Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2006, 164 pagina 9Besluiten van algemene strekking

Wijziging Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 18 augustus 2006, nr. WJZ 6053384, houdende wijziging van de Regeling certificaten warmte-krachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 in verband met het vaststellen van nadere eisen aan de afgifte van certificaten voor het opwekken van WKK-elektriciteit

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 31, negende lid, van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Artikel I

De Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 19981 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 1, tweede lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. In deze regeling wordt onder WKK-elektriciteit mede verstaan de elektriciteit, opgewekt in een installatie voor warmtekrachtkoppeling die voor 1 januari 1997 in gebruik is genomen en na een renovatie op of na 1 januari 1997 weer in gebruik is genomen.

B

Na artikel 2, vijfde lid, worden twee leden toegevoegd, luidende:

6. Van renovatie is sprake indien een krachtbron van een installatie, een eenheid of een gasmotor is gerenoveerd voor een bedrag dat tenminste de helft bedraagt van de nieuwbouwkosten van die krachtbron op het moment van renoveren. Indien de betreffende krachtbron niet meer leverbaar is worden de kosten van die krachtbron geïndiceerd met 2,35% per jaar. De kosten voor deze renovatie dienen binnen 24 kalendermaanden te zijn gemaakt.

7. De producent verklaart de installatie te hebben gerenoveerd met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier en voorzien van schriftelijk bewijsmateriaal, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4. Op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vult de producent deze verklaring aan met een verklaring van een accountant.

C

In artikel 6, derde lid, wordt de zinsnede ‘januari, februari of maart 2006 uiterlijk op 1 september 2006’ vervangen door: januari, februari, maart, april, mei of juni 2006 uiterlijk op 1 oktober 2006.

D

Na artikel 6a, zevende lid, wordt een lid toegevoegd, luidende:

8. De kooldioxide-index van een WKK-installatie, een eenheid of een gasmotor die voor 1 januari 1997 in gebruik is genomen en die niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, zesde en zevende lid, is gerenoveerd, bedraagt nihil.

E

De bijlagen 2 en 3 worden vervangen door de bij deze regeling behorende bijlagen.

Artikel II

1. Een producent van WKK-elektriciteit die zijn productie-installatie op of na 1 januari 1997 heeft gerenoveerd, overlegt uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van deze regeling aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 2, zevende lid van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998.

2. Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een WKK-certificatenrekening op grond artikel 5, zesde lid, van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 heeft gesloten, heropent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de betreffende WKK-certificatenrekening:

a. op verzoek van de producent;

b. indien de producent de schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 2, zevende lid, heeft overgelegd, of

c. indien het bouwjaar van de jongste krachtbron binnen een eenheid dateert van voor 1 januari 1997 en de producent uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van deze regeling aantoont dat deze krachtbron na 1 januari 1997 voor het eerst in gebruik is genomen.

De heropening van een WKK-certificatenrekening werkt terug tot de datum waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de rekening heeft gesloten.

3. Indien een producent zijn meetprotocol wijzigt om meerdere eenheden onder één eenheid te brengen overlegt de producent zijn gewijzigd meetprotocol en gewijzigde productieverklaring binnen twee maanden na de inwerkingtreding van deze regeling aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

Artikel III

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de publicatie in de Staatscourant.

2. Artikel II, derde lid, werkt terug tot 1 januari 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd, met uitzondering van bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, Utrechtseweg 310, Arnhem.

Den Haag, 18 augustus 2006
De Minister van Economische Zaken, J.G. Wijn.

Toelichting

1. Doel en aanleiding

In 2006 wordt subsidie voor elektriciteit die is opgewekt met behulp van warmtekrachtkoppeling uitsluitend verleend voor het opwekken van elektriciteit die is opgewekt in een installatie die nog niet is afgeschreven, conform de bepalingen van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001 C 37). De afschrijftermijn is vastgelegd op 10 jaar vanaf het moment van het in gebruik nemen van de installatie. Alleen installaties die op of na 1 januari 1997 in gebruik zijn genomen komen voor subsidie in aanmerking. Onder ‘in gebruik nemen’ kan in het algemeen verstaan worden het eerste moment van fysieke levering; uitzonderingen zijn echter denkbaar, bijvoorbeeld als een installatie na een eerste test niet op korte termijn voor normaal gebruik aan de opdrachtgever wordt overgedragen.

Ook gerenoveerde installaties kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Hiervoor geldt dat een krachtbron van de installatie (de gasmotor, stoom- of gasturbine) is gerenoveerd voor een bedrag dat ten minste de helft bedraagt van de kosten van een nieuwe krachtbron op het moment van renoveren. Indien de betreffende krachtbron op het moment van renovatie niet meer leverbaar was, worden de kosten van de oorspronkelijke krachtbron geïndiceerd met 2,35% per jaar. Deze index is ontleend aan de prijsindex binnenlandse consumptie industriële goederen door de energiesector van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit zal de producent moeten aantonen door middel van een verklaring met onderbouwend schriftelijk materiaal, waarvoor een model is opgenomen in bijlage 4 bij de regeling. Indien daar aanleiding toe bestaat, bijvoorbeeld bij complexe installaties of bij ongebruikelijke kostenposten, kan de uitvoerder van de regeling de aanvrager vragen deze verklaring te staven met een verklaring van een accountant.

De Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 ziet op het verstrekken van certificaten aan producenten die elektriciteit opwekken in een installatie voor warmtekrachtkoppeling. Deze certificaten worden uitsluitend gebruikt voor het bepalen van de hoogte van de subsidie. De producent dient voor het boeken en afboeken van de certificaten een zogenaamde WKK-certificatenrekening bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te openen.

Omdat de certificaten uitsluitend van belang zijn voor de MEP-subsidie worden uitsluitend certificaten verstrekt voor elektriciteit die is opgewekt in een installatie voor warmtekrachtkoppeling die op of na 1 januari 1997 in gebruik is genomen of is gerenoveerd.

Indien een producent zijn installatie medio 2006 renoveert, kan hij hij pas na realisatie van die renovatie certificaten aanvragen. De terugwerkende kracht van de regeling ziet enkel op installaties die op 1 januari 2006 jonger zijn dan 10 jaar of voor 1 januari 2006 zijn gerenoveerd. Indien een installatie is gereviseerd voldoet deze installatie niet automatisch aan het renovatie-criterium. Indien de kosten van de renovatie minder bedragen dan de helft van kosten van een nieuwe krachtbron, wordt niet voldaan de in de regeling opgenomen eisen die aan renovatie worden gesteld. Een dergelijke productie-installatie komt dan niet voor certificaten en voor subsidie in aanmerking. Tevens moeten de kosten van renovatie binnen 24 maanden worden gemaakt. Daarmee wordt voorkomen dat de kosten van normaal, jaarlijks onderhoud worden bijeengeteld tot aan het criterium wordt voldaan.

Ook voor gerenoveerde installaties geldt het jaar van het opnieuw in gebruik nemen als uitgangspunt voor de berekening van de kooldioxide-index.

2. Overgangsrecht

De Europese Commissie heeft met de beschikking van 19 juni 2006 ingestemd met de subsidieregeling voor WKK voor 2006 en 2007; deze regeling kon daarom niet eerder worden gepubliceerd. Dit maakt een aantal overgangsbepalingen noodzakelijk om er voor te zorgen dat alle WKK-producenten die op subsidie recht hebben ook in staat zijn deze subsidie te verkrijgen.

Het overgangsrecht ziet erop dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de WKK-certificatenrekeningen die hij op grond van artikel 5, zesde lid, van de regeling heeft gesloten, weer heropent. Zonder certificatenrekening kan een producent geen certificaten bij laten boeken, en geen voorschot op de mep-subsidie ontvangen. De heropening werkt terug tot de datum waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de WKK-certificatenrekening had gesloten.

De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heropent een WKK-certificatenrekening in de volgende drie situaties. Ten eerste indien de producent aantoont dat zijn installatie na 1 januari 1997 is gerenoveerd. Ten tweede indien de producent aantoont dat, hoewel het bouwjaar van zijn krachtbron dateert van voor 1 januari 1997, de installatie pas na die datum in gebruik is genomen. Tot slot heropent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een WKK-certificatenrekening op verzoek van een producent.

Een producent dient uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van deze regeling een verklaring te overleggen dat zijn installatie na 1 januari 1997 is gerenoveerd.

Tot slot is de datum waarop de producent een meetrapport moet overleggen verlengd tot 1 oktober 2006.

3. Administratieve lasten

De administratieve lasten van deze wijziging zijn niet anders dan die van de reeds bestaande regeling. Alleen producenten van een WKK-installatie waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de certificatenrekening heeft gesloten, maar die toch in aanmerking komen voor subsidie, zullen een verklaring moeten indienen.

Voor deze verklaring is een model opgenomen, zodat de lasten voor de aanvrager minimaal blijven. Het invullen van deze verklaring zal niet meer dan 2 uur tijd in beslag nemen; het opzoeken en kopiëren van de bijbehorende documenten zal eveneens twee uur vergen. De lasten van het invullen van de verklaring bedragen bij een uurtarief van € 75 dus € 300 per aanvrager. In incidentele gevallen zal de netbeheerder een aanvullende accountantsverklaring vragen, bijvoorbeeld indien er ongebruikelijke hoge kosten zijn opgevoerd. Hiermee zal ongeveer € 1.500 gemoeid zijn. De gemiddelde subsidie per aanvrager wordt over 2006 op ruim € 50.000 geraamd. De kosten van een heraanmelding van een gerenoveerde installatie bedragen € 300 ofwel 0,6% van de gemiddelde subsidie. Indien er redenen zijn dat een accountantsverklaring overlegd moet worden, zullen de lasten € 1.800 zijn; dit is ruim 3% van de gemiddelde subsidie, doch naar verwachting betreft dit grotere installaties die op een hogere subsidie zullen verkrijgen.

In totaal zullen naar verwachting ca. 100 producenten een verklaring overleggen, waarvan er naar verwachting hooguit 10 een accountantsverklaring zullen moeten overleggen. De totale lasten bedragen € 45.000. Het beslag op de subsidie door wkk-producenten bedraagt in 2006 waarschijnlijk € 55 miljoen. Deze regeling leidt derhalve tot een lastenverhoging van 0,08%.

4. Technische Notificatie

De ontwerp-regeling is op 31 januari 2006 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2006/0071/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).

5. Overig

De bijlagen 2 (productieverklaring) en 3 (emissiefactoren kooldioxide ingezette brandstof) worden opnieuw vastgesteld. In bijlage 2 zijn enkele vragen opgenomen die verband houden met renovatie. Aan bijlage 3 is turf als brandstof toegevoegd.

De Minister van Economische Zaken,

J.G. Wijn

  • 1

    Stcrt. 2003, 116; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 12 juni 2006 (Stcrt. 116).