nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 maart 2007
Bij de behandeling van de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer een brief toegezegd over de fiscale aspecten
van het gebruik van de dienstauto door cdK’s en de geboden compensatie
voor de fiscale bijtelling (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2006–2007,
nr. 34, blz. 2221–2256). Hierbij zend ik u deze brief mede namens de
Staatssecretaris van Financiën.
De belastingdienst heeft onderzoek verricht naar het dienstautogebruik
door provinciebestuurders en de bestuurders van de vier grote gemeenten. Gebruik
van de dienstauto voor andere zaken dan voor uitoefening van de functie geldt
voor de bijtellingsregeling als privégebruik. Dat betreft ook ritten
voor niet ambtsgebonden nevenfuncties. Die bijtelling blijft alleen achterwege
als de auto aantoonbaar per jaar niet meer dan 500 km voor privédoeleinden
is gebruikt. Met de cdK’s is hierover overleg geweest.
De kilometers voor ambtsgebonden nevenfuncties worden als zakelijk aangemerkt.
Ambtsgebonden nevenfuncties vloeien voort uit het ambt. Van een ambtsgebonden
nevenfunctie is in elk geval sprake als de ambtsdrager zich er niet aan kan
onttrekken en de functie moet worden beëindigd als het ambt niet meer
wordt uitgeoefend. Of met de nevenfunctie een maatschappelijk of algemeen
bestuurlijk belang is gediend, is fiscaal bezien geen criterium voor het begrip
ambtsgebonden nevenfunctie. Ook is het fiscaal niet relevant of door provinciale
staten c.q. de gemeenteraad toestemming is gegeven voor het vervullen van
de nevenfunctie en het gebruik van de dienstauto voor dat doel.
Het gebruik van de dienstauto voor niet ambtsgebonden nevenfuncties wordt
als privégebruik aangemerkt.
Bij niet ambtsgebonden nevenfuncties is van belang of de nevenfunctie
een dienstbetrekking betreft dan wel wordt aangemerkt als resultaat uit overige
werkzaamheden. In het laatste geval kan een evenredig deel van de
bijtelling worden afgetrokken van het resultaat. Het fiscale effect van de
bijtelling wordt in zoverre ongedaan gemaakt.
Bij een nevenfunctie in dienstbetrekking kunnen kosten – waaronder
een evenredig deel van de bijtelling wegens privégebruik auto –
niet worden afgetrokken. In dat geval kan de provincie c.q. de gemeente de
kosten voor het gebruik van de dienstauto factureren omdat de ambtsdrager
de dienstauto gebruikt voor andere dan provinciale of gemeentelijke doeleinden.
Nu loopt de factuurbetaling – buiten de ambtsdrager om – rechtstreeks
van de opdrachtgever naar de provincie c.q. de gemeente. Als de ambtsdrager
zelf deze factuur zou ontvangen en aan de provincie c.q. de gemeente zou betalen,
kan die betaling als bijdrage voor privégebruik auto in mindering worden
gebracht op de fiscale bijtelling. De ambtsdrager zal die door hem gedragen
betaling wel vergoed willen hebben van de opdrachtgever en kan daarom de opdrachtgever
een reiskostenvergoeding vragen, die tot 19 cent per kilometer belastingvrij
is.
Bij onbezoldigde, niet-ambtsgebonden nevenfuncties geldt het volgende.
Als de organisatie waar de nevenfunctie wordt vervuld een kerkelijke, levensbeschouwelijke,
charitatieve, culturele, wetenschappelijke of een het algemeen nut beogende
instelling is, kunnen deze kilometers bij het afzien van een declaratie, voor
de inkomstenbelasting als gift worden aangemerkt. Daarvoor gelden echter begrenzingen.
Overigens is de belastingdienst ingeval van onduidelijkheden in alle gevallen
bereid tot overleg om duidelijkheid vooraf te geven.
Tijdens de Kamerbehandeling is expliciet aandacht gevraagd voor ritten
ten behoeve van een politieke partij en voor ritten voor het bestuurslidmaatschap
van de VNG.
Het lidmaatschap van een politieke partij is in de eerste plaats een privéaangelegenheid.
Dit is anders als er een direct belang bestaat voor het uitoefenen van het
ambt van de desbetreffende bestuurder. Voor cdK’s en burgemeesters zal
dit in de praktijk betekenen dat ritten voor partijbijeenkomsten als zakelijk
kunnen worden aangemerkt.
Bij de onbezoldigde commissies en functies van de VNG neemt de belastingdienst
het standpunt in dat sprake is van zakelijke ritten. Een burgemeester vervult
de functie omdat zijn gemeente lid is van de vereniging; de bestuursfunctie
wordt door de functionaris van de gemeente uitgevoerd. Ook de kring waaruit
bestuurders van de VNG blijkens de statuten moeten voortkomen, geeft een aanknopingspunt
voor dat standpunt.
Bij bestuurlijke commissies of adviescolleges op het terrein van de rijksoverheid
is dit in de regel niet het geval. Daar zal zich vaker de situatie voordoen
dat iemand deelneemt op grond van deskundigheid en reputatie niet uitsluitend
als bijvoorbeeld burgemeester van een bepaalde gemeente. In ieder geval zal
de belastingdienst aannemen dat bezoldigde nevenfuncties waarvan de bezoldiging
niet in de gemeentekas wordt gestort, niet worden vervuld in de hoedanigheid
van het ambt.
Uw Kamer heeft verder nog gevraagd naar de compensatieregeling voor de
commissarissen van de Koningin een compensatieregeling voor de verstreken
periode 2001 tot en met 2005. Deze compensatie geschiedt vanuit de bijzondere
werkgeverspositie van het Rijk ten aanzien van de cdK’s. Onderkend is
dat er bij betrokkenen onduidelijkheid was over de implicaties van de geldende
voorschriften. Daarnaast waren rittenregistraties niet meer toereikend.
De belastingdienst heeft per provincie een heffingsbedrag vastgesteld.
De kosten van de compensatie voor cdK’s worden door het Rijk aan
de provincies vergoed. De compensaties vormen voor betrokkene een inkomensbestanddeel
en zijn derhalve belast. Om een netto-neutraal effect te bereiken, dienen
de bedragen te worden gebruteerd. Daartoe is een bedrag van totaal 600 000
euro aan het Provinciefonds toegevoegd. Met betrekking tot de gedeputeerden
zal het college van GS tot een compensatie kunnen besluiten. Compensaties
voor de gedeputeerden blijven ten laste van de provinciebegroting.
Waar het de burgemeesters betreft, dient nog overleg plaats te vinden
met het Georganiseerd overleg burgemeesters.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst