De Minister van Economische Zaken,
Gelet op de artikelen 152, eerste, derde en vierde lid, 154, vierde lid, 156, 157,
eerste en derde lid, 158, eerste lid, 161, eerste en derde lid, 163, eerste en derde
lid, 164, eerste, vijfde en zesde lid, en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke
ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen
(EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de
Raad (PbEU 2013, L 347) en de artikelen 13, tweede lid, onder b, en 19, eerste lid,
van de Landbouwwet;
Besluit:
ARTIKEL I
Artikel 5:2 van de Regeling producenten- en brancheorganisaties wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de aanhef wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.
's-Gravenhage, 15 juni 2017
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp
TOELICHTING
Op grond van het oude artikel 5:2, aanhef en onderdeel a, van de Regeling producenten-
en brancheorganisaties (hierna: Regeling) kon geen algemeen verbindend verklaring
(AVV) worden afgegeven voor voorschriften of financiële bijdragen die op grond van
de geldende wetgeving kunnen worden gesteld, onderscheidenlijk kunnen worden geheven.
Deze beperking heeft echter tot gevolg dat voorschriften of financiële bijdragen voor
onderzoek en innovatie voor agro-sectoren die op grond van geldende wetgeving al gesteld
zouden kunnen worden, niet algemeen verbindend kunnen worden verklaard. In de brief
van de Minister van Economische Zaken van 22 februari 2017 aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken 2016/17, 33 910, nr. 26) is aangegeven dat dit onwenselijk is en dat dit aangepast zal worden. De onderhavige
wijzigingsregeling voorziet hierin door artikel 5:2 van de Regeling zodanig aan te
passen dat een wettelijke grondslag voor het kunnen verrichten van onderzoek of voor
de financiering daarvan geen aanleiding meer is om een AVV-verzoek af te wijzen. Daarmee
wordt de private aanpak in (collectieve) financiering van onderzoek voor meerdere
agro-sectoren, waaronder het topsectorenonderzoek, bevorderd.
Een onderzoeksveld waar op grond van het oude artikel 5:2 van de Regeling geen AVV
voor kon worden afgegeven, is het onderzoeksveld dierziekten en diergezondheid. Op
grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren kunnen er namelijk heffingen
opgelegd worden aan veehouders voor financiering van onderzoek op het gebied van dierziekten
en diergezondheid. De verantwoordelijkheid en het initiatief voor de aanpak van (bijvoorbeeld)
bedrijfsgebonden ziekten, ligt echter bij het agro-bedrijfsleven. Daarvoor is onderzoek
en financiering nodig. De eventuele verbindend verklaringen voor financiering van
onderzoek, die tot stand kunnen komen op initiatief van producenten- of brancheorganisaties,
kunnen daarbij nuttig zijn.
Artikel 5:2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bevat niet de enige voorwaarde
waaraan een AVV-verzoek van een voorschrift of financiële bijdrage getoetst wordt.
Artikel 5:2, eerste lid, onderdeel b, bepaalt dat een AVV-verzoek eveneens niet wordt
toegewezen wanneer het voorschrift of de financiële bijdrage niet doelmatig is of
wanneer deze een onevenredige inbreuk maakt op de ondernemersvrijheid. Deze voorwaarden
blijven ongewijzigd en gelden dus ook voor AVV-verzoeken die betrekking hebben op
onderzoek en de financiering daarvan.
Regeldruk
Deze wijziging leidt niet tot regeldrukeffecten. Er worden geen nieuwe informatieverplichtingen
aan producenten- of brancheorganisaties opgelegd.
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2017. Hiermee wordt voldaan aan de vaste
verandermomenten.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp