Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
34
Vragen van het lid Polderman (SP) aan de minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over dubbele lasten voor oormerkweigeraars. (Ingezonden 31 augustus 2009)
1
Is u bekend dat de veeboer uit de documentaire «De kleine oorlog
van boer Kok» een erkend oormerkweigeraar is?1
2
Hoe vaak controleert de AID op dit punt het bedrijf en de koeien van boer
Kok? Is het waar dat de koeien volgens een erkende en geteste andere registratiemethode
worden behandeld? Voldoet hij daarmee aan alle voorschriften en regels die
de Nederlandse wet daartoe heeft opgesteld?
3
Is het waar dat voornoemde extra handelingen en administratieve kosten
die oormerkweigeren met zich brengt – en in zijn geheel voor rekening
van de boer komen- niet aansluiten op de Europese regelgeving voor het ontvangen
van een bedrijfstoeslag?
4
Waarom moet een oormerkweigeraar de gehele veestapel in de toeslagenadministratie
registreren als «afwijkend» – de keuze over het dragen van
oormerken is beperkt tot Ja of Nee2 – waardoor een korting
op de bedrijfstoeslag wordt toegepast?
5
Acht u het billijk dat door de gekozen toepassing van de Europese regelgeving
de situatie ontstaat dat erkende oormerkweigeraars een dubbele prijs betalen –
en de extra kosten voor oormerkweigeren en een korting op de Europese toeslag –
voor hun opvatting dat oormerken ongewenst en ongezond zijn? Zo ja, op welke
gronden?
6
Zo nee, bent u bereid deze omissie in de uitwerking en formulieren van
de Europese regelgeving, eventueel met terugwerkende kracht, ongedaan te maken?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?
7
Kunt u uiteenzetten hoeveel veehouders het betreft, en hoeveel inkomsten
zij in totaal vanwege deze omissie hebben misgelopen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 17 september 2009)
2
De AID controleert dit bedrijf eenmaal per jaar op naleving van het alternatieve
identificatiesysteem. Het alternatieve identificatiesysteem is op grond van
de regelgeving niet toegestaan, maar is neergelegd in een protocol. Deelnemers
aan dit protocol worden aangemerkt als «erkende» oormerkweigeraars.
Ten aanzien van deze groep past de AID een handhavingsgedoogbeleid toe. Buiten
het kader van Identificatie en Registratie (I&R) kunnen hieraan geen rechten
worden ontleend.
3 en 4
Ja, het is waar dat de Europese regelgeving geen ruimte biedt voor dit
alternatieve identificatiesysteem. Zoals ik op 27 maart 2008 heb aangegeven
(TK, Aanhangsel 2007–2008, nr. 1774), blijkt het na overleg met
de Europese Commissie, niet mogelijk om in deze regels een alternatieve voorziening
te creëren voor erkende oormerkweigeraars. De Europese regelgeving inzake
de identificatie en registratie van runderen vereist de identificatie van
runderen door middel van twee oormerken. Hierop zijn geen uitzonderingen mogelijk.
De desbetreffende normen behoren tot de randvoorwaarden waaraan landbouwers
dienen te voldoen, indien zij in aanmerking willen komen voor GLB-subsidies,
zoals de bedrijfstoeslag. Indien sprake is van herhaalde opzet bij het niet
voldoen aan de randvoorwaarden, kan de opgelegde korting oplopen tot 100%.
5 en 6
Ik pas de Europese regelgeving toe. Het staat een landbouwer vrij om een
aanvraag in te dienen voor bedrijfstoeslag. Als landbouwers GLB-subsidie wensen
te ontvangen, dienen zij vanzelfsprekend aan de voorwaarden te voldoen die
in het Europese recht zijn vastgelegd.
7
Het aantal en bedrag verschilt per jaar. In 2008 betrof het 23 relaties
die voor een totaalbedrag van € 7 515,– geen slachtpremie
hebben ontvangen en 11 relaties die in totaal € 8 714,–
zijn gekort op de Bedrijfstoeslagregeling.
XNoot
1 Holland Doc: De kleine oorlog van boer Kok http://player.omroep.nl/?aflID=9870243
XNoot
2 Betreft het rapport «Fysieke controle I&R runderen»
met in de kolom eindresultaat bij vraag nr. 38 slechts de keuze Ja / Nee.