﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-ek-20252026-9/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamervragen>
    <kamervraagkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">
								Aanhangsel van de Handelingen
							</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="overig">
										Vragen door de leden der Kamer gesteld overeenkomstig
										artikel 105 van het Reglement van Orde, en de daarop door de
										regering schriftelijk gegeven antwoorden
									</tekstregel>
    </kamervraagkop>
    <kamervraagnummer>9</kamervraagnummer>
    <kamervraagomschrijving type="vraag">Vragen van de leden <naam><achternaam>Van de Sanden</achternaam></naam> (Fractie-Van de Sanden), <naam><achternaam>Van Gasteren</achternaam></naam> (Fractie-Van Gasteren), <naam><achternaam>Beukering</achternaam></naam> (Fractie Beukering) en <naam><achternaam>Marquart</achternaam></naam><naam><achternaam>Scholtz</achternaam></naam> (BBB) op <datum isodatum="2026-05-04">4 mei 2026</datum> medegedeeld aan de Minister van Defensie de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister-President <kamervraagonderwerp>over de publieke beschikbaarheid van locatiegegevens van militaire en defensie gerelateerde infrastructuur.</kamervraagonderwerp></kamervraagomschrijving>
    <kamervraagomschrijving type="antwoord">Antwoorden van de Minister van <organisatie afkorting="DEF">Defensie</organisatie> ontvangen op <datum isodatum="2026-06-09">9 juni 2026</datum>.</kamervraagomschrijving>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 1</nr>
      <al>Is de regering volledig op de hoogte van de omvang van de online beschikbaarheid van locatiegegevens van militaire infrastructuur?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 1</nr>
      <al>Het Ministerie van Defensie heeft een vertrouwelijk overzicht van alle defensielocaties en inzicht in welke informatie van militaire infrastructuur online beschikbaar is.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 2</nr>
      <al>Kan de Minister van Defensie bevestigen dat uiterlijk 18 mei 2026 een integrale inventarisatie is voltooid van alle categorieën defensiegevoelige infrastructuurgegevens die via registers van andere overheidsorganen publiek toegankelijk zijn?</al>
      <al>Zo nee: welke concrete belemmering staat een dergelijke inventarisatie in de weg, en wie is daarvoor verantwoordelijk?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 2</nr>
      <al>Dit kan ik bevestigen. De inventarisatie van de registers van de Rijksoverheid, de provincies en gemeentes waar zich defensielocaties bevinden, is uitgevoerd. Elementen van kritieke infrastructuur, zoals stroomvoorziening, telecommunicatie/internet, gas en water, zijn geïnventariseerd.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 3</nr>
      <al>Wanneer is dit probleem voor het eerst ambtelijk gesignaleerd, en waarom is niet eerder ingegrepen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 3</nr>
      <al>Medio 2025 werd voor het eerst ambtelijk gesignaleerd dat er mogelijk defensiegevoelige infrastructuurgegevens online beschikbaar waren. Op basis van de hiervoor genoemde inventarisatie is vervolgens contact gezocht met broneigenaren, om in urgente situaties gevoelige gegevens af te schermen. Daarnaast is in maart 2026 een interdepartementale werkgroep «Openbaarheid en nationale veiligheid» opgericht om gezamenlijk tot een beleidslijn te komen, waarin bestuursorganen handvatten worden geboden ten aanzien van de factoren die meewegen in het gebruik van de uitzonderingsgronden op het gebied van nationale veiligheid en openbaarmaking.</al>
      <al>Gezien de huidige geopolitieke situatie betreft dit een van de gebieden waarop we scherper moeten gaan acteren dan voorheen. Direct nadat het probleem is gesignaleerd zijn verschillende acties ondernomen om dit op te lossen. Het nieuwsartikel laat echter zien dat hier nog meer snelheid mee gemaakt moet worden om de Nederlandse belangen beter te beschermen. Defensie zal hierin het voortouw nemen, in nauwe samenwerking met andere betrokken departementen en bestuursorganen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 4</nr>
      <al>Deze leden constateren dat andere overheidsinstanties defensiegevoelige locatiegegevens openbaar hebben gemaakt zonder kennelijk enig overleg met of toestemming van het Ministerie van Defensie, en zonder kritische toets aan de staatsbelangen die de Wet open overheid uitdrukkelijk erkent. Erkent de Minister dat dit heeft plaatsgevonden?</al>
      <al>Zo ja: hoe beoordeelt de Minister van Defensie het feit dat een bestuursorgaan een wettelijke publicatieplicht uitvoert zonder enige afweging te maken ten aanzien van de veiligheidsbelangen van de staat, terwijl artikel 5.1 lid 1 sub b Woo daartoe uitdrukkelijk de ruimte biedt?</al>
      <al>Zo nee: welk overlegmechanisme bestond er, en waarom heeft dit gefaald?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 4</nr>
      <al>Een bestuursorgaan moet bij de publicatie van gegevens, waaronder defensie-infrastructuurgegevens, handelen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en bepalen of publicatie van de betreffende gegevens achterwege moet blijven omwille van het beschermen van het belang van nationale veiligheid. Vanuit mijn positie kan ik niet beoordelen in hoeverre en op welke wijze dit heeft plaatsgevonden bij de publicatie van deze locatiegegevens. Maar laat ik duidelijk zijn: gelet op de sterk gewijzigde veiligheidssituatie in Europa is het essentieel om opnieuw kritisch naar het wettelijk kader en de uitvoering hiervan te kijken. Zoals ik in het antwoord op vraag 3 heb aangegeven, is naar aanleiding van een inventarisatie contact gezocht met broneigenaren om in urgente situaties gevoelige gegevens af te schermen en is dit in een aantal gevallen ook gebeurd, maar niet afdoende. Defensie meent goed zicht te hebben op Defensiegevoelige infrastructuurgegevens. Op basis van dat overzicht neemt Defensie nu het voortouw om in nauw overleg met andere departementen en bestuursorganen gevoelige informatie zo spoedig mogelijk te depubliceren.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 5</nr>
      <al>Bestaat er een formele overlegstructuur – en een aangewezen hoofdeigenaar (informatiehouder) – voor defensiegevoelige gegevens die bij andere bestuursorganen berusten of door andere bestuursorganen worden gepubliceerd?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 5</nr>
      <al>Nee, deze formele overlegstructuur met een aangewezen hoofdeigenaar voor defensiegevoelige gegevens bij andere bestuursorganen bestaat niet.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 6</nr>
      <al>Kan de Minister van Defensie bevestigen dat een dergelijke structuur en een aangewezen hoofdeigenaar bestaan? Zo ja, welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft deze structuur</al>
      <al>Zo ja: welk orgaan is aangewezen als hoofdeigenaar, en hoe verklaart de Minister van Defensie dat deze structuur in het onderhavige geval heeft gefaald?</al>
      <al>Zo nee: waarom ontbreekt een dergelijke structuur, en is de Minister van Defensie bereid de Kamer vóór 1 juni 2026 een concreet voorstel voor een dergelijke structuur inclusief aanwijzing van een hoofdeigenaar voor te leggen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 6</nr>
      <al>Deze structuur is nooit ingesteld omdat daar geen aanleiding voor was. Het al dan niet instellen van een dergelijke structuur inclusief aanwijzing vraagt om een brede afstemming met meerdere ministeries. Dit proces kan niet voor 1 juni worden afgerond.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 7</nr>
      <al>Welke onmiddellijke maatregelen zijn of worden getroffen om gevoelige locatiegegevens van defensie-infrastructuur te verwijderen of af te schermen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 7</nr>
      <al>Naar aanleiding van de uitgevoerde inventarisatie, heb ik het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat benaderd en verzocht om per direct informatie over kritieke infrastructuur van Defensie te depubliceren.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 8</nr>
      <al>Is de Minister van Defensie bereid de Kamer uiterlijk 18 mei 2026 schriftelijk te bevestigen welke specifieke registers zijn aangepast, op grond van welke juridische bevoegdheid, en welke gegevens nog niet zijn afgeschermd?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 8</nr>
      <al>Zodra de registers van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn aangepast, zal ik uw Kamer schriftelijk informeren.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 9</nr>
      <al>Erkent de Minister van Defensie dat een technische maatregel zoals het plaatsen van een filter of het verwijderen van losse pagina’s de onderliggende juridische tegenstrijdigheid onverlet laat?</al>
      <al>Zo ja: welk aanvullend wetgevend of bestuurlijk instrument wordt ingezet om die tegenstrijdigheid structureel op te heffen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 9</nr>
      <al>Ik heb vooralsnog geen juridische tegenstrijdigheid gesignaleerd, maar de juridische analyse loopt nog. Europese wetgeving en richtlijnen, vertaald in Nederlandse wetgeving, bevatten veelal een absolute weigeringsgrond die ziet op nationale veiligheid of defensiebelang waardoor openbaarmaking achterwege moet blijven. In Nederland kennen we in de Wet open overheid ook een absolute uitzonderingsgond die deze belangen beschermt (artikel 5.1, eerste lid onder b). Informatie die wordt beschermd met de absolute uitzonderingsgronden uit de Woo mag niet door een overheidsorganisatie openbaar worden gemaakt. In bepaalde gevallen is het mogelijk om af te wijken van de Woo in een bijzondere wet.</al>
      <al>Door opname van de bijzondere wet op de bijlage bij de Woo zijn bepaalde artikelen over openbaarmaking (actief en op verzoek) niet van toepassing. Meestal gaat het bij deze uitzonderingen om beperkingen ten opzichte van de Woo (bijv. geheimhoudingsplichten), maar het kan ook zijn dat in een sectorale wet een ruimer openbaarmakingsregime is opgenomen. Als in een bijzonder openbaarmakingsregime een bepaling is opgenomen op grond waarvan openbaarmaking een risico vormt voor de nationale veiligheid, moet deze bepaling na vaststelling van het knelpunt beoordeeld en waar nodig heroverwogen worden. In sommige gevallen zal dit mogelijk een wetswijziging vergen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 10</nr>
      <al>De ondergetekenden constateren dat de onderhavige problematiek meerdere Ministers raakt en dat een louter bilaterale instructie van de Minister van Defensie aan zijn eigen bestuursorganen ontoereikend is. Doeltreffende coördinatie vereist een besluit op het niveau van de ministerraad en een bindende circulaire van de Minister van BZK als coördinerend bewindspersoon voor de Wet open overheid. Is de ministerraad bereid als college te besluiten dat alle Ministers uiterlijk 18 mei 2026 hun onderliggende bestuursorganen instrueren defensiegevoelige infrastructuurgegevens per direct te verwijderen of af te schermen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 10</nr>
      <al>Nee, hier zie ik op dit moment geen aanleiding toe. Er zijn al mogelijkheden om informatie vertrouwelijk te houden wegens de bij vraag 9 genoemde uitzonderingsgronden en belangen. Hier wordt sinds het najaar van 2025 al in toenemende mate gebruik van gemaakt, niet alleen door Defensie maar ook door andere overheidsorganisaties, door informatie proactief af te schermen of te verwijderen. Daarnaast betreft het een bewustwordingsproces dat dergelijke informatie, gezien de huidige geopolitieke situatie, onwenselijk is om openbaar te maken. Er is in maart 2026 een interdepartementale werkgroep Openbaarheid en nationale veiligheid opgericht, met als doel om dit onderwerp in breder verband te bespreken met betrokken partijen en gezamenlijk een overheidsbrede beleidslijn te ontwikkelen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 11</nr>
      <al>Is de Minister van BZK bereid uiterlijk 18 mei 2026 een circulaire uit te vaardigen aan alle bestuursorganen met de instructie dat artikel 5.1 lid 1 sub b Woo (veiligheid van de staat) proactief – en dus niet slechts op individueel verzoek – wordt toegepast op defensiegevoelige infrastructuurdata?</al>
      <al>Zo nee met betrekking tot deze vraag en vraag 10: op welke alternatieve juridische grondslag en met welk concreet instrument wordt de vereiste interdepartementale coördinatie dan gewaarborgd, en op welke termijn?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 11</nr>
      <al>Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10, wordt er al (proactief) gebruik gemaakt van de mogelijkheid om gevoelige informatie af te schermen. De uitzonderingsgrond uit artikel 5.1, eerste lid, onder b Woo is een absolute uitzonderingsgrond. Als het gaat om openbaarmaking van defensiegevoelige infrastructuurdata die de veiligheid van de Staat kunnen schaden, is het dus al zo dat deze niet openbaar gemaakt mag worden. Op basis van de uitgevoerde inventarisatie is al contact gezocht met broneigenaren om in urgente situaties gevoelige gegevens af te schermen. Om die reden is er op dit moment onvoldoende aanleiding voor het uitvaardigen van een circulaire.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 12</nr>
      <al>Erkent de regering dat de huidige situatie het gevolg is van een structurele juridische tegenstrijdigheid tussen wettelijke publicatieplichten – waaronder de Wet open overheid – en de grondwettelijke veiligheidsplicht van de staat, die niet met een technische maatregel kan worden opgelost?</al>
      <al>Kan de regering deze tegenstrijdigheid bevestigen?</al>
      <al>Zo ja: is de regering bereid de Kamer vóór 1 juni 2026 een plan van aanpak voor te leggen dat ten minste bevat: (i) een juridische analyse van de bevoegdheidsverdeling, (ii) een inventarisatie van alle betrokken registers en organen, en (iii) een tijdpad met concrete mijlpalen voor wetgevend of bestuurlijk herstel?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 12</nr>
      <al>Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 9, herken ik de benoemde juridische tegenstrijdigheid op dit moment niet. Wanneer er toch sprake van een juridische tegenstrijdigheid blijkt te zijn, moet de betreffende bepaling worden beoordeeld en waar nodig heroverwogen.</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 13</nr>
      <al>In hoeverre is de publieke beschikbaarheid van deze gegevens gesignaleerd aan en besproken met NAVO-partners?</al>
      <al>Kan de Minister van Defensie bevestigen dat NAVO-partners op de hoogte zijn gesteld?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 13</nr>
      <al>Ja, de publieke beschikbaarheid van de informatie over de pijpleidingen is bekend bij partners van het NATO programma CEPS (Central Europe Pipeline System).</al>
    </antwoord>
    <vraag>
      <nr status="officieel">Vraag 14</nr>
      <al>Welke verplichtingen vloeien voort uit de NAVO-veiligheidsdoctrine ten aanzien van de bescherming van dergelijke infrastructuurdata, en is Nederland op dit moment in compliance met die verplichtingen?</al>
    </vraag>
    <antwoord>
      <nr status="officieel">Antwoord 14</nr>
      <al>Nederland volgt de verplichtingen uit de wettelijke bepalingen in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. De liggingsdata heeft geen officiële rubricering en derhalve wordt vanuit de NAVO geen bezwaar aangetekend op deze wijze van werken.</al>
      <al>Met deze antwoorden hoop ik u helder inzicht te hebben verschaft in de afweging tussen openbaarheid en afscherming van gegevens van kritieke militaire infrastructuur.</al>
    </antwoord>
  </kamervragen>
</officiele-publicatie>