﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE vraagdoc PUBLIC "-//SDU//DTD vragen xml 1.1//NL" "../../dtd/vragen-11.dtd"[]>
<vraagdoc kamer="2" publtype="vran">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20012002-985/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer Der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2001-2002</subtitel>
    <subtitel>Aanhangsel van de Handelingen</subtitel>
    <subtitel>Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de</subtitel>
    <subtitel>regering gegeven antwoorden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="1.3" conv="2.7" markup="xa"></versie>
    <ordernr>KVR15478</ordernr>
    <vergjaar>2001-2002</vergjaar>
    <nummer>985</nummer>
  </frontm>
  <body>
    <vragen>
      <vraagnummer>2010208070</vraagnummer>
      <omschr>Vragen van het lid <naam>Stroeken</naam> (CDA) aan de minister van
Financiën over <ondw>de terugvordering van subsidie aan pomphouders in
de grensstreek.</ondw><datum>(Ingezonden 19 maart 2002)</datum></omschr>
      <vraag>
        <nummer>1</nummer>
        <al>Is het waar dat de Nederlandse overheid van 450 tankstations in de grensstreek
de subsidie moet terugvorderen?<sup><nootref nr="1"></nootref></sup></al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>2</nummer>
        <al>Hoe beoordeelt u de gevolgen voor deze tankpomphouders?</al>
      </vraag>
      <vraag>
        <nummer>3</nummer>
        <al>Zal de overheid deze tankpomphouders nu op een andere wijze tegemoet komen?
Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?</al>
      </vraag>
      <noot nr="1">
        <al> Financieele Dagblad, 15 maart jl.</al>
      </noot>
    </vragen>
    <reactie>
      <titel>Antwoord</titel>
      <omschr>Antwoord van minister <naam>Zalm</naam> (Financiën). <datum>(Ontvangen 10 april 2002)</datum></omschr>
      <antwoord>
        <nummer>1, 2 en 3</nummer>
        <al>Bij beschikking van 20 juli 1999 heeft de Europese Commissie bepaald dat
in een aantal gevallen de subsidie als bedoeld in de Tijdelijke regeling subsidie
tankstations grensstreek Duitsland dient te worden teruggevorderd. Nederland
had aan 633 pomphouders subsidie verleend. De Nederlandse regering heeft tegen
de beschikking beroep aangetekend bij het Hof van Justitie te Luxemburg. Onlangs
heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof zijn conclusie bekend gemaakt ten aanzien
van dat beroep. De perspublicaties zoals bijvoorbeeld die in het Financieele
Dagblad van 15 maart jl. vinden hun oorsprong in die conclusie. In het kort
komt de conclusie van de Advocaat-Generaal er op neer dat het beroep van Nederland
wordt afgewezen en dat de eerder genoemde beschikking van de Commissie dus
in stand blijft. Ter zake van deze ontwikkeling zou ik het volgende willen
opmerken.</al>
        <al>Er is nog geen arrest van het Hof van Justitie. De conclusie van de Advocaat-Generaal
moet worden beschouwd als een voorstel voor een arrest aan het Hof, dat vervolgens
vrij is om dit voorstel te volgen dan wel om anderszins te beslissen. Zelfs
indien het Hof de conclusie volledig overneemt betekent dit overigens niets
anders dan dat de beschikking van de Commissie uit 1999 in stand blijft en
Nederland het reeds ingezette terugvorderingstraject dient te vervolgen.</al>
        <al>Het door Nederland ingestelde beroep heeft immers geen schorsende werking
gehad wat betreft de uitvoering van de beschikking van de Commissie. Om die
reden is Nederland in het verleden al begonnen met de uitvoering daarvan.
Over de gang van zaken met betrekking tot die uitvoering heb ik de Tweede
Kamer geïnformeerd bij brief van 14 augustus 2000<sup><nootref nr="1"></nootref></sup>.</al>
        <al>De strekking van deze brief is ook nu nog van toepassing en het daarin
geschetste traject wordt door de conclusie van de Advocaat-Generaal en een
eventueel gelijkluidend arrest van het Hof niet gewijzigd. Uit die brief blijkt
overigens dat het aantal gevallen waarin moet worden teruggevorderd aanzienlijk
kleiner is dan de genoemde 450 (namelijk ongeveer 300) en slechts voor een
deel betrekking heeft op terugvordering bij de individuele pomphouders (waarschijnlijk
niet meer dan 50).</al>
        <al>Wat betreft de vraag of de overheid de pomphouders op een andere wijze
tegemoet zal komen, moge ik verwijzen naar het antwoord dat ik eerder op vragen
van de heer Stroeken heb gegeven<sup><nootref nr="2"></nootref></sup>.</al>
      </antwoord>
      <noot nr="1">
        <al> Kamerstuk 26 800 IXB, nr. 45.</al>
      </noot>
      <noot nr="2">
        <al> Aanhangsel Handelingen nr. 1855, vergaderjaar 1998–1999, antwoord
vraag 5.</al>
      </noot>
    </reactie>
  </body>
</vraagdoc>