Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2006, 509AMvB

Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van hoofdstuk 5.3 van de Wet op het financieel toezicht voor het melden van stemmen, kapitaal, zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 20 april 2006, nr. FM 2006-00968M;

Gelet op de artikelen 9 tot en met 15 van Richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390/38), en de artikelen 5:34, tweede lid, tweede volzin, 5:35, tweede lid, tweede volzin, en vierde lid, tweede volzin, 5:37, 5:44, 5:45, tiende lid, 5:48, tiende lid, en 1:107 van de Wet op het financieel toezicht;

De Raad van State gehoord (advies van 19 mei 2006, No. W06.06.0134/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006, nr. FM 2006-1299U;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALING

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

HOOFDSTUK 2. PERIODEN EN TERMIJNEN

Bepaling ter uitvoering van de artikelen 5:34, tweede lid, en 5:35, tweede en vierde lid van de wet

Artikel 2

Een melding als bedoeld in artikel 5:34, tweede lid, of artikel 5:35, tweede of vierde lid, van de wet heeft betrekking op een kalenderkwartaal en vindt plaats binnen acht dagen na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal.

HOOFDSTUK 3. GEGEVENS DIE MOETEN WORDEN VERSTREKT BIJ EEN MELDING

§ 3.1. Melding kapitaal en stemmen door een uitgevende instelling

Bepalingen ter uitvoering van artikel 5:37 van de wet

Artikel 3
  • 1. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:34 of 5:35 van de wet verstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:

    a. de naam van de uitgevende instelling;

    b. voor zover van toepassing: het nummer van inschrijving van de uitgevende instelling in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996; en

    c. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan.

  • 2. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:34 van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens:

    a. de omvang van het kapitaal op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan; en

    b. het aantal en de soort aandelen, bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet, waarin het kapitaal is verdeeld op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan.

  • 3. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:34, tweede lid, eerste volzin, van de wet van wijzigingen die zich hebben voorgedaan in een kalendermaand die niet de laatste maand is van het desbetreffende kalenderkwartaal, verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens: de omvang van het kapitaal en het aantal en de soort aandelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aan het eind van die kalendermaand.

  • 4. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:35, eerste lid, eerste volzin, of tweede lid, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens: het aantal en de soort stemmen op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan.

  • 5. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:35, tweede lid, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort stemmen op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan; en

    b. indien de wijzigingen zich hebben voorgedaan in een kalendermaand die niet de laatste maand is van het desbetreffende kalenderkwartaal: het aantal en de soort stemmen aan het eind van die kalendermaand.

  • 6. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:35, derde lid, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens: het aantal en de soort aandelen, bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan.

  • 7. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:35, vierde lid, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort aandelen, bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan; en

    b. indien de wijzigingen zich hebben voorgedaan in een kalendermaand die niet de laatste maand is van het desbetreffende kalenderkwartaal: het aantal en de soort aandelen, bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet aan het eind van die kalendermaand.

Artikel 4

Bij een melding als bedoeld in artikel 5:36 van de wet verstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:

a. de naam van de uitgevende instelling;

b. voor zover van toepassing: het nummer van inschrijving van de uitgevende instelling in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996;

c. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;

d. de omvang van het kapitaal op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

e. het aantal en de soort aandelen, bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet waarin het kapitaal is verdeeld op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

f. het aantal en de soort stemmen op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan; en

g. voor zover van toepassing: het aantal en de soort aandelen, bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan.

§ 3.2. Melding aandelen en stemmen door een houder van een substantiële deelneming of een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap dan wel door een bestuurder of commissaris van een uitgevende instelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 5:44 en 5:48, tiende lid, van de wet

Artikel 5
  • 1. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:38, eerste of tweede lid, of 5:39, eerste lid, van de wet verstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:

    a. de naam van de meldingsplichtige;

    b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;

    c. de naam van de desbetreffende aandeelhouder, indien deze niet zelf meldingsplichtig is;

    d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;

    e. de naam van de uitgevende instelling;

    f. het aantal en de soort aandelen en stemmen in de uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan; en

    g. voor zover artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij. Indien de aandelen en de daaraan verbonden stemmen worden gehouden door middel van een keten van een of meer dochtermaatschappijen van de desbetreffende dochtermaatschappij vermeldt de meldingsplichtige ook de naam van deze dochtermaatschappij of dochtermaatschappijen.

  • 2. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:38, eerste lid, van de wet vermeldt de meldingsplichtige, indien de melding tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:40, eerste volzin, van de wet, tevens het volgende gegeven: de aard van het bijzondere recht.

  • 3. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:38, eerste lid, van de wet verstrekt de meldingsplichtige, indien de melding betrekking heeft op aandelen in een uitgevende instelling en tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet, tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort aandelen waarop de wijziging, bedoeld in artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet betrekking had;

    b. de waarde waartegen hij de beschikking over de desbetreffende aandelen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren; en

    c. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen.

  • 4. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:38, eerste lid, van de wet verstrekt de meldingsplichtige, indien de melding betrekking heeft op aandelen in een gelieerde uitgevende instelling en tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet, de volgende gegevens:

    a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e;

    b. het aantal en de soort aandelen in de gelieerde uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

    c. het aantal en de soort aandelen waarop de wijziging, bedoeld in artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet betrekking had;

    d. de waarde waartegen hij de beschikking over de desbetreffende aandelen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren;

    e. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen;

    f. de naam van de gelieerde uitgevende instelling; en

    g. voor zover artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij.

  • 5. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:38, tweede lid, van de wet, verstrekt de meldingsplichtige, indien de melding betrekking heeft op stemmen in een uitgevende instelling en tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, zevende lid, eerste volzin, van de wet, tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort stemmen waarop de wijziging, bedoeld in artikel 5:48, zevende lid, van de wet betrekking had;

    b. de waarde waartegen hij de beschikking over de desbetreffende stemmen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren; en

    c. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen.

  • 6. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:38, tweede lid, van de wet, verstrekt de meldingsplichtige, indien de melding betrekking heeft op stemmen in een gelieerde instelling en tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, zevende lid, eerste volzin, van de wet, de volgende gegevens:

    a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e;

    b. het aantal en de soort stemmen in de gelieerde uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

    c. het aantal en de soort stemmen waarop de wijziging, bedoeld in artikel 5:48, zevende lid, van de wet betrekking had;

    d. de waarde waartegen hij de beschikking over de desbetreffende stemmen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren;

    e. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen;

    f. de naam van de gelieerde uitgevende instelling; en

    g. voor zover artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij.

Artikel 6
  • 1. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:40, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:

    a. de naam van de meldingsplichtige;

    b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;

    c. de naam van de desbetreffende aandeelhouder, indien deze niet zelf meldingsplichtig is;

    d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;

    e. de naam van de uitgevende instelling; en

    f. het aantal en de soort aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de uitgevende instelling, alsmede de aard van dit bijzondere recht, waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

  • 2. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:40, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige, indien deze melding tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet, tevens het volgende gegeven: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij;

  • 3. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:40, eerste volzin, van de wet, verstrekt de meldingsplichtige, indien de melding betrekking heeft op aandelen in een uitgevende instelling en tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet, tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort aandelen waarop de wijziging, bedoeld in artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet betrekking had;

    b. de waarde waartegen hij de beschikking over de desbetreffende aandelen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren; en

    c. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen.

  • 4. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:40, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige, indien de melding betrekking heeft op aandelen in een gelieerde uitgevende instelling en tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet, de volgende gegevens:

    a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e;

    b. het aantal en de soort aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de gelieerde uitgevende instelling, waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan, alsmede de aard van dit bijzondere recht;

    c. het aantal en de soort aandelen waarop de wijziging, bedoeld in artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet betrekking had;

    d. de waarde waartegen hij de beschikking over de desbetreffende aandelen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren;

    e. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen;

    f. de naam van de gelieerde uitgevende instelling; en

    g. voor zover artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij. Indien de aandelen en de daaraan verbonden stemmen worden gehouden door middel van een keten van een of meer dochtermaatschappijen van de desbetreffende dochtermaatschappij vermeldt de meldingsplichtige ook de naam van deze dochtermaatschappij of dochtermaatschappijen.

Artikel 7

Bij een melding als bedoeld in artikel 5:41 of 5:42 van de wet verstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:

a. de naam van de meldingsplichtige;

b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;

c. de naam van de desbetreffende aandeelhouder, indien deze niet zelf meldingsplichtig is;

d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;

e. de naam van de uitgevende instelling;

f. het aantal en de soort aandelen en stemmen in de uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

g. indien hij op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan beschikte over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap: het aantal en de soort aandelen, alsmede de aard van het bijzondere recht; en

h. voor zover artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij. Indien de aandelen en de daaraan verbonden stemmen worden gehouden door middel van een keten van een of meer dochtermaatschappijen van de desbetreffende dochtermaatschappij vermeldt de meldingsplichtige ook de naam van deze dochtermaatschappij of dochtermaatschappijen.

Artikel 8
  • 1. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:43 van de wet verstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:

    a. de naam van de meldingsplichtige;

    b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;

    c. de naam van de desbetreffende aandeelhouder, ook indien deze niet zelf meldingsplichtig is;

    d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;

    e. de naam van de uitgevende instelling;

    f. het aantal en de soort aandelen en stemmen in de uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;

    g. indien hij op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan beschikte over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de uitgevende instelling, en voor zover artikel 5:43, eerste lid, van de wet van toepassing is: het aantal en de soort aandelen, alsmede de aard van het bijzondere recht;

    h. voor zover artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij. Indien de aandelen en de daaraan verbonden stemmen worden gehouden door middel van een keten van een of meer dochtermaatschappijen vermeldt de meldingsplichtige ook de naam van deze dochtermaatschappij of dochtermaatschappijen;

    i. indien de melding tevens strekt ter voldoening aan artikel 5:48, vierde lid, eerste volzin, van de wet:

    1°. de namen van de gelieerde uitgevende instellingen;

    2°. het aantal en de soort aandelen en stemmen in de gelieerde uitgevende instellingen waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan.

Artikel 9
  • 1. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:48 van de wet verstrekt de meldingsplichtige, onverminderd de artikelen 5 tot en met 8, de volgende gegevens:

    a. de naam van de meldingsplichtige;

    b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;

    c. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan; en

    d. de naam van de uitgevende instelling en, voor zover van toepassing, van de gelieerde uitgevende instellingen.

  • 2. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:48, derde lid, eerste volzin, vierde lid, eerste volzin, of vijfde lid, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens: het aantal en de soort aandelen en stemmen in de uitgevende instelling of in de gelieerde uitgevende instellingen waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan.

  • 3. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:48, zesde lid, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort aandelen in de uitgevende instelling of de gelieerde uitgevende instelling waarop de wijziging betrekking had;

    b. de waarde waartegen hij de beschikking over deze aandelen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren;

    c. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen; en

    d. het aantal en de soort aandelen in de uitgevende instelling of de gelieerde uitgevende instelling waarover hij na de wijziging beschikt.

  • 4. Bij een melding als bedoeld in artikel 5:48, zevende lid, eerste volzin, van de wet verstrekt de meldingsplichtige tevens de volgende gegevens:

    a. het aantal en de soort stemmen in de uitgevende instelling of de gelieerde uitgevende instelling waarop de wijziging betrekking had;

    b. de waarde waartegen hij de beschikking over deze stemmen heeft verkregen onderscheidenlijk verloren;

    c. indien van toepassing: het feit dat de wijziging voortvloeit uit een transactie die is verricht door een gevolmachtigde aan wie hij door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving het vrije beheer van de financiële instrumentenportefeuille heeft overgedragen; en

    d. het aantal en de soort stemmen in de uitgevende instelling of de gelieerde uitgevende instelling waarover hij na de wijziging beschikt.

HOOFDSTUK 4. REGELS MET BETREKKING TOT STEMMEN DIE KUNNEN WORDEN UITGEBRACHT DOOR EEN DOCHTERMAATSCHAPPIJ DIE VERMOGENSBEHEERDER IS

Bepaling ter uitvoering van artikel 5:45, tiende lid, van de wet

Artikel 10

Artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet is niet van toepassing op degene wiens dochtermaatschappij een vermogensbeheerder is, die zijn diensten op het gebied van het beheren van individuele vermogens onafhankelijk verricht van andere door hem verrichte diensten.

HOOFDSTUK 5. WIJZE VAN MELDEN

Bepaling ter uitvoering van de artikelen 5:37, 5:44 en 5:48, tiende lid, van de wet

Artikel 11

De gegevens die ingevolge dit besluit bij een melding als bedoeld in de artikelen 5:34, 5:35, 5:36, 5:38 tot en met 5:43, of 5:48 van de wet moeten worden verstrekt, worden verstrekt met gebruikmaking van door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen meldingsformulieren.

HOOFDSTUK 6. HET REGISTER

Bepaling ter uitvoering van artikel 1:107 van de wet

Artikel 12

Indien de meldingsplichtige een natuurlijke persoon is, worden diens adres en woonplaats niet opgenomen in het register, bedoeld in artikel 1:107 van de wet.

HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 12 oktober 2006

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven de eenendertigste oktober 2006

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 5:34, tweede lid, tweede volzin, 5:35, tweede lid, tweede volzin, en vierde lid, tweede volzin, 5:37, 5:44, 5:45, tiende lid (deels), en 5:48, tiende lid, van hoofdstuk 5.3 (Regels voor het melden van stemmen, kapitaal, zeggenschap en kapitaalbelang in uitgevende instellingen) van de Wet op het financieel toezicht (hierna: de wet), alsmede artikel 1:107 van de wet.

Aan de artikelen 5:38, vierde lid, 5:39, derde lid, 5:43, derde lid, 5:45, tiende lid (deels), en 5:46, vierde lid, van de wet wordt nog geen uitwerking gegeven. In verband hiermee kan worden opgemerkt dat de Europese Commissie, ingevolge artikel 12, achtste lid, onderdeel d, van de Transparantierichtlijn, teneinde rekening te houden met de technische ontwikkelingen op de financiële markten en een eenvormige toepassing te garanderen, uitvoeringsmaatregelen kan vaststellen om te verduidelijken in welke omstandigheden de meldingsplichtige kennis hadden moeten krijgen van een verwerving of overdracht die ertoe leidt dat hij een drempelwaarde bereikt of passeert. De artikelen 5:38, vierde lid, 5:39, derde lid, en 5:43, derde lid, van de wet, voorzien in de mogelijkheid om deze uitvoeringsmaatregelen te zijner tijd op te nemen in een algemene maatregel van bestuur.

Ingevolge artikel 12, achtste lid, onderdeel e, van de Transparantierichtlijn kan de Europese Commissie eveneens uitvoeringsmaatregelen uitvaardigen op grond waarvan moedermaatschappijen van beheerders en/of vermogensbeheerders bepaalde vrijstellingen van meldingsplichten kunnen verkrijgen. Artikel 5:45, tiende lid, aanhef en onderdeel b, van de wet, voorziet in de mogelijkheid om deze uitvoeringsmaatregelen te zijner tijd op te nemen in een algemene maatregel van bestuur.

Ten slotte kan de Commissie, ingevolge artikel 9, zevende lid, eerste paragraaf, van de Transparantierichtlijn uitvoeringsmaatregelen uitvaardigen op grond waarvan bepaalde categorieën financiële instellingen onder omstandigheden kunnen worden vrijgesteld van de in de wet opgenomen meldingsplichten terzake van hun belangen. Artikel 5:46, vierde lid, van de wet, voorziet in de mogelijkheid om te zijner tijd die uitvoeringsmaatregelen op te nemen in een algemene maatregel van bestuur.

Administratieve lasten

Dit besluit kan worden aangemerkt als de omzetting naar het Wft-kader van het Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen. Dit besluit is op 1 oktober 2006, tegelijk met de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelangen in effectenuitgevende instellingen (Wmz 2006), in werking getreden.

In dit besluit is dezelfde indeling gevolgd als in het Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, zodat ervan is afgezien om een transponeringstabel tussen beide besluiten toe te voegen. Dat besluit bevatte regels ter uitvoering van de Wmz 2006. Dat besluit is, evenals het wetsvoorstel waaraan het uitvoering gaf, indertijd in concept voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (ACTAL). In zijn advies heeft ACTAL toen laten weten verheugd te zijn dat door de toepassing van ICT-mogelijkheden de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zullen worden verminderd ten opzichte van het voorafgaande wettelijke regime, hoewel de totale (absolute) omvang van deze vermindering naar zijn mening beperkt zou zijn. Ook juichte ACTAL het toe dat het wetsvoorstel een aantal meldingen stroomlijnt. Ten slotte gaf ACTAL te kennen dat hij, gegeven zijn selectiecriteria, het wetsvoorstel niet zou selecteren voor een toets op de gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

Het onderhavige besluit geeft uitvoering aan artikelen in hoofdstuk 5.3 van de wet die betrekking hebben op de meldingsplichten en de wijze waarop deze worden verwerkt in het in artikel 1:107 van deze wet genoemde register. Met name worden in dit besluit geregeld:

1. de perioden en termijnen die gelden bij een melding;

2. de gegevens die bij een melding moeten worden verstrekt;

3. de wijze waarop een melding moet worden verricht;

4. de mogelijke samenloop tussen verschillende in hoofdstuk 5.3 geregelde meldingsplichten, waardoor een meldingsplichtige in een aantal gevallen kan volstaan met slechts een enkele melding.

Dit is van belang uit een oogpunt van beperking van administratieve lasten.

Verder is van belang dat dit besluit geen verdere meldingsplichten of andere administratieve verplichtingen voorschrijft dan die welke reeds zijn opgenomen in hoofdstuk 5.3 van de wet.

Samenvattend kan worden opgemerkt dat het onderhavige besluit, omdat dit louter een technische en beleidsneutrale omzetting van het Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen is, geen veranderingen op het gebied van administratieve lasten voor het bedrijfsleven met zich brengt. In dit verband kan ook worden verwezen naar mijn brief van 17 mei 2006 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal betreffende de administratieve lasten van de Wft (TK 2006/06, 29 708 nr. 42). In deze brief werd opgemerkt dat het onderhavige besluit niet leidt tot een wijziging op het gebied van de administratieve lasten ten opzichte van het toenmalige Wmz-wetsvoorstel (dat per 1 oktober 2006 in werking is getreden).

Reacties consultaties

Ontvangen adviezen

Dit ontwerp-besluit is ter formele consultatie voorgelegd aan de beide toezichthouders en aan de representatieve (organisaties van) marktpartijen. Er zijn reacties ontvangen van de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank, de Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, de Nederlandse Vereniging voor Gevolmachtigde Agenten (NVGA), de Raad voor de Effectenbranche en Euronext Amsterdam N.V. (gezamenlijk). Deze reacties zijn gepubliceerd op de website van het Ministerie van Financiën (www.minfin.nl/Wft). De hoofdpunten van de ontvangen reacties worden hieronder besproken.

Reacties

Allereerst heeft een aantal van de geconsulteerde organisaties laten weten geen commentaar te hebben en/of te kunnen instemmen met het ontwerp-besluit zoals dit ter formele consultatie aan hen was voorgelegd. Het betreft hier de volgende organisaties: de Nederlandsche Bank, het Verbond van Verzekeraars, de NVGA en de Raad voor de Effectenbranche en Euronext Amsterdam N.V. (gezamenlijk).

De Autoriteit Financiële Markten kon eveneens instemmen met het concept-besluit en had slechts enkele opmerkingen van redactionele aard. Deze zijn overgenomen in dit besluit.

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft daarentegen wel een aantal opmerkingen gemaakt en vragen gesteld. Hieronder wordt ingegaan op deze opmerkingen en vragen en de eventuele gevolgen daarvan voor dit concept-besluit.

Allereerst constateerde de NVB dat de vierde nota van wijziging van het toenmalige Wmz-wetsvoorstel nog niet was opgenomen in de tekst van het wetsvoorstel Wft zoals dat in november 2005 aan de Tweede Kamer was voorgelegd. Deze constatering was destijds juist. Het feit dat de genoemde nota van wijziging toen nog niet was opgenomen in het wetsvoorstel Wft was terug te voeren op de omstandigheid dat deze nota bij de Tweede Kamer werd ingediend op een (later) tijdstip na de betreffende indiening van het wetsvoorstel Wft bij de Tweede Kamer. Overigens is, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, de Wmz 2006 op 1 oktober 2006 in werking getreden, en is deze wet op beleidsneutrale wijze omgezet in de Wft.

Vervolgens constateerde de NVB dat de administratieve lasten voor meldingsplichtigen waren toegenomen als gevolg van de in de vierde nota van wijziging bij het Wmz-wetsvoorstel voorgestelde drempelwaarden van 40, 60 en 95 procent, en vroeg welke bepalingen zouden worden geschrapt ter compensatie daarvan. Ondanks deze nieuwe drempelwaarden zijn toen geen bepalingen worden geschrapt. Hiervoor was namelijk geen aanleiding, onder andere omdat de additionele lasten als gevolg van de nieuwe drempelwaarden naar verwachting relatief beperkt zouden zijn, zoals ook was uiteengezet in de toelichting bij de genoemde nota van wijziging. Overigens kan erop worden gewezen dat het Wmz-wetsvoorstel als geheel leidt tot een wezenlijke vermindering van administratieve lasten.

Verder merkte de NVB op dat noch in het concept-Besluit noch in de toelichting blijkt dat een separate handelsregistermelding (terzake van bijvoorbeeld een wijziging van het geplaatste kapitaal van een uitgevende instelling) overbodig wordt als ook reeds een Wmz-melding wordt gedaan. Een hiertoe strekkende bepaling in het Besluit is echter ook niet noodzakelijk. Deze onderhavige samenloop tussen de Wmz-melding en de handelsregistermelding wordt namelijk (zoals voorgesteld in artikel 49 van het Wmz-wetsvoorstel) geregeld in artikel 9 van de Handelsregisterwet 1996. Hierdoor is het niet nodig om in het Besluit een bepaling met die strekking op te nemen. Overigens zal de AFM, zoals eerder opgemerkt (hetgeen de NVB ook constateert) inderdaad de in verband met kapitaalwijzigingen ontvangen Wmz-meldingen doorleiden naar het handelsregister. De AFM doet dit bovendien reeds sinds 1 oktober 2006 op basis van de per die datum in werking getreden Wmz 2006.

Ook wees de NVB erop dat CESR nog bezig is met een EU standaardmeldingsformulier (waarop het onderhavige besluit naar haar mening onmogelijk zou kunnen aansluiten) en pleitte zij ervoor met de implementatie van dit besluit te wachten totdat CESR zijn consultatierondes zou hebben gefinaliseerd en de uitvoeringsregels door de Europese Commissie zouden zijn aangenomen. Voor een dergelijk uitstel bestaat naar mijn mening geen noodzaak. De genoemde uitvoeringsregels raken namelijk niet aan de kern van het wetsvoorstel en het daarop gebaseerde onderhavige besluit. Overigens zal worden zorg gedragen voor een adequate aansluiting tussen het in EU-verband te ontwerpen standaardformulier en het meldingsformulier van de AFM, zodat geen sprake zal zijn van de door de NVB gevreesde administratieve lasten.

Daarnaast vroeg de NVB aandacht voor de passieve melding van artikel 5:38 en 5:39 (bedoeld zal zijn alleen artikel 5:39) dat de plicht bevat om over- of onderschrijdingen van een drempelwaarde te melden als men weet of behoort te weten dat een dergelijke over- of onderschrijding plaatsvindt. In verband met de toepasselijkheid van deze bepaling noemde de NVB als voorbeeld de situatie dat bij verwatering door een emissie van een uitgevende instelling een drempelwaarde kan worden gepasseerd door een belegger. De NVB wees erop dat onder het oude regime deze situatie was uitgesloten van de meldingsplicht, maar meende dat het niet duidelijk was of dat onder het nieuwe regime ook het geval is. In verband hiermee kan erop worden gewezen dat in de door de NVB genoemde situatie onder het nieuwe regime wel sprake is van een meldingsplicht voor de onderhavige belegger (op grond van artikel 5:39, dat dient ter implementatie van artikel 9, tweede lid, van de Transparantierichtlijn). Dit is dus een verschil met de situatie onder het oude regime. Dit komt doordat in de Wmz 1996 niet een passieve meldingplicht was opgenomen.

Artikelsgewijs

Artikel 2

Dit artikel is gebaseerd op de artikelen 5:34, tweede lid, en 5:35, tweede en vierde lid van de wet. Ingevolge de artikelen 5:34, tweede lid, tweede volzin, en 5:35, tweede lid, tweede volzin, en vierde lid, tweede volzin, van de wet worden de periode waarop een melding (door een uitgevende instelling met betrekking tot haar uitstaande kapitaal en stemmen) betrekking heeft en de termijn waarbinnen een melding moet hebben plaatsgevonden, bij algemene maatregel van bestuur bepaald. Het onderhavige artikel bepaalt de periode op een kalenderkwartaal en de termijn op acht dagen na afloop van het desbetreffende kalenderkwartaal.

Door te kiezen voor een melding per kalenderkwartaal wordt aangesloten bij de afspraken over de melding van kapitaalswijzigingen die in het kader van het Fondsenreglement zijn gemaakt tussen een groot aantal uitgevende instellingen die zijn genoteerd aan de door Euronext Amsterdam gehouden effectenbeurs en de houder van deze effectenbeurs.

Een uitgevende instelling, waarvan in het kader van hoofdstuk 5.3 van de wet een specifieke definitie is opgenomen in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a, zal onder andere de soorten van haar uitstaande aandelen moeten melden, bijvoorbeeld het gewone-, preferente- of prioriteitskarakter van deze aandelen. Ook zal zij de aard van de stemmen moeten melden, bijvoorbeeld of sprake is van bijzondere statutaire zeggenschapsrechten in een uitgevende instelling en, indien hiervan sprake is, de inhoud van deze rechten.

Daarnaast zal een uitgevende instelling, voor zover zij daarover beschikt, haar nummer van inschrijving in het handelsregister moeten melden. Nederlandse uitgevende instellingen (moeten) over een dergelijk nummer beschikken. De buitenlandse rechtspersonen wier aandelen worden verhandeld op een gereglementeerde markt in Nederland en die daardoor onder de reikwijdte van hoofdstuk 5.3 van de wet vallen, moeten over een dergelijk nummer beschikken indien zij een onderneming drijven in Nederland.

In het derde, vijfde, respectievelijk zevende lid van artikel 3 wordt bepaald dat, in het geval van een periodieke (kwartaal)melding door een uitgevende instelling op grond van artikel 5:34, tweede lid, eerste volzin, artikel 5:35, tweede lid, eerste volzin, onderscheidenlijk artikel 5:35, vierde lid, eerste volzin, van de wet, deze instelling met betrekking tot de maand(en) waarin de periodiek te melden wijzigingen zich hebben voorgedaan, het totaal van de wijzigingen per maand-ultimo van de desbetreffende maand(en) moet melden. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 15 van richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEG L 390/38; hierna: de Transparantierichtlijn). Er is dus geen sprake van een verplichting om aan het eind van elke kalendermaand een meldingshandeling te verrichten. Indien een uitgevende instelling bijvoorbeeld in de eerste en derde maand van een kalenderkwartaal wijzigingen in haar noemer (dat wil zeggen haar uitstaande kapitaal, de aandelen waarin dit kapitaal is verdeeld en de stemmen die daarop kunnen worden uitgebracht) heeft aangebracht, dan hoeft zij pas een periodieke melding te doen binnen acht dagen na afloop van dat kalenderkwartaal. In deze melding zal zij dan niet alleen de noemergegevens aan het eind van dat kalenderkwartaal moeten melden, maar eveneens de noemergegevens zoals die luidden aan het eind van de eerste maand van dat kalenderkwartaal (waarin ook wijzigingen plaatsvonden).

Artikelen 3 en 4

Deze artikelen zijn gebaseerd op artikel 5:37 van de wet. In deze artikelen worden, met betrekking tot een melding door een uitgevende instelling van haar uitstaande kapitaal, aandelen, stemmen en certificaten van aandelen, de gegevens bepaald die deze aan de AFM moet verstrekken. Artikel 3 heeft betrekking op (Nederlandse) vennootschappen of (buitenlandse) rechtspersonen die reeds kwalificeren als een uitgevende instelling zoals gedefinieerd in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel a. Artikel 4 heeft betrekking op vennootschappen of rechtspersonen die nog niet kwalificeerden als een zodanige uitgevende instelling, maar die alsnog als zodanig gaan kwalificeren bijvoorbeeld doordat door hen uitgegeven aandelen initieel worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (initiële beursnotering).

De door de desbetreffende uitgevende instellingen te melden gegevens bestaan, naast naam- en adresgegevens en dergelijke, uit gegevens over het uitstaande kapitaal van die instellingen, de stemmen die kunnen worden uitgebracht op de aandelen waarin dat kapitaal is verdeeld alsmede, indien sprake is van met medewerking van de desbetreffende uitgevende instelling uitgegeven certificaten van die aandelen, gegevens over die certificaten van aandelen. Deze gegevens worden opgenomen in het in artikel 1:107 van de wet genoemde register, en stellen een houder van een substantiële deelneming en/of een of meer aandelen met bijzondere statutaire zeggenschapsrechten in die instellingen in staat om op een juiste wijze zijn belang in die instellingen te berekenen en daardoor op correcte wijze aan zijn meldingsplicht ter zake van die belangen te voldoen.

Artikelen 5 tot en met 9

Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 5:44 en 5:48, tiende lid van de wet. In deze artikelen worden de gegevens bepaald die (i) een houder van een substantiële deelneming (zoals gedefinieerd in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel g, van de wet) of een of meer aandelen met bijzondere statutaire rechten inzake de zeggenschap en (ii) een bestuurder of commissaris van een uitgevende instelling bij een melding op grond van de wet moeten verstrekken. In deze artikelen is rekening gehouden met de in verschillende artikelen van de wet (de artikelen 5:40, 5:41 en 5:48) geregelde samenloop tussen meldingsplichten. Dit leidt ertoe dat, indien bij een bepaalde melding (bijvoorbeeld de melding op grond van artikel 5:38, eerste lid) niet alleen de in het kader van die melding verplichte gegevens worden gemeld maar ook de gegevens waarvoor een meldingsplicht bestaat op grond van een andere bepaling (bijvoorbeeld artikel 5:40), de desbetreffende meldingsplichtige bij het voldoen aan laatstgenoemde meldingsplicht kan volstaan met eerstgenoemde melding (en dus geen dubbele meldingsplicht heeft voor eenzelfde transactie).

In (onder andere) artikel 5, eerste lid, onderdeel c, wordt bepaald dat een meldingsplichtige onder meer de naam van de desbetreffende aandeelhouder moet melden, indien de aandeelhouder zelf niet meldingsplichtig is. Van een dergelijke situatie kan sprake zijn in geval van situaties die worden geregeld door artikel 5:45 van de wet. Door middel van (onder andere) artikel 5, eerste lid, onderdeel c, wordt uitvoering gegeven aan artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Transparantierichtlijn. Op grond van die bepaling moet een melding van zeggenschap of kapitaalbelang in een uitgevende instelling onder meer de identiteit van de aandeelhouder bevatten, ook al heeft deze niet zelf het recht om de stemrechten die zijn verbonden aan zijn aandelen uit te oefenen omdat sprake is van in artikel 5:45 genoemde situaties.

In (onder andere) artikel 5, eerste lid, onderdeel f, wordt bepaald dat een dergelijke meldingsplichtige onder andere de soort aandelen in een uitgevende instelling moet bepalen waarover hij beschikt. Op grond van deze bepaling moet hij niet alleen een onderscheid maken tussen bijvoorbeeld de gewone, preferente of prioriteitsaandelen waarover hij beschikt, maar ook aangeven of sprake is van aandelen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 1° (aandelen), 2° (certificaten van aandelen), 3° (bijvoorbeeld converteerbare obligaties) of 4° (bijvoorbeeld call-opties), van de wet.

In (onder andere) artikel 5, eerste lid, onderdeel g, eerste volzin, wordt bepaald dat, indien sprake is van een concernverhouding en een moedermaatschappij (op grond van artikel 13, derde lid, eerste volzin, van de wet) dientengevolge wordt geacht te beschikken over de aandelen en daaraan verbonden stemmen waarover haar dochtermaatschappij beschikt, deze moedermaatschappij ook de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij moet melden. Deze bepaling vloeit voort uit artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de Transparantierichtlijn.

In de tweede volzin van artikel 5, eerste lid, onderdeel g, wordt bepaald dat, indien de op grond van artikel 5:45, derde lid, eerste volzin, van de wet aan de moeder toegerekende aandelen en daaraan verbonden stemmen worden gehouden door middel van een keten van dochtermaatschappijen, ook de namen van de desbetreffende dochtermaatschappijen dienen te worden gemeld door de moeder. Van deze situatie kan bijvoorbeeld ook sprake zijn indien deze aandelen en stemmen worden gehouden door een of meer (klein)dochtermaatschappijen van deze dochtermaatschappij. Met deze tweede volzin wordt eveneens uitvoering gegeven aan artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de Transparantierichtlijn.

Artikel 10

In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 5:45, tiende lid en aanhef, van de wet. Dat artikel regelt onder meer dat, indien aan bepaalde (volgens algemene maatregel van bestuur te stellen) voorwaarden is voldaan, iemand wiens dochtermaatschappij een vermogensbeheerder is die over een vergunning beschikt, niet hoeft te voldoen aan de in het derde lid, eerste volzin, van dat artikel opgenomen toerekeningplicht van de aandelen en de daaraan verbonden stemmen waarover de desbetreffende dochtermaatschappij het beheer voert.

In artikel 5:45, tiende lid, van de wet wordt onder andere als voorwaarde gesteld dat de vermogensbeheerder de stemmen die zijn verbonden aan de betreffende aandelen naar eigen goeddunken kan uitoefenen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 12, vijfde lid, van de Transparantierichtlijn voor wat betreft (i) de eerste alinea, derde gedachtestreepje, waarin wordt bepaald dat de vermogensbeheerder deze stemmen onafhankelijk van zijn moedermaatschappij moet kunnen uitoefenen en (ii) de tweede alinea, waarin wordt bepaald dat in bepaalde gevallen de moeder zich de aandelen en daaraan verbonden stemmen waarover haar dochter/vermogensbeheerder het beheer voert wel moet toerekenen indien deze dochter de desbetreffende stemmen slechts mag uitbrengen op basis van instructies van de moeder of een andere dochtermaatschappij.

Overigens is in artikel 12, vijfde lid, van de Transparantierichtlijn ook als voorwaarde gesteld (in de eerste alinea, tweede gedachtestreepje) dat de vermogensbeheerder hetzij de stemmen die zijn verbonden aan de aandelen waarover hij het beheer voert alleen mag uitoefenen na daartoe schriftelijke instructies te hebben ontvangen hetzij, door het treffen van passende regelingen, ervoor moet zorg dragen dat zijn individuele vermogensbeheer activiteiten onafhankelijk van zijn andere diensten worden verricht onder voorwaarden waarin wordt voorzien bij richtlijn 85/611/EEG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve instellingen in beleggingen (icbe’s) (Pb EG L 375). Aan deze voorwaarde wordt invulling gegeven door artikel 5:45, tiende lid, aanhef, van de wet (die bepaalt dat eerdergenoemde toerekeningplicht niet van toepassing is indien wordt voldaan aan volgens algemene maatregel van bestuur te stellen regels) juncto artikel 10 van het onderhavige besluit (dat bepaalt dat de toerekeningplicht niet van toepassing is indien de dochter/vermogensbeheerder ervoor zorg draagt dat zijn diensten terzake van het individuele beheer van portefeuilles van financiële instrumenten onafhankelijk worden verricht van diens andere diensten).

Ten slotte dient te worden vermeld dat de Europese Commissie, op grond van artikel 12, achtste lid, onderdeel e, van de Transparantierichtlijn, uitvoeringsmaatregelen kan treffen in verband met (onder andere) artikel 12, vijfde lid, van deze richtlijn. Daarbij zal zij met name voorwaarden kunnen stellen met betrekking tot de onafhankelijkheid die moet worden bereikt tussen een vermogensbeheerder en zijn moedermaatschappij teneinde de moeder vrij te stellen van de genoemde toerekeningplicht. Deze voorwaarden zullen, indien deze te zijner tijd zullen zijn vastgesteld, op basis van artikel 5:45, tiende lid, aanhef, van de wet worden opgenomen in (een aanpassing van) dit besluit.

Artikel 11

Dit artikel is gebaseerd op de artikelen 5:37, 5:44 en 5:48, tiende lid, van de wet. In dit artikel wordt bepaald dat de op grond van hoofdstuk 5.3 van de wet verplichte meldingen op schriftelijke wijze moeten worden verricht (eerste lid). Hierbij dient op grond van de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer onder «schriftelijk» ook «elektronisch» te worden verstaan. Verder geldt dat bij een melding gebruik moet worden gemaakt van door de AFM vast te stellen meldingsformulieren.

Artikel 12

Dit artikel is gebaseerd op artikel 1:107 van de wet. In dat artikel wordt bepaald welke gegevens, die op grond van deze wet zijn gemeld aan de toezichthouders, worden opgenomen in het ingevolge deze wet ingerichte register. Uit een oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van particuliere meldingsplichtigen worden adres- en woonplaatsgegevens van natuurlijke personen niet opgenomen in het register. In verband met deze uitzondering kan worden verwezen naar de parlementaire behandeling van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek alsmede enige andere wetten in verband met de openbaarmaking van de bezoldiging en het aandelenbezit van bestuurders en commissarissen (Stb. 2002, 225), waarbij een soortgelijke afweging werd gemaakt tussen enerzijds het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de particuliere meldingsplichtige en anderzijds het eventuele belang van het wel openbaar maken van adres- en woonplaatsgegevens van particulieren voor de transparantie van de kapitaalmarkten (zie ook Kamerstukken II 2000/01, 27 900, nr. 5, p. 14).

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Transponeringstabel

Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390/38)

Artikel richtlijn

Artikel wet

 

artikel besluit

1, tweede lid (juncto 2, eerste lid, onderdelen g en h)

5:33, tweede lid

  

2, eerste lid, onderdeel a

5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 3°

  

2, eerste lid, onderdeel c

1:1

  

2, eerste lid, onderdeel d

5:33, eerste lid, onderdeel a

  

2, eerste lid, onderdeel e

5:33, eerste lid, onderdeel d, juncto 5:45, eerste lid

  

2, eerste lid, onderdeel f

5:33, eerste lid, onderdeel c

  

2, eerste lid, onderdeel g

5:33, tweede lid

  

2, eerste lid, onderdeel h

5:33, tweede lid

  

2, eerste lid, onderdeel m

1:1

  

2, eerste lid, onderdeel n

1:1

  

9, eerste lid

5:38, 5:44

 

5, 11

9, tweede lid

5:39, 5:44

 

5, 11

9, vierde lid

5:46, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en tweede lid, aanhef en onderdeel a

  

9, vijfde lid

5:46, tweede lid, aanhef en onderdeel b

  

9, zesde lid

5:46, derde lid

  

10, onderdeel a

5:45, vijfde lid

  

10, onderdeel b

5:45, zesde lid

  

10, onderdeel c

5:45, tweede lid

  

10, onderdeel d

5:45, tweede lid

  

10, onderdeel e

5:45, derde lid, eerste volzin

  

10, onderdeel f

5:45, eerste lid

  

10, onderdeel g

5:45, vierde lid

  

10, onderdeel h

5:45, negende lid

  

11

5:46, eerste lid, aanhef en onderdeel c

  

12, eerste lid

5:44

 

5, 11

12, tweede lid

5:38 en 5:39

 

5

12, derde lid

5:45, derde lid, tweede volzin

  

12, vierde lid, eerste alinea

5:45, tiende lid, onderdeel a

  

12, vierde lid, tweede alinea

5:45, derde lid

  

12, vijfde lid, eerste alinea, eerste en derde gedachtestreepje

5:45, tiende lid, onderdeel b

 

10

12, vijfde lid, eerste alinea, tweede gedachtestreepje

5:45, tiende lid, onderdeel b

 

10

12, vijfde lid, tweede alinea

5:45, derde lid

  

12, zesde lid

1:107

 

12

12, zevende lid

1:107

  

13

5:33, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, en 5:44

  

14, eerste lid

5:38, eerste lid, en 5:47, aanhef en onderdeel b

 

5

15

5:34, 5:35 en 5:37

 

2, 3 en 4

19, derde en vierde lid

5:38, 5:39 en 5:44

 

5


XHistnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Financiën.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 14 november 2006, nr. 222.