Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
151
Vragen van het lid Joldersma (CDA) aan de ministers van
Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over QAT. (Ingezonden
19 augustus 2003)
1
Hebt u kennisgenomen van de uitzending van Twee Vandaag1
over de overlast rond qat-gebruik van Somaliërs in onder andere Tilburg?
2
Is het voor de bestrijding van de overlast rond gebruik en handel in qat,
nodig het middel op te nemen in de lijsten van verboden middelen van de Opiumwet
of kan deze overlast ook worden bestreden via bijvoorbeeld de voorschriften
voor het handhaven van de openbare orde in de gemeente via de gemeentelijke
politieverordening?
3
Hoe beoordeelt u de schadelijkheid van het gebruik van qat en is dit een
reden om qat op te nemen in de lijsten van verboden middelen van de Opiumwet?
4
Wat is uw oordeel over het voorstel om particuliere qat-huizen waarin
qat wordt gebruikt en/of verhandeld toe te staan of om gebruiksruimten voor
qat op te richten teneinde de overlast te bestrijden?
Antwoord
Antwoord van minister Donner (Justitie), mede namens
de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (Ontvangen 13 oktober 2003), zie ook Aanhangsel
Handelingen nr. 1893, vergaderjaar 2002–2003.
2
Qat is een genotmiddel dat een relatief beperkte, cultureel bepaalde gebruikersgroep
kent. Qatgebruik komt onder de Somalische gemeenschap voor die in een aantal
Nederlandse steden verblijven. Dit blijkt uit een quick scan die door het
Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM)1
is uitgevoerd naar aanleiding van berichten rond qat. Volgens het CAM gaat
het bezoek aan qathuizen vaak gepaard met overlast. Overlast rond het gebruik
van en handel in qat kan door gemeenten onder meer worden bestreden door voorschriften
voor handhaving van de openbare orde in de Algemene Plaatselijke Verordening.
Het gaat dan doorgaans niet om voorschriften die speciaal ten aanzien van
qat zijn opgenomen, maar om voorschriften die zich richten op bestrijding
van overlast en schending van de openbare orde in het algemeen. In de model-APV
van de VNG, die door veel gemeenten is overgenomen, is daarnaast ook een artikel
inzake een verbod op straathandel in drugs of daarop gelijkende waar opgenomen.
Ook heeft de burgemeester op grond van artikel 174a van de Gemeentewet de
bevoegdheid een woning te sluiten, indien door gedragingen in de woning de
openbare orde rond de woning wordt verstoord. Naast het toepassen van regelgeving,
zal samengewerkt kunnen worden met andere partijen, zoals woningcorporaties.
Indien er sprake is van overlast door qat-gebruikers vanuit huurwoningen van
corporaties, kunnen afspraken worden gemaakt over de bestrijding van deze
overlast.
Gelet op het sterk lokale karakter is het ook het meest aangewezen dat
deze lijn van bestuurlijke handhaving wordt toegepast. Met het oog daarop
is het niet aan de orde om met betrekking tot de bestrijding van overlast
rondom qatgebruik en -handel het middel qat op de lijsten behorende bij de
Opiumwet te plaatsen (zie ook het antwoord op vraag 3).
3
De schadelijkheid van qat is beperkt en vormt geen reden om de plant zelf
op te nemen in de Opiumwet. Qat is lichamelijk niet of nauwelijks verslavend.
Tolerantie treedt niet op en acute medische problemen komen zelden voor. Bij
chronisch gebruik van grote hoeveelheden kan een aantal lichamelijke en psychische
bijwerkingen optreden.
In de quick scan over qat concludeert het CAM, dat problematische qatgebruikers
vooral gekenmerkt zijn door sociaal-maatschappelijke en financiële problemen.
Het is niet zozeer het middel zelf dat problemen of risico's ten aanzien van
de gezondheid oplevert. Vanuit gezondheidsoverwegingen is het daarom niet
nodig om qat op de lijsten behorend bij de Opiumwet te plaatsen. Om problematisch
gebruik te voorkomen, is meer effect te verwachten van preventie en hulpverlening
bij de sociale problematiek van de gebruikers.
4
De burgemeester is op grond van artikel 172 Gemeentewet verantwoordelijk
voor de handhaving van de openbare orde in zijn gemeente. De wijze waarop
hieraan invulling wordt gegeven, vindt plaats op lokaal niveau in overleg
met politie en Justitie in de lokale driehoek. De burgemeester heeft de mogelijkheid
om gebruik en/of handel vanuit particuliere huizen aan te pakken, indien er
sprake is van overlast. Indien op lokaal niveau wordt geoordeeld dat het ter
bestrijding van de overlast en gevoelens van onveiligheid bij omwonenden,
opportuun is ruimten in te richten waar degenen die willen gebruiken dit kunnen
doen, kan de gemeente hiertoe besluiten. Tilburg is onder voorwaarden bereid
om op initiatief van de Somalische gemeenschap een qatgebruiksruimte in te
richten.
XNoot
1 Twee Vandaag, 13 augustus jl.
XNoot
1 Het CAM is ondergebracht bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en
voert multidisciplinaire risicoschattingen uit van (nieuwe) drugs en adviseert
over de ernst van de gezondheids- en andere risico's en over gewenste controlemaatregelen.