Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
82
Vragen van het lid Polderman (SP) aan de minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de documentaire «De
kleine oorlog van boer Kok». (Ingezonden 31 augustus 2009)
1
Is het u bekend dat agrariër «boer Kok» al lange tijd
bezig is vanuit biologisch-dynamische grondslag te boeren en met name een
sterk voorstander is en praktijkbeoefenaar van het zogenaamde bovengrondse
uitrijden van mest?1
2
Deelt u de mening dat toen de motie Polderman2 over dit
onderwerp werd aangenomen redelijkerwijs kon worden aangenomen dat «boer
Kok» onder de experimenteerruimte zou vallen?
3
Is het waar dat boer Kok al voordat de motie Polderman werd aangenomen
meerdere gesprekken heeft gehad met uw ministerie, en met uw ambtsvoorganger
de heer Veerman? Wat is volgens u het resultaat van die gesprekken met betrekking
tot zijn bovengrondse uitrijden van mest en de deelname aan het experiment?
4
Op welke gronden wordt boer Kok , zo ongeveer een van de uitvinders van
dit experiment, niet betrokken in de praktijkproef? Speelt het vastgestelde
aantal ha experimenteerruimte in het noorden en westen van het land daarbij
een rol?
5
Bent u bereid op grond van eerdere toezeggingen van onder meer uw ambtenaren
en uw ambtsvoorganger (zie documentaire) aan boer Kok, dit bedrijf te betrekken
in het experiment in de Friese Wouden of de Vereniging tot Behoud van Boer
en Milieu (VBBM)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 22 september 2009)
1
Het is mij bekend dat de heer Kok de wettelijke voorschriften voor het
toedienen van dierlijke mest niet vindt passen bij de wijze waarop hij landbouw
wil uitoefenen.
2 en 3
Op 5 februari 2007 heeft toenmalig minister Veerman het bedrijf van de
heer Kok bezocht. Het bezoek had tot doel nader inzicht te krijgen in de aard
van de bezwaren die de heer Kok heeft tegen de voorgeschreven wijze van emissiearm
toedienen van mest. Bij dat bezoek heeft de heer Veerman een gesprek toegezegd
met onderzoekers van WUR, betrokken bij een onderzoek in de Noordelijke Friese
Wouden naar alternatieven van emissiearm toedienen. Doel van het gesprek was
na te gaan of het meerwaarde zou kunnen hebben als het bedrijf van de heer
Kok zou meelopen in dat onderzoek.
In dat geval zou aan de heer Kok een ontheffing van de hiervoor genoemde
voorschriften verleend hebben kunnen worden. Dat gesprek met de onderzoekers
is spoedig daarna gevoerd. Conclusie van onderzoekers was evenwel dat alles
wat de heer Kok deed, al onderdeel uitmaakte van de onderzoeksopzet en dat
participatie daarom geen meerwaarde had. Die uitkomst is de heer Kok schriftelijk
medegedeeld. In het kader van dit WUR-onderzoek is dan ook geen ontheffing
aan de heer Kok verleend.
4 en 5
Het hiervoor bedoelde onderzoek naar alternatieven in de Noordelijke Friese
Wouden, maakte onderdeel uit van een evaluatie die het Planbureau voor de
Leefomgeving op initiatief van het ministerie van LNV heeft uitgevoerd naar
nut en noodzaak, evenals neveneffecten, van emissiearm toedienen zoals wettelijk
voorgeschreven. De rapportage van het Planbureau heb ik u aangeboden bij brief
van 15 april 2009 (Kamerstukken II, 2008–2009, 28385, nr. 134). In deze
brief heb ik gezegd aan samenwerkingsverbanden van melkveehouders binnen bepaalde
kaders ruimte te willen bieden voor een praktijkproef. Een toezegging van
gelijke strekking heb ik eerder gedaan in een brief waarin ik u het Vierde
actieprogramma inzake de Nitraatrichtlijn heb aangeboden (Kamerstukken II,
2008–2009, 28385, nr. 132).
Voor deze opzet, met initiatief bij samenwerkingsverbanden, is gekozen
omdat het bij de alternatieve aanpak gaat om maatregelen die zodanig van karakter
zijn dat de diensten van LNV en de politie, niet eenvoudig kunnen controleren
of die daadwerkelijk genomen zijn. De proef moet uitwijzen of naleving op
andere wijze kan worden geborgd, bijvoorbeeld door tussenkomst van een particulier
toezichthoudend lichaam.
Inmiddels hebben de twee genoemde samenwerkingsverbanden van melkveehouders
te kennen gegeven een voorstel voor een proef te zullen doen. De heer Kok
is in een brief van 18 juni 2009 in overweging gegeven zich hierbij aan te
sluiten.
XNoot
1 Holland Doc: De kleine oorlog van boer Kok http://player.omroep.nl/?aflID=9870243
XNoot
2 Kamerstuk 28 385, nr. 100.