7 Algemene Financiële Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Financiële Beschouwingen, 

en de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2016 ( 34300-IX ).

De (algemene) beraadslaging wordt hervat. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Dank u wel. Ik feliciteer vanaf deze plek de initiatiefnemers van GeenPeil. Ik geloof dat ik de eerste ben die dat doet. De rest van de Kamer had het liever niet zien gebeuren. Het is een mooi resultaat en een goede zaak dat burgers in Nederland zich eindelijk een keer mogen uitspreken over de uitbreidingsdrang van de Europese Unie en de wenselijkheid van de associatieovereenkomst met Oekraïne. Een hulppakket voor Oekraïne van 11 miljard staat alweer klaar. Dat is 11 miljard belastinggeld. 

De Europese trein dendert maar door. In Brussel willen ze steeds meer. Brussel wil meer Europa, meer lidstaten, meer bevoegdheden, meer zeggenschap, meer van onze miljarden en meer asielzoekers. De burgers in dit land wordt echter niets gevraagd. Veel burgers willen juist minder. Minder Europa. Het wordt de hoogste tijd dat we de eurofielen in Brussel terugfluiten, voordat het te laat is en ons hele land vergeven is. Dat kan met een referendum en dat is een goede zaak. Elk jaar mag Nederland zo'n 8 miljard overmaken aan Brussel. 8 miljard per jaar! Wat hadden we allemaal met dat geld kunnen doen voor onze ouderen, onze werkgelegenheid, onze koopkracht en onze economie? De Europese Unie is een ordinaire herverdelingsoperatie. Nederland levert miljarden aan welvaart in aan zwakkere Oost- en Zuid-Europese landen. Griekenland krijgt elk jaar meer dan 5,5 miljard toegeworpen. Polen is helemaal spekkoper. Dat krijgt 12 miljard netto! Ook in Roemenië ging in 2007 de vlag uit toen het land werd toegelaten tot de EU. Het mag elk jaar 5,5 miljard op zijn rekening bijschrijven. Dat is lekker. Je hoeft er niets voor te doen; gratis geld. Sterker nog: die landen hoeven niet eens te verantwoorden hoe ze dat geld, ons geld dus, besteden. Straks komt ook Oekraïne erbij. Alsof het nog niet genoeg is, staan er ook nog noodfondsen klaar voor wat extra miljarden. Alleen Griekenland heeft al meer dan 300 miljard uit een noodfonds ontvangen. We weten allemaal dat de Grieken dat nooit kunnen terugbetalen. Ook Portugal, Spanje, Ierland en Cyprus ontvingen miljarden aan noodsteun. Het is de hoogste tijd om in verzet te komen tegen deze transferunie. 

Ik kom op de Miljoenennota 2016. Het had een zonnige feestbegroting moeten zijn. Na het zuur komt het zoet, was het adagium van het kabinet. Het was echter onnodig zuur en het zoet smaakt helaas bitter. Het kabinet heeft de afgelopen drie jaar veel te hard op de rem getrapt en daarmee de crisis verergerd in plaats van verlicht. Alles moest op de schop: de pensioenen, de WW, het ontslagrecht, de ouderenzorg, de studiefinanciering en de woningmarkt. Alles werd in recordtempo afgebroken of versoberd. Never waste a good crisis, moet men in vak-K gedacht hebben. Dat daardoor 150.000 mensen hun baan verloren en 25.000 bedrijven de deuren konden sluiten, was jammer maar helaas. 

Nu het economisch iets beter gaat, wil het kabinet de credits opstrijken. De woningbouw trekt echter niet aan door dit kabinet en zijn hervormingen, maar door de inhaalvraag, de lage prijzen — de prijzen zijn dankzij het kabinet met 20% gedaald — en de historisch lage hypotheekrente. De consumptie trekt aan doordat de woningmarkt enigszins herstelt. De koopkracht stijgt doordat we lagere pensioenpremies afdragen. Daardoor houden we iets meer in onze portemonnee over, maar dat we lagere pensioenpremies afdragen, komt doordat het kabinet de pensioenopbouw gigantisch heeft versoberd. De export trekt aan door de lage euro en de bedrijfsinvesteringen nemen toe vanwege hogere winstmarges als gevolg van de lage olieprijs. De economie herstelt niet dankzij, maar ondanks het kabinet. Nederland herstelt langzaam van drie jaar Rutte II, maar dankzij externe factoren zoals een lage rente, een zwakke euro en goedkope olie, herstelt de economie. Deze factoren bepalen voor 75% de economische groei. 1,5% van de 2% economische groei voor dit jaar wordt dus door die externe factoren verklaard. Ik wil het feestje echter niet bederven. Het kabinet strooit lustig met cadeautjes, als goedmakertjes voor het gevoerde wanbeleid. Bij nadere analyse blijkt echter dat veel van die cadeautjes dikke sigaren uit eigen doos zijn. Een lastenverlichting van 5 miljard is natuurlijk hartstikke mooi, maar de lasten werden eerder met 15 miljard verhoogd. Extra geld voor dagbesteding — een uurtje per week extra aandacht voor de gepensioneerden — is hartstikke mooi, maar een kruimel ten opzichte van de dagbesteding die bijna helemaal is wegbezuinigd na de bezuiniging van 870 miljoen. Het extra geld, 16 miljoen, voor het kindgebonden budget is prachtig, maar eerder is er fors, voor bijna 1 miljard, gesneden in de kindregelingen. Wij krijgen nu 16 miljoen terug, maar hebben eerder 1 miljard ingeleverd. Er komt extra geld, 220 miljoen, voor de kinderopvang. Hi ha, roept de PvdA. Dat geld wordt echter betaald uit de gigantische meevaller van 300 miljoen die is ontstaan doordat niemand meer gebruik maakte van die kinderopvang, die voor velen onbetaalbaar was geworden. Er komt extra geld voor de huurtoeslag. Eigenlijk wordt de geplande bezuiniging een jaartje uitgesteld. Ook komt er extra geld voor de zorgtoeslag. In feite wordt de geplande verlaging een jaartje uitgesteld. Ook komt er een verhoging van de ouderenkorting, maar niet als je een pensioen hebt boven €35.000. In dat geval lever je €83 in. De verhoging van de algemene heffingskorting van €27 is natuurlijk helemaal een lachertje, als je bedenkt dat er op de heffingskorting 2 miljard wordt bezuinigd en dat die vervolgens naar nul wordt afgebouwd, en wel twee keer zo snel als voorheen. 

Eerlijk is eerlijk, er komt wel extra geld. Extra geld, harde euro's, voor het buitenland; dat dan weer wel. Extra miljoenen, 110 miljoen, voor noodhulp. Moet kunnen. 0,5 miljard extra voor de opvang van asielzoekers. Dat is nog veel te weinig — het wordt het tienvoudige — maar wij beginnen met 540 miljoen. Er komt extra geld, 60 miljoen, voor missies zoals in Mali, de hobby van minister Koenders. En voor Brussel staat weer een klein miljardje klaar om de te verwachten naheffingen te kunnen betalen. Zo blijft het kabinet ons zuur verdiende belastinggeld wegpompen. Wij krijgen een dooie mus, het buitenland krijgt keiharde euro's. Brussel krijgt 8 miljard toegeworpen, Afrika krijgt een dikke 4 miljard, een kwart miljard gaat naar missies, 1,5 miljard wordt uitgetrokken voor vreemdelingen en asielzoekers, en vorige maand mochten wij 5 miljard bij storten in de bodemloze punt die Griekenland heet. Bijna 20 miljard gooien wij dit jaar naar het buitenland. Dat geld hadden wij ook voor onze ouderen in Nederland kunnen besteden. Voor de mensen thuis is de minister Dagobert Duck, maar over de grens speelt hij voor sinterklaas zonder baard. 

Dan de werkloosheid. Het kabinetsbeleid heeft de afgelopen jaar een spoor van vernieling door banenland getrokken. In twee jaar tijd raakten 150.000 mensen hun baan kwijt. Alleen al door de kaalslag in de zorg gingen 65.000 banen verloren en 20.000 banen in de thuiszorg. 270.000 oudere werklozen zoeken al langer dan een jaar tevergeefs naar een baan. Ook volgend jaar zitten nog steeds meer dan 600.000 mensen zonder werk thuis. En wat doet het kabinet? Het komt met een pakket van 5 miljard aan lastenverlichting. Een paar tientjes extra in de portemonnee zijn natuurlijk welkom, maar het CPB verwacht dat dit pakket 7.000 banen oplevert. Dat is 7 ton per baan. Wat is dit voor een pakket? Hoe gaat de minister de overige 597.000 mensen aan een baan helpen? 

Vervolgens enkele opmerkingen over de koopkracht. De ouderen van Nederland zijn door toedoen van het kabinet echt de klos. Ook in 2016 mogen meer dan 700.000 gepensioneerden koopkracht inleveren, voor het achtste jaar op rij. Het is een grove schande. Nederlanders, ouderen met een klein pensioen die behoefte hebben aan zorg, leveren het meeste in. Gepensioneerden hebben het dan ook voor hun kiezen gekregen dankzij het kabinet. De pensioenen zijn niet geïndexeerd, dankzij de aanscherping van de regels door het kabinet. Wij lezen zojuist in de krant dat de gepensioneerden in de komende tien jaar nog eens 5% koopkracht kunnen inleveren als gevolg van de nieuwe pensioenregels. Dankjewel Jeroen Dijsselbloem. De ouderentoeslag verdwijnt, waardoor de huurtoeslag voor sommigen niet meer bestaat. Heb je een klein pensioen, dan wordt de ouderenkorting met €83 verlaagd. De ouderenzorg is gesaneerd. Het eigen risico is voor veel mensen onbetaalbaar waardoor men zelfs medicijnen laat staan of controles overslaat. De compensatie voor het eigen risico is verdwenen. De tegemoetkoming voor chronisch zieken verdween, de huren schoten omhoog en de eigen bijdragen voor de zorginkoop aan gemeenten ook. 

Het is dan ook niet zo raar dat 80% van de drie miljoen gepensioneerden in financiële moeilijkheden verkeert dankzij dit antiouderenkabinet. Terwijl heel werkend Nederland er volgend jaar een beetje op vooruitgaat, leveren alle hulpbehoevende gepensioneerden in. Je zult maar een klein aanvullend pensioentje van €10.000 hebben en thuiszorg nodig hebben. Dan mag je volgend jaar €130 per maand inleveren; je verliest 7,2% koopkracht. Deze groep heeft sinds 2013 al meer dan 30% koopkracht verloren. Maar dit kabinet gaat maar door. 

Dan het grootste probleem van deze tijd: de asielinstroom. Ondanks al het zoet van die 5 miljard smaakt de toekomst van Nederland toch bitter. Nederland wordt namelijk overspoeld door asielzoekers. Met tienduizenden tegelijk stromen ze ons land binnen op zoek naar geluk en een beter leven. In plaats van deze mensen tegen te houden, rolt het kabinet de rode loper uit. Wat kost dit, vraag ik aan de minister van Financiën. Wat kost dit aan opvang, uitkeringen, huisvesting, onderwijs en zorg? De minister antwoordt: geld is geen probleem. Hij belooft een blanco cheque. Ook de premier zei tijdens de algemene politieke beschouwingen dat de beschikbaarheid van geld nooit een beletsel zal zijn voor de opvang. Met andere woorden: ook al kost het ons de kop, ook al kost het miljarden en miljarden, ook al betekent deze instroom het failliet van Nederland, iedereen krijgt opvang, een uitkering, een huis, goede zorg en een opleiding. Dat is gegarandeerd door deze minister. Wat dat betreft lijkt hij een beetje op Angela Merkel. 

De minister van Financiën is de bewaarder van de schatkist en hij dient zich te verantwoorden. Dus geen blanco cheques, minister. Mogen wij een inkijkje in de kosten van dit alles? Want uiteindelijk zijn het weer de belastingbetalers die dit mogen ophoesten. 

Nederland staat voor zowat alles en iedereen garant. Inmiddels is de garantie opgelopen tot bijna 200 miljard. Het is opvallend dat wij voor 75%, voor 150 miljard, garant staan voor het buitenland, voor landen en organisaties waar Nederland geen grip op heeft. Dit is een groot risico. Nederland staat bijvoorbeeld voor 4 miljard garant voor Portugal, voor 3 miljard voor Ierland, voor 2 miljard voor Spanje, voor 20 miljard voor Griekenland en voor 46 miljard bij de ECB. Wij mogen hier niets van vinden en wij hebben geen invloed op het beleid. Deze minister speelt Russische roulette met de welvaart van onze kinderen. 

De minister schrijft in de Miljoenennota dat hij een nee-tenzijbeleid voert voor garanties. Dat is mooi, maar die garanties gaan alleen maar omhoog. En toch lezen wij dat hij wil meedoen aan een Aziatisch investeringsfonds voor infrastructuur. Waarom moet Nederland voor 1 miljard meedoen aan een Aziatisch investeringsfonds voor infrastructuur? Een ver-van-ons-bedfonds en dan nog voor een regio, China, die bulkt van het geld. Het calimero-effect straalt van deze minister af. Kan hij mij uitleggen waarom hij hieraan wil meedoen? 

De heer Merkies (SP):

Een korte vraag. De heer Van Dijck sprak felicitaties uit voor GeenPeil. Ik heb dat ook gedaan. Wij hebben ons ook verzet tegen het associatieverdrag met Oekraïne. Ik heb het verslag van het debat dat wij hebben gevoerd erop nagelezen, maar de heer Beertema heeft niets gezegd over het associatieverdrag met Oekraïne. Ik vind het een beetje gek dat er nu achteraf iets over wordt gezegd door de heer Van Dijck. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik volg niet alle debatten die de heer Beertema voert, maar het moge bekend zijn dat de PVV geen uitbreiding wil. Sterker nog, wij willen uit de EU. Wij willen zeker geen uitbreiding van de EU, en zeker niet met Oekraïne, laat staan met Turkije en al die andere landen. Ik neem aan dat dit standpunt van de PVV algemeen bekend is. 

De heer Merkies (SP):

Ik weet dat de PVV, overigens om heel andere redenen dan die van ons, ertegen is, maar dan is de PVV niet alert geweest. Wij hebben het op een gegeven moment over dat associatieverdrag gehad. Was het niet handiger geweest als de PVV het er ook op dat moment over had gehad? 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik kan het standpunt van de PVV herhalen, maar als iemand een fel tegenstander is van een associatieverdrag of van het voegen van Oekraïne bij de EU, dan is het wel de PVV. Inderdaad, wij komen vaker uit bij hetzelfde eindpunt. Neem Griekenland. Jullie waren tegen de steun aan Griekenland, want voor de SP was het niet genoeg, maar wij wilden geen cent naar Griekenland laten gaan. Ik snap dat onze meningen op sommige punten een beetje uit elkaar liggen. 

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter, hallo. Ik val met de deur in huis. De begroting voor 2016 is een gemiste kans: een gemiste kans op banen, een gemiste kans op groei en een gemiste kans op stabiliteit. Vorig jaar rond deze tijd klonk het kabinet nog zo hoopvol. Bij de aanbieding van het koffertje had de minister het over een belastinghervorming, een ambitie en 100.000 banen. Ik begon er bijna in te geloven. Nu zijn wij een jaar verder, maar er is niet veel van over: geen belastinghervorming, geen banen en geen ambitie. 

Ik heb hier maar één kwalificatie voor: angstige politiek; ondanks alle mooie woorden niet durven doen wat nodig is. Minister Dijsselbloem is in de eurogroep streng — daar houdt hij andere landen terecht aan de afspraken, of het nu Griekenland, Frankrijk of Italië is — maar voor Nederland geldt dat blijkbaar niet. Ondanks alle aanbevelingen om iets te doen aan ons vastgeroeste belastingsysteem en ons verouderde pensioenstelsel en meer te investeren in onderwijs en kennis, komt het kabinet met een analyse. "Hervormen als continue opdracht" is de titel van hoofdstuk twee van de Miljoenennota 2016. Het is inderdaad een prachtige analyse. Er moet nog veel gebeuren, in het belastingstelsel, in het pensioenstelsel en in het onderwijs. Dat wisten we al. De vraag is echter wat het kabinet gaat doen, want voorstellen zijn er niet. Dan klinkt "hervormen als continue opdracht" wel erg vrijblijvend. Hoe gaat het kabinet deze opdracht invullen? Hoe gaat de heer Harbers deze opdracht invullen? 

De voorzitter:

Mijnheer Harbers gaat eerst een vraag stellen. 

De heer Harbers (VVD):

Hoe gaat de heer Koolmees deze opdracht invullen? Je moet maar weer durven zeggen dat er geen belastingherziening is, terwijl het barstte van de ambities. Twee coalitiepartijen hebben hun nek ver uitgestoken, door de staatssecretaris acht voorstellen op tafel te laten leggen en door te zeggen dat het voor hen allemaal bespreekbaar is. D66 is de partij die hier misschien wel het langst heeft gedramd voor een belastingherziening. Zij sprak het woord "btw-schuif" hier al uit voordat anderen het hadden kunnen bedenken. Zo'n partij moet het maar durven om als eerste weg te lopen op het moment dat het echt geregeld kan worden. 

De heer Koolmees (D66):

Dat klopt, we liepen inderdaad weg. Dat deden we, omdat er van die oorspronkelijke ambitie in de brief van de heer Wiebes helemaal niks meer over was. De coalitie had een trucje uitgehaald door zelf eerst een cadeautje uit te delen en vervolgens voor alle hervormingen steun te vragen van de oppositie. Dat is de truc die is uitgehaald. Alle smeerolie die de staatssecretaris nodig had voor zijn belastinghervorming, voor die 100.000 banen, was echter weg. Sterker nog, de VVD twitterde daarover: dit gaat sowieso gebeuren. Daarmee heeft de coalitie deze belastinghervorming niet aangedurfd. 

De heer Harbers (VVD):

Dit is echt onzin. De coalitie heeft die acht voorstellen op tafel gelegd. Zelfs nadat de heer Koolmees wegliep van tafel in juni, heeft de staatssecretaris in een brief aan de Kamer uitgelijnd wat er allemaal lag. Het ging om 15 miljard aan belastinghervormingen, dus verwijt ons nou niet dat er geen durf is. De heer Koolmees kan dit het kabinet en de coalitiepartners niet verwijten. Hij kan het hooguit zichzelf verwijten, want alle andere partijen zaten nog aan tafel. De heer Koolmees liep als eerste weg, bij hem is sprake van een gebrek aan durf. Alle anderen hadden nog wel een poging willen wagen. Wij hadden heel de zomer daarvoor gehad. Dat is de echte gemiste kans. 

De heer Koolmees (D66):

Ik herhaal mijn woorden: dit is echt heel gemakkelijke politiek. Er lag een ambitieuze brief met goede voorstellen, met acht goede punten, waarover heel veel partijen, ook met deze staatssecretaris, drie keer hebben gepraat, om ver te komen. De analyse van het kabinet in de brief van vorig jaar was dat er 5 miljard aan smeerolie nodig is om tot belastinghervorming te komen. Ik ga zo meteen de staatssecretaris citeren uit die brief, maar op het moment dat er voorstellen komen uit de coalitie voor de wijze waarop het kan gebeuren, gooit de coalitie het geld op straat door te zeggen dat het sowieso gaat gebeuren. Voor andere ambities, zoals vergroening, moet men maar kijken bij andere partijen naar wat mogelijk is, maar dit geld is alvast uitgegeven door de coalitie. Hierdoor is de ambitie de facto onmogelijk geworden. Dat weet de heer Harbers, de VVD weet hoe de politiek hier werkt. Het is gewoon een opzet geweest om de ambitie niet tot uitwerking te laten komen. Dat vind ik dus gemakkelijke politiek. 

De heer Nijboer (PvdA):

Anders dan ik van de heer Koolmees ben gewend, heb ik vandaag alleen nog maar opmerkingen over processen van hem gehoord, bijvoorbeeld over brieven die gestuurd zijn. En dan weet u wel hoe de politiek in Den Haag werkt, aldus de heer Koolmees. Ik breng nog even in herinnering hoe het is gegaan. Het kabinet heeft voordat er een brief kwam, alle oppositiepartijen uitgenodigd. Toen is er een debat gevoerd in de Kamer en zei D66 dat de partij niet zou praten met het kabinet voordat er een brief was met duidelijke voorstellen. Men wilde zich nergens aan branden. Toen is die brief gekomen en is het debat geweest. Vervolgens zijn er mensen uitgenodigd. We zaten er met de constructieve partijen. Ik zag het helemaal zitten. GroenLinks zat er, evenals mevrouw Schouten en de heer Dijkgraaf. Daar hebben we vaker goede zaken mee gedaan. De heer Pechtold en de heer Koolmees zaten er ook. De heer Pechtold liep echter direct weer weg, terwijl we aan alle procedurele vormen hadden voldaan die D66 had vereist. Nu zegt de heer Koolmees dat we het hadden kunnen zien aankomen, omdat het een ongeoorloofd voorstel was en omdat de coalitie geen ambitie toonde. Dit is toch geen manier van werken? Waarom durft D66 niet gewoon voor de keuzes te staan die ook gemaakt moesten worden? 

De heer Koolmees (D66):

Dat durf ik zeker. Daarom heb ik ook concrete alternatieven in de Kamer neergelegd om over te stemmen. Denk aan de voorstellen voor 1,5 miljard vergroening, een lokaal belastinggebied en een verdubbeling van het aantal banen, dus een andere invulling voor die 5 miljard. De partij van de heer Nijboer, evenals de VVD overigens, heeft daartegen gestemd. Daaruit blijkt maar weer eens dat het briefje van voor de zomer een opzetje was om de belastinghervorming te laten falen. Al die mooie woorden van een jaar geleden over werkloosheid als groot maatschappelijk uitgangspunt en al die ambities zijn verwaterd, omdat de coalitie niet meer durfde te kiezen. De VVD en de Partij van de Arbeid zijn het fundamenteel met elkaar oneens en leggen nu de schuld bij de oppositie, bij D66, neer. Wij hebben in de Kamer gezegd dat de keizer geen kleren aan heeft. Dat bleek ook: de keizer heeft geen kleren aan. 

De heer Nijboer (PvdA):

Het wordt nu wel een beetje dol. Ik heb de tegenbegroting van D66 goed gelezen en heel precies naast de voorstellen van het kabinet van voor de zomer gelegd. Vijf van de zes voorstellen stonden gewoon in de kabinetsbrief. 

De heer Koolmees (D66):

Maar waarom hebt u het dan niet gedaan? 

De heer Nijboer (PvdA):

Er viel te praten over vergroening. Er was meer geld voor de kinderopvang. De inkomensonafhankelijke combinatiekorting werd verhoogd. Er ging meer naar de arbeidskorting. Al deze zaken stonden als verdergaande opties in de kabinetsbrief, precies een-op-een. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

De heer Nijboer (PvdA):

Dat was ook heel goed voor de werkgelegenheid. Toen zei D66 dat ze er niet over wilde spreken en vandaag vraagt D66 waarom we het niet gedaan hebben. Ik hoop dat D66 weer wat minder in het proces gaat en wat meer op de inhoud. Dat zou het debat en ook het beleid ten goede komen. 

De heer Koolmees (D66):

Ik ga de heer Nijboer nu uitdagen. We staan nu hier. We voeren nu het debat. We hebben concrete voorstellen. We gaan een motie indienen over vergroening, over het lokale belastinggebied en over een andere invulling van die 5 miljard. Dat heb ik al een paar keer gezegd. Dan wil ik weleens zien of de heer Nijboer voorstemt. Ik wil weleens zien of die mooie voorstellen dan omarmd worden door de coalitie. Daar ben ik zeer benieuwd naar. Vorige week is dat niet gebeurd, zeg ik er maar even bij. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen hebben we namelijk dezelfde lijn gevolgd. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik ben graag bereid om goede voorstellen te steunen, maar dat vergt wel een meerderheid in de Eerste Kamer. Daarom zaten we bij elkaar en gebruiken we dit debat. Het CDA wil liever gewoon het debat houden en niet bij elkaar zitten; dat is ook bekend, het heeft heldere uitgangsposities. Het is wel heel gemakkelijk om te zeggen: als partij vinden wij dit, zorg maar dat u het steunt en daar rekenen wij u op af. Het is ook met elkaar kijken waar wij een meerderheid vinden in verschillende situaties. De heer Koolmees weet dat heel goed; dus hij kan moties indienen en die zal ik ook gewoon serieus bekijken, maar uiteindelijk moet het doel volgens mij zijn, ook van een partij als D66, om dingen te realiseren en niet alleen te zeggen wat je vindt. 

De heer Koolmees (D66):

Ik maak het wat concreter. Twee weken geleden bij de Algemene Politieke Beschouwingen hebben we samen met ChristenUnie, GroenLinks en D66 een motie ingediend over een verdergaande vergroening; samen hebben wij zeventien zetels in de Eerste Kamer. De coalitie heeft tegen die motie gestemd. Afgelopen jaar heeft de coalitie continu het draagvlak moeten zoeken in dit huis en aan de overkant, om vergaande hervormingen door te voeren. Dat is steeds gelukt. Het punt is nu dat de heer Nijboer dat niet gedurfd heeft bij de belastinghervorming. Hij heeft het zoet naar buiten gegooid en gezegd: dat gaan we sowieso doen, dat arresteren we als coalitie. Daarmee heeft hij de facto de ambitie, de stelselherziening, onmogelijk gemaakt. Nu verwijt hij mij dat ik niet ben blijven zitten, terwijl ik alleen maar constateerde die avond: de keizer heeft geen kleren aan; dit is een opzetje, een politieke truc om geen verantwoordelijkheid te dragen namens de coalitie en om gewoon feest te kunnen vieren. 

Er is geen tijd om achterover te leunen. Na zeven jaar crisis ziet het er eindelijk wat zonniger uit. Het kabinet heeft — daarvoor verdient het de welgemeende complimenten — de afgelopen jaren veel gedaan om de economie te hervormen, de overheidsfinanciën te versterken en het achterstallig onderhoud weg te werken. D66 heeft dit beleid in volle overtuiging gesteund; er werd draagvlak gecreëerd. Nu trekt het kabinet echter aan de rem, juist nu de zon weer gaat schijnen en doet het niets aan het verouderde belastingstelsel. De vraag is: wil het kabinet dat niet? De geschiedenis dreigt zich namelijk te herhalen en mij bekruipt het Balkenende IV-gevoel. Balkenende IV: het kabinet dat in 2007 eerst 100 dagen door het land ging en daarna drie jaar achterover ging zitten. Nederland zou namelijk hervormingsmoe zijn. De hypotheekrenteaftrek werd het h-woord, het ontslagrecht zat muurvast en de verhoging van de AOW-leeftijd was onbespreekbaar. 

Dat hebben we geweten de afgelopen jaren, want een jaar later, na het aantreden van Balkenende IV, brak de financiële crisis uit. In het midden van de storm werden we geconfronteerd met achterstallig onderhoud. De crisis heeft ons een belangrijke les geleerd: benut de goede tijden, want anders worden de slechte tijden alleen maar slechter. 

Ik was verbaasd toen de minister van Financiën op Prinsjesdag waarschuwde dat we achterstallig onderhoud moeten voorkomen. Dat is namelijk precies het punt dat het kabinet nalaat. Ik citeer nu het advies van de Raad van State: "Door de gemiste kans dreigt dat er onvoldoende buffers worden opgebouwd om nieuwe schokken op te vangen en er achterstallig onderhoud ontstaat. Dat kan leiden tot pijnlijke maatregelen in de toekomst." Het zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Raad van State. Ik hoop oprecht dat we van de afgelopen jaren hebben geleerd, maar ik heb er een hard hoofd in als ik naar de voorstellen kijk. 

Dat begint met de mislukte belastinghervorming. Ons verouderde belastingstelsel vernietigt banen, stimuleert schulden en is nodeloos complex. Het stelsel is aan vervanging toe en dat kon, want er was geld beschikbaar. 5 miljard had gebruikt kunnen worden als smeerolie voor de hervorming. Ik kondigde zo-even het citaat in de brief van de staatsecretaris van vorig jaar al aan: "Een stelselherziening zonder lastenverlichting is haalbaar, maar een lastenverlichting zonder een stelselherziening is een gemiste kans". Je ziet dat ook in de beoordelingen van de Algemene Rekenkamer, de Raad van State en het Centraal Planbureau; ook zij zeggen dat het inderdaad een gemiste kans is. Het kabinet — eerlijk gezegd: de coalitie — heeft gekozen voor de gemiste kans, een lastenverlichting zonder stelselherziening, en daarmee zijn de beloofde 100.000 banen ver uit zicht. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Dat deel ik met de heer Koolmees. Deelt hij ook met mij dat dit ook zou moeten gelden voor de toeslagen? We zien namelijk dat het kabinet met die toeslagen weer een flinke impuls geeft aan het hele circus van het rondpompen van geld in Nederland. Wat vindt de heer Koolmees daarvan? 

De heer Koolmees (D66):

Ik ben dat zeer met de heer Van Vliet eens. Ik heb er zo meteen ook een passage in mijn inbreng over. 

In een stelselherziening had het kabinet het toeslagencircus kunnen aanpakken, de belasting op arbeid kunnen verlagen en die op vervuiling en verspilling kunnen verhogen. Maar de VVD en de PvdA wilden helemaal geen hervorming en met een doorzichtig trucje probeerden ze de oppositie de schuld te geven. Dit alles om te maskeren dat VVD en PvdA het gewoon niet meer met elkaar eens worden en niet meer de puf hebben om nog iets te maken van een echte belastinghervorming; de rek is eruit. 

De uitblijvende belastinghervorming is extra zuur voor al die mensen die werkloos thuiszitten, meer dan 600.000 mensen die nog niets merken van de aantrekkende groei. Over het algemeen gaat het niet slecht met Nederland. We staan niet voor niets in de top tien van de gelukkigste landen in de wereld, maar voor een kwart van de Nederlanders gaat die vlieger niet op. Het CBS laat zien hoe vaak dit samenhangt met werkloosheid. Voor die mensen maakt een procentpuntje koopkracht echt geen verschil. Een geslaagd sollicitatiegesprek, een baan, daar gaat het om. Had het kabinet zich dat niet moeten realiseren toen het zag dat de teller bleef steken bij slechts 35.000 banen? We hebben laten zien in ons alternatieve plan hoe je meer banen kunt creëren. Wij verdubbelen het aantal extra banen. Met ons plan bieden we niet 5 maar 10,5 miljard aan lastenverlichting op werk. De concrete vraag aan het kabinet en de coalitie is: is hier ruimte? 

Zo kunnen we een grote slag slaan met de hervorming van het decentraal belastinggebied. Afhankelijk van de invulling: 15.000 tot 30.000 extra banen. De minister noemde dit op Prinsjesdag interessant. Het stond ook in de kabinetsbrief van 19 juni, maar twee weken geleden bleek dat het kabinet hiervoor zelfs van de eigen coalitiepartijen geen steun had. Kan dit echt niet, of zit hier vandaag toch nog wat ruimte? 

Laat ik er nog zo'n onderwerp proberen: de vergroening van de belastingen. Zoals ik al zei, hebben we tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een motie ingediend waarin wordt gepleit voor fiscale vergroening. Deze motie is ingediend door ChristenUnie, GroenLinks en D66, samen goed voor zeventien zetels. De premier raadde deze partijen aan om het nog eens te proberen bij de Algemene Financiële Beschouwingen. 

Ik geef het kabinet graag een tweede kans. Ons standpunt is bekend. Wij pleiten ervoor vervuiling te belasten in plaats van arbeid. De druk op het milieu zal alleen maar toenemen. Het is onverantwoord om de vergroeningsambitie volledig te laten vieren. Het is ook onverantwoord om vast te houden aan het energieakkoord, waarvan de ontoereikendheid steeds duidelijker wordt. Is het kabinet bereid om in het Belastingplan te vergroenen? 

Dan mis ik in het plan nog een groot onderwerp, namelijk vereenvoudiging. We pompen jaarlijks ruim 5 miljard rond en daar hebben ruim 4 miljoen huishoudens mee te maken. Alleen al het uitvoeren van die operatie uitvoeren kost 80 miljoen euro per jaar. Een groot deel van die huishoudens betaalt eerst belasting aan de Belastingdienst en krijgt vervolgens toeslag van diezelfde Belastingdienst. Ik heb het dan natuurlijk over de zorgtoeslag. Wanneer gaan we dit rondpompen stoppen? Dat kan bijvoorbeeld door de zorgpremies te halveren en de zorgverzekeraars voor een groter deel direct te financieren. Als het goed is, ligt er een onderzoek naar de juridische haalbaarheid en de uitvoeringsaspecten hiervan. Wanneer kan dit naar de Kamer worden gestuurd? Wat is op dit gebied mogelijk en wanneer gaat het kabinet hier iets mee doen? 

Als het om vereenvoudiging gaat, gaat het met de vermogensbelasting dan niet juist de verkeerde kant op? De huidige vermogensbelasting, met een fictief rendement van 4%, is onrechtvaardig. Daar ben ik het mee eens. Met meerdere fictieve rendementen wordt deze echter wel complexer. De vraag is of zij ook rechtvaardiger wordt. Neem het voorbeeld dat je ondernemer bent en vlak voor je pensioen zit. Je hebt een paar ton gespaard voor je pensioen op een spaarrekening. Waarom moet je dan nog meer belasting over dat bedrag gaan betalen? Waarom lukt het andere landen wel om de gerealiseerde rendementen te belasten, terwijl dat in Nederland niet lijkt te kunnen? 

Ik wil niet alleen naar het belastingstelsel kijken. Er is nog veel meer nodig om de economie op orde te krijgen. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik heb nog wel een vraag over het belastingstelsel. D66 heeft ambitieuze voorstellen. De partij verwijt het kabinet en de coalitie dat zij dergelijke voorstellen niet doen. Dat is overigens wel bijzonder, want D66 verwijt de coalitie dat zij er niet in slaagt om 100.000 banen te realiseren, maar het lukt de partij ook zelf niet om die te creëren. Dat punt laat ik maar even rusten. 

De heer Koolmees (D66):

Ons voorstel voorziet in een verdubbeling van het aantal banen ten opzichte van de plannen van het kabinet. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vraag aan de heer Koolmees, die ervoor gekozen heeft om zijn voorstellen niet te laten doorrekenen, wat de koopkrachteffecten van het pakket van D66 zijn. Wat betekenen deze maatregelen in het bijzonder voor ouderen en uitkeringsgerechtigden? 

De heer Koolmees (D66):

Het belastingplan van D66 kon niet worden doorgerekend door het Centraal Planbureau. Bij een tegenbegroting kan dat wel, maar bij een belastingplan niet. Dit zeg ik er voor de Handelingen even bij. De heer Nijboer heeft het dan met name over het decentraal belastinggebied, neem ik aan? 

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, maar ik heb het ook over de uitruil. Er is geen tariefverlaging, waar iedereen van zou profiteren. Er is wel gekozen voor arbeidskorting. Daar zijn dus de ouderen de pineut van. 

De heer Koolmees (D66):

Nee, dan heeft de heer Nijboer het toch niet goed gelezen. Wij hebben een groot deel van het geld gehaald uit de tweede en de derde schijf, met maatregelen op het gebied van het decentraal belastinggebied en de vergroening. Wij gaan uit van 1,5 miljard extra. We kunnen de arbeidskorting fors verhogen. Daardoor wordt het voor werkenden heel aantrekkelijk om meer te gaan werken. We hebben ook de kinderopvangtoeslag kunnen verhogen en we hebben de inkomensafhankelijke combinatiekorting kunnen verhogen. 

De heer Nijboer maakt echter een terecht punt van het decentraal belastinggebied. Afhankelijk van de invulling, van de wijze waarop je het decentrale belastinggebied vormgeeft en geld terugsluist via lagere belastingtarieven, kun je daar dus banen mee creëren. In de koopkrachtneutrale variant zijn dat 15.000 banen; dan is het koopkrachtevenwichtig. In een iets scherpere variant zijn het 30.000 banen. Op dit punt heb je inderdaad een keuze: wat sluis je op welke manier terug? 

De heer Nijboer (PvdA):

D66 zegt hiermee eigenlijk: we halen 20.000 banen door de ozb te verdubbelen; dat geld halen we bij iedereen op en dan geven we het alleen aan de mensen die werken. Wie een uitkering heeft of gepensioneerd is, krijgt gewoon niets en gaat dik in de min. Zo haalt D66 zijn modelmatige aantal banen. Het CPB heeft dit niet doorgerekend, maar dit zijn wel de koopkrachteffecten. Eigenlijk zet D66 de gepensioneerden en de uitkeringsgerechtigden dik in de min om zijn banenaantal te halen. Dat zijn overigens geen 100.000 banen, terwijl de heer Koolmees de PvdA wel verwijt dat zij die niet haalt. Dat is geen verstandig plan. 

De heer Koolmees (D66):

De heer Nijboer heeft het plan niet goed gelezen. In de terugsluis zit inderdaad een verhoging van de arbeidskorting, maar er zit ook een verlaging van de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf in, waardoor een groot deel van de koopkrachteffecten wordt gemitigeerd. Overigens kiezen het kabinet en de coalitie met deze 5 miljard voor hetzelfde model om banen te creëren. In dat model gaan de werkenden er ook meer op vooruit dan de uitkeringsgerechtigden en de ouderen. Ik vind het dus een beetje een raar verwijt van de heer Nijboer aan mijn adres. 

De heer Nijboer (PvdA):

Er is een wezenlijk verschil. Wij laten de uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden er namelijk absoluut niet op achteruitgaan. Sterker nog: dit is nog gerepareerd in de kabinetsplannen. 

De heer Koolmees (D66):

Voor dit jaar. 

De heer Nijboer (PvdA):

Dat is echt wel een wezenlijk verschil. Ik zou het op prijs stellen als de heer Koolmees een vraag van mij wil doorgeleiden naar het kabinet, want ik mag die vraag nu niet zelf aan het kabinet stellen. Wil hij het kabinet vragen wat de koopkrachteffecten van zijn plan zijn? Dan kunnen we die allemaal zien en er open en eerlijk over discussiëren. Dan kunnen we zien hoeveel uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden er in dat plan op achteruitgaan. 

De heer Koolmees (D66):

Die vraag geleid ik graag door. Voor dit jaar wordt de koopkracht van uitkeringsgerechtigden en ouderen gecompenseerd met het pakket van 850 miljoen, zoals in de Miljoenennota staat. Het punt is alleen dat dit eenmalig is. Volgend jaar is het weer weg. Dan heeft de heer Nijboer weer een probleem, dat hij moet oplossen. 

De heer Merkies (SP):

De heer Koolmees verwijst steeds naar zijn plan en zegt dan: dat is het bewijs dat we 75.000 banen kunnen creëren. Gemakshalve rekent hij er dan 35.000 banen bij, dus eigenlijk zijn het 40.000 banen. Maar ik zie het niet in het stuk. Het is dus geen tegenbegroting maar een belastingplan. Dat valt me trouwens ook al op. Er staan geen investeringen in onderwijs in, et cetera. Ik zie alleen maar twee balkjes. Het enige wat erin staat is: de effecten op de werkgelegenheid zijn gebaseerd op recente publicaties van het Centraal Planbureau. Dat is dus het bewijs? Dan komt er tot op z'n minst een lijstje waaruit blijkt hoeveel banen de verschillende voorstellen opleveren? Dan kunnen we het ergens op baseren. Anders is het toch een beetje uit de lucht gegrepen. 

De heer Koolmees (D66):

Als de heer Merkies zijn bril opzet en tabel 1 bekijkt, dan ziet hij dat het in de laatste kolom staat. 

De voorzitter:

Voor de Handelingen: de heer Merkies zet gelijk zijn bril op. 

De heer Merkies (SP):

Dat doe ik inderdaad meteen. In de laatste kolom staat inderdaad het aantal banen. Dat zijn er 53.000. 

De heer Koolmees (D66):

Met nog twee voetnoten erbij. 

De heer Merkies (SP):

En dan bedoelt de heer Koolmees dus dat het is gebaseerd op "De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid"? Dat is dus … 

De heer Koolmees (D66):

Ik zal … 

De heer Merkies (SP):

Nee, wacht even. Ik ben nog niet klaar. Er staat een voetnoot "De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid". Daaruit moeten wij opmaken dat dit 40.000 banen extra oplevert. Kom met een lijstje! Maak duidelijk welke maatregelen het zijn! Dan weten we inderdaad ook of dat die maatregelen zijn die ergens in het rapport van het CPB verstopt staan, die gewoon desastreus zijn voor de koopkracht. 

De heer Koolmees (D66):

Het CPB heeft een jaar geleden het arbeidsmarktmodel geüpdatet. Het heeft toen de publicatie "De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid" uitgebracht. In die publicatie staan spoorboekjes. Daarin staat hoeveel extra banen een verschuiving van de ene naar de andere belasting oplevert. Wij hebben in tabel 1 drie dingen gedaan. Ten eerste, we hebben het pakket van 5 miljard anders ingevuld. Enerzijds kost dat banen, anderzijds levert dat banen op. Wij hebben het zo ingevuld dat het meer banen oplevert. Dat is dus meer effect voor hetzelfde geld. In de tweede plaats hebben we gekozen voor 1,5 miljard meer belastingverlichting op arbeid. Dat hebben we langs diezelfde spoorboekjes van het CPB ingevuld en ingezet om meer banen te creëren. In de publicatie van het CPB is gekozen voor een ruimer lokaal belastinggebied. Daarbij zijn drie varianten uitgewerkt voor de vormgeving daarvan. Wij hebben in tabel 1 voor de middenvariant gekozen. Dat is namelijk 4 miljard. Dat is gedetailleerd ingevuld. Daar komen die banen vandaan. Dat is op die manier in de tabel verantwoord. De heer Merkies weet heel goed hoe planbureaumodellen werken, hoe de bijlagen met die spoorboekjes werken. Hij kan het dus prima narekenen. Het is heel transparant. 

De heer Merkies (SP):

Ik denk dat ik een bijlage mis. Dat had ik dus allemaal verwacht. Dan hoop ik ook dat er verwezen wordt naar de betreffende passages in die spoorboekjes. Anders kunnen wij het toch niet controleren? Dan kan de heer Koolmees toch zomaar een aantal banen roepen? Ik hoop dus dat er verwijzingen zijn, dat aangegeven wordt waar het in het spoorboekje van het CPB staat. Dan kunnen wij zien wat dat bijvoorbeeld ook doet met de koopkracht. 

De heer Koolmees (D66):

Die verwijzing heb ik net gegeven. Het spoorboekje van het planbureau zit in die publicatie. Dat staat in die voetnoot. Daar kan de heer Merkies zien hoeveel banen een verandering in het tarief van de derde schijf, in de arbeidskorting of in de kinderopvangtoeslag oplevert. Dat hebben wij gedaan. Dat kan de heer Merkies keurig narekenen. Dat is hartstikke transparant. 

De voorzitter:

Ik verzoek u om verder te gaan met uw betoog. Nee! Ik zeg eigenlijk "nee" tegen mezelf, want ik zie dat de heer Harbers wil interrumperen. 

De heer Harbers (VVD):

Nog even voor het historisch besef. De heer Koolmees haalt die spoorboekjes aan, maar herinnert hij zich dat hij een jaar geleden het kabinet verweet dat het die 100.000 banen die toen in de plannen stonden, op een spoorboekje baseerde, en nog niet op de hele doorrekening? Die redenering is dan toch krom? 

De heer Koolmees (D66):

Een jaar later constateer je dat het Centraal Planbureau geen integrale doorrekening van het Belastingplan doet. Dan denk je: wat een interessante analyse, die ga ik ook gebruiken. De heer Harbers moet zijn zegeningen tellen! 

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog. 

De heer Koolmees (D66):

Ik wil niet alleen naar het belastingstelsel kijken. Er is nog veel meer nodig om de economie op orde te krijgen. Drie weken gelezen nog waarschuwde de BIS (Bank for International Settlements) dat Nederland na China wereldwijd het meest gevoelig is voor schokken in de rente. Dat komt door onze hoge schuldenlast. De schuldenlast van Nederlandse huishoudens is 750 miljard euro. Dat is veel meer dan de staatsschuld. De centrale banken voeren wereldwijd een experimenteel beleid met de rente. Het is ongewis hoe dit zal eindigen. De Nederlandse economie is kwetsbaar als het straks economisch tegenzit. Deze kwetsbaarheid is geen natuurverschijnsel maar een direct gevolg van beleid. Want de paradox is dat Nederland veel schulden maar tegelijkertijd ook zeer veel vermogen heeft. Alleen zit dit vermogen in de pensioenfondsen. We kunnen er niet bij. Wie zijn baan kwijtraakt, wie gaat scheiden of wil verhuizen om elders een baan te accepteren, kan dit vermogen niet gebruiken om zijn schulden te verlichten. Daarom wordt Nederland in een recessie, zoals wij de afgelopen jaren ook hebben gezien, harder geraakt dan andere landen. Dit systeem zorgt bovendien voor een scheve verdeling over het leven. Nadat zij hun pensioenpremies, woonlasten en kinderopvang hebben betaald, houden jongeren en jonge gezinnen nauwelijks geld over. Wat een verschil met het moment dat de kinderen het huis uit zijn en de hypotheek is afbetaald. 

Het is dus hoog tijd om het belasting- en het pensioenstelsel aan te passen, zodat er lucht ontstaat voor jongeren in het spitsuur van het leven. Meer keuzevrijheid, meer flexibiliteit en meer buffers voor als het tegenzit. Deze analyse staat nu twee jaar in de Miljoenennota. Het zijn goede analyses, maar wanneer gaat het kabinet hier nu concreet iets aan doen? 

De heer Omtzigt (CDA):

Heeft D66 nu net afstand genomen van het leenstelsel? 

De heer Koolmees (D66):

Nee. 

De heer Omtzigt (CDA):

Er is maar één grote hervorming die de afgelopen jaren is doorgevoerd die het voor 18- tot 30-jarigen enorm veel moeilijker maakt. Dat is het feit dat je als je nu een hbo-studie doet, bijvoorbeeld de pabo omdat je leraar of lerares op de basisschool wilt worden, dan een studieschuld opbouwt van €30.000 en geen basisbeurs meer krijgt. Als je dan zo dom bent om verliefd te worden op degene die naast je in de schoolbanken zit, wordt dat €60.000. Dan moet je daarna nog beginnen met het kopen van een huis. Je verdient een modaal salaris aan de basisschool, in een zeer eerzaam beroep, maar ook een beroep waar je nooit rijk mee wordt. Voor dat soort mensen heeft deze coalitie, met de steun van D66 en GroenLinks, het heel veel moeilijker gemaakt. En nu zegt D66 dan in één keer het omgekeerde. Hoe kan dat? 

De heer Koolmees (D66):

Nee, wat wij hebben gedaan met het sociaal leenstelsel is miljarden vrijgemaakt voor investeringen in de kwaliteit van het onderwijs. Tegelijkertijd is er de afgelopen jaren wel wat gebeurd om het spitsuur van het leven te ontlasten. Ik verwijs naar de aanpassing van het Witteveenkader. Ik verwijs ook naar extra geld — en wat mij betreft nog meer geld — voor kinderopvang. Maar we kunnen niet negeren dat de grote olifant in de Kamer het pensioenstelsel is, waar inderdaad geld opgepot zit, wat ertoe leidt dat jonge gezinnen geen geld meer overhouden maar tegelijkertijd wel heel vermogend zijn. Dat is de paradox. Daar moet je iets aan doen. Het sociaal leenstelsel is een sociaal stelsel omdat je heel lang de tijd krijgt om een investering je eigen menselijk kapitaal terug te betalen, met een heel laag afbetalingspercentage. Dat lijkt mij gerechtvaardigd als je daarmee 1,2 miljard kunt vrijspelen om te investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs, en daarmee ook in het toekomstig verdienvermogen van Nederland. 

De heer Omtzigt (CDA):

D66 neemt inderdaad gewoon over dat dit echtpaar, dat net van de pabo afkomt, €60.000 schuld heeft. Deze studenten hebben namelijk geen basisbeurs meer gehad. Daarbij vallen aanpassingen in de kinderopvangtoeslag volledig in het niet. Deelt D66 de opvatting dat zij juist geen enkele aandacht heeft gehad voor jonge gezinnen en nu als mosterd na de maaltijd nog even komt melden dat ze toch wat wil doen omdat ze die analyse in een keer deelt? 

De heer Koolmees (D66):

D66 heeft de afgelopen jaren in de begrotingsakkoorden met het kabinet bijvoorbeeld 500 miljoen voor onderwijs vrijgemaakt, juist om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs voor jonge kinderen. We hebben extra geld uitgetrokken voor kinderopvang, voor inkomen, voor arbeidskorting, voor inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dat zijn juist allemaal maatregelen om dit mogelijk te maken. Het sociaal leenstelsel is, dat weet de heer Omtzigt best, een heel sociale uitwerking, waarbij je inderdaad wel een schuld opbouwt — daar loop ik niet voor weg — die je uit mijn hoofd in 25 of 30 jaar — 35 jaar, de heer Omtzigt helpt mij — mag terugbetalen. Dat zijn niet de grote lasten. De grote lasten voor een gezin met kinderen zijn de pensioenpremies en de kinderopvangkosten. Het zijn überhaupt de kosten van kinderen als je allebei werkt. Dit plan van D66 doet er juist heel veel aan om die gezinnen te ondersteunen. 

Wat een verschil met het moment waarop de kinderen het huis uit zijn en de hypotheek is afbetaald! Ik had geschetst dat juist in het spitsuur van het leven het inkomen beperkt is, terwijl er later veel meer inkomen beschikbaar is. Het is hoog tijd om het belastingstelsel en het pensioenstelsel aan te passen, zodat er lucht ontstaat voor jongeren in het spitsuur van het leven: meer keuzevrijheid, meer flexibiliteit en meer buffers voor als het tegen zit. Wanneer gaan wij dit oppakken? 

Ik was gebleven bij de diversiteit, de concurrentie, in de financiële sector. De drie grootste Nederlandse banken hebben een groot marktaandeel. ING, de Rabobank en ABN AMRO hebben samen 80% van de markt in handen. Deze week nog bleek dat mensen weinig vertrouwen hebben in de bankensector. De banken scoren een 2,8, maar alternatieven zijn beperkt. Dit maakt niet alleen de dienstverlening, maar ook de Nederlandse economie kwetsbaar. Als het tegenzit bij de banken, raakt de kredietkraan verstopt. Ondernemers kunnen dan niet meer investeren. Voor D66 is het belangrijk dat er meer concurrentie komt: nieuwe toetreders bij de banken, nieuwe vormen als crowd landing of kredietunies en ruimte voor private equity voor pensioenfondsen om te investeren. Een diverse financiële sector draagt bij aan een robuuste economie. Concurrentie is goed voor de tarieven van hypotheken of leningen. Dankzij nieuwe aanbieders zijn hypotheken in Nederland het afgelopen jaar veel goedkoper geworden. 

Dat smaakt naar meer. Helaas is het in Nederland heel lastig om een vergunning te krijgen of om een nieuwe onderneming te starten. Daarom doe ik vandaag drie voorstellen om de toetreding van nieuwe spelers gemakkelijker te maken. Wil de minister voorstellen doen om een bankvergunning light te ontwikkelen, zoals in het Verenigd Koninkrijk? Ik heb hier een rapport bij me van de Bank of England en de Financial Conduct Authority. Wil de minister bij DNB en bij de AFM een steunpunt inrichten waar nieuwe bedrijven terecht kunnen voor advies bij hun vergunningsaanvraag? Willen de minister en de staatssecretaris aan de slag met de gelijke fiscale behandeling van het eigen vermogen en het vreemd vermogen? Nederlandse bedrijven hebben nu meer schuld dan eigen vermogen, omdat daarvoor fiscale prikkels zijn. Dat is ongezond, maar het vormt ook een belemmering voor de start van alternatieve financieringsbronnen. Een gebrek aan eigen vermogen is een belemmering voor krediet, vooral in het mkb. Graag krijg ik een reactie van de beide bewindspersonen. 

Dan kom ik bij de uitgavenkant van de begroting. In grote lijnen steunt D66 deze begroting, want veel van de afspraken die wij de afgelopen jaren hebben gemaakt, zien wij terug in deze begroting. Wel hebben wij op vier punten nog grote zorgen. Allereerst betreffen die de problemen bij Veiligheid en Justitie: de voorstellen inzake de bezuinigingen op de toegang tot de rechtspraak, de voorstellen voor de griffierechten en die inzake de rechtsbijstand gaan sneuvelen in de Eerste Kamer. Er zijn grote problemen bij de politie, het OM en de Raad voor de rechtspraak. Niet alleen het ministerie, maar ook de begroting is een puinhoop. De vraag is: waarom accepteert de minister van Financiën dat? Waarom accepteert de VVD dit? Veiligheid was toch het stokpaardje van de VVD? Twee weken geleden heeft hier de vrijwel voltallige oppositie onder leiding van de heer Roemer gevraagd om extra middelen om de problemen op te lossen. Die vraag heeft het kabinet, heeft de coalitie naast zich neergelegd. Mijn enige vraag aan het kabinet is: hoe nu verder? Hoe gaat het verder met de problemen bij Veiligheid en Justitie? 

Wij zien ook grote problemen in het passend onderwijs. Staatssecretaris Dekker denkt dat hij de problemen zonder extra geld kan oplossen. Eerlijk gezegd betwijfel ik dat. Er zitten kinderen thuis. Kinderen komen niet op een passende school. De staatssecretaris denkt dat het probleem is op te lossen met meer coördinatie, maar 84% van de leraren zegt te weinig tijd te hebben om deze kinderen goed te helpen. Zij missen handjes in de klas. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen hebben wij voorgesteld om geld vrij te maken voor extra klasse-assistenten, juist om die extra handjes in de klas te krijgen en dat te betalen door minder consultants en uitzendkrachten bij de ministeries in te huren. Dat lijkt mij nog steeds verstandig. Graag krijg ik een reactie. 

Dan kom ik op een punt waar ik echt verbaasd over ben. Op een partijbijeenkomst van de Partij van de Arbeid schoot de minister van Financiën zelf een gat van 200 miljoen in de begroting. De mantelzorgboete die in 2018 ingaat en in de boeken staat, gaat er volgens hem niet komen. De vraag is: gaat de minister die woorden hier herhalen en voegt hij dan ook de daad bij het woord, door het uit de begroting te halen? 

Het vierde punt over de uitgavekant gaat over het budget voor de vluchtelingenopvang. Daarover maak ik mij zorgen. Twee weken geleden is er in de Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen, extra geld vrij te maken voor opvang in de regio en eerstejaarsopvang. Dat geld zou moeten worden gevonden buiten de lopende budgetten voor Ontwikkelingssamenwerking om. Dat is wel een belangrijke toevoeging. Nu krijg ik signalen dat er toch binnen het budget voor ontwikkelingshulp wordt gezocht naar dat geld. Dat lijkt mij niet de bedoeling. Hoe gaat de minister hiermee om? Verder ben ik benieuwd naar het antwoord op de vraag van de heer Omtzigt over de verwachting voor volgend jaar op dit punt. 

Ik rond af, voorzitter. Het mag duidelijk zijn dat 2016 op deze manier een jaar van gemiste kansen wordt. Het kabinet signaleert problemen, maar schuift oplossingen door naar de toekomst. Dit voorjaar, bij de behandeling van het hervormingsprogramma, was het kabinet halverwege de rit en had het nog twee jaar te gaan. Ik vroeg de minister van Financiën toen: wat zijn de prioriteiten van het kabinet voor de tweede helft van de kabinetsperiode nog? Hij antwoordde toen door drie prioriteiten te noemen, namelijk een ambitieuze belastingherziening, een antwoord op de vraag hoe om te gaan met de arbeidsmarkt van de toekomst en zzp'ers, en het aanpakken van het verouderde pensioenstelsel. Nu zijn we een halfjaar verder. Ik constateer dat de ambitieuze belastingherziening er niet is gekomen. Het rapport over de zzp'ers en de toekomst van de arbeidsmarkt ligt al een jaar ergens in een lade. Tot slot constateer ik dat de aanpak van het pensioenstelsel steeds wordt doorgeschoven. Die aanpak wordt aangekondigd, er wordt over gesproken en over geschreven, onder andere in de Miljoenennota van vorig jaar en ook in die van dit jaar, maar er is nog niets. Ik begrijp ook wel hoe dat komt. VVD en Partij van de Arbeid zijn het hierover fundamenteel met elkaar oneens en er staan geen afspraken over deze onderwerpen in het regeerakkoord. Het regeerakkoord is dus op en het lukt niet meer om bruggen te slaan. De coalitie komt niet verder dan uitdelen, uitstellen en uitpuffen. Aan de bewindslieden die nu in vak-K zitten daarom de schone taak, te laten zien dat het kabinet niet is uitgeregeerd. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter, ik ben een beetje laat met mijn interruptie, maar ik wil nog even terugkeren naar dat plan van D66. Ik wil daarbij nog een stapje terug doen. Ik herinner mij dat de heer Koolmees een motie mee heeft ingediend waarin werd gevraagd om een leefvormneutraal belastingstelsel. Ik meen dat die motie in 2012 is ingediend. Het rapport van de commissie-Van Dijkhuizen is daaruit voortgekomen. 

De heer Koolmees (D66):

Ja, de commissie-Dijkhuizen ging onder andere over leefvormneutraliteit. Daaraan is niet heel veel vorm gegeven. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Nee, maar de heer Koolmees was zelf een indiener van de motie waarin daar om wordt gevraagd. Hoe duidt hij nu de leefvormneutraliteit van zijn eigen voorstellen? Ik vraag dat, omdat hij er toen zo'n punt van heeft gemaakt. 

De heer Koolmees (D66):

Daarover kan ik een paar dingen zeggen. Met de verhoging van de arbeidskorting willen wij dit bijvoorbeeld ook voor alleenverdieners aantrekkelijk maken. Mevrouw Schouten heeft ook mijn analyse over het spitsuur van het leven gehoord. Waar lopen we daarbij tegenaan en waar zit de kwetsbaarheid van jonge gezinnen? In 2013 stond 60% van de hypotheken van jonge gezinnen met een koophuis onder water. Daar zie je dus het probleem van een groep die weliswaar vermogend is — men heeft in pensioenfondsen veel vermogen — maar wel een hypotheek heeft die onder water staat, waardoor men gevangenzit. Verder noem ik werk en banen. We zien nu dat juist de combinatie van arbeid en zorg bij een gezin met twee werkende ouders echt een knelpunt is. Daarbij speelt de kinderopvang een rol. Dat knelpunt leidt ertoe dat mensen zich terugtrekken van de arbeidsmarkt. Daar wil je een oplossing voor vinden. Dat is goed voor de mensen zelf, want zij kunnen daardoor werken en economisch zelfstandig zijn. Dat is ook goed voor de draagkracht van de publieke voorzieningen en het is goed voor de toekomst. Daarom heeft mijn fractie die voorstellen zo ingediend. Overigens hebben we ook een hoop andere voorstellen, bijvoorbeeld rond het erfenis- en schenkingsrecht. Daarbij willen we deze leefvormneutraliteit, of deze moderne familievormen ook verankeren in het fiscale stelsel. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

De mede-indiener van de motie, de heer Dijkgraaf, staat hier op dit ogenblik naast mij aan de interruptiemicrofoon. Hij gaf destijds toch echt een andere lezing van leefvormneutraliteit. Het zouden niet de belastingen moeten zijn die bepalen welke keuzes er in het gezin worden gemaakt. Op dit punt verschillen de heer Koolmees en ik van mening. Ik constateer echter dat de plannen van de heer Koolmees verder af zijn komen te staan van waar in de motie destijds om werd gevraagd. 

De heer Koolmees (D66):

We hadden indertijd inderdaad vanuit volslagen verschillende invalshoeken eenzelfde aandachtspunt. Er was de invalshoek van de alleenstaanden en de invalshoek van de alleenverdieners, dus de kostwinners. De heer Dijkgraaf kan dat bevestigen. Wij zorgen ervoor dat het belastingstelsel het aantrekkelijker maakt om te gaan werken en dat het tegelijkertijd rechtvaardig is, rechtvaardiger uitwerkt. De SGP en D66 zitten politiek en ideologisch iets anders in deze discussie. Het is belangrijk, vandaar dat ik mijn antwoord daarmee begon, dat wij bijvoorbeeld de arbeidskorting in onze plannen verder verhogen, juist voor de alleenverdiener. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Nu doet de heer Koolmees het weer, nu framet hij dat de SGP voor de kostwinner is en D66 voor de alleenverdiener, de alleenstaande met een inkomen. Onzin. De heer Koolmees kijkt niet eens naar zijn eigen achterban. Ik zal zo meteen, als ik aan de beurt ben, toelichten dat er meer D66'ers zijn die kostwinner zijn dan SGP'ers. 

De heer Koolmees (D66):

Absoluut of relatief? 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Absoluut. Er zijn meer D66'ers die kostwinner zijn dan SGP'ers. Wat doet de heer Koolmees in zijn programma voor die kostwinners? Opnieuw wordt het verschil, dat met de plannen van dit kabinet al gigantisch is opgelopen, tussen tweeverdieners en eenverdieners groter. Wordt het niet eens tijd voor moderne politiek? Wij leven in de 21ste eeuw. Vergeet dat 1966, dat was toen, dat is allemaal niet meer nodig. Wij hebben moderne vrouwen en die kiezen gewoon wat zij willen. Die hebben al die fiscale prikkels niet nodig. Kies voor moderne politiek, kies SGP. 

De heer Koolmees (D66):

Dat laatste doe ik sowieso niet. In de eerste plaats vind ik het heel belangrijk dat de belastingen op arbeid naar beneden gaan, inderdaad om mensen de vrijheid te geven om zelf te kiezen. Vandaar ook dat bij ons in brede lijn de belastingtarieven op arbeid naar beneden gaan. In de tweede plaats hebben wij de afgelopen jaren helaas geconstateerd dat de arbeidsparticipatie-effecten van bezuinigingen niet waren zoals beoogd. Van bijvoorbeeld de kinderopvang werd verwacht dat het een bepaald bedrag zou opleveren, maar uiteindelijk bleek dat het honderden miljoenen meer kostte, omdat mensen zich terugtrokken van de arbeidsmarkt. Dat vind ik slecht voor het draagvlak voor onze collectieve voorzieningen en ik vind het slecht vanuit het oogpunt van economische zelfstandigheid. Stel dat het verkeerd gaat. Mensen kunnen scheiden, dat gebeurt af en toe. Als je dan afhankelijk wordt van een bijstandsuitkering, vind ik dat een sociaal zeer onwenselijke situatie. Ook de economische zelfstandigheid van mensen vind ik een doel op zich en daar zit misschien een andere politieke weging dan bij de heer Dijkgraaf. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het gaat altijd maar om betaald werk, betaald werk en betaald werk. Dat is belangrijk, voor iedereen. Het is mooi als je dat kunt. Nog een tipje van de sluier dan. Straks zal ik toelichten dat driekwart van de kostwinners helemaal niet vrijwillig kan kiezen; onmogelijk. Ja, ik zie u kijken en u zult straks ook kijken. Driekwart van de kostwinners doet dat niet vrijwillig. Waar blijven die? Je richt alle instrumenten op 100% van die groep en maar 25% is in de luxepositie om die keuze te maken. Waar komen wij op voor de kwetsbare mensen? Waar komen wij op voor mensen met een gehandicapte partner? Ik denk aan mantelzorg, mensen die boven de 65 zijn, mensen met een studerende partner. Al die groepen zijn zwaar de klos. 

De heer Koolmees (D66):

Ik ben het onmiddellijk eens met de heer Dijkgraaf dat er heel veel aandacht moet zijn voor de vraag hoe wij ervoor zorgen dat er in de participatiesamenleving, of hoe wij het ook gaan noemen, ruimte en keuzevrijheid bestaat om je leven op een andere manier in te richten. Wij hebben de afgelopen decennia gezien dat steeds meer vrouwen zijn gaan werken; gelukkig maar. Ze zijn ook betaalde banen buiten de deur gaan zoeken. Nogmaals, dat is goed voor de economische zelfstandigheid. Het is ook goed voor de economie. Je ziet ook — dat vind ik een probleem in de Nederlandse samenleving — dat heel veel vrouwen nog in deeltijd of in kleine baantjes werken. Als het dan fout gaat, hebben zij geen luxepositie meer en kunnen zij niet meer kiezen. De heer Dijkgraaf heeft het over de ene kant van de medaille. Dat ben ik met hem eens. Daarom moeten wij ook de belasting op arbeid verlagen, waardoor er meer banen komen en er meer keuze is. De andere kant van de medaille is de economische zelfstandigheid en de weerbaarheid. Ik vind dat de politiek daar via het belastingstelsel ook aandacht voor moet hebben. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. De minister van Financiën kwam twee weken geleden naar deze Kamer met het koffertje van Lieftinck; de heer Nijboer refereerde er ook al aan. In het voorwoord van de Miljoenennota schrijft de minister dat het eigenlijk een symbolisch gebaar is. Hij wil er een verstandig begrotingsbeleid en een vernieuwde voorspoed mee uitdrukken, in de geest van Lieftinck, zegt hij erbij. 

Ik ben toch eens gaan bladeren om te zien wat die Lieftinck nu allemaal heeft gedaan. Ik heb hier een boek van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Het zou bijna moeten passen op de desk van de voorzitter. 

De voorzitter:

Is het ook in digitale vorm beschikbaar? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat weet ik niet, voorzitter. 

Ik kan de bewindslieden zeggen dat het een aanrader is. Er staan echt heel mooie debatbeschrijvingen in, inderdaad ook uit de tijd van Lieftinck. Ik maakte daaruit op dat er eigenlijk toch wel wat parallellen zijn te trekken tussen Lieftinck en deze minister en deze staatssecretaris. Lieftinck was bijvoorbeeld net als deze minister van de PvdA. Ik zeg daar wel bij dat de heer Lieftinck op een gegeven moment wel heel erg is afgedropen. Hij was erg teleurgesteld en hij heeft zijn lidmaatschap opgezegd. Ik waarschuw de minister dus maar even. Zowel Lieftinck als de minister heeft belangrijke wetten op het terrein van de banken doorgevoerd. Lieftinck voerde de Bankwet in en deze minister de bankenunie, wat we daarvan ook mogen vinden. Beiden zijn ook heel erg druk geweest met belastinghervormingen, waarbij ik dan weer even naar de staatssecretaris kijk. Daar tekent zich echter gelijk een verschil af, want Lieftinck bracht het wel tot een herziening. Hij kreeg het zelfs voor elkaar om in één keer een vermogensaanwasheffing in het voeren. Het kan dus, zeg ik tegen de staatssecretaris. 

Een belangrijke parallel tussen de tijd van Lieftinck en de onze is dat de uitdagingen groot zijn. Dat was in die tijd, in de naoorlogse jaren, zeker zo. Wij hebben het ongelofelijke voorrecht dat wij mogen leunen op het werk dat in de naoorlogse jaren door onze voorouders is verzet om het land er bovenop te krijgen. Zij werkten voor onze toekomst zoals wij nu ook de plicht hebben om te bepalen wat wij willen nalaten aan onze volgende generaties. 

Zoals ik al zei, zijn de uitdagingen groot. Wij zien nu de gevolgen van de grote conflicten in deze wereld. Vluchtelingen zoeken en vinden hun weg naar Europa en ook naar Nederland. Globalisering is niet meer slechts een economisch geladen begrip. Het is ook een geopolitiek begrip geworden. Conflicten elders hebben hun weerslag op ons leven. Hoewel we dagelijks horen van de instroom van vluchtelingen, werd hier bij het opstellen van de begroting van Veiligheid en Justitie nog niet echt rekening mee gehouden. Ik zeg dat met enig gevoel voor understatement. In de begroting wordt voor dit jaar en volgend jaar nog uitgegaan van een asielinstroom van zo'n 26.000 mensen, maar dit jaar — we hebben net de cijfers van de staatssecretaris van V en J gehoord — zijn er al 37.000 mensen binnengekomen. In de begroting wordt ook nog uitgegaan van een daling van de bijdrage aan het COA. Twee weken geleden, bij de Algemene Politieke Beschouwingen, is hier de motie-Slob c.s. aangenomen (34300, nr. 23), waarin het kabinet opgeroepen wordt om bij de Najaarsnota met voorstellen te komen om in 2016 structureel extra middelen te reserveren voor de eerstejaarsopvang in Nederland en in de regio, waarbij de lopende OS-programmalijnen worden ontzien. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat die extra middelen gevonden worden? Heeft het al een idee waar die middelen gevonden moeten worden? De heer Koolmees zei dat er geluiden zijn dat die binnen de OS-begroting gevonden kunnen worden, maar dat is niet conform de motie. Ik ga ervan uit dat dit dus ook niet het geval zal zijn. 

Duurzaamheid is een ander vraagstuk met grote uitdagingen. De doelen die wij op dat punt met elkaar hebben afgesproken, raken steeds verder uit zicht, terwijl wij het hier letterlijk hebben over de toekomst van onze kinderen. Bewoners uit Groningen voelen zelfs wat het gebruik van fossiele brandstoffen met onze bodem en hun leven doet. Het kabinet gaat in het najaar nadenken over een mogelijke verlaging van het winningsplafond voor 2016, maar gaat in de raming en in de begroting nog steeds uit van 33 miljard kuub. Tegelijkertijd zien wij dat er door de lage olieprijs minder gasbaten binnenkomen. Het lijkt mij nu dus juist het moment om het winningsplafond te verlagen. Het gas blijft dan in de bodem. Dat is belangrijk omdat de prijzen nu laag zijn, maar bovenal omdat je daarmee zekerheid biedt aan de Groningers. Onderkent de minister dat het verstandig is om dat nu al terug te brengen? Is zij daartoe bereid? 

De werkloosheid is nog steeds hoog. Het opmerkelijke is dat dit voor een groot deel komt doordat er meer arbeidsaanbod is gekomen. Dat zeg ik ook tegen de heer Koolmees, die er nu even niet is. Het inzetten op alleen maar banen leidt op korte termijn dus niet tot een lagere werkloosheid. Deels komt het natuurlijk ook door de langdurige werkloosheid. Bij de begroting van Sociale Zaken zal ik hierop terugkomen. Ik heb wel alvast een vraag over de arbeidsmarkt. Wij wachten al maanden op het ibo zzp. Dat is het rapport dat allerlei thema's rond zzp'ers behandelt. Straks behandelen we het Belastingplan, waar dit onderwerp van belang kan zijn. Is de minister bereid om het ibo zzp, dat al maanden op het ministerie ligt te verstoffen, vóór de behandeling van het Belastingplan naar de Kamer te sturen? Dan kunnen wij dat daarin meenemen. 

Ik kom bij het pakket van 5 miljard. 2016 had het jaar moeten worden van de grote belastinghervorming. De zolder zou eindelijk opgeruimd worden, aldus de staatssecretaris. We moeten constateren dat ons belastingstelsel nog een rommelzolder blijft. Een gemiste kans. Wil het kabinet de tweede helft van de speeltijd alsnog benutten voor een stelselwijziging, of heeft het de moed nu echt opgegeven? Het CPB leverde afgelopen vrijdag een prima studie af over de mogelijkheden om de fiscale behandeling van kapitaalinkomen te uniformeren en dat in te zetten voor lagere lasten op arbeid. Hoe kijkt het kabinet tegen de voorstellen van het CPB aan? Is het voornemens om nog deze kabinetsperiode met de voorstellen aan de slag te gaan? Het CPB beveelt aan om besparingen en beleggingen te belasten op basis van het daadwerkelijke rendement. Dat is bijzonder actueel in de discussie over de vermogensrendementsheffing. Wij komen hier nog over te spreken, maar het is mij nog steeds niet duidelijk waarom het technisch niet mogelijk is om op het werkelijke rendement te heffen. Landen om ons heen doen dat wel. Mogelijk wil de staatssecretaris nog een poging doen om die vraag te beantwoorden. 

Een ander punt dat het CPB aansnijdt is het gelijker belasten van eigen en vreemd vermogen. Dat is een wens die de staatssecretaris ook uitte in zijn brief van juni jl. Wat let het de staatssecretaris om hier alsnog mee aan de slag te gaan? Hier kunnen toch stappen toe worden gezet? Is hij hiertoe bereid? 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik hoor mevrouw Schouten aan de minister vragen of het mogelijk is om reëel rendement te heffen. Dat is een heel terechte vraag. Het leidt bij mij tot een vraag aan de fractie van de ChristenUnie. Stel dat het niet direct of op heel korte termijn mogelijk is, ziet de ChristenUnie dan het voorliggende voorstel als een stap in de goede richting en zal ze het steunen, of ziet ze het als een voorstel dat maar beter naar de prullenbak verwezen kan worden? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Bij een voorstel waarin 3,5 miljoen huishoudens erop vooruitgaan doordat zij een lagere vermogensrendementsheffing gaan betalen en 350.000 huishoudens erop achteruitgaan, lijkt mij de balans vrij snel opgemaakt. Het is een stap in de goede richting. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dank u wel voor dit antwoord. Ik hoop dat u daaraan vasthoudt. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Daar mag u mij aan houden. 

Een van de onderliggende rapporten over de belastingherziening was het rapport van de commissie-Van Dijkhuizen. Die commissie is ooit op verzoek van de Kamer in het leven geroepen om te komen tot een leefvormneutraal belastingstelsel. Toen we gingen nadenken over het belastingstelsel was de wens bij aanvang dus helder. Maar waarmee eindigen we? Met een stelsel dat de leefvormneutraliteit nog verder onder druk heeft gezet. Het verschil tussen een- en tweeverdieners is nog verder opgelopen. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen erkende de minister-president dat het verschil zo ver kon oplopen dat een eenverdiener vijf keer zoveel belasting betaalt als tweeverdieners met hetzelfde salaris. Ook het Nibud concludeert dat. Wat ons betreft bepaalt de Belastingdienst niet welke keuzes gezinnen maken. Heel veel gezinnen hebben zelf ook die keuze niet. We hoorden net al het voorbeeld van mensen met een zieke partner. Het is ook erg tegenstrijdig dat het kabinet enerzijds van de samenleving vraagt om steeds meer onbetaalde mantelzorg te verrichten, maar dit anderzijds fiscaal afstraft. Deze ongelijkheid móét rechtgetrokken worden. Dit belastingplan ademt namelijk te ver doorgeschoten individualisme en te weinig gevoel voor gemeenschapszin uit. Is het kabinet het ermee eens dat het geen rechtvaardig belastingstelsel meer is als er zo'n groot verschil in belastingdruk ontstaat en is het voornemens om hier iets aan te gaan doen? Dat geldt ook voor de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten. Het kabinet heeft gezegd dat alle groepen er in koopkracht op vooruitgaan. Nu zijn chronisch zieken en gehandicapten geen aparte groep in de koopkrachtplaatjes, maar dat wil niet zeggen dat daar geen koopkrachteffecten worden ervaren. Uit berekeningen van het Nibud blijkt dat chronisch zieken en gehandicapten er volgend jaar in vrijwel alle gevallen op achteruitgaan. Juist in een tijd waarin iedereen profiteert van de aantrekkende economie en de lastenverlichting van het kabinet, vinden wij het niet meer dan rechtvaardig dat ook deze groep meeprofiteert. Wat vindt het kabinet van de koopkrachtontwikkeling voor chronisch zieken en gehandicapten, zoals in de Nibud-cijfers tot uitdrukking is gebracht? Is het kabinet het met ons eens dat wij hier nog eens naar moeten kijken? 

Op het punt van de vergroening worden vaak mooie woorden gesproken — wij hoorden het zojuist nog in het betoog van de heer Nijboer — maar helaas blijft het daar vaak bij. Wij zien nog wel mogelijkheden om stappen in die richting te zetten. Zelfs de Raad van State zet vraagtekens bij het ambitieniveau van het kabinet in relatie tot de doelen die wij ons hebben gesteld op het vlak van bijvoorbeeld de CO2-reductie. Vergroening van de belastingen kan twee doelen dienen: het bijdragen aan de duurzaamheidsopgave en het kunnen aanwenden van de belastingopbrengsten voor bijvoorbeeld lagere lasten op arbeid. Twee vliegen in één klap. Vanuit het kabinet komt er echter niets. Tijdens de algemene politieke beschouwingen is een motie van de hand van de fracties van de ChristenUnie, D66 en GroenLinks verworpen. In onze tegenbegroting doen wij diverse voorstellen voor het komen tot verdere vergroening. Heeft het kabinet nog ambities op het terrein van vergroening? De opbrengsten daarvan mogen wat mij betreft ook aangewend worden voor lagere lasten op arbeid. Mijn oproep is om op dit terrein meer lef en ambitie te tonen. Het kabinet heeft op dit punt de steun van onze fractie. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Terecht wordt door mevrouw Schouten de ook door ons warm ondertekende motie-Slob c.s. inzake de fiscale vergroening genoemd. Die motie is verworpen. Dat was volgens mij niet verstandig van de zijde van de coalitie, want het was een zeventienzetelmotie en dat kan zomaar een rol spelen, waar ook door de premier op gedoeld werd. Mijn vraag is of de ChristenUnie voet bij stuk houdt. Kan mevrouw Schouten zeggen of de vergroening van het belastingstelsel een voorwaarde is om überhaupt tot instemming met het nieuwe belastingstelsel te komen? Als die helderheid geschapen kan worden, in elk geval namens de verschillende indieners van de motie, zou dat een buitengewoon interessante situatie kunnen opleveren. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit is de klassieke wat-alsvraag. Wij hebben gezegd langs welke lijnen wij het belastingstelsel zullen beoordelen. Daarbij is vergroening een belangrijk thema. Wij zullen straks op het eind onze totaalafweging maken. Het is te algemeen om nu te gaan speculeren over wat er dan zal gaan gebeuren. Ik wil mij maximaal inspannen om vergroening in het belastingpakket te krijgen, juist vanuit het idee dat dit bijdraagt aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, maar ook omdat wij met de opbrengst heel nuttige dingen — bijvoorbeeld het verlagen van de lasten op arbeid — kunnen realiseren. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Laten we elkaar niet voor de gek houden. De fractie van de ChristenUnie heeft op dit vlak een sleutelrol. Zij kan langs twee kanten proberen om er over het belastingplan met het kabinet uit te komen. Dat is een comfortabele positie, die echter ook verantwoordelijkheid schept. Ik gun de ChristenUnie-fractie die positie van harte, maar als zij de ambities in haar tegenbegroting ten aanzien van de 300 miljoen kolenbelasting, de 240 miljoen voor woningisolatie en de 100 miljoen voor vrijstelling van energiebelasting voor de opwekking van eigen energie wil waarmaken en daarnaast de subsidie op de bijstook van biomassa wil afschaffen, dan mag ik toch aannemen — het is bijna een retorische vraag — dat de ChristenUnie-fractie zich niet met een kluitje in het riet laat sturen. Als het nodig is, helpen wij mevrouw Schouten daar heel graag bij. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Laat de heer Grashoff zich verrassen door wat wij allemaal zullen proberen om te bewerkstelligen dat het belastingplan de goede kant op komt. 

De voorzitter:

Gaat u verder. Denkt u aan uw tijd? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik rond bijna af. Wij spraken zojuist over de middelen voor asiel op de begroting van Veiligheid en Justitie, maar de ontoereikende middelen voor de strafrechtketen zijn nog erger. Wij praten dan over de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtbanken. In de Kamer is de motie-Slob/Samsom aangenomen. In die motie wordt uitgesproken om de rechtbanken te behouden. Het is echt van cruciaal belang dat nu stappen worden gezet. Dit is geen politiek spel, maar een serieuze opmerking, voortkomend uit bewogenheid met het belang van het strafrecht en de strafrechtketen in onze rechtsstaat. Ik hoop dat het kabinet nu niet op een blinde muur afrijdt, maar dat het zelf ziet met wat voor voorstellen het kan komen. 

Ik rond af. Ik begon met de heer Lieftinck en ik dacht: ik moet toch ook maar een beetje afsluiten met een VVD'er. Dan komt alles meer bij elkaar. Dat doe ik met de woorden van oud-VVD'er Oud. Hij gaf het kabinet waar de heer Lieftinck deel van uitmaakte in zijn speeches een heel wijs advies mee dat de Bijbelse Jozef ook aan zijn broers meegaf toen die op reis gingen: gaat en wordt niet toornig onderweg. En dat wens ik deze twee bewindslieden ook toe. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Ik was die Miljoenennota aan het lezen en ineens dacht ik: stel nu eens dat de VVD in de oppositie zat en die zou lezen wat hier staat. Ze zouden links — ze bedoelen dan de Partij van de Arbeid — het klassieke verwijt maken van potverteren. Je hebt een beetje budgetruimte en voor je het weet, geef je het al weg in plaats van het te gebruiken om bijvoorbeeld het overheidstekort terug te dringen. Een bekend liberaal thema. 

Stel nu eens dat de PvdA in de oppositie zat en precies diezelfde Miljoenennota zou lezen. Ze zouden rechts ernstig verwijten dat het niets doet aan werkloosheid, alleen oog heeft voor lastenverlichting en dan vooral volgens het klassiek-liberale model "wie veel heeft krijgt veel en wie bijna niets heeft, krijgt ook maar heel weinig erbij". 

Wat mooi toch dat deze coalitie van PvdA en VVD er weer in is geslaagd om het slechtste van twee werelden met elkaar te verbinden. Want wat doet die Miljoenennota nu eigenlijk, buiten lastenverlichting dan? Zij schept nagenoeg geen werkgelegenheid. De ongelijkheid in Nederland wordt niet verkleind en we kunnen er met elkaar over discussiëren of die vergroot wordt, want daar lijkt het eerder op. Het belastingstelsel wordt niet vereenvoudigd. Kent u die staatssecretaris nog die zei dat het een gemiste kans was? En last but not least: het dringende vraagstuk van ons klimaat en de daarmee samenhangende vergroening van onze economie wordt niet bij de kop gepakt. 

Intussen is de financiële situatie van Nederland helemaal niet zo rooskleurig. Dat lijkt alleen maar een beetje zo op dit moment. Die prachtige figuur in de Miljoenennota, die kwetsbaarheid en schokbestendigheid van onze overheidsfinanciën aangeeft, spreekt boekdelen. Eigenlijk kun je, als je door je oogharen kijkt, zeggen: door het massaal bijdrukken van euro's door de ECB, lage olieprijzen, een lage rentestand en een prettig lage eurokoers leeft onze economie op. En dat zou dus ook wel eens tijdelijk kunnen zijn en dan zou het ook wel eens kunnen zijn dat wat nu aan lastenverlichting weggegeven wordt, binnen de kortste keren weer teruggeharkt moet worden om de begroting op orde te houden. 

In dat opzicht zou het logisch zijn om de gelden die nu beschikbaar zijn — en die zijn er — strategisch te investeren in een verduurzaming van onze economie en het scheppen van werkgelegenheid en bij voorkeur ook in een combinatie van beide. Daarmee kunnen we structureel werkgelegenheid creëren, sneller en beter dan het kabinet nu doet met 5 miljard tegen niet meer dan 35.000 banen; we kunnen onze afhankelijkheid van aardgas beperken, nu nog uit eigen land, maar ten koste van een hoop ellende in Groningen en straks te koop voor veel geld bij onze grote vriend Poetin. 35.000 banen in tien jaar tijd — hoe je het ook wendt of keert, het is een belabberd resultaat — en een daling van de werkloosheid met 0,2% volgend jaar. Als een kabinet zegt werkgelegenheid serieus te nemen, dan moet het ook echt maatregelen durven nemen. 

De heer Nijboer (PvdA):

De laatste woorden van mevrouw Schouten waren gericht aan het kabinet: ga en word niet toornig. Ik had nu een beetje het gevoel dat ik een illustratie kreeg van wat toornig is of gramstorig, want echt alle onheil van de wereld is te wijten aan dit kabinet en in het bijzonder aan de partijen die het steunen, VVD en PvdA, en alles wat goed is, komt van buiten. Ik vraag de heer Grashoff of hij bereid is hiervan een evenwichtig beeld te schetsen. Erkent hij dat de maatregelen die het kabinet heeft genomen, bijvoorbeeld in de financiële sector, op de woningmarkt, in de zorg en op allerlei andere terreinen, die moeilijk en pijnlijk waren, wellicht ook een bijdrage hebben geleverd aan het economisch herstel dat nu lijkt op te bloeien? 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Allereerst wil ik een misverstand wegnemen. Ik heb niet gezegd — en dat zal ik ook nooit doen — dat alle onheil van de economische crisis aan het kabinet kan worden toegeschreven. Dat zou echt te veel eer zijn. Ik houd wel staande dat de wijze waarop op de crisis is gereageerd, in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het uitstoten van werkgelegenheid. Als ik kijk naar het keihard noodzakelijke werk in de zorg en de thuiszorg, dan zie ik dat daar zodanig is bezuinigd dat wij die banen nu dolgraag weer zouden willen hebben. Wat mij betreft creëren wij die weer in plaats van dat wij een heel andere koers met lastenverlichting gaan varen. Ook in de publieke sector is er noodzakelijk werk, werk dat moet gebeuren, en dat weet de heer Nijboer net zo goed als ik. Als wij daarin investeren, schept dat direct werkgelegenheid en dat zijn echte banen — ze komen niet uit de markt maar het zijn wel echte banen — voor echt noodzakelijk werk. Ik noem de thuiszorg, politie, kinderopvang enzovoort. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik deel met de heer Grashoff dat werkgelegenheid de grootste opdracht is van deze tijd. Ik heb daaraan ook de meeste tijd besteed tijdens mijn inbreng in eerste termijn. Ik ben het ook met hem eens dat publieke banen volwaardige banen zijn. Ik ben blij dat hij erkent dat niet alle onheil van het kabinet komt. Het is misschien te veel gevraagd of hij wil erkennen dat er moeilijke maatregelen zijn genomen, bijvoorbeeld voor de hypotheekrenteaftrek waar GroenLinks toch ook voorstander van was, maar ook in de financiële sector en anderszins, en dat die maatregelen een goede basis bieden. Het hoeft er niet vanaf, maar indachtig de opmerking van mevrouw Schouten geef ik de heer Grashoff in overweging om dit in zijn inbreng mee te nemen. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik spreek in mijn bijdrage over de begroting die voorligt. Deze begroting heeft bepaalde effecten en ik stel vast dat het kabinet waar de partij van de heer Nijboer aan deelneemt, zegt dat het werkgelegenheid op de eerste plaats stelt, maar dat in de praktijk niet doet. Dat moet hij zich aantrekken. 

Ook voor de klimaatambitie geldt dat terwijl het kabinet zegt dat het het Urgendavonnis zal uitvoeren — ook weer veel woorden — in de Miljoenennota geen maatregel wordt vermeld, geen geld wordt vrijgemaakt en geen lastenverschuiving wordt voorgesteld. Niks! En dat terwijl er wel sprake is van een forse verzwaring van de ambitie. 15 megaton extra reductie CO2 in 2020 is niet mis en de tijd dringt. Niet voor niets is tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen de motie-Klaver c.s. aangenomen waarin wordt uitgesproken dat wij in 2016 moeten starten met de uitvoering van aanvullende maatregelen die de CO2-uitstoot moeten terugdringen. Dit is een aanvulling op het energieakkoord dat dus niet ongewijzigd in stand kan blijven. Ik krijg hier graag een reactie op van het kabinet. Het lijkt logisch dat wij, nu wij spreken over onze financiële kaders, in 2016 daarvoor de basis leggen. Dan zou je namelijk in 2016 ook effectief maatregelen kunnen nemen. 

Voor GroenLinks is vergroening van het belastingstelsel een voorwaarde sine qua non. Laat ik daar helder over zijn: zonder vergroening zal mijn fractie straks niet akkoord kunnen gaan met het Belastingplan. Daarom wil ik in ieder geval vier concrete maatregelen voorstellen. Er valt altijd te praten over de mate waarin en de precieze vormgeving, maar dan maar eens concreet een aantal zaken op tafel. Het gaat om de kolenbelasting, het verhogen van de energiebelasting voor grootverbruikers en een aantal aanpassingen van de energiebelasting voor kleinverbruikers, vrijstelling van energiebelasting voor particulieren en coöperaties voor zelf opgewekte stroom, en, geheel geleend uit de tegenbegroting van de ChristenUnie, het niet meer subsidiëren van biomassabijstook. Dat is een hartstikke goed voorstel. 

Ik begin met de kolenbelasting. Een quickscan van ECN rekent ons voor dat als wij in de buurt willen komen van het Urgendavonnis, wij echt kolencentrales moeten sluiten en in ieder geval de uitstoot drastisch moeten terugdringen. Anders halen wij het niet. Dat kan op een heel praktische en uitvoerbare manier met kolenbelasting. Het was moeilijk om dit bij wet te regelen; d 

at had de ACM ons al verteld. Als je dit met de kolenbelasting doet, haal je geld op dat je kunt herinvesteren. Daarmee trek je dus ook investeringen in duurzame energie los. Je kunt het bijvoorbeeld steken in een revolverend energiebesparingsfonds, juist weer voor de energie- en industriesector. Daarmee zou je het vliegwiel van energiebesparing en duurzame energie kunnen aanjagen. Hier is misschien een goede combinatie mogelijk met het goede voorstel van de heer Samsom om te komen tot een innovatiefonds. Hier valt misschien iets te combineren. 

De energiebelasting voor grootverbruikers mag weleens omhoog. Grootverbruikers betalen in Nederland één tweehonderste deel van de energiebelasting die we als kleinverbruikers betalen. Ik zal niet voorstellen om die tarieven gelijk te trekken. Dat gaat natuurlijk niet. Maar laten we dat tarief nou de komende jaren stapsgewijs in stukjes ophogen. Ook in dit geval hoeft het geld wat ons betreft niet terug naar de schatkist of te worden gebruikt voor de terugdringing van het overheidstekort dan wel voor andere zaken. Wij roepen op het in dat energiebesparingsfonds te stoppen en daarmee die investeringen te stimuleren. Die leveren werk op, waardoor het mes aan twee kanten snijdt. 

Bij de kleinverbruikers is op dit moment iets vreemds aan de hand. In de energiebelasting belasten wij gas namelijk aanzienlijk lager dan elektriciteit. Dat belemmert energiebesparing en overschakeling naar duurzame alternatieven voor de bekende HR-gasketel. Dat zou rechtgetrokken kunnen worden door gasverbruik boven een bepaald niveau zwaarder te belasten. Ook hier geldt natuurlijk dat dit zorgvuldig en stapsgewijs moet gebeuren en met de voorwaarde dat die gelden worden teruggesluisd naar energiebesparingsopties in de bebouwde omgeving, vooral voor de huishoudens. Ik vraag de staatssecretaris expliciet om in te gaan op onze redenering over die onbalans in de energiebelasting tussen elektriciteit en gas. Is hij bereid om mee te denken over dit aspect? 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik hoor dat de heer Grashoff een behoorlijke lastenverhoging voor huishoudens voorstelt. Kan de GroenLinks-fractie aangeven met welk bedrag de gasbelasting voor een normaal huishouden, zeg voor een twee-onder-een-kapwoning met energielabel B of C, zal stijgen? De heer Grashoff merkt dat ik niet het energielabel van het hoofdkantoor van GroenLinks neem, ik neem gewoon een prettig energielabel. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Op het hoofdbureau van GroenLinks liggen nu intussen 80 zonnepanelen, die we voor het energielabel mogen meetellen. Ik denk dat ons energielabel daardoor wel eens mee zou kunnen vallen, maar misschien heeft de heer Omtzigt nog verouderde informatie. Het is altijd leuk om dit nog even te kunnen opmerken. 

Natuurlijk leidt dat tot een lastenverzwaring voor huishoudens, maar als je het zorgvuldig doet, waarbij het geld in eerste instantie wordt teruggesluisd naar de kleinere energieverbruiker, hoeft dit geen probleem te zijn. Dit terugsluizen kan op allerlei manieren. Het kan via de inkomstenbelasting, maar het kan ook via de heffingsvoet in de energiebelasting zelf. Op die manier kun je de kleine energieverbruiker, de kleine huishoudens — dat zijn bijna ook altijd de mensen die in kleinere woningen of flatwoningen wonen — ontzien en de koopkrachteffecten beheersbaar maken. Voor de burger met een gemiddeld of bovengemiddeld inkomen leidt dit tot een lastenverhoging, maar tegelijkertijd — daarom is het ook zo belangrijk en daarom hoop ik dat de heer Omtzigt wil meedenken op dit vlak — schept dit meer mogelijkheden om tot isolatie van de woning en tot betere systemen over te gaan. Dat betekent dat binnen enkele jaren tijd diezelfde particulier niet meer, maar minder aan zijn elektriciteit zal besteden. Dat moeten we met elkaar voor elkaar zien te krijgen. Het klopt wel dat dit vraagt om een zorgvuldige uitvoering, zoals u ook zei. 

De heer Omtzigt (CDA):

Kunnen we voor het Belastingplan een soort schatting krijgen van de bedragen? Het gaat nu over hoger of lager. Dat snap ik wel, maar het maakt wel uit of je je energierekening met €5, €50 of €300 omhoog ziet gaan. Daar krijgen we graag een schatting van. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat wil ik graag. Je mag hier nooit tegenvragen stellen, dus laat ik het dan maar retorisch doen. Ik zou het zeer op prijs stellen als de heer Omtzigt en het CDA willen meedenken over een verantwoorde invoering ervan en de informatie niet alleen gebruiken om te jij-bakken. Als de heer Omtzigt bereid is om er serieus over na te denken, ben ik bereid om alle informatie met hem te delen. 

We hebben een regeling voor vrijstelling voor zelf opgewekte duurzame stroom, maar die is te krap. Er zijn allerlei initiatieven, maar die komen niet van de grond. Het zou verstandig zijn als dat wel zou kunnen. Daarom willen wij een volledige vrijstelling van de energiebelasting bepleiten voor huishoudens en coöperaties die decentraal stroom opwekken, uiteraard tot een bepaald maximumbedrag en uiteraard gekoppeld aan een bepaalde periode. We willen echter wel een ruimhartige regeling, waarmee we een stevige impuls kunnen geven aan de decentrale opwekking. Daarbij zou je tegelijkertijd naar dat rare postcoderoossysteem moeten kijken. Dat is namelijk dermate knellend dat allerlei initiatieven hierdoor gefnuikt worden. Natuurlijk kun je niet alles opengooien, maar een flexibilisering van zo'n postcoderoossysteem zou heel veel initiatieven net over de grens helpen, zodat men er echt mee aan de slag kan. Ik heb overigens het CDA — dit is uitlokking — weleens horen zeggen dat het erg voor decentrale energieopwekking is. Misschien is dat dan ook een element om over door te praten. 

Dan kom ik op de afbouw van de subsidie voor het bijstoken van biomassa. Het is duidelijk dat die de verduurzaming in ieder geval niet helpt. Daar kunnen we gewoon mee stoppen. Dat levert weer geld op voor de overige maatregelen. 

Ik hoop dat ik met deze voorstellen een concreet beeld heb geschetst van hetgeen GroenLinks praktisch en concreet wil bijstellen. Ik steek daar ook mijn nek mee uit. Ik begrijp best dat er gevoeligheden mee gemoeid zijn, maar het is een beetje onze stijl om een en ander open op tafel te leggen. 

Ik ga kort nog in op een paar andere onderwerpen. Bij de APB is met onze warme steun de motie-Slob (34300, nr. 23) aangenomen, waarin wordt gevraagd om extra middelen voor eerstejaarsvluchtelingenopvang. Dit moet niet ten koste gaan van de ontwikkelingssamenwerkingstrajecten. Ik vraag de minister dringend om ons te melden hoe hij deze motie gaat uitvoeren. Dat is van wezenlijk belang. Als het niet snel komt, moeten we met amendementen gaan goochelen, maar dan wordt het wel heel ingewikkeld. Met stijgende verbazing en woede hebben wij het sjoemelsoftwareschandaal van Volkswagen mogen aanschouwen en mogelijk is een van de consequenties dat de Nederlandse overheid belastinginkomsten is misgelopen. Ik vraag de staatssecretaris om daarop te reflecteren en om, als hij ziet dat het zo is en hij met me eens is dat die kans gereed is, dat dan te laten onderzoeken en om tot de laatste cent te claimen bij Volkswagen als daar ook maar enigszins een zaak van te maken is. Ik vind het echt een principiële kwestie; wij laten ons niet door een frauderende auto-industrie een oor aannaaien. 

Tijdens de APB was er ook brede kritiek op de begroting van Veiligheid en Justitie; de problemen bij V en J kunnen niet alleen binnen de begroting van V en J worden opgelost en daarmee sluiten wij aan bij wat door vele sprekers is gezegd. Welk beeld heeft de minister daarvan? Hoe is hij voornemens daarmee om te gaan? Wat de fractie van GroenLinks betreft is in elk geval het openhouden van zeven met sluiting bedreigde rechtbanken de topprioriteit. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Naast een paar punten die ik kort zal bespreken, heb ik eigenlijk maar een belangrijk punt — u raadt het al — en dat is: de eenverdiener. De heer Omtzigt is niet verrast. Het aantal eenverdieners is flink gedaald, maar het zijn er nog steeds een miljoen, dus inclusief de partner die niet werkt. Wij zitten eerlijk gezegd een beetje met een imagoprobleem, want als je het hier en daar zo vraagt, maar ook als je naar het kabinet luistert, lijkt het wel of iedereen denkt dat alle eenverdieners SGP stemmen en dat alle SGP-stemmers eenverdieners zijn. Ik vroeg een collega in de zaal wat zijn schatting was van het percentage van de SGP'ers dat eenverdiener is en hij zei daarop: 100%? Dat percentage klopt niet helemaal, maar wij wisten het eerlijk gezegd ook niet precies. Toen we twee weken geleden tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen de minister-president vroegen om meer aandacht voor de eenverdiener zei hij: ik begrijp de politieke positie van de ChristenUnie en de SGP op het punt van de eenverdiener heel goed. De ChristenUnie wordt daarin door hem dan ook meteen meegenomen. Hoezo politieke positie van de SGP? We hebben Maurice de Hond onderzoek laten doen, want de cijfers van de politieke keuze van eenverdieners waren er niet. Wat blijkt? De meeste eenverdieners stemmen geen SGP maar stemmen VVD: 450.000. Dan komt de PvdA: 250.000 ofwel vier zetels. De VVD: zeven zetels. Dan is er de PVV met 200.000 stemmen. Ik zei het al in een interruptie: er zijn meer eenverdieners die D66 stemmen dan eenverdieners die SGP stemmen. 1,1 zetel van de D66-fractie wordt ingenomen namens kostwinners. In totaal zijn eenverdieners goed voor dik twintig zetels. 

En dan nu de kernvraag, althans voor velen: welk percentage van de SGP-stemmers is eenverdiener? Het antwoord is: 20%. 80% is geen kostwinner. En dat is een heel ander beeld dan dat wat er vaak heerst. 0,6 zetel van ons wordt vertegenwoordigd door kostwinners. Dat zo zijnde vraag je je af waarom de kostwinner altijd wordt gekoppeld aan de SGP. Ja, dat is omdat we er vaak voor opkomen. Waarom komen we er voor op? Omdat we het van belang vinden. Overigens is die steun gelukkig wel aan het schuiven. De laatste motie die we samen met het CDA en de ChristenUnie ingediend hebben, werd onder andere gesteund door de PVV en de SP. Interessant genoeg heeft die motie een meerderheid in de Eerste Kamer. Ik zou het kabinet willen vragen of het voortaan ook moties gaat uitvoeren die een meerderheid hebben in de Eerste Kamer. Of moeten die dan apart in de Eerste Kamer worden ingediend? Dat kan natuurlijk ook. 

Bij de Algemene Politieke Beschouwingen kwamen we met het voorbeeld van een alleenverdienersgezin met een inkomen van €40.000 en een tweeverdienersgezin met een inkomen van €20.000 plus €20.000. Het verschil in belasting tussen die gezinnen is dan €8.000 in het nadeel van het alleenverdienersgezin. €8.000, dus bijna €700 per maand, heeft men dan minder te besteden. Allerlei fiscale regelingen zorgen ervoor dat de tweeverdieners veel meer voordelen hebben dan de alleenverdieners. De minister-president antwoordt dan: dat is een heel excentriek voorbeeld, dat komt bijna niet voor die €20.000 plus €20.000 versus €40.000. Vervolgens ga je dan rekenen en dan kijk je naar andere types. En wat blijkt dan? De verschillen worden alleen maar groter. Ik heb hier een papier waarop een en ander is vermeld, waaronder ook een tabelletje over het percentage eenverdieners per partij, waarvan ik u verzoek dat rond te delen, mevrouw de voorzitter. 

De voorzitter:

Ik zal het laten kopiëren en ronddelen. 

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer. 

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.) 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dank u, voorzitter. Als je een eenverdienerssalaris van €60.000 vergelijkt met een tweeverdienerssalaris van €40.00 en €20.000 of als je een eenverdienerssalaris van €80.000 vergelijkt met een tweeverdienerssalaris van €50.000 en €30.000 is in al die gevallen het verschil meer dan €8.000 aan belasting die men betaalt. Voor heel veel gevallen, zo is mijn stelling, is het verschil in belasting dus heel erg groot geworden. Dit kan toch niet de bedoeling zijn? Met deze enorme fiscale prikkels tast de overheid de keuzevrijheid van burgers aan. De verdeling van arbeid en zorgtaken is niet aan de Belastingdienst. Laat mensen daarin zelf kiezen. 

Uit hetzelfde onderzoek van Maurice de Hond komt naar voren dat driekwart van de eenverdieners helemaal niet vrij kan kiezen. Een kwart van de eenverdieners, de kostwinners, heeft een chronisch zieke of gehandicapte partner. Hebben deze mensen een vrije keuze? Een kwart wil wel werken, maar kan geen baan vinden. Hebben deze mensen een vrije keuze? Voor een kwart gelden andere redenen om niet in aanmerking te komen voor deze variant, zoals een studerende partner of een partner die al met pensioen is. Kortom, driekwart van de eenverdieners heeft die vrije keus niet of je wilt ze die vrije keus niet geven. Toch richten we die hele dure middelen op 100% van de eenverdieners. 

Een kwart blijft thuis voor de kinderen. Dat is prachtig. De conclusie is wel dat een groot deel van de doelgroep helemaal niet anders kan kiezen, of je wilt niet dat ze anders kiezen. 

Gaat de regering nu eindelijk zelf voorstellen doen om de kloof tussen een- en tweeverdieners te verkleinen? Voor de SGP is dit een zeer essentieel punt, ook in de besluitvorming over het Belastingplan. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Het percentage eenverdieners dat fractie Van Vliet stemt, staat hier niet bij. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Nee, dat klopt. De n was te klein. Dat moet nog komen. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik heb de volgende vraag. De heer Omtzigt heeft in het verleden weleens het woord trouwtaks gebezigd en dat is een term die me altijd is bijgebleven. Als je gaat trouwen, ben je verplicht om fiscaal partner te worden. Dat is een gruwel; ik vind het zeer terecht dat de heer Omtzigt daar een punt van maakte. Door te trouwen, word je in een nadeliger positie wordt gebracht dan andere belastingplichtigen die een keuzeregime hebben. Wat vindt de heer Dijkgraaf daarvan? 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat hebben we altijd gesteund. Bij dat voorbeeld kun je inderdaad vragen stellen. Waarom doe je dat? Waarom kies je die insteek? Wij zijn er in ieder geval voor dat er veel meer evenwicht komt tussen de fiscale voordelen van een- en tweeverdieners. Daarbij valt te denken aan het wijzigen van de overdraagbare heffingskorting, die alsmaar afgebouwd wordt. Je kunt ook iets proberen te doen aan het ongelooflijk ophogen van de inkomensafhankelijke combinatiekorting van de arbeidskorting. Alle voordelen van de tweeverdiener worden opgehoogd en die van de eenverdiener worden verminderd in de loop van de tijd. Daar zou je wat aan kunnen doen. Als je naar het splitsingsstelsel gaat, ben je natuurlijk helemaal klaar. Dat is wel het meest ideale. Ik zou daar wel een reactie van de staatssecretaris op willen. Gezien zijn achtergrond en zijn partijkeuze zou hij die vraag toch moeten toejuichen. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik weet niet of we zover komen als het splitsingsstelsel. Ik begrijp uit de woorden van de heer Dijkgraaf dat de SGP openstaat voor constructieve voorstellen van de fractie Van Vliet bij de behandeling van het Belastingplan 2016. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het antwoord is "ja". 

Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de mantelzorgers financieel in zwaar weer verkeert. Het verkleinen van de kloof tussen een- en tweeverdieners zou hen helpen. Veel mantelzorgers zitten namelijk in een eenverdienerspositie. Het probleem is echter wel breder — mevrouw Schouten zei daar ook mooie dingen over — omdat vaak hoge kosten gemaakt worden. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen is de motie-Van der Staaij c.s. (34300, nr. 29) aangenomen. Daarin wordt de regering verzocht om de Kamer te informeren over de mogelijkheden om mantelzorgers financieel beter tegemoet te komen. Is de regering bereid om de opties in kaart te brengen en, als daar werkbare opties bij zitten, die daadwerkelijk uit te voeren? 

Tot slot heb ik nog drie kleine punten. Het eerste punt betreft de vermogensrendementsheffing. Daarover heb ik onder andere in mijn interruptie op de heer Harbers het nodige gezegd. Wij plaatsen hier echt grote vraagtekens bij. Moeten wij niet naar andere oplossingen zoeken? Hoe gaan we om met situaties waarin je het verwachte rendement niet kunt halen of waarin het soms zelfs wettelijk verboden is om dat te halen? Hoe is rekening gehouden met belastingontduiking? Ik heb een mooie inleiding mogen houden. Er worden ergens al weer constructies voor belastingontduiking verzonnen. 

Het tweede punt betreft Veiligheid en Justitie. Daarover heb ik ook bij interruptie gesproken. Ik sluit mij aan bij de collega's die de regering vragen of het wel goed gaat zo en of er niet een ruimer budget nodig is. 

Het derde en laatste punt betreft het budget van Defensie. De heer Omtzigt heeft al aangekondigd dat de CDA-fractie een amendement zal indienen. Wij zijn daarvan mede-indiener. Wij hopen 200 miljoen extra voor Defensie te realiseren. Dat bedrag is natuurlijk wel gedekt, zo zeg ik tegen de minister van Financiën, die de vorige keer nogal wat vragen had over de dekking als collega's allerlei voorstellen deden. Die 200 miljoen extra voor Defensie is deugdelijk gedekt. Wij vinden dat er bij Defensie meer geld bij moet. Het is mooi dat er geld bij komt, maar het gat is echt te groot voor hetgeen nodig is. 

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Ook volgend jaar gaat het niet goed met ons land. Er zijn meer dan 600.000 werklozen. De staatsschuld bedraagt 466 miljard. De overheid geeft nog steeds meer geld uit dan er binnenkomt en heeft geen visie gegeven op de langetermijnkosten van de enorme toestroom van asielzoekers naar ons land. Dat heeft alles te maken met het feit dat dit kabinet zich laat leiden door de geest van de sociaaldemocratie: nivelleren, succes bestraffen, op de pof leven en collectieve regelingen gebruiken. Dit is linkse politiek in een notendop, en dat onder leiding van de VVD. 

De overheidsuitgaven zijn te hoog en nemen nog steeds toe. Neem bijvoorbeeld de zorg, waar wij inmiddels 44,6 miljard aan uitgeven. De collectieve sector is een rupsje-nooit-genoeg, een rupsje met morbide obesitas. Wat mijn fractie betreft, is het tijd voor een zorgdieet. Breng de kosten omlaag door te beginnen de verspilling te stoppen en door bijvoorbeeld dieethulp en stoppen-met-rokencursussen uit het basispakket te halen. Maar bovenal: individualiseer de zorg zoals Singapore heeft gedaan. Waar Nederland helaas niet verder komt dan plaats 17 op de ranglijst van de Wereldgezondheidsorganisatie, scoort Singapore plek 6. Daarbij komt dat Singapore niet 12 maar slechts 4% van het nationaal inkomen uitgeeft aan zorg. In Singapore spaart iedereen op een eigen ziektekostenrekening. Daarnaast is er een door de overheid gefinancierd vangnet voor mensen met minder financiële draagkracht, chronisch zieken en gehandicapten. 

Het is tijd voor verandering, en vooral tijd voor verbetering, maar dit kabinet houdt vast aan de vorige eeuw en houdt vast aan oplopende kosten, niet alleen voor de Staat maar ook voor de mensen in het land die zich inmiddels scheel betalen aan het eigen risico en de maandelijkse zorgpremie. Het kabinet moet naar Singapore kijken. Kijk eens over de dijken, zou ik willen zeggen. De zorg daar is beter en goedkoper, het is dus een win-winsituatie. Ik hoor hierop graag een reactie. 

Naast de zorg ademt ook ons belastingsysteem linkse politiek. 52% inkomstenbelasting is een straf op werken, progressieve belastingheffing is een van de meest demotiverende factoren in onze economie. Een btw van 21% is niets anders dan staatsgegraai, schenk- en erfbelasting zijn simpelweg onbeschoft en ook de verhoogde accijnzen doen ons land geen goed. Het kloppend hart van onze economie — het midden- en kleinbedrijf, echte ondernemers en zzp'ers — lijdt onder de hoge belastingen, de hoge accijnzen, de starre arbeidsmarkt en de logge overheid. De Staat lijkt er alles aan te doen om de motor van de werkgelegenheid, de ruggengraat van ons land, tot stilstand te brengen. Dit kabinet onder leiding van de VVD maakt het ondernemers moeilijk. 

Gelukkig kan het anders. Mijn fractie heeft laten zien dat het mogelijk is om Nederland weer lucht te geven, het belastingklimaat te veranderen, de lasten te verlagen en de economische groei te vergroten. Klimaatverandering hoeft niet altijd eng te zijn. Ik noem een vlaktaks van 23% met een belastingvrije voet van €7.500 die oploopt tot €15.000, een uniform btw-tarief van 15%, 10% lagere tarieven in de vennootschapsbelasting, 10% lagere accijnzen en het vrijgeven van het malle verplichte aanvullende pensioen. En dat zonder dat het de begroting raakt en keurig doorgerekend door het Centraal Planbureau! 

Onze ideeën leiden tot veel meer koopkracht, tot structureel honderdduizenden banen extra en tot een veel hogere economische groei. Dat is precies wat Nederland nodig heeft. Zoals vaker is het antwoord niet meer maar minder overheid. Individuele vrijheid veronderstelt voor alles economische vrijheid. Stop dan ook met het afpakken en rondpompen van belastinggeld. Zet het mes in het toeslagenstelsel. 

Ik ga afronden. Maak mensen met lagere inkomens niet afhankelijk van de Staat, pak de marginale druk aan, faciliteer ondernemers en laat werkend Nederland eindelijk de vruchten plukken van zijn arbeid. 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Van Klaveren. Dan geef ik het woord aan de heer Van Vliet, de laatste spreker in deze termijn van de Kamer. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Voorzitter. Ik wacht even tot de woordvoerders van de linkse partijen weer zitten. 

Voorzitter. Dit is de belangrijkste begroting van vandaag. Dit is 'm dan: "Ex-ante budgettaire effecten tegenbegroting 2016 Partij Van Vliet". Dat laatste staat er niet op mijn verzoek op, want als je het afkort krijg je verkeerde associaties. Het doet mij genoegen dat de regering de moeite heeft genomen om een door het CPB doorgerekende tegenbegroting op de begroting van de fractie Van Vliet op te stellen. Ja, snapt u 'm? Het is daarbij wel jammer dat het EMU-saldo op minus 1,4% van het bbp blijft, waar mijn fractie uitkomt op een tekort van 1,2%. 

Mijn eerste vraag aan de minister van Financiën is dan ook waarom het kabinet kiest voor een dergelijk fors tekort en niet voor het verder terugdringen van dat tekort. Het in evenwicht brengen van de overheidsfinanciën is toch een doel op zich, of ziet de minister dat anders? 

Naast deze Algemene Financiële Beschouwingen zullen wij in oktober en november in vier fases het Belastingplan 2016 behandelen met de staatssecretaris. Dat zal voor mij het podium zijn om nader in te gaan op een mogelijke hervorming van het belastingstelsel, die ik deze kabinetsperiode echt niet meer van de grond zie komen. Ik heb het al eerder gezegd. Het draaien aan tariefknoppen is geen hervorming. 

Bovendien is het politieke landschap te versnipperd voor een breed gedragen hervorming. Tevens is voor een echte inhoudelijke hervorming en vereenvoudiging een majeure operatie nodig, die meerdere jaren kost om op te zetten en in te voeren. 

Daarnaast is naar mijn mening de Belastingdienst voor zo'n operatie nu niet voldoende toegerust. Of is de staatssecretaris van Financiën van mening dat de Belastingdienst een dergelijke operatie, een hervorming van het stelsel, wel nu reeds aan zou kunnen? Graag krijg ik op dit punt een uitgebreide reactie. 

Mijn door het CPB doorgerekende tegenbegroting is gebaseerd op een veelvoud aan wijzigingsvoorstellen ten opzichte van de voorstellen van het kabinet. In het oog springen vooral de verlaging van het normale btw-tarief van 21% naar 20%. Dit zal naar mijn mening een stevige impuls geven aan de binnenlandse consumptie. Ik wijs er met nadruk op dat onze welvaart voor zo'n 70% afhankelijk is van die binnenlandse consumptie en niet van de zo geroemde export, die in de Nederlandse situatie vooral bestaat uit doorvoer, zonder heel veel toegevoegde waarde per uitgevoerde euro. 

Verder verlaag ik het eigen risico in de zorg weer naar het niveau van een tijd geleden, namelijk €220 per jaar voor iedereen. In de perceptie van heel veel Nederlanders is het sterk gestegen eigen risico in de zorg een gruwel. Let wel, ook ik durf te snijden in de zorg omdat de uitgaven anders de pan uit rijzen. Ik laat dat ook zien in mijn tegenbegroting. Maar de drempel om zorg te kunnen krijgen is volgens mij niet de aangewezen weg daar naartoe. 

Dan kom ik, als echt grote lastenverlichting voor iedereen in Nederland, met een forse verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting, die de koopkracht van heel Nederland een sterke impuls geeft om ook echt te genieten van het zojuist gememoreerde, verlaagde btw-tarief. 

Ik zie tot mijn genoegen dat het kabinet de lasten voor burgers verlicht met 4,3 miljard euro. In het pakket wordt weliswaar gesproken over 5 miljard, maar er zit voor 700 miljoen euro aan verhoging van uitgaven bij via de toeslagen. 

Waarom draai ik in mijn tegenbegroting die lastenverlichting van het kabinet helemaal terug? Om drie redenen. U zult zien dat ik als liberaal veel meer ben uitgegaan van de uitgangspunten bij het laatste verkiezingsprogramma van de VVD dan de VVD zelf. 

Toegegeven, ik ziet niet gevangen in een onnatuurlijk huwelijk met de sociaaldemocraten, maar dat maakt het niet minder leuk om te zien dat mijn liberale tegenbegroting op een lager tekort uitkomt dan dat van het kabinet. Mijn lastenverlichting komt per saldo ook nog eens 1,5 miljard euro lager uit. 

De drie redenen om niet het kabinetsplan van die 4,3 miljard te volgen zijn deze: 

Ten eerste. Het kabinet richt de lastenverlichting op het verlagen en verlengen van de tweede en derde schijf in de inkomstenbelasting en het verhogen van de arbeidskorting. Daar hebben veel ouderen en lagere inkomensgroepen geen voordeel van. Dat moet het kabinet vervolgens weer compenseren, via hogere toeslagen en een hogere ouderenkorting, al is dat dan eenmalig. Ik richt die lastenverlichting vooral op de eerste schijf, waardoor meteen vrijwel iedereen ervan profiteert en compensatie via toeslagen en kortingen gewoon niet nodig is. Graag krijg ik de reactie van de minister of dat niet een betere marsroute zou zijn. 

Ten tweede, dus de tweede reden om het op mijn eigen manier te doen. Het kabinet betaalt zijn lastenverlichting deels uit het volledig afbouwen van de algemene heffingskorting. Dat is een lastenverzwaring van 2 miljard euro die bijzonder slecht uitpakt voor de groei van de werkgelegenheid. Daar hebben we hem. Het kabinet zou naar mijn mening veel meer banen scoren als het de afbouw van de heffingskortingen achterwege zou laten. Vraag dat ook maar eens na bij het CPB. De marginale belastingdruk stijgt immers onevenredig wanneer de heffingskortingen worden afgebouwd. Wie gaat er dan nog van vier naar vijf dagen werken in de week? Graag krijg ik een reactie van de minister, hoe hij dat ziet. 

Ten derde. Waarom mijn eigen pakket en niet dat van het kabinet? Het kabinet geeft vrijwel exact even veel geld uit aan het verlagen van belastingtarieven als aan het verhogen en uitbreiden van diverse fiscale faciliteiten, zoals de IACK, de arbeidskorting, de ouderenkorting en, ja hoor, daar zijn ze weer: de toeslagen. Dat is een kwestie van het weer toegeven aan het fiscale instrumentalisme, waar ik juist van weg wil. Als je geld beschikbaar hebt voor lastenverlichting — de heer Koolmees zei het ook al — dan heb je de kans om dit als smeergeld te gebruiken om die instrumentele functie terug te dringen. Graag hoor ik van de minister waarom hij niet hiervoor kiest. 

Ik verlaag de uitgaven voor de toeslagen met 1,8 miljard euro ten opzichte van het kabinet. Heeft het kabinet eigenlijk nog wel de ambitie om zelf iets te doen aan die toeslagen, qua stroomlijnen en afbouwen? Hoe meer je afbouwt aan toeslagen, hoe gemakkelijker een hervorming wordt; dat wordt dan een steeds minder grote opgave. Zo ja, wanneer horen wij iets van het kabinet op het gebied van de toeslagen? 

De werkloosheid is hier veel besproken. Iedere baan extra is een zegen, maar 35.000 banen erbij is simpelweg niet genoeg. Wat gaat het kabinet de resterende zittingsperiode doen om de werkgelegenheid alsnog een extra impuls te geven? 

De vijf grootste inkomstenbronnen van de overheid zijn de loonheffing, die bestaat uit premies werknemersverzekeringen en de loonbelasting, de omzetbelasting, de vennootschapsbelasting, de accijnzen en de premies volksverzekering. Mijn vraag is: hoe robuust zijn deze inkomstenbronnen, mede in het licht van de vergrijzing en de migrantenproblematiek, die het waarschijnlijk maakt dat het inactieve deel van de bevolking voorlopig zal groeien? Dit nog afgezien van de teruglopende inkomsten uit gaswinning in Groningen. Hoe robuust zijn deze inkomstenbronnen op de middellange termijn? 

Ten slotte roep ik de collega's op om mijn tegenbegroting te omarmen. Dit pakket moet met name mijn liberale collega's van de VVD aanspreken. 17 van de 39 maatregelen die ik aanbeveel, zijn gebaseerd op het laatste VVD-verkiezingsprogramma. Van de andere 22 komt ook een deel uit de koker van mijn mede-liberalen. Dit alles natuurlijk wel overgoten met een smakelijke Van Vlietsaus. Ik zou zeggen: eet smakelijk. 

De (algemene) beraadslaging wordt geschorst. 

De voorzitter:

Hiermee is er een einde gekomen aan de eerste termijn van de Kamer in de Algemene Financiële Beschouwingen. Wij gaan daar morgenmiddag mee verder. Wij hopen een aantal antwoorden schriftelijk te krijgen. 

De vergadering wordt van 16.08 uur tot 16.30 uur geschorst. 

Naar boven