eisen die de wet aan een MER stelt. Daarmee is en wordt het MER niet opgesteld ten behoeve van de maatwerkafspraken. Ook staan er in een MER geen concrete bindende normen of eisen. Die worden op een andere manier, bijvoorbeeld via algemene wet- en regelgeving of via een vergunning op basis van het MER, geregeld.</al>
        <al>In dit geval heeft Tata Steel een MER ingediend voor het project Heracless-Groen Staal waarvoor de vergunningenprocedure in maart 2023 is gestart. Naast dit Groen Staal-project bestaat een eventuele maatwerkafspraak met Tata Steel ook nog uit aanvullende milieumaatregelen.</al>
      </al-groep>
      <al-groep>
        <al>
          <nadruk type="cur">Tussenbeoordeling</nadruk>
        </al>
        <al>Het is van belang om op te merken dat het aan de respectievelijke bevoegde gezagen is om (onderdelen van) het MER te beoordelen. Het coördinerend bevoegd gezag ligt bij de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert de daarbij behorende taken in mandaat uit. Een aantal gestelde vragen verzoekt het kabinet om onderdelen van het MER te beoordelen, maar het is naar goed gebruik dat het kabinet niet in die bevoegdheid treedt en daarom geen oordeel geeft over de inhoud van het MER.</al>
        <al>De Commissie voor de milieueffectrapportage (CieMer) heeft in december 2025 advies uitgebracht over het door Tata Steel ingediende milieueffectrapport. Op 6 maart 2026 heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) bekend<noot id="ID-1517-d41e89" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fodnzkg.nl%2Fnieuws%2Fomgevingsdienst-verzoekt-tata-steel-om-meer-informatie-voor-verduurzamingsproject%2F&amp;data=05%7C02%7Ce.logemann%40minezk.nl%7C53855c53317c4e6b822908de801c3ef7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C639089056468237630%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=2a7BTdMh35p1ZwSrkmieOrHWXVZND9ak4KJ9se9umZg%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Omgevingsdienst verzoekt Tata Steel om meer informatie voor verduurzamingsproject - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied</extref></noot.al></noot><sup>, </sup><noot id="ID-1517-d41e101" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="https://odnzkg.nl/nieuws/omgevingsdienst-verzoekt-tata-steel-om-meer-informatie-voor-verduurzamingsproject/" soort="URL" status="actief">Omgevingsdienst verzoekt Tata Steel om meer informatie voor verduurzamingsproject - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied</extref></noot.al></noot> gemaakt dat zij Tata Steel, mede op basis van het advies van de CieMer, heeft verzocht om aanvullende informatie aan te leveren over het MER. In lijn met het advies van de CieMer, verzoekt de OD NZKG om aanvullende informatie zodat met het MER niet alleen de milieueffecten van Heracless-Groen Staal, maar ook van de aanvullende milieumaatregelen die in de JLol zijn opgenomen in beeld worden gebracht. Het gaat dan onder andere over de effecten van het overkappen van grondstofopslagen. We verwachten zodoende dat in het aangevulde MER van Tata Steel straks ook de milieueffecten van de aanvullende milieumaatregelen uit de JLoI inzichtelijk worden.</al>
        <al>De aanvullende (milieu)maatregelen die in de JLoI zijn opgenomen, zullen te zijner tijd nog steeds een eigen vergunningenspoor doorlopen en getoetst worden door het desbetreffende bevoegd gezag. De vergunningenprocedure voor het project Heracless-Groen Staal is in maart 2023 al gestart. De provincie Noord-Holland heeft eerder over dit proces gecommuniceerd<noot id="ID-1517-d41e115" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.noord-holland.nl/bestanden/pdf/Gewijzigde%20Notitie%20Voornemen%20Projectbesluit%20Heracless-Groen%20Staal%2020231108.pdf" soort="URL" status="actief">Aangepaste Notitie Voornemen Projectbesluit Heracless-Groen Staal</extref></noot.al></noot>.</al>
        <al>De OD NZKG vervolgt de inhoudelijke beoordeling van het MER nadat het bedrijf de aanvullende informatie heeft aangeleverd. Ook na de beoordeling door het bevoegd gezag gaat het kabinet niet inhoudelijk in op vragen over het MER van Tata Steel, omdat het niet binnen de bevoegdheden van het kabinet valt.</al>
      </al-groep>
      <al-groep>
        <al>
          <nadruk type="cur">Verschillen JLOI en vergunningaanvraag</nadruk>
        </al>
        <al>De JLoI en daaropvolgende maatwerkafspraak hebben als scope de uitvoering van het HeraCless-Groen Staal Plan (de realisatie en ingebruikname van een Direct Reduction Plant – Electric Arc Furnace (DRP-EAF)) én de realisatie van de aanvullende milieumaatregelen. Zoals hierboven uitgelegd wordt het MER niet opgesteld ten behoeve van de maatwerkafspraken, maar voor de vergunningverlening van het project Heracless-Groen Staal. Het MER kent zijn eigen wettelijke (beoordelings)kader. Hierdoor kunnen er verschillen bestaan tussen het MER en de JLoI, bijvoorbeeld in de scope, gehanteerde referentiepunten en gestelde doelen. Ook behoeven zowel het MER als de JLoI nog nadere uitwerking.</al>
        <al>Het is dus niet zo dat de doelen in de JLoI tegenstrijdig zijn met de inhoud van het MER.</al>
      </al-groep>
    </vraag>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat in het Heracless plan in de MER uitgegaan is van een productievolume van 6,8 megaton (Mton) vloeibaar staal per jaar (deel B, p. 9), terwijl in de Joint Letter of Intent (JLOI) wordt uitgegaan van een maximum productiecapaciteit van 5,83 Mton per jaar (AMVI advies, p. 8)?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Zoals ook in de aanbiedingsbrief aangegeven verschillen de JLoI en het MER in scope en uitgangspunten. Het is voor het kabinet van belang dat de projecten worden uitgevoerd en de doelen voor vermindering van de CO<inf>2</inf>-uitstoot en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden worden behaald. Juridische waarborgen over de maximale productievolumes worden de komende periode verder uitgewerkt.</al>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Welke afspraak gaat u maken met Tata Steel over de hoeveelheid vloeibaar staal die in de toekomst geproduceerd zal worden?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>TSN geeft aan dat de maximale productiecapaciteit van Tata Steel na de transitie gelijk blijft aan de huidige maximale productiecapaciteit.</al>
      <al>TSN gaat de meest vervuilende en grootste Hoogoven (Hoogoven 7) en Kookgasfabriek 2 vervangen door een DRP-EAF. De DRP-EAF wordt qua capaciteit zo groot als technisch mogelijk op dit moment. De productiecapaciteit voor vloeibaar staal van de DRP-EAF is kleiner dan de productiecapaciteit van vloeibaar staal die berust op de huidige Kooksgasfabriek 2 en Hoogoven 7-productieketen. TSN heeft de ambitie om plakken in te zetten om de totale productie van ruw staal op een constant volume te houden.</al>
      <al>TSN is daarnaast voornemens om in de tweede fase van de transitie Hoogoven 6 te vervangen door nieuwe installaties (DPR-EAF of vergelijkbare technologie). Na deze stap kan er evenveel vloeibaar staal worden geproduceerd als voor de transitie.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Waarom zou een vergunning worden aangevraagd, met de MER als basis, die meer productie aanneemt dan is afgesproken in de JLOI?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
      <al>Het is voor het kabinet van belang dat de beoogde doelen voor vermindering van de CO<inf>2</inf>-uitstoot en verbetering van de gezondheid en leefomgeving worden behaald. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 13 van de gestelde vragen<noot id="ID-1517-d41e167" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Handelingen II 2025/2026, <extref doc="kv-tk-2026Z01634" soort="document" status="actief">2026Z01634</extref></noot.al></noot> die eveneens op 28 januari jl. zijn ingediend, kunnen de maximale emissies en het minimale schrootgebruik bindend worden verlaagd, respectievelijk verhoogd, met de maatwerkafspraak.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Als een vergunning aangevraagd wordt op basis van deze MER, welke juridische borging heeft u dan dat het productievolume beperkt zal worden tot 5,83 Mton/jaar? Welke instantie zal hierop handhaven?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>De huidige vergunning van Tata Steel kent een maximaal productievolume van 8 miljoen ton staal. De invulling van toezicht en handhaving hierop is aan het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland. Als het bedrijf ervoor kiest om in de vergunningaanvraag een ander plafond op te nemen, zal dit vervolgens ook aldus worden gehandhaafd. De maatschappelijke doelen van de maatwerkaanpak worden juridisch afdwingbaar vastgelegd in de beoogde maatwerkafspraak.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Kan de gereduceerde productiecapaciteit van vloeibaar staal na de maatwerkafspraken in IJmuiden worden gecompenseerd door import van slabs van andere staalfabrieken? Wat is dan het effect van de wereldwijde CO<inf>2</inf>-uitstoot?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5</nr>
      <al>TSN gaat de meest vervuilende en grootste Hoogoven (Hoogoven 7) en Kookgasfabriek 2 vervangen door een DRP-EAF. TSN geeft hierover aan dat de DRP-EAF qua capaciteit zo groot als technisch mogelijk wordt op dit moment. De productiecapaciteit voor vloeibaar staal van de DRP-EAF is kleiner dan de productiecapaciteit van vloeibaar staal die berust op de huidige Kooksgasfabriek 2 en Hoogoven 7-productieketen. TSN heeft daarbij de ambitie om slabs, een halffabricaat voor staalproductie, in te zetten om de totale productie van ruw staal op een constant volume te houden. Per saldo leidt de vervanging door de DRP-EAF tot een aanzienlijke CO<inf>2</inf>-reductie, die uiteindelijk optelt tot de totale CO<inf>2</inf>-reductie zoals vastgelegd in de JLoI.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Wat vindt u van <nadruk type="cur">«de ambitie van Tata Steel om na realisatie van dit voornemen ook over te gaan tot vervanging van Hoogoven 6 en de productiecapaciteit terug te verhogen»</nadruk> (deel B, p. 9)? Hoe verhoudt zich dit met de JLOI waarin subsidie wordt gegeven voor CO<inf>2</inf>-reductie die voor 19% wordt behaald door het terugschroeven van de productiecapaciteit? Hoe garandeert u precies dat deze CO<inf>2</inf>-reductie permanent is?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER. Het kabinet licht in de aanbiedingsbrief toe waarom de waarden in het MER en in de JLoI <nadruk type="cur">kunnen</nadruk> verschillen. De maatschappelijke doelen van de maatwerkaanpak worden juridisch afdwingbaar vastgelegd in de beoogde maatwerkafspraak.</al>
      <al>Er is geen sprake van dat TSN een subsidie ontvangt voor een lagere productiecapaciteit. TSN dient de vermindering van emissies te realiseren door verduurzaming.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat zelfs in het meest gunstige geval <nadruk type="cur">«De DRI-fabriek kan ongeveer 80% aan waterstof gebruiken voor de reductie, verder aan te vullen met aardgas»</nadruk> (deel B, p. 43), en er dus altijd nog 20% aardgas zal worden gebruikt? Hoe strookt dit met de ambitie van Nederland om op termijn weg te bewegen van fossiele brandstoffen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 7</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
      <al>In algemene zin geldt echter dat in het staalproductieproces koolstof nodig is, als grondstof, om van ijzer staal te maken. Ook bij staalproductie op basis van waterstof is er altijd nog een koolstofbron nodig om staal te kunnen maken. De DRP is ontworpen om op 80% waterstof te kunnen draaien. Het ontwerp beperkt de inzet van hogere waterstofpercentages niet, maar de mogelijkheden moeten nog getest worden. Het is in theorie mogelijk om 100% waterstof in te zetten in het staalproductieproces.</al>
      <al>Nederland heeft inderdaad de ambitie om op termijn weg te bewegen van fossiele brandstoffen. Om deze reden wil het kabinet ook dat TSN klimaatneutraal groen gas of waterstof gaat gebruiken als duurzame koolstofbron ter vervanging van aardgas.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat Tata Steel in de MER aangeeft dat <nadruk type="cur">«Met Heracless gaat het aandeel schroot omhoog naar circa 28%»</nadruk>, of 27% als de WSA-definitie wordt gebruikt (deel B, p. 48), terwijl in de JLOI wordt afgesproken dat het aandeel schroot naar 30% gaat in 2030 (artikel 3.3.a)?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 8</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER. De JLoI bevat streefdoelen en inspanningsverplichtingen. In de maatwerkafspraak worden de doelen als resultaatsverplichting vastgelegd.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>Welke juridische borging heeft dit kabinet om te zorgen dat het aandeel schroot daadwerkelijk tot tenminste 30% wordt verhoogd, als de vergunningsaanvraag gebaseerd wordt op de MER waarin 27% is aangegeven?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 9</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
      <al>De waarborgen die zien op het behalen van de doelen van de beoogde maatwerkafspraak, worden de komende tijd verder uitgewerkt in de juridische documentatie voor een maatwerkafspraak.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
      <al>Hoe stroken deze berekeningen met elkaar:</al>
      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
        <li>
          <li.nr>–</li.nr>
          <al>MER: de jaarlijkse CO<inf>2</inf>-uitstoot zal dalen met 4,3 Mton door Heracless, plus 0,8 Mton die in eerste instantie door een lager productievolume zal komen en in een later stadium door <nadruk type="cur">carbon capture and storage</nadruk> (CCS) (deel C, p. 25);</al>
        </li>
        <li>
          <li.nr>–</li.nr>
          <al>JLOI: de jaarlijkse CO<inf>2</inf>-uitstoot zal dalen met 5,4 Mton plus 0,6 Mton door CCS (AMVI advies, p. 8)?</al>
        </li>
      </lijst>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 10</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
      <al>De Commissie mer heeft advies gegeven aan de provincie over het MER van Tata Steel. Zoals toegelicht in de aanbiedingsbrief heeft de OD NZKG op 6 maart 2026 bekend gemaakt dat zij Tata Steel heeft verzocht om aanvullende informatie aan te leveren over het MER. De adviezen van de Commissie mer zijn daarin overgenomen.</al>
      <al>Het is voor het kabinet van belang dat de projecten uit de JLoI en de daaropvolgende maatwerkafspraak worden uitgevoerd en de doelen voor vermindering van de CO<inf>2</inf>-uitstoot en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden worden behaald. Juridische waarborgen hiervoor worden de komende periode verder uitgewerkt.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat ook de commissie MER (p. 32)<noot id="ID-2026Z01632-d41e107" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Commissie mer, 16 december 2025, <nadruk type="cur">«Toetsingsadvies over het tussentijdse milieueffectrapport, Heracless – Groen Staal Tata Steel IJmuiden»</nadruk>.</noot.al></noot> signaleert dat onduidelijk is hoe de CO<inf>2</inf> emissiereductie is opgebouwd in de MER en hoe deze rijmt met de afspraken in de JLOI?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 11</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
      <al>De Commissie mer heeft advies gegeven aan de provincie over het MER van Tata Steel. Zoals toegelicht in de aanbiedingsbrief heeft de OD NZKG op 6 maart 2026 bekend gemaakt dat zij Tata Steel heeft verzocht om aanvullende informatie aan te leveren over het MER. De adviezen van de Commissie mer zijn daarin overgenomen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 12</nr>
      <al>Wie is verantwoordelijk voor het vergelijken van de afspraken in de JLOI en de vergunningaanvraag (inclusief MER)? Hoe is dit tot nu toe gebeurd en wat wordt er gedaan met discrepanties tussen de twee documenten?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 12</nr>
      <al>Het kabinet licht in de aanbiedingsbrief bij deze Kamervragen toe waarom de cijfers in het MER en de JLoI van elkaar kunnen verschillen.</al>
      <al>De beoordeling van het MER gebeurt in het kader van het traject van een vergunningaanvraag door de respectievelijke bevoegde gezagen: de Provincie Noord-Holland en de door haar gemandateerde Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied voor milieuvergunningen en Rijkswaterstaat voor lozingen op rijkswateren. De Ministeries van EZK en IenW en de provincie Noord-Holland werken, sinds de start van de gesprekken over een eventuele maatwerkafspraak, nauw samen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
      <al>Hoe komt het dat volgens de MER de inzet van waterstof een extra CO<inf>2</inf>-reductie oplevert van ongeveer 1,1 miljoen ton ten opzichte van het gebruik van uitsluitend aardgas (deel E, p. 6), terwijl volgens de JLOI de inzet van waterstof in plaats van biomethaan (chemisch identiek aan aardgas) leidt tot een extra uitstoot van 0,1 miljoen ton CO<inf>2</inf> per jaar (AMVI, p. 8)?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 13</nr>
      <al>Zoals ook in de aanbiedingsbrief aangegeven <nadruk type="cur">kunnen</nadruk> de scopes en uitgangspunten en daarmee de cijfers in de JLoI en het MER verschillen. De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
      <al>De grafiek van het AMVI-rapport over de JLoI, waaraan de vraag refereert, gaat uit van een situatie waarin eerst CCS toegepast wordt, en vervolgens aardgas vervangen wordt door klimaatneutraal groen gas. Na de vervanging van aardgas door groen gas wordt de CO<inf>2</inf> die ontstaat door het gebruik van groen gas in de reactor van de DRP afgevangen en opgeslagen door middel van CCS, wat negatieve emissies oplevert. In een vervolgstap wordt een gedeelte van het groen gas vervangen door waterstof.</al>
      <al>Aangezien er door het gebruik van deze waterstof geen CO<inf>2</inf> ontstaat, ontstaat er minder CO<inf>2</inf> in de DRP en daardoor wordt ook minder CO<inf>2</inf> afgevangen. Doordat er minder negatieve emissies zijn wordt de totale CO<inf>2</inf>-reductie kleiner. Dit verklaart de toename van circa 0,1 miljoen ton CO<inf>2</inf> zoals te zien in de grafiek op p. 8 van het AMVI rapport.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
      <al>Hoe strookt de opmerking <nadruk type="cur">«Een GER maakt echter geen onderdeel uit van het MER of van de besluitvormingsprocedures voor Heracless»</nadruk> (deel D, p. 3) met de aangenomen motie Thijssen c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-28089-307" soort="document" status="actief">28 089, nr. 307</extref>) dat alle adviezen van de Expertgroep Gezondheid (waaronder het advies om een gezondheidseffectrapportage op te stellen) een harde voorwaarde moeten zijn voor maatwerkafspraken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 14</nr>
      <al>Het verzoek om een Gezondheidseffectrapportage (GER) op te stellen volgt uit advies<noot id="ID-1517-d41e362" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/10/04/bijlage-2-advies-expertgroep-gezond-groen-staal-in-de-ijmond" soort="URL" status="actief">Gezond groen staal in de IJmond | Rapport | Rijksoverheid.nl</extref></noot.al></noot> van de Expertgroep Gezondheid. De aangenomen motie-Gabriëls cs. (Kamerstuk <extref doc="kst-28089-286" soort="document" status="actief">28 089, nr. 286</extref>) heeft het kabinet verzocht om deze GER uit te voeren. Het kabinet voert deze motie uit en laat een GER uitvoeren. Zoals ook toegelicht in de aanbiedingsbrief vormen het MER en de JLoI afzonderlijke processen. Het MER wordt door het bevoegd gezag gebruikt voor het besluitvormingsproces van de vergunningverlening voor Heracless-Groen Staal. Het kabinet onderzoekt of, waar mogelijk, bevindingen uit de GER meegenomen kunnen worden in de uiteindelijke maatwerkafspraak.</al>
      <al>De aangenomen motie-Thijssen verzocht de regering de adviezen van de Expertgroep als harde voorwaarde in de onderhandelingen op te nemen. Het kabinet heeft deze motie uitgevoerd. In de definitieve JLoI zijn veel van deze adviezen overgenomen. Zo zijn voor alle door de Expertgroep voorgestelde stoffen (reductie)doelen opgenomen. Ook zijn er monitoringsafspraken voor geur en geluid gemaakt en zijn er verschillende toezeggingen opgenomen over het verschaffen van meer transparantie over metingen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 15</nr>
      <al>Aangezien de Staatssecretaris heeft gezegd dat er een gezondheidseffectrapportage (GER) zou kunnen worden opgesteld als de MER er is en de Kamer zo’n GER eist voordat afspraken worden gemaakt, wanneer wordt het gezondheidseffectrapportage naar de Kamer gestuurd?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 15</nr>
      <al>Er wordt momenteel een GER-TSN opgesteld door een werkgroep samengesteld met experts van het RIVM, de GGD Kennemerland, en het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht onder voorzitterschap van ABDTOPConsult. Deze werkgroep heeft aangegeven dat een GER idealiter wordt opgesteld op basis van een definitieve MER, die ook beoordeeld is door de Commissie mer en het bevoegd gezag, omdat de data dan volledig gevalideerd zijn. Zoals eerder gemeld is deze definitieve versie van het MER nog niet beschikbaar. De exacte duur van de verdere uitvoering is niet geheel te voorspellen, maar alle betrokken partijen zijn zich bewust van de wens van de Kamer tot snelheid en zetten zich daarvoor in.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 16</nr>
      <al>Waarom bestaat er een discrepantie tussen het waterverbruik zoals beschreven in deel B (p. 32: zeewater, brak oppervlaktewater, zout grondwater, zoet water in het referentiescenario respectievelijk 25%, 69%, 1%, 4%) en deel C (64%, 13%, 6%, 17%) van de MER? Kunt u in een tabel weergeven in absolute getallen en percentages hoeveel water jaarlijks wordt gebruikt per type?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 16</nr>
      <al>Het kabinet licht in de aanbiedingsbrief bij deze Kamervragen toe waarom de cijfers in het MER en de JLoI van elkaar kunnen verschillen. Voor lozingen op rijkswateren is Rijkswaterstaat namens de Minister van IenW het bevoegde gezag. Ook hier geldt dat Rijkswaterstaat zich op dit moment over de aanvragen en het MER buigt. De geldende wet- en regelgeving wordt hier toegepast. De beoordeling loopt nog. Daarom kunnen hier geen uitspraken over worden gedaan.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 17</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat Tata aangeeft dat de immissies van Kwik en Cadmium volgens de MER dalen (deel C, p. 193), terwijl de emissies van diezelfde stoffen stijgen (detailstudie luchtkwaliteit, p. 39 vs p. 48), en dat dit zou zijn omdat de emissies gebaseerd zijn op garantiewaarden die <nadruk type="cur">«vertegenwoordigen doorgaans een bovengrens van de emissies die in de praktijk gehaald worden»</nadruk> (deel C, p. 192)? Welke onderbouwing is er voor de daling in immissies, aangezien de detailstudie luchtkwaliteit alleen ingaat op de stijgende emissies?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 17</nr>
      <al>De provincie Noord-Holland, zijnde bevoegd gezag, beoordeelt het MER integraal. Het is naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 18</nr>
      <al>Wat maakt u van de opmerking over EU ETS dat <nadruk type="cur">«Dit systeem dwingt bedrijven zo om hun CO<inf>2</inf>-uitstoot stap voor stap terug te brengen tot nul in 2057»</nadruk> (deel A, p. 6)? Is het niet zo dat bedrijven onder EU Emissions Trading System (EU ETS) in 2040 al geen nieuwe rechten meer krijgen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 18</nr>
      <al>Het EU ETS systeem zorgt er inderdaad voor dat de rechtenuitgaves aflopen in 2040. Het is echter mogelijk om rechten op te sparen en mee te nemen in de jaren daarna. Er kunnen in 2040 en kort daarna dus nog rechten in omloop zijn. Daarbij is er de mogelijkheid tot extra emissieruimte door compensatie via negatieve emissies, wat bij TSN een mogelijkheid is door de combinatie van CCS en groen gas.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 19</nr>
      <al>Hoe plaatst u de opmerking over de kooksgasfabriek 2 dat <nadruk type="cur">«Eventuele ontmanteling valt buiten beschouwing van dit MER»</nadruk> (deel B, p. 83)? Welke afspraken gaat u maken in de JLOI over ontmanteling van de Kooks- en Gasfabrieken 2 (KGF2) en Hoogoven 7?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 19</nr>
      <al>In de JLoI is afgesproken dat Kooksgasfabriek 2 en Hoogoven 7 vervangen worden door de DRP-EAF. In de maatwerkafspraak worden nadere afspraken over de sluiting gemaakt. Het is vervolgens aan TSN om bij de uitvoer van de maatwerkafspraak de ontmanteling te regelen conform de wet- en regelgeving.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 20</nr>
      <al>Welke juridische borging heeft de Minister dat de ernstig verouderde, gifitige en lekkende kooksgasfabriek 2 ook echt definitief dicht zal gaan? Hoe kunt u garanderen dat hier niet, zoals bijvoorbeeld bij gaswinnnig in Groningen is gebeurd, steeds weer productie zal plaatsvinden omdat het op dat moment nodig wordt geacht?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 20</nr>
      <al>Zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 19 worden in de maatwerkafspraak nadere afspraken gemaakt over de sluiting van Kooksgasfabriek 2. De invulling van toezicht en handhaving is aan het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 21</nr>
      <al>Wat vindt u van de intentie van Tata Steel om toegenomen stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van de nieuwe fabrieken intern te salderen, omdat <nadruk type="cur">«de extra stikstofuitstoot van Heracless wordt gecompenseerd door vermindering van stikstof op andere plekken binnen het bedrijf»</nadruk> (deel E, p. 56)? Hoe strookt dit met de uitspraak van de Raad van State dat intern salderen niet meer onvergund mogelijk is (graag een juridische onderbouwing)? Hoe kan Tata Steel hierop rekenen zonder dat de vergunningen uit «mandje 3» zijn aangevraagd voor de ingebruikname van nieuwe fabrieken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 21</nr>
      <al>Het is aan het bedrijf zelf om de benodigde vergunningen aan te vragen en hierbij keuzes te maken. Het bevoegd gezag, in dit geval de provincie Noord-Holland, beoordeelt vervolgens of de projectactiviteiten uit te voeren zijn binnen de wet- en regelgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt aan de hand van de aanvraag van TSN of een natuurvergunning nodig is en zo ja, of deze verleend kan worden.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 22</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat <nadruk type="cur">«De opgeslagen hoeveelheden ertsen, kolen en andere stoffen veranderen niet significant.»</nadruk> (deel B, p. 108)? Deelt u de mening dat het wenselijk is deze opslagen significant te reduceren, vooral waar de opslag niet overdekt wordt, gezien de gigantische hoeveelheid verwaaiing van deze grondstoffen (100 miljoen kilo per jaar volgens deel B p. 31)? Zo nee, waarom niet?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 22</nr>
      <al>Nee, dit klopt niet. De verwaaiing van stof van het terrein naar de omgeving (emissies) is te vinden in tabel 4.2 van de <nadruk type="cur">Detailstudie luchtkwaliteit</nadruk> van het MER. TSN hanteert de term verwaaiing voor materiaalverliezen in de grondstoffenketen tussen het aanvoeren van grondstoffen in de haven en het afleveren van grondstoffen naar de eindfabriek. Deze materiaalverliezen komen door gebruik van verschillende registratiesystemen, vervoer met transportbanden en vrachtwagens en deels door verwaaiing via opslag. De verwaaiing die optreedt via opslag betreft de werkelijke emissie en maakt onderdeel uit van de PM10 modellen. De materiaalverliezen bij het vervoer wordt opgeruimd en teruggebracht in het proces.</al>
      <al>De beoordeling van het MER, waaronder deze informatie, is aan het bevoegd gezag.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 23</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat de productie van kolengestookte Hoogoven 6 als gevolg van Heracless zou stijgen met 12% van 2,5 naar 2,8 Mton per jaar (deel B, p. 109)?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 23</nr>
      <al>Het cokes/kolengebruik van Hoogoven 6 gaat juist relatief omlaag door de inzet van meer schroot. Het verschil in volumes ontstaat doordat het MER uitgaat van hogere productievolumes ten opzichte van de JLoI. Zie ook de toelichting in de aanbiedingsbrief. Het is voor het kabinet van belang dat de projecten uit de JLoI en de daaropvolgende maatwerkafspraak worden uitgevoerd en de doelen voor CO<inf>2</inf>-reductie en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden worden gerealiseerd. De komende tijd worden de afspraken over het borgen van het behalen van deze doelen verder uitgewerkt.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 24</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat van de 12 stoffen waarvoor nu een doel is afgesproken of in onderhandeling is in de JLOI (arseen, benzeen, benzo[a]pyreen, cadmium, chroom, chroom VI, dioxines, kwik, lood, mangaan, nikkel, vanadium), er maximaal 3 gehaald kunnen worden in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond (lood, vanadium, mangaan)? Hoe strookt dit met de aangenomen motie Thijssen c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-28089-307" soort="document" status="actief">28 089, nr. 307</extref>) dat het overnemen van alle adviezen van de Expertgroep Gezondheid een harde voorwaarde moet zijn voor maatwerkafspraken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 24</nr>
      <al>Het kabinet heeft in reactie op motie Thijssen en in de beantwoording van vraag 14 hoe zij de motie handen en voeten heeft gegeven<noot id="ID-1517-d41e503" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-603" soort="document" status="actief">603</extref>, antwoord op vraag 32.</noot.al></noot>. Zoals in die beantwoording staat opgenomen, wordt hier ook op ingegaan in de Kamerbrief over de JLoI<noot id="ID-1517-d41e513" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-29826-266" soort="document" status="actief">29 826, nr. 266</extref>.</noot.al></noot>.</al>
      <al>De motie-Thijssen verzocht de regering de adviezen van de Expertgroep als harde voorwaarde in de onderhandelingen op te nemen. Zoals eerder ook is aangegeven in de Kamerbrief over de JLoI, is dit gebeurd. In de definitieve JLoI zijn veel van deze adviezen overgenomen. Zo zijn voor alle, door de Expertgroep voorgestelde stoffen, (reductie)doelen opgenomen. Ook zijn er monitoringsafspraken voor geur en geluid gemaakt en zijn er verschillende toezeggingen opgenomen over het verschaffen van meer transparantie over metingen. Een exacte berekening van de kosten van het opvolgen van alle adviezen is niet mogelijk, omdat de maatregelen die nodig zijn om de doelen te behalen niet altijd helder zijn en dus geen volledige inschatting gemaakt kan worden van de benodigde kosten.</al>
      <al>Zoals ook uit de beantwoording van vraag 7 en 8 naar voren komt, is voor het volledig behalen van hun adviezen volgens de Expertgroep, naast de beoogde vervanging van KGF 2 en HO7 met een DRP-EAF onder andere ook sluiting van KGF 1, HO6 en de Sinterfabriek nodig.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 25</nr>
      <al>Waarom stelt u een onafhankelijke Expertgroep in als u vervolgens driekwart van de adviezen die zij geven in de wind slaat?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 25</nr>
      <al>Het kabinet heeft bij de Kamerbrief<noot id="ID-1517-d41e539" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-29826-266" soort="document" status="actief">29 826, nr. 266</extref></noot.al></noot> over de ondertekening van de JLoI (en in eerdere reacties op adviezen van de Expertgroep) uitgebreid toegelicht welke adviezen wel, niet of deels zijn overgenomen en waarom. Bij het vaststellen van het onderhandelingsmandaat voor de maatwerkafspraak zijn veel verschillende belangen gewogen. Het werk en de adviezen van de Expertgroep zijn daarbij erg belangrijk geweest. Het gezondheidsbelang kan mede daardoor goed meegewogen worden bij het toewerken naar een definitieve afspraak. De Expertgroep heeft samen met de AMVI advies gegeven op de concept-JLoI. Dit gecombineerde advies was, alle relevante omstandigheden afwegende, positief met enkele aandachtspunten voor bij de verdere uitwerking in het vervolg.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 26</nr>
      <al>Kunt u bevestigen dat u voor de stoffen waar nog geen afspraken over zijn gemaakt (Thallium, VOS, Polychloorbifenylen) zult inzetten op het behalen van de doelwaarden in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 26</nr>
      <al>Zie het antwoord op vraag 25.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 27</nr>
      <al>Wat vindt u ervan dat de Commissie voor de milieueffectrapportage constateert dat in het door Tata Steel ingediende MER «belangrijke cijfers en verklaringen» over processen en de impact op het milieu en de leefomgeving ontbreken?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 27</nr>
      <al>27naar goed gebruik dat het kabinet daarom geen inhoudelijk oordeel geeft over het MER. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft advies uitgebracht aan het bevoegd gezag. Op 6 maart 2026 heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) bekend gemaakt dat zij Tata Steel heeft verzocht om aanvullende informatie aan te leveren over het MER. De adviezen van de Commissie mer zijn daarin overgenomen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 28</nr>
      <al>Bent u het met de plaatsvervangend voorzitter van de Commissie voor de milieueffectrapportage eens dat voor omwonenden het glashelder moet zijn of, en welke gezondheidswinst er precies is? Zo ja, hoe gaat u dat dan waarborgen dat er onafhankelijk in kaart wordt gebracht wat de gezondheidswinst is, voordat er eventueel afspraken worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?<noot id="ID-2026Z01632-d41e220" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>BNNVARA, 16 december 2025, «Tata Steel moet gezondheidswinst verduurzaming duidelijker maken». (<extref soort="URL" doc="http://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/tata-steel-moet-gezondheidswinst-verduurzaming-duidelijker-maken" status="actief">www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/tata-steel-moet-gezondheidswinst-verduurzaming-duidelijker-maken</extref>)</noot.al></noot></al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 28</nr>
      <al>Ja het kabinet hecht waarde aan een onafhankelijk onderzoek. Daarom heeft het kabinet ook opdracht gegeven voor de GER-TSN.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 29</nr>
      <al>Wat vindt u van het feit dat de <nadruk type="cur">chief financial officer</nadruk> van Tata Steel Ltd. (TSL) (Indiase moedermaatschappij van Tata Steel IJmuiden) in een investor call onlangs sprak over veranderingen in beleid die zij als voorwaarden hebben gesteld aan de subsidie, waaronder nettarieven, elektriciteitskosten en een verbod op kolen<noot id="ID-2026Z01632-d41e235" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Tata Steel, 13 november 2025, «2QFY26 Financial Result Earnings Call». (<extref soort="URL" doc="https://www.youtube.com/watch?v=vcl6DEzr0PA" status="actief">https://www.youtube.com/watch?v=vcl6DEzr0PA</extref>) vanaf minuut 47:11: <nadruk type="cur">«So that I think will be more fairer to talk about somewhere around in 6 months time. By the which case the investment case will also be very clear and our understanding on the policy changes that we have asked for as a condition to the tailor-made agreement will also be clear which is on network cost, electricity, the coal ban or usage etc»</nadruk>,</noot.al></noot>? Waarom zegt u in eerdere beantwoording dat <nadruk type="cur">«De JLoI geeft TSL geen ruimte om nationaal beleid te beïnvloeden»<noot id="ID-2026Z01632-d41e246" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. <extref doc="ah-tk-20252026-450" soort="document" status="actief">450</extref></noot.al></noot></nadruk> als zij letterlijk zeggen dat ze veranderingen in beleid als voorwaarde hebben gesteld? Welke beleidsveranderingen vraagt TSL precies en wat is uw reactie op elk daarvan?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 29</nr>
      <al>De netwerktarieven zijn een van de opzeggronden voor de JLoI voor het bedrijf. Met de opzeggronden committeert de staat zich op dit moment op geen enkele wijze aan compensatie of het betalen van kostenstijgingen aan TSN. Het zijn opzeggronden voor de JLoI voor het bedrijf, geen voorwaarden waaraan de staat verplicht is te voldoen. De staat maakt beleid dat zij nodig acht voor klimaat, gezondheid en veiligheid en de afspraken in de JLoI beperken de staat hier op geen enkele manier in. Als (nieuw) beleid op deze punten leidt tot een substantiële negatieve impact op de businesscase van TSN, is het aan TSN om een afweging te maken of zij de JLoI op willen zeggen op basis van één van deze opzeggronden. Daarbij gelden de opzeggronden enkel voor de JLoI en niet meer op het moment dat er een definitieve maatwerkafspraak is gesloten. Een subsidieaanvraag en een maatwerkafspraak is een vrijwillig traject. Dit betekent dat TSN altijd zelf een overweging zal moeten maken om wel of niet tot een maatwerkafspraak over te gaan. Nadat TSN een eventuele maatwerkafspraak heeft ondertekend zijn deze maatwerkafspraken wel degelijk afdwingbaar en dus niet meer vrijblijvend. Zoals in de JLoI vermeld, stelt de staat maximaal 2 miljard euro maatwerksubsidie beschikbaar voor de maatwerkafspraak met TSN. De overige kosten en de investeringsbeslissing zijn voor rekening en risico van TSN zelf.</al>
      <al>Daarbij zijn de netwerktarieven een van de randvoorwaarden voor de verduurzaming van de industrie in den brede en staat het onderwerp al nadrukkelijk op de politieke agenda, zo ook in het coalitieakkoord. Dit generieke beleidsvraagstuk zal dan ook in de volle breedte bezien worden, ook als er geen maatwerkafspraak met TSN wordt gesloten.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>