Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 december 2013, nr. 528477, houdende een wijziging van de Regeling andere toevoeging aan wo-graden in verband met het vaststellen van de referentielijst internationale herkenbaarheid titulatuur hoger beroepsonderwijs en het vaststellen van graden met toevoegingen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 5a.2, lid 2a, onderdeel a, 7.10a, eerste lid, en 7.19a, lid 3a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Regeling andere toevoeging aan wo-graden wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van artikel 1. komt te luiden:

Artikel 1. Andere toevoeging wetenschappelijk onderwijs.

B

Het opschrift van artikel 1a. komt te luiden:

Artikel 1a. Afkorting andere toevoeging wetenschappelijk onderwijs

C

Na artikel 1a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1b. Vaststelling referentielijst internationale herkenbaarheid titulatuur hoger beroepsonderwijs

De referentielijst internationale herkenbaarheid titulatuur hoger beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 5a.2, lid 2a, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de graden met toevoegingen, bedoeld in artikel 7.19a, lid 3a, van deze wet, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.

D

In artikel 3 wordt ‘Regeling andere toevoeging aan wo-graden’ vervangen door: Regeling titulatuur hoger onderwijs.

ARTIKEL II

Aan de Regeling andere toevoeging aan wo-graden wordt een bijlage toegevoegd, overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. Bussemaker.

BIJLAGE REFERENTIELIJST INTERNATIONALE HERKENBAARHEID TITULATUUR HOGER BEROEPSONDERWIJS

In deze bijlage worden voor het hoger beroepsonderwijs per onderdeel van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs internationaal herkenbare bachelor- en mastergraden met toevoegingen benoemd.

Het gaat om de volgende onderdelen van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs:

  • economie;

  • gedrag en maatschappij;

  • gezondheidzorg;

  • landbouw en natuurlijke omgeving;

  • onderwijs;

  • recht;

  • taal en cultuur;

  • techniek.

Deze bijlage behoort bij de Regeling titulatuur hoger onderwijs.

Economie

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Arts’

BA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op economie, talen, management, marketing en communicatie.

‘of Science’

BSc

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op accountancy, finance, informatica en communicatiesystemen.

‘of Business Administration’

BBA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op bedrijfskunde.

‘of Laws’

LLB

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op rechten, bijvoorbeeld de opleiding Hogere Juridische Opleiding.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Arts’

MA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op economie, talen, management, marketing en communicatie.

‘of Science’

MSc

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op accountancy, finance, informatica en communicatiesystemen.

‘of Business Administration’

MBA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op bedrijfskunde.

Gedrag en maatschappij

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende opleidingen

‘of Arts’

BA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op management, therapie, pastoraal werk, veiligheidskunde, pedagogiek en toegepaste psychologie.

‘of Social Work’

BSW

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op maatschappelijk werk en dienstverlening, culturele en maatschappelijke vorming, sociaal pedagogische hulpverlening en social work.

‘of Laws’

LLB

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op rechten, bijvoorbeeld opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Arts’

MA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op management, therapie, pastoraal werk, veiligheidskunde, pedagogiek en toegepaste psychologie.

‘of Social Work’

MSW

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op maatschappelijk werk en dienstverlening, culturele en maatschappelijke vorming, sociaal pedagogische hulpverlening en social work.

Gezondheidzorg

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Arts’

BA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op management en kunstzinnige therapie.

‘of Science’

BSc

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op techniek, laboratoriumonderzoek en die een sterke natuurwetenschappelijke component hebben zoals fysiotherapie, verloskunde en logopedie.

‘of Nursing’

BNurs / BN

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op verpleegkunde.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Arts’

MA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op management en kunstzinnige therapie.

‘of Science’

MSc

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op techniek en laboratoriumonderzoek en die een sterke natuurwetenschappelijke component hebben zoals fysiotherapie, verloskunde en logopedie.

‘of Nursing’

MNurs / MN

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op een verdieping of verbreding in de verpleegkunde.

‘Advances Nurse practitioner’

MANP

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op het opleiden tot Advanced Nurse Practitioner en waarbij de graad MANP een duidelijke functie heeft in de beroepspraktijk.

‘Physician Assistant’

MPA

Opleiding die voor het grootste deel gericht zijn op het opleiden tot Physician Assistant en waarbij de graad MPA een duidelijke functie heeft in de beroepspraktijk.

Landbouw en natuurlijke omgeving

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Science’

BSc

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op landbouw, veehouderij, tuinbouw, milieu en landschap.

‘of Education’

BEd

Lerarenopleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op landbouw en natuurlijke omgeving. Bijvoorbeeld de lerarenopleiding Educatie en Kennismanagement Groene Sector.

‘of Business Administration’

BBA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op bedrijfskunde.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Science’

MSc

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op landbouw, veehouderij, tuinbouw, milieu en landschap.

‘of Education’

MEd

Lerarenopleidingen en onderwijskundige opleidingen.

Onderwijs

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Education’

BEd

Lerarenopleidingen, waaronder lerarenopleidingen in de kunstsector en opleidingskundige opleidingen.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Arts’

MA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op management.

‘of Education’

MEd

Lerarenopleidingen en onderwijskundige opleidingen.

Recht

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Laws’

LLB

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op rechten, bijvoorbeeld de opleiding HBO Rechten.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Laws’

LLM

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op rechten.

Taal en cultuur

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Music’

Bmus

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op muziek.

‘of Fine Art’

BFA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op de beeldende kunsten.

‘of Design’

BDes

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn vormgeving.

‘of Arts’

BA

Opleidingen die niet in aanmerking komen voor de toevoeging ‘of Music’, ‘of Fine Art’ of ‘of Design’.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Music’

MMus

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op muziek.

‘of Fine Art’

MFA

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op de beeldende kunsten.

‘of Design’

MDes

Opleidingen die voor het grootste deel gericht zijn op vormgeving.

‘of Arts’

MA

Opleidingen die niet in aanmerking komen voor de toevoeging ‘of Music’, ‘of Fine Art’ of ‘of Design’.

‘of Science’

MSc

Opleidingen die gericht zijn op de architectuur.

Techniek

Toevoeging aan bachelorgraad

Aanduiding

In aanmerking komende bacheloropleidingen

‘of Engineering’

BEng

Opleidingen die specifiek opleiden voor het beroep van ingenieur. Dit zijn vooral opleidingen op het gebied van de bouwkunde, elektrotechniek en werktuigbouwkunde.

‘of Science’

BSc

Opleidingen die niet specifiek opleiden voor een traditioneel ingenieursberoep. Dit zijn vooral de natuurwetenschappelijke- en wiskundige opleidingen op het gebied van chemie en laboratorium, logistiek en vervoer, milieutechniek, textieltechniek en in het domein van ICT en Creative Technologies.

Toevoeging aan mastergraad

Aanduiding

In aanmerking komende masteropleidingen

‘of Engineering’

MEng

Opleidingen die specifiek opleiden voor het beroep van ingenieur. Dit zijn vooral opleidingen op het gebied van de bouwkunde, elektrotechniek en werktuigbouwkunde.

‘of Science’

MSc

Opleidingen die niet specifiek opleiden voor een traditioneel ingenieursberoep. Dit zijn vooral de natuurwetenschappelijke en wiskundige opleidingen.

Afwijking in verband met de internationale herkenbaarheid

Als het instellingsbestuur kan motiveren dat in een specifiek geval deze lijst niet aansluit bij de internationale herkenbaarheid van de opleiding, kan de NVAO de voorgestelde toevoeging aan een graad van het instellingsbestuur positief beoordelen. Hierbij waakt de NVAO voor de eenheid van de opleidingsspecifieke graden.

Naamswijziging opleiding

De in deze bijlage genoemde toevoegingen aan graden blijven gelden als de opleiding van naam verandert.

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

In 2010 heeft de Commissie Veerman aanbevelingen gedaan om het Nederlandse hoger onderwijs toekomstbestendig te maken. Eén van de aanbevelingen richt zich op de titulatuur in het hbo (formeel: de toevoeging aan een bachelor- of mastergraad na het met succes afronden van een hbo-opleiding). Volgens Veerman is de juiste titulatuur onmisbaar voor de erkenning van de kwaliteit en de herkenning van de waarde van opleidingen in de Europese hoger onderwijsruimte en daar buiten.

Gelet hierop is in de Wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs het uitgangspunt neergelegd dat hbo-titels beter internationaal herkenbaar moeten worden. Tot nu toe hadden hbo-opleidingen geen ‘of Arts’ of ‘of Science’ toevoeging. In een aantal gevallen betekent dit dat afgestudeerde hbo’ers toevoegingen gebruiken die internationaal niet herkend worden. Hiervan kunnen hbo-studenten tijdens of na hun studie hinder ondervinden op de internationale arbeidsmarkt. Zij kunnen stuiten op onbegrip bij werkgevers of bij instellingen waar zij een vervolgopleiding willen doen omdat die hun titels niet herkennen. Voor de herkenning van de kwaliteit en de waarde van de opleidingen binnen en buiten de Europese hoger onderwijsruimte is een transparante titulatuur voor deze studenten van belang. Anders gezegd, de hbo-titel dient internationaal passend te zijn. Deze regeling geeft hier uitvoering aan.

Transparantie titels

Het onderscheid tussen het hbo en wo wordt door deze regeling overigens niet opgeheven. Daarnaast is het uitdrukkelijk niet de bedoeling om de titulatuur in het algemeen gelijk te trekken. Het gaat – zoals ook blijkt uit de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Kwaliteit in verscheidenheid – om hbo-opleidingen waarvoor de toevoegingen ‘of Arts’ of ‘of Science’ internationaal gezien gebruikelijk zijn.1 Zoals gezegd kunnen hbo-afgestudeerden last ondervinden op de internationale arbeidsmarkt door het onthouden van deze toevoegingen.

Het onderscheid tussen het hbo en wo blijft zichtbaar doordat in Nederland de nadere informatie zoals de naam van de opleiding en de instelling op het getuigschrift staat. Bij het getuigschrift ontvangt de student het diplomasupplement waarin, conform Europees format, helder uiteengezet wordt wat de opleiding inhoudt en aan wat voor soort onderwijs de opleiding is gevolgd. Wat betreft de helderheid van de voorlichting en communicatie ten aanzien van titulatuur in het hoger beroepsonderwijs zal over 2 jaar na inwerkingtreding van deze regeling een tussenbalans worden opgemaakt.

Om de inzichtelijkheid en eenheid van de (opleidingsspecifieke) titels te borgen zal de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) bij een accreditatie of toets nieuwe opleiding toetsen aan de internationale herkenbaarheid. Ook met de invoering van de clustergewijze accreditatie wordt deze eenheid geborgd.2 Door aan te sluiten bij de toets nieuwe opleiding of de accreditatie zal de invoering van de hbo-titels geleidelijk gebeuren.

Procedure toetsing hbo-titel NVAO

Bij een accreditatie of de toets nieuwe opleiding kan het bestuur van een instelling een hbo-titel voorstellen. Het deskundigenpanel van de NVAO zal deze hbo-titel toetsen of deze past in de internationale context. Daarbij hanteert het panel de bij deze regeling gevoegde referentielijst die als maatstaf dient. De NVAO neemt vervolgens een besluit.

Omdat de maatschappij steeds in ontwikkeling is, en daarbij ook de benodigde kennis en vaardigheden, zal de diversiteit aan opleidingen en curricula van de opleidingen constant in ontwikkeling blijven. Gelet hierop is in de lijst nadrukkelijk opgenomen dat als het instellingsbestuur kan motiveren dat in een specifiek geval de lijst niet aansluit bij de internationale herkenbaarheid van de opleiding, de NVAO akkoord kan gaan met de voorgestelde toevoeging van het instellingsbestuur. Het deskundige panel van de NVAO zal dan altijd toetsen aan de internationale herkenbaarheid. Mocht de opleiding het niet eens zijn met het besluit van de NVAO, dan staat het accreditatiebesluit of het besluit toets nieuwe opleiding open voor bezwaar en beroep.

Invoering van nieuwe titulatuur in het hbo

In de Wet Kwaliteit in verscheidenheid is vastgelegd dat ook afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs voortaan de graden Bachelor en Master ‘of Arts’ respectievelijk ‘of Sciences’ mogen gaan voeren als dat in internationaal perspectief de gebruikelijke titel is voor de opleiding die zij hebben gevolgd. Het uitgangspunt in deze wet is dat deze regeling geleidelijk wordt ingevoerd.

De geleidelijke invoering bestaat eruit dat de NVAO bij een accreditatie of een toets nieuwe opleiding beoordeelt of de door de hogeschool voorgestelde titulatuur passend is in de internationale context (artikel 5a.2, lid 2a, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek). Nadat de NVAO hierover positief heeft besloten, mogen afgestudeerden van de betreffende opleiding de nieuwe titulatuur gebruiken. Voor studenten die eerder afstuderen geldt geen overgangsrecht; de nieuwe titels worden niet met terugwerkende kracht ingevoerd.

Oorspronkelijk was voorzien dat deze regeling tegelijkertijd met de inwerkingtreding van clustergewijze visitatie van kracht zou worden. Daarbij worden inhoudelijk gelijksoortige opleidingen binnen een cluster (visitatiegroep) gelijktijdig geaccrediteerd. In aanloop naar de invoering van clustergewijze visitatie kan het voorkomen dat inhoudelijk gelijke opleidingen (die bij elkaar in een cluster zullen komen), nu nog op verschillende tijdstippen geaccrediteerd worden of al zijn. Om bij de beoordeling van de voorgestelde toevoegingen tussen inhoudelijk gelijke opleidingen geen grote tijdverschillen te laten ontstaan, wordt de regeling, voor zover mogelijk, uitgevoerd als ware er al sprake van clustergewijze visitatie. Vóór 15 januari 2014 stelt de NVAO een clusterindeling vast. Indien ten minste 70% van de opleidingen binnen een cluster is geaccrediteerd nà 1 januari 2012, geeft de NVAO aan het gehele cluster toestemming om de titel(s) uit de referentielijst toe te kennen.

Totstandkoming referentielijst

Om tot passende hbo-titels te komen heeft de regering de Nuffic gevraagd om een referentielijst voor hbo-opleidingen op te stellen met internationaal herkenbare (opleidingsspecifieke) titels per sector. Deze lijst is het uitgangspunt voor de toevoegingen ‘of Arts’ en ‘of Science’ en opleidingsspecifieke toevoegingen zoals ‘of Engineering’ etc. Op basis van deze lijst van de Nuffic is de bijlage bij deze regeling gemaakt. Indien daar aanleiding toe bestaat, zal de bijlage bij deze regeling worden aangepast om de actualiteit te garanderen.

Uitvoering en handhaving

Deze regeling is ter consultatie voorgelegd aan de NVAO, Inspectie van het Onderwijs, Vereniging Hogescholen, Nederlandse Raad voor Training en Opleiding en Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten. Dit heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van de regeling.

Deze regeling heeft geen effecten voor de uitvoeringstaken van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Gevolgen voor de administratieve lasten

Bij de voorbereiding van dit voorstel is nagegaan of sprake is van administratieve lasten. OCW heeft deze gevolgen in kaart gebracht met behulp van het standaardkostenmodel voor de administratieve lasten.

De incidentele administratieve lasten voor instellingen worden geraamd op circa € 45.700. Het gaat om bestaande opleidingen waarvan het instellingsbestuur zich niet kan vinden in de toevoegingen uit deze referentielijst en daarom bij een eerstvolgende accreditatie motiveert waarom zij andere internationaal herkenbare toevoeging hanteren. Voor bedrijven (niet-bekostigde instellingen) wordt deze administratieve lasten geraamd op € 13.400. De wijziging in de structurele administratieve lasten voor instellingen en bedrijven na implementatie van het voorstel zijn op jaarbasis te verwaarlozen (instellingen € 800 en bedrijven € 200).

Om de noodzakelijke lasten zoveel mogelijk te beperken zijn bij de vormgeving alternatieven overwogen en is, gegeven de noodzaak om een informatieverplichting op te leggen, voor het minst belastende alternatief gekozen. Tevens zijn de uitvoerings- en toezichtslasten minimaal gegeven het doel van het beleid. De regeling is intern voorgelegd voor toetsing administratieve lasten.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdelen A, B en D

Door deze wijzigingsregeling wordt de reikwijdte van de Regeling andere toevoeging aan wo-graden verbreed: ook hbo-titulatuur is er onder komen te vallen. Om misverstanden te voorkomen zijn de opschriften van de artikelen die alleen zien op het wetenschappelijk onderwijs verduidelijkt. Daarnaast is de citeertitel aangepast aan de ruimere reikwijdte.

Artikel III

Hogescholen zijn gebaat bij een spoedige inwerkingtreding van deze regeling. In overleg met de Vereniging Hogescholen en de NVAO is daarom in afwijking van de vaste verandermomenten en de daarbij horende implementatietermijn gekozen voor inwerkingtreding op 1 januari 2014.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. Bussemaker.


X Noot
1

Kamerstukken II 2012/13, 33 519.

X Noot
2

Kamerstukken II 2012/13, 33 472, nr. 2.

Naar boven