Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 maart 2016, 2016-0000084050, tot wijziging van artikel 2 van de Scholingsregeling WW

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 76 van de Werkloosheidswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Scholingsregeling WW wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2. Duur

  • 1. De opleiding of scholing duurt maximaal een jaar.

  • 2. Het UWV kan in afwijking van het eerste lid:

    • a. in individuele gevallen opleiding of scholing van een langere duur toestaan, doch niet langer dan twee jaar; of

    • b. opleiding of scholing met een langere duur dan een jaar toestaan, indien:

      • de nieuwe werkgever zekerheid op een arbeidsovereenkomst of een aanstelling in openbare dienst van ten minste zes maanden biedt, ingaande op uiterlijk de eerste (werk)dag van de maand nadat de opleiding succesvol is afgerond, met een minimale omvang per week van het gemiddelde aantal gewerkte uren en het aantal uren gevolgde scholing in de scholingsperiode voorafgaand aan het afronden daarvan; en

      • de werknemer gedurende het volgen van die scholing ten minste acht uren per week bij die werkgever werkzaam is.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2. Duur

  • 1. De opleiding of scholing duurt maximaal een jaar.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan het UWV in individuele gevallen opleiding of scholing van een langere duur toestaan, doch niet langer dan twee jaar.

C

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a. Overgangsrecht bij artikel 2

  • 1. Een aanvraag om een opleiding of scholing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, zoals dat luidde op 31 maart 2018, ingediend voor 1 april 2018, wordt beoordeeld op grond van artikel 2 zoals dat luidde op 31 maart 2018.

  • 2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 juli 2018.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2016, met dien verstande dat artikel I, onderdelen B en C, met ingang van 1 april 2018 in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 21 maart 2016

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

TOELICHTING

Sinds 2013 heeft het kabinet 600 miljoen euro beschikbaar gesteld voor sectorplannen. In de sectorplannen hebben werkgevers- en werknemersorganisaties in een sector of regio gezamenlijk, onder voorwaarde van cofinanciering, plannen opgesteld met als doel de arbeidsmarkt op korte termijn en op middellange termijn te verbeteren. Veel sectoren en regio’s zijn aan de slag gegaan met door sociale partners geconstateerde en met arbeidsmarktanalyses onderbouwde, knelpunten op de arbeidsmarkt. In 2015, is in de derde tranche sectorplannen de brug-WW geïntroduceerd, hierdoor is het mogelijk om scholing in het kader van sectorplannen te volgen met behoud van de WW-uitkering.

Op 17 november 20151 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de voortgang en de realisatie van de sectorplannen. Naar verwachting zal, deels door het niet volledige aanvragen van het beschikbare subsidiebedrag voor de derde tranche sectorplannen en deels door bijstelling van plannen uit de eerste twee tranches, een bedrag van 150 miljoen euro aan onderbesteding optreden op het budget voor de sectorplannen. Het kabinet wil de middelen die vrijkomen uit deze onderuitputting aanwenden voor tijdelijke maatregelen met als doel het beperken en voorkomen van werkloosheid.

Onderhavige regeling maakt het tijdelijk mogelijk om het instrument brug-WW ook buiten de sectorplannen in te zetten. De brug-WW biedt extra ondersteuning bij transities naar nieuw werk waarbij substantiële om- of bijscholing nodig is. De werknemer treedt alvast parttime in dienst bij de nieuwe werkgever. Voor die uren dat scholing nodig is, kan de werknemer een opleiding volgen met behoud van uitkering. De nieuwe werkgever geeft van tevoren een baangarantie af van minimaal zes maanden voor het aantal uren van het dienstverband en het aantal uren dat scholing is gevolgd met behoud van uitkering. De baan vangt uiterlijk op de eerste dag van de maand na afloop van de scholing aan. Dit geeft de werknemer zekerheid. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de werkzoekende voor minimaal 8 uren per week in dienst is bij de nieuwe werkgever gedurende de periode van scholing. Voor de betrokken werkgever verlaagt de brug-WW de kosten van het investeren in de scholing van een nieuwe werknemer. Met de verruiming van de mogelijkheden van de brug-WW gaat een bedrag van 7 miljoen euro over twee jaar aan additionele uitkeringslasten gepaard.

Uitvoeringstoets UWV

Het UWV heeft een uitvoeringstoets uitgebracht op de conceptversie van de regeling. De uitkomsten van de uitvoeringstoets hebben niet geleid tot inhoudelijke aanpassingen aan de tekst van de wijzigingsregeling. Het UWV acht deze wijzigingsregeling uitvoerbaar vanaf 1 april 2016. Dit sluit goed aan op het uitgangspunt om de brug-WW buiten de sectorplannen zo snel mogelijk in werking te laten treden. Vanaf 1 april neemt het UWV concrete aanvragen voor de brug-WW buiten de sectorplannen in behandeling.

Artikelsgewijze toelichting

De verruiming van de Scholingsregeling WW maakt het aantrekkelijker om deeltijdscholing voor een periode langer dan twaalf maanden te combineren met een uitkering op grond van de WW. Dit wordt geregeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b (artikel I, onderdeel A). Omdat hier sprake is van een tijdelijke regeling zal deze mogelijkheid per 1 april 2018 weer vervallen. Dit wordt geregeld in artikel I, onderdeel B. Om de afhandeling van aanvragen die voor 1 april 2018 zijn ingediend mogelijk te maken, wordt tijdelijk voorzien in overgangsrecht. Door middel van artikel I, onderdeel C, wordt een nieuw artikel in de Scholingsregeling WW ingevoegd, waarin wordt bepaald dat op die aanvragen artikel 2, tweede lid, onderdeel b, ook na 1 april 2018 van toepassing blijft.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstukken II, 2015/16, 33 566, nr. 84

Naar boven